De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Aspecten van diagnostiek en behandeling van neuro-IC patiënten Aandachtspunten en nieuwe inzichten in de neuro-IC zorg Mathieu van der Jagt Neuroloog-intensivist.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Aspecten van diagnostiek en behandeling van neuro-IC patiënten Aandachtspunten en nieuwe inzichten in de neuro-IC zorg Mathieu van der Jagt Neuroloog-intensivist."— Transcript van de presentatie:

1 Aspecten van diagnostiek en behandeling van neuro-IC patiënten Aandachtspunten en nieuwe inzichten in de neuro-IC zorg Mathieu van der Jagt Neuroloog-intensivist IC volwassenen

2 Aspecten van neuro-IC zorg
Presentatie op:

3 Belangrijke aspecten van:
Leerdoelen “Inzicht krijgen in opvang, monitoring, behandeling en nazorg van de neurologische en hersendode patiënt” Belangrijke aspecten van: (Ernstig) Traumatisch schedel-hersenletsel - guidelines Guillain-Barré syndroom - CBO richtlijn 2010 ICU acquired weakness (voorheen: CIPNP) Hersendood/orgaan donatie

4 Traumatisch schedel-hersenletsel

5 Anatomie “hersenomhulsels”

6 Traumatische ICH’s: typen

7 Traumatic brain injury: Hematoma
Subdural (24%) Epidural (6%) Intracerebral (10%) Contusion (3%)

8 Traumatic brain injury: Extradural hematomas

9 Braintrauma foundation guidelines
Advies Bewijskracht opvang RR monitoring Systole<90 mmHg vermijden II Saturatie monitoring PaO2<60mmHG (<8kPa) vermijden Saturatie<90% vermijden III ICP ICP>20mmHg behandelen CPP CPP>70mmHg is verlaten ivm verhoogd risico op ARDS CPP<50mmHg vermijden Hyperosmolaire therapie Mannitol is effectief bij verhoogde ICP Therapeutische hypothermie Profylactische hypothermie mogelijk effectief indien toegepast>48h Sedatie Hoog gedoseerde barbituraten geïndiceerd bij ICP verfhoging refractair voor maximale medische en chirurgische therapie, mits hemodynamisch stabiel te houden (mening werkgroep) / BTF guidelines 2007

10 Traumatisch schedel-hersenletsel
CPP = MAP - ICP

11 Epidemiologie Variabele Selectie/uitkomst geslacht verkeer
Leeftijd>50 Tijd tot M6 MV duur ICP CPP Polytrauma Mortaliteit SHL Maas AI. Lancet Neurol 2008, Patel HC. Lancet 2005

12 Epidemiologie Variabele Selectie/uitkomst geslacht man 80% verkeer -
70% Leeftijd>50 Jaren 80 / 15% / 45% Tijd tot M6 MV duur ICP CPP Polytrauma Mortaliteit SHL Maas AI. Lancet Neurol 2008, Patel HC. Lancet 2005

13 Epidemiologie Variabele Selectie/uitkomst geslacht man 80% verkeer -
70% Leeftijd>50 Jaren 80 / 15% / 45% Tijd tot M6 Gemiddeld / mediaan 10 dagen MV duur 14 / 13 dagen ICP CPP Polytrauma Mortaliteit SHL Maas AI. Lancet Neurol 2008, Patel HC. Lancet 2005

14 Epidemiologie Variabele Selectie/uitkomst geslacht man 80% verkeer -
70% Leeftijd>50 Jaren 80 / 15% / 45% Tijd tot M6 Gemiddeld / mediaan 10 dagen MV duur 14 / 13 dagen ICP Tijd >20 / >25 19% / 10% CPP Tijd <60 / <50 12% / 4% Polytrauma Mortaliteit SHL Maas AI. Lancet Neurol 2008, Patel HC. Lancet 2005

15 Epidemiologie Variabele Selectie/uitkomst geslacht man 80% verkeer -
70% Leeftijd>50 Jaren 80 / 15% / 45% Tijd tot M6 Gemiddeld / mediaan 10 dagen MV duur 14 / 13 dagen ICP Tijd >20 / >25 19% / 10% CPP Tijd <60 / <50 12% / 4% Polytrauma Mortaliteit +HL / -HL 30% / 3% Mortaliteit SHL NC centrum / non-NC 35% / 61% Maas AI. Lancet Neurol 2008, Patel HC. Lancet 2005

16 Braintrauma foundation guidelines
Advies Bewijskracht opvang RR monitoring Systole<90 mmHg vermijden II Saturatie monitoring PaO2<60mmHG (<8kPa) vermijden Saturatie<90% vermijden III ICP ICP>20mmHg behandelen CPP CPP>70mmHg is verlaten ivm verhoogd risico op ARDS CPP<50mmHg vermijden Hyperosmolaire therapie Mannitol is effectief bij verhoogde ICP Therapeutische hypothermie Profylactische hypothermie mogelijk effectief indien toegepast>48h Sedatie Hoog gedoseerde barbituraten geïndiceerd bij ICP verfhoging refractair voor maximale medische en chirurgische therapie, mits hemodynamisch stabiel te houden (mening werkgroep) / BTF guidelines 2007

17 Eerste opvang / resuscitatie ernstig TSHL
Maas AI. Lancet Neurol 2006

18 Eerste opvang: hypothermia bij opname
Clifton GL. J Neurotrauma 2002

19 Braintrauma foundation guidelines
Advies Bewijskracht opvang RR monitoring Systole<90 mmHg vermijden II Saturatie monitoring PaO2<60mmHG (<8kPa) vermijden Saturatie<90% vermijden III ICP ICP>20mmHg behandelen CPP CPP>70mmHg is verlaten ivm verhoogd risico op ARDS CPP<50mmHg vermijden Hyperosmolaire therapie Mannitol is effectief bij verhoogde ICP Therapeutische hypothermie Profylactische hypothermie mogelijk effectief indien toegepast>48h Sedatie Hoog gedoseerde barbituraten geïndiceerd bij ICP verfhoging refractair voor maximale medische en chirurgische therapie, mits hemodynamisch stabiel te houden (mening werkgroep) / BTF guidelines 2007

20 ICP ICP targeted: CPP>50 (MAP>70), CPP targeted: CPP>70 (MAP>90) Both: ICP<20 15 vs 3.3% ARDS! Robertson CS. Crit Care Med 1999

21 ICP Cremer OL. Crit Care Med 2005 Centrum A N=122
Centrum B (ICP/CPP) N=211 MAP +/- 90 - ICP/CPP ICP<20, CPP>70 CT scan Follow-up Op indicatie Awakening trials ja Temperature <39 <38 Barbiturates Cremer OL. Crit Care Med 2005

22 ICP Cremer OL. Crit Care Med 2005 Centrum A Centrum B Duration of MV
5 (2-9) 12 (7-19) ICU stay 8 (4-14) 14 (8-23) Cremer OL. Crit Care Med 2005

23 ICP? Andere “targets” dan ICP?
Infectiepreventie snel wakker worden / awakeningtrials meer craniectomieen…? Epilepsie preventie > toekomst Evidente indicaties ICP meting blijven ptn met neurotraumata / multitrauma die voor spoed OK moeten ivm een ander letsel… ..en wanneer sedatie noodzakelijk is Valkuil: ICP “stijging” bij patient die aan t wakker worden is

24 Monitoring: effect op uitkomst
Ospina-Tascon GA. Intensive Care Med 2008

25 Monitoring bij neurotrauma

26 Braintrauma foundation guidelines
Advies Bewijskracht opvang RR monitoring Systole<90 mmHg vermijden II Saturatie monitoring PaO2<60mmHG (<8kPa) vermijden Saturatie<90% vermijden III ICP ICP>20mmHg behandelen CPP CPP>70mmHg is verlaten ivm verhoogd risico op ARDS CPP<50mmHg vermijden Hyperosmolaire therapie Mannitol is effectief bij verhoogde ICP Therapeutische hypothermie Profylactische hypothermie mogelijk effectief indien toegepast>48h Sedatie Hoog gedoseerde barbituraten geïndiceerd bij ICP verfhoging refractair voor maximale medische en chirurgische therapie, mits hemodynamisch stabiel te houden (mening werkgroep) / BTF guidelines 2007

27 Osmolaire therapie mannitol hypertoon zout osmotisch effect
mannitol hypertoon zout osmotisch effect vochtbelasting diurese hypernatriemie tgv rebound ICP behandelgrens bij hyponatriemie:

28 Osmolaire therapie mannitol hypertoon zout osmotisch effect beetje
mannitol hypertoon zout osmotisch effect beetje veel vochtbelasting diurese hypernatriemie tgv rebound ICP behandelgrens bij hyponatriemie:

29 Osmolaire therapie mannitol hypertoon zout osmotisch effect beetje
mannitol hypertoon zout osmotisch effect beetje veel vochtbelasting heel veel diurese hypernatriemie tgv rebound ICP behandelgrens bij hyponatriemie:

30 Osmolaire therapie mannitol hypertoon zout osmotisch effect beetje
mannitol hypertoon zout osmotisch effect beetje veel vochtbelasting heel veel diurese toename geen grote toename hypernatriemie tgv rebound ICP behandelgrens bij hyponatriemie:

31 Osmolaire therapie mannitol hypertoon zout osmotisch effect beetje
mannitol hypertoon zout osmotisch effect beetje veel vochtbelasting heel veel diurese toename geen grote toename hypernatriemie tgv watertekort zoutbelasting rebound ICP behandelgrens bij hyponatriemie:

32 Osmolaire therapie mannitol hypertoon zout osmotisch effect beetje
mannitol hypertoon zout osmotisch effect beetje veel vochtbelasting heel veel diurese toename geen grote toename hypernatriemie tgv watertekort zoutbelasting rebound ICP ja nee behandelgrens bij hyponatriemie:

33 Osmolaire therapie mannitol hypertoon zout osmotisch effect beetje
mannitol hypertoon zout osmotisch effect beetje veel vochtbelasting heel veel diurese toename geen grote toename hypernatriemie tgv watertekort zoutbelasting rebound ICP ja nee behandelgrens osmol 320 Na 160 of hoger bij hyponatriemie:

34 Osmolaire therapie mannitol hypertoon zout osmotisch effect beetje
mannitol hypertoon zout osmotisch effect beetje veel vochtbelasting heel veel diurese toename geen grote toename hypernatriemie tgv watertekort zoutbelasting rebound ICP ja nee behandelgrens osmol 320 Na 160 of hoger bij hyponatriemie: - cave pontiene MLL

35 Hypertoon zout therapie
HS kan nog duidelijk effect hebben als mannitol faalt (2ml/kg 7.5% HS in refractaire ICP verhoging effectiever dan 20% mannitol, echter HS in deze concentratie 1.8x zo veel osmolen) Ws beter te switchen dan het allebei te geven Geen bewezen effecten op uitkomst Kortom: rationeel kiezen obv natrium, gewenst effect, cardiovasculaire status, Hoe refractair is ICP etc o.a. Valet R. Crit Care Med 2003 / White H. Anesth Analg 2006

36 Braintrauma foundation guidelines
Advies Bewijskracht opvang RR monitoring Systole<90 mmHg vermijden II Saturatie monitoring PaO2<60mmHG (<8kPa) vermijden Saturatie<90% vermijden III ICP ICP>20mmHg behandelen CPP CPP>70mmHg is verlaten ivm verhoogd risico op ARDS CPP<50mmHg vermijden Hyperosmolaire therapie Mannitol is effectief bij verhoogde ICP Therapeutische hypothermie Profylactische hypothermie mogelijk effectief indien toegepast>48h Sedatie Hoog gedoseerde barbituraten geïndiceerd bij ICP verfhoging refractair voor maximale medische en chirurgische therapie, mits hemodynamisch stabiel te houden (mening werkgroep) / BTF guidelines 2007

37 Hypothermie neurotrauma
Polderman K. Lancet 2008

38 Hypothermie neurotrauma
Nog geen succes: Hypothermie te traag bewerkstelligd? Te kort gekoeld? (<48h) Te snel opgewarmd? Te veel variatie overige behandelingen? Selectie (wel/geen verhoogde ICP)? Onvoldoende adequate behandeling bijwerkingen hypothermie? Eurotherm studie (www.eurotherm3235trial.eu) Echter: bewezen effectief tegen verhoogde ICP meeste experts adviseren vermijden/behandelen van koorts

39 www.tbi-impact.org Prognose
Steyerberg EW. PLoS 2009 ea publicaties Steyerberg EW, Maas AI

40 Guillain-Barré syndroom CBO richtlijn 2010
Multidisciplinaire richtlijn Beleid rondom GBS vanaf eerste klachten, beleid in ziekenhuis tot en met revalidatie- en reintegratietraject Monitoring bedreigde vitale functies (op afdeling) en intensive care behandeling Voorzitter: Prof PA van Doorn, Erasmus MC

41 Guillain-Barré syndroom
Immuungemedieerde ontstekingsachtige zenuwontsteking (polyneuropathie) 25% van de patiënten wordt respiratoir insufficient Zeldzaam (200 patiënten per jaar in Nl) Meestal goed herstel

42 Guillain-Barré syndroom
Aanval op de bacterie M j Auto-immuun reactie tegen zenuwweefsel

43 Guillain-Barré syndroom

44 GBS –monitoring vitale functies
Autonome dysfunctie Hartritmestoornissen (cave vagale reactie uitzuigen bijvoorbeeld) Bloeddrukschommelingen (cave kritisch coronairlijden)

45 GBS –monitoring vitale functies
Respiratoire insufficientie 25% van de patienten Monitoring kliniek en/of testen (vitale capaciteit, in een ademteug tellen)

46 GBS –monitoring vitale functies
Respiratoire insufficientie Categorieen Score Dagen  tussen begin spierzwakte en opname > 7 dagen 4 – 7 dagen 1 ≤ 3 dagen 2 Faciale en/of bulbaire zwakte bij opname Afwezig Aanwezig MRC somscore bij opname 60 – 51 50 – 41 40 – 31 30 – 21 3 ≤ 20 4 EGRIS 0 – 7 Walgaard C. Ann Neurol 2010

47 GBS - intensive care infectiepreventie
Selectieve darmdecontaminatie kan bij GBS patienten worden overwogen ter voorkoming van beademingsgerelateerde pneumonie Bos Eyssen ME et al. J Peripher Nerv Syst 2009; 14S2: P22

48 GBS - intensive care Tracheostoma: na 2-3 weken overwegen afhankelijk van beloop 5-28% binnen 2-3 weken weer in staat tot zelfstandig ademen Maar dus niet per definitie in de eerste week onder het mom van “ligt vast maanden aan de beademing” Blijven motiveren, lotgenoten contact Aandacht voor pijnklachten! Sederen bij voorkeur in overleg, of intermitterend bij geheel verlamde patienten cq met wie geen enkele communicatie mogelijk is

49 GBS – prognose

50 Guillain-Barré syndroom Beloop
Lancet Neurol 2007;6:589-94

51 ICU acquired weakness Voorheen: critical illness neuro(myo)pathy

52 ICUAW Definitie Spierzwakte die zich ontwikkelt in een kritisch zieke patiënt zonder andere aanwijsbare oorzaak dan nonspecifieke inflammatie Vooral een ‘bed-side’ diagnose Problemen met weanen Onverwachte problemen by mobiliseren Crit Care Med 2009;37:S

53 ICUAW Definitie CIM asthma Corticoids NMBA’s CIP MODS sepsis

54 ICUAW Definitie CIPM MODS Prolonged MV etc CIM asthma Corticoids
NMBA’s CIP MODS sepsis

55 ICUAW Typische symptomen
Zwakte Spieratrofie Hypaesthesie symmetrisch distaal (bij PNP) Reflexen Afwezig of verminderd 2/3 Normaal 1/3 Verhoogd (2%)

56 ICUAW Niet typisch Wat past er niet bij? Zwakte voor IC opname
(sub)totale hersenzenuw uitval (behoud grimas op pijn is vrij typisch) Lateralisatie/hyperreflexie/sensibel niveau (centraal!) Autonome dysfunctie Neuromusculaire blokkade < 48 uur (langer ook beschreven!) Neth J Crit Care 2008;12:204-5

57 ICUAW Diagnostiek en belang van herkenning

58 ICUAW Diagnostiek en belang van herkenning
Indien geen verbetering (<2 weken) of verslechtering: Aanvullende Dx! CT hersenen (MRI myelum: cervicale osteochondrotische myelopathie?) EEG, EMG (DD MG, LEMS, ALS, GBS) Spierbiopt bij significante CK verhoging Benzo spiegels

59 ICUAW Diagnostiek en belang van herkenning
Cave: onderschatting EMV score bij (neuro-) patienten met niet uit- gesloten ICUAW!! Lancet 1996;347:

60 ICUAW Therapie Lancet 2009;373:

61 ICUAW Lange termijn gevolgen
JAMA 2002;288:

62 ICUAW Lange termijn gevolgen
Slechts bij subgroepen relevant Bv: wakker geworden Onvoldoende gegevens MV<7d Herstelproces soms langdurig Frequent (25%), lijkt geassocieerd met relevante mortaliteit en lange termijn invaliditeit in overlevenden (15-100%) Weinig goede data!

63 Hersendood en orgaandonatie

64 Hersendood - orgaandonatie
‘Orgaan weghalen voor donor sterft’ 'Organen al voor dood strippen'

65 Hersendood - casus Vrouw, 56 jr, SAB
Komt in aanmerking voor clippen ivm carotis aneurysma rechts Peroperatief scheurt carotis, onherstelbaar, wordt afgebonden Groot a cer media infarct Ontlastend botluik Echter verdere achetruitgang..

66 Hersendood - casus EMV=3, alle stamreflexen afwezig (pupillen 4-/6-, cornea, hoest, ademprikkel, oculocefaalreactie, ijswatertest) Hoe verder? Wat zegt u de familie: is pte nu “dood”? Condoleert u al? Bespreekt u orgaandonatie vóór of ná het EEG in kader van donatieprocedure? Neemt u genoegen met een eenmalige beoordeling of wilt u na enige tijd uw diagnose herbevestigen? Let u op andere zaken dan de hersenstamreflexen; bv tensie, ademhaling, Cushing reflex, beiderzijds lichtstijve even wijde pupillen?

67 Hersendood - casus Gesprek met familie: “pte is klinisch hersendood, dit betekent feitelijk dat pte is overleden” Geregistreerd als donor, familie geen bezwaar tegen donatieprocedure Familie is er al nachten achtereen: keuze om al afscheid te nemen i.o.m. arts EEG moet nog gebeuren: “formaliteit”

68 Hersendood - casus Familie vertrokken: pte hoest spontaan!! Probleem:
Niet klinisch hersendood (meer) Familie moet worden ingelicht, dat pte evt voor non-heart beating donatie in aanmerking komt Probleem (naar familie toe): klinisch hersendood=dood, nu niet klinisch hersendood≠dood?

69 Hersendood - casus Wat is er “fout” gegaan?
Hersendoodcriteria Gezondheidsraad: strikt gevolgd donatiecursus: advies om er geen twijfel over te laten bestaan bij klinisch hersendode pt dat deze dood is bij donatievraag “Klinisch hersendood” in kader van orgaandonatie is iets anders dan buiten dat kader (nl.: EEG) Terugkerende stamreflex komt niet vaak voor Beter afscheid nemen na EEG, dan pas termen als “overleden/dood” gebruiken

70 Hersendood - casus

71 Hersendood - orgaandonatie
Hersendood = dood volgens de wet op orgaandonatie (WOD) ‘Indien het voornemen bestaat tot het verwijderen van een orgaan uit een beademd stoffelijk overschot, wordt de dood vastgesteld aan de hand van de volgens de laatste stand van de wetenschap geldende methoden en criteria voor het vaststellen van de hersendood door een ter zake kundige arts.’

72 Hersendood - orgaandonatie
Spraakverwarring: Klinisch hersendood in kader van orgaandonatie Prealabele voorwaarden Afwezige hersenstamreflexen en EMV=3 Vlak EEG Tenslotte de apneutest Dan: formeel “dood” voor de wet Familie kan worden gecondoleerd, ook al klopt het hart nog Klinisch hersendood niet in kader van orgaandonatie Afwezige stamreflexen en EMV=3 Formeel dus niet hetzelfde als “dood voor de wet” Pas als hart stopt is patiënt overleden

73 Aspecten van neuro-IC zorg
Presentatie op: Hartelijk dank voor uw aandacht! Vragen?


Download ppt "Aspecten van diagnostiek en behandeling van neuro-IC patiënten Aandachtspunten en nieuwe inzichten in de neuro-IC zorg Mathieu van der Jagt Neuroloog-intensivist."

Verwante presentaties


Ads door Google