De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Efficiëntieverbeteringen in fusiecontrole ”Wanted: efficiency defence (not dead but alive)” Theon van Dijk TILEC, Tilburg, 6 februari 2009.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Efficiëntieverbeteringen in fusiecontrole ”Wanted: efficiency defence (not dead but alive)” Theon van Dijk TILEC, Tilburg, 6 februari 2009."— Transcript van de presentatie:

1 Efficiëntieverbeteringen in fusiecontrole ”Wanted: efficiency defence (not dead but alive)” Theon van Dijk TILEC, Tilburg, 6 februari 2009

2 2 Tilburg, 6 februari 2009 “ … Het is mogelijk dat de uit de fusie voortvloeiende efficiëntieverbeteringen een tegenwicht bieden tegen de effecten op de mededinging – en in het bijzonder tegen de mogelijke schade voor de consument – die de fusie anders zou kunnen veroorzaken. …” EU Richtsnoeren horizontale concentraties (2004), § 76 Concentratieverordening (2004), overweging 29 Efficiëntieverweer

3 3 Tilburg, 6 februari 2009  NMa o Geen enkel geval van succesvol efficiëntieverweer o Nauwelijks pogingen door partijen  EU Commissie o Nauwelijks geaccepteerd efficiëntieverweer o Waar wel geaccepteerd, niet beslissend  VS (DoJ and FTC) o Verschillende voorbeelden van beslissend efficiëntieverweer Enige praktijkfeiten

4 4 Tilburg, 6 februari 2009 Waarom niet meer efficiëntieverweer?  Verrassend – men zou toch enkele gevallen verwachten  Wijst op inconsistentie: o Alle fusies tussen substituten beperken de mededinging, ook “kleine” fusies o “Kleine” fusies worden in de praktijk niet beoordeeld o Impliciete veronderstelling dat procompetitieve effecten de (beperkte) anticompetitieve effecten compenseren bij “kleine” fusies o Waarom kan dit nooit gelden voor “grote” fusies?

5 5 Tilburg, 6 februari Economische theorie efficiëntieverweer 2.Regels in de EU en VS 3.Praktische beoordeling van efficiëntieverweer 4.3 voorstellen voor verandering Overzicht

6 6 Tilburg, 6 februari 2009 Economische theorie: Williamson p’ p = c c’ Williamson (AER, 1968): “Rechthoeken zijn vaak groter dan driehoeken” Prijs Hoeveelheid

7 7 Tilburg, 6 februari 2009 Commentaar I p c c’ “Trapezia zijn vaak groter dan rechthoeken” Prijs Hoeveelheid p’

8 8 Tilburg, 6 februari 2009  Williamson veronderstelt totaal surplus standaard o Een fusie zou moeten worden goedgekeurd als alle kostenvoordelen groter zijn dan de “deadweight loss” o Prijs kan toenemen op de korte termijn o Verwachting dat prijs afneemt op de lange termijn  Meeste mededingingsautoriteiten moeten een consumentensurplus standaard toepassen o Prijs mag niet toenemen (ook niet op de korte termijn) o Kostenvoordelen dienen te worden doorgegeven aan consumenten o Alleen verlaging van marginale kosten relevant Commentaar II

9 9 Tilburg, 6 februari 2009  Zou in de zorgsector totale surplus standaard niet beter zijn?  Reductie van vaste kosten relevant voor sector waar overheidsbudgetten belangrijk zijn  Kan op korte termijn leiden tot lagere overheidsuitgaven en lagere belastingen Voor de discussie

10 10 Tilburg, 6 februari 2009  Williamson veronderstelt één niveau van marginale kosten in de markt, pre- en post-fusie  Post-fusie zijn er tenminste twee niveaus van marginale kosten  Een belangrijke bron van efficiëntieverbeteringen door een fusie wordt niet meegenomen o Als fuserende bedrijven verschillende marginale kosten hebben, dan kunnen na de fusie marginale kosten afnemen na het her- organiseren van productie  Williamson gaat alleen uit van prijsconcurrentie en kostenvoordelen  Er zijn andere dimensies van concurrentie en andere voordelen (bijv. kwaliteit, dienstverlening en innovatie) Commentaar III

11 11 Tilburg, 6 februari 2009  Farrell & Shapiro (AER, 1990) o Cournot concurrentie; homogeneen produkt; statisch o Strikte conditie onder consumentensurplus standaard: O m prijzen te laten afnemen na de fusie, moet het niveau van marginale kosten bij de gezamenlijke output lager zijn dan dat van de meest efficiënte fuserende onderneming o Onder totale surplus standaard is er een kritisch niveau van marktaandeel  Werden (JIE, 1996); Froeb & Werden (Econ Lets, 1998)  Goppelsröder, Schinkel & Tuinstra (JIE, 2008) Na Williamson

12 12 Tilburg, 6 februari Economische theorie efficiëntieverweer 2.Regels in de EU en VS 3.Praktische beoordeling van efficiëntieverweer 4.3 voorstellen voor verandering Overzicht

13 13 Tilburg, 6 februari 2009  Bewijslast voor fuserende partijen  Met beweerde efficiëntieverbeteringen van voorgenomen fusie wordt alleen rekening gehouden onder de voorwaarden (cumulatief): 1)Voordeel voor consumenten 2)Specifiek resultaat van de fusie 3)Verifieerbaarheid  Ad 1): verlaging van marginale i.p.v. vaste kosten; “passing-on” −is al “killer qualification” genoemd  Ad 2): geen alternatief (contract) voor fusie dat minder anticompetitief is  Ad 3): “interne documenten”; “verklaringen van directies aan de eigenaars en financiële markten”; “vóór de fusie uitgevoerde studies van deskundigen” EU regels

14 14 Tilburg, 6 februari 2009  Te interpreteren als efficiëntieverweer vanuit ander perspectief oWelke voordelen worden misgelopen indien de fusie niet plaatsvindt?  Condities: oZonder fusie zou de onderneming op korte termijn van de markt gaan oGeen minder anticompetitief overname-alternatief oZonder fusie zouden activa van de onderneming verdwijnen  Ruimte tussen efficiëntieverweer en reddingsfusieverweer? Welke condities gelden? Reddingsfusie (“failing firm defence”)

15 15 Tilburg, 6 februari 2009  VS regels (1997 Horizontal Merger Guidelines): “Cognizable efficiencies are merger-specific efficiencies that have been verified and do not arise from anticompetitive reductions in output or service.” “The Agency will not challenge a merger if cognizable efficiencies are of a character and magnitude such that the merger is not likely to be anticompetitive in any relevant market.”  Grofweg gelijk aan EU regels, maar: o Onderliggende principiële beslissing om efficiëntieverbeteringen als integraal onderdeel van een fusiebeoordeling mee te nemen in 1984 Merger Guidelines (Kolasky & Dick, ALJ, 2003) o Geen (expliciete) voorwaarde van doorgeven van voordelen Vergelijking met regels in de VS

16 16 Tilburg, 6 februari 2009  Vergeleken met de EU faciliteren de regels in de VS het betrekken van efficiëntieverbeteringen bij fusiebeoordelingen  Mogelijke verklaring voor het vaker voorkomen van succesvol efficiëntieverweer in de VS Conclusie

17 17 Tilburg, 6 februari Economische theorie efficiëntieverweer 2.Regels in de EU en VS 3.Praktische beoordeling van efficiëntieverweer 4.Drie voorstellen voor verandering Overzicht

18 18 Tilburg, 6 februari 2009  “Story telling” (maar geen sprookjes)  Typologie van efficiëntieverbeteringen (Röller, Stennek & Verboven, European Economy, 2001) o Rationalisering van productie (uitwisselen “best practices”) o Schaal- en scopevoordelen o Technologische ontwikkeling o Voordelen op inkoopgebied o Afname van “organisational slack”  Beweerde efficientiëverbeteringen door ziekenhuizen in de VS (bron: “A Dose of Competition”, DoJ) o Voorkomen van bepaalde uitgaven; afname in banen in management en ondersteuning; concentreren van bepaalde diensten op één locatie; afname van operationele kosten Praktische inschatting

19 19 Tilburg, 6 februari 2009  Schatten van kostenfuncties om schaal- en scopevoordelen vast te stellen o Informatiebeperking: kostendata van concurrenten (en fuserende partijen hebben bewijslast)  Data Envelopment Analysis (DEA) (en andere ‘frontier’ modellen) o Voorgesteld door de NZa o “Efficiency Gains from Mergers in the Healthcare Sector”, Research Paper 2008 o Algemene beperkingen ‘frontier’ analyse bekend Praktische inschatting II

20 20 Tilburg, 6 februari 2009  DEA in fusie context o Niet eerder gebruikt bij fusie beoordeling (anders dan in ex post fusie evaluatie studies) o Vaststellen van de relatieve efficiëntieniveaus van fuserende ziekenhuizen (ten opzichte van de meest efficiënte ziekenhuizen in de groep – de “frontier”) o Geeft in het beste geval slechts potentiële efficiëntieverbeteringen na de fusie  Informatiebeperking voor fuserende partijen Praktische inschatting III

21 21 Tilburg, 6 februari 2009  Zijn efficiëntieverbeteringen voldoende om anticompetitieve effecten teniet te doen?  Bork (The Antitrust Paradox, 1978): niet mogelijk om vast te stellen in individuele zaken  Integrale beoordeling van anti- and procompetitieve effecten (zoals bijv. in Farrell & Shapiro, AER, 1990)  In de praktijk zal de afweging imprecies zijn – zowel anticompetitieve als procompetitieve effecten vooral kwalitatief De “balancing act”

22 22 Tilburg, 6 februari Economische theorie efficiëntieverweer 2.Regels in de EU en VS 3.Praktische beoordeling van efficiëntieverweer 4.3 voorstellen voor verandering Overzicht

23 23 Tilburg, 6 februari 2009  Mogelijke efficiëntieverbeteringen onvoldoende aan bod bij beoordeling van fusies  Komt deels door de regels in de EU: o Te strikte voorwaarden voor efficiëntieverweer o Bewijslast ligt bij partijen o Bewijslast procompetitieve effecten van partijen lijkt zwaarder dan bewijslast anticompetitieve effecten van autoriteit Conclusie

24 24 Tilburg, 6 februari 2009  Doel: meer rekening houden met de rol van efficiëntieverbeteringen in fusiecontrole 1)Publiceer “Richtsnoeren efficiëntieverbeteringen” 2)Verwijder de expliciete voorwaarde dat “voordelen moeten worden doorgegeven aan consumenten” (N.B. niet noodzakelijkerwijs verandering naar totale surplus standaard) 3)Maak beoordeling van efficiëntieverbeteringen een onderdeel van de algehele beoordeling van een fusie  Bewijslast bij autoriteiten zoals bij anticompetitieve effecten 3 voorstellen voor verandering in de EU


Download ppt "Efficiëntieverbeteringen in fusiecontrole ”Wanted: efficiency defence (not dead but alive)” Theon van Dijk TILEC, Tilburg, 6 februari 2009."

Verwante presentaties


Ads door Google