De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Graag wil ik u vragen om de komende vijf kwartier niet te bewegen in uw stoel. Zie erop toe dat u niet gaat verzitten, uw ledematen stil houdt en niet.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Graag wil ik u vragen om de komende vijf kwartier niet te bewegen in uw stoel. Zie erop toe dat u niet gaat verzitten, uw ledematen stil houdt en niet."— Transcript van de presentatie:

1

2 Graag wil ik u vragen om de komende vijf kwartier niet te bewegen in uw stoel. Zie erop toe dat u niet gaat verzitten, uw ledematen stil houdt en niet met uw vingers/ handen gaat friemelen. Ervaar hoe lang u dit vol kunt houden Ik kom hier later graag op terug

3 10-30 % van de bewoners in verpleeghuis vertoont roepgedrag Qua frequentie komt roepgedrag op de derde plaats na onrust en dwalen. Roepgedrag wordt als het meest enerverend ervaren in de top vijf van moeilijk te hanteren zorgsituaties. ( onderzoek Stokes 1986 en Ryan 1988)

4 75 % van de hulpverleners zegt dagelijks geconfronteerd te worden met roepgedrag en men ervaart het als zeer belastend. De discrepantie met de objectieve wetenschappelijke gegevens is groot. Verdult 2000 een onderzoek onder 800 deelnemers aan een studiedag in Vlaanderen.

5 Er is al veel onderzoek beschreven waarin gepoogd wordt om tot een definitie te komen. O.a. onderzoek van Stokes 1986, Ryan 1988, Nagaratnam 2003 Guy Lorent, In deze onderzoeken wordt geprobeerd om tot een eenduidige beschrijving te komen. Er wordt accent gelegd op verschijningsvorm zoals o.a. volume, intonatie, frequentie, tijdspanne,inhoud ect..

6 Er is sprake van een chronisch patroon van zich herhalend verbaal gedrag. Dit patroon kan continu of onderbroken zijn, doelgericht of doelloos. Het kan variëren in volume en inhoud en verschilt in het effect dat het heeft op de omgeving. ( De Canadese psycholoog Ryan en zijn collegae 1988).

7 Het is probleem gedrag met grote emotionele gevolgen. Niet alleen voor de bewoner zelf maar ook voor familieleden, medebewoners en de personeelsleden. De meest gangbare interventies zijn, medicatie, vermanend toespreken, separeren en of overplaatsten. Ook vermijden komt voor; de interactie met de roepende wordt dan vermeden.

8 Interactieroepen, appelleren, chatteren en hardop in zichzelf praten zijn manieren om in contact te treden met de omgeving. Het is functioneel gedrag dat gericht is op iets of iemand in de omgeving. Op moment dat we weten wat het verband is hebben we aanwijzingen voor interventiemogelijkheden.

9 Mijns inziens hebben wij als hulpverleners de plicht om de functie van roepgedrag te onderzoeken om daarmee de emotionele nood in kaart te brengen en alle mogelijkheden tot interventie te onderzoeken.

10 Beperkt vermogen tot communiceren Uiten emotie Boosheid, angst Contactbehoefte Behoefte tot reguleren structureren Verlies aan autonomie identiteit lichaamsbesef Beperkt vermogen tot zelfredzaamheid Verlies aan mogelijkheden tot betekenisgeving

11 Negeren Moraliseren,of aanspreken op Logische verbanden noemen Afleiden Ondervragen

12 Relationele interventies: vertrouwensrelatie, empathie, begeleiding op maat. Structurerende interventies ; duidelijkheid bieden, consequent handelen, gebruik maken van associatieve reeksen, werken met communicatie aanpassingen/hulpmiddelen Affectieve interventies: faciliteren, benoemen, erkennen van emoties, lezen van lichaamstaal (containen /omvatten door een veilige hechtingsrelatie aan te gaan)

13 Aanpak roepgedrag borgen gezamenlijk beeld vormen registrerenobserveren plannen maken successen delen hypotheses formuleren overleggenevaluerensamenwerkenrapporteren

14 Appel roepen is gericht op een reactie vanuit de omgeving (een zorgvraag) Interactieroepen is een reactie op iets wat er in de omgeving gebeurd (“nood”situatie) Hardop in zichzelf praten of geluiden voortbrengen. Dit wordt geduid als innerlijke dialoog waarbij gedachten, gewaarwordingen en emoties naar buiten worden gebracht. Chatteren voortdurend herhalen, van dezelfde zinnen,in zichzelf babbelen, ritmische onverstaanbare klanken voorbrengen in reactie op geluiden of indrukken van de omgeving. Doelloos roepen ofwel onafgebroken praten, roepen, schreeuwen waarbij de mogelijkheid om dit te doorbreken niet mogelijk is.

15 Appelroepen heeft een signaal functie. Er ligt een behoefte onder. De roepende geeft aan dat hij iets of iemand nodig heeft. De behoefte kan zowel fysisch als psychisch van aard zijn. Appelroepen is bij mensen die ernstig dement zijn vaak een poging om het contact met de omgeving te behouden. De contact behoefte is de meest elementaire behoefte van de mens en blijft het langst bewaard. Bescherming ervaren, veiligheid voelen, nabijheid ervaren zijn belangrijke voorwaarden om meer kwaliteit van leven te hebben.

16 Interactieroepen is een reactie op prikkels in de omgeving die als onaangenaam ervaren worden. Naarmate mensen minder cognitieve mogelijkheden hebben zullen zij meer last ervaren van prikkels van buitenaf. Prikkels die te hard, te veel, te druk, te snel, te bedreigend zijn kunnen een zware emotionele belasting vormen.

17 Hardop praten/ mompelen kan een poging zijn om de vervreemding in zichzelf op te heffen en zichzelf uit te drukken, kenbaar te maken aan een ander. ( Soms kan dit gericht zijn op een denkbeeldig iemand of bijvoorbeeld een pop).

18 Het babbelen is gericht op ervaring of beleving. Het is een behoefte om zich te uiten, een reactie te geven, mee te praten, erbij te horen. Vaak is door een vertraagde reactie niet altijd duidelijk waarop iemand reageert. Als adequaat contact wordt gemaakt zie je vaak herstel van het contact met de buitenwereld.

19 Onderzoeken wat de functie van het roepen kan zijn. Hypotheses vormen t.a.v. de betekenis van het gedrag Plan van aanpak maken Gezamenlijke beeldvorming met voltallig team Prioriteiten stellen en interventiemogelijkheden onderzoeken Uitvoeren- evalueren-bijstellen-successen delen borgen.

20 Wat zijn de fysieke problemen ( pijn, primaire levensbehoeften,houdingsproblemen, motorische beperkingen). Cognitief ( ondervraging/ overvraging) Communicatief ( receptief en expressief/ hulpmiddelen). ADL ( autonomie,zelfredzaamheid,behoeften aan kunnen geven).

21 Biografie Emotieregulatie Stress regulatie Energieregulatie Traumatische ervaringen Belangrijke levensgebeurtenissen Kwaliteiten en trots Conflicthantering Hechting Sociaal emotioneel functioneren (premorbide) Interesse gebieden Geloofsovertuiging Premorbide intelligentie niveau ect.

22 Op welke tijden van de dag? Is het gedrag altijd hetzelfde of is er verschil merkbaar? Hoe ontwikkelt het zich, is er een opbouw merkbaar? Is er een verschil te zien te horen in het spanningsniveau? (mimiek,psychomotoriek,modulatie, gelaatskleur, lichaamshouding). Zijn er tijden waarop het gedrag niet voorkomt? Wat is de fysieke situatie? ( moe, pijn, vies, incontinent, rusteloos?) ect.

23 Wat is aanleiding/ wat zijn ontlokkende factoren? Op welke plaats(en) gebeurt het en wat zijn de omgevingsomstandigheden ( licht, geluid, temperatuur, verplaatsing. )? Wie zijn er in de buurt, welke bewoners zijn betrokken? Wat ging er vooraf aan het roepgedrag ( kort en langere tijd daarvoor? ect.

24 Tegemoet komen aan onderliggende behoeftes. bijvoorbeeld naar toilet, houdingsverandering, rust,pijn verlichting, comfort bieden, contact / nabijheid bieden, mogelijkheid creëren tot herstel van fysiek contact met zichzelf, aanraken, diepe druk, massage ( affectief lichamelijk contact). Fysiologische behoeften Tegemoetkomen aan behoefte; aan veiligheid, erbij te horen, aan erkenning en waardering.

25 Het weghalen van stresserende of beangstigende factoren. Weghalen van beangstigende geluiden, omgeving factoren aanpassen. Geruststellende interventies om de spanning te verminderen.

26 Zelfervaring vergroten. De roepende/ pratende eventueel tot emotionele ontlading laten komen. Hierbij is nabijheid, een luisterende empathische houding van belang. De pre therapie methode van Garry Prouty is een voorbeeld van een goede persoonsgerichte methode om contact te ondersteunen, te herstellen en/of te verstevigen bij mensen die het bewustzijn van de realiteit en het contact met zichzelf aan het verliezen zijn. Pre-Therapie diende als inspiratiebron voor vele mensen uit verschillende beroepen in het omgaan met mensen uit verschillende klinische groepen in verschillende settings: acute of chronische mensen, mensen met een verstandelijke beperking in combinatie met een psychische problematiek, momenten van dissociatie, crisiswerk.( Dr.G. Prouty overleed in mei 2009)

27

28 Een 54 jarige vrouw die getrouwd is en een zoon van 23 jaar heeft. Zij was tot zeven jaar geleden lerares Engels, zij gaf les aan volwassenen. Zij werd in 2002 getroffen door een CVA (progressief hemibeeld /uitgebreide bloeding t.h.v. de thalamus). Na revalidatie is zij naar huis gegaan. ( Hemibeeld links, problemen met plannen en organiseren cognitieve problemen verergerde geleidelijk aan.) Thuis was het na jaren niet langer te doen omdat Ans in toenemende mate dwingend en dwangmatig gedrag liet zien. Zij werd in juni 2007 opgenomen in het verpleeghuis.

29 Ans had als kind veel last van rumineren en spugen.Dit speelde vooral tijdens spanningsvolle situaties in haar jonge jeugd. Zo moest zij vanwege het beroep van haar vader verhuizen en naar een andere basisschool. Dit was voor haar zo stressvol dat zij vanwege ernstig gewichtverlies en uitdroging moest worden opgenomen in het ziekenhuis. Daar is zij maanden geweest en werd zij gedwongen om pap te eten. Zij moest de hele dag met een slabber voor zitten en als zij spuugde dan werd zij als negatief voorbeeld aan de andere kinderen getoond.

30 Dit verklaarde de behoefte van Ans om sinds de opname in het verpleeghuis steeds een slabber voor te hebben. Tevens verklaarde het waarom zij voorafgaand aan iedere maaltijd riep…. Geen pap, geen pap, geen… pap pappap…… Dit dwangmatig roepen was een grote ergernis voor het personeel….. Toen zij dit gedrag eenmaal konden plaatsen konden zij anticiperen op deze angst.

31 Beloop sinds opname: Somatische afdeling waar het dwangmatige gedrag en het roepen niet hanteerbaar bleek. Overplaatsing naar pg afdeling waar het roepgedrag onverminderd ernstiger werd ( maart 2008) Verzoek tot consultatietraject door het CCE

32 Observaties door teamleden Heteroanamnese gesprek met echtgenoot en zoon Video opnames door teamleden Participerende observaties Analyse van videobeelden

33 Er is sprake van een gevoel van onveiligheid en een behoefte om zichzelf te kunnen zijn, zaken te kunnen overzien en bepalen. Belemmerende factoren zijn geen verbanden kunnen leggen, zichzelf niet verstaanbaar kunnen maken, anderen niet goed begrijpen, onvoldoende lichaamsbesef, geen goede signaalfunctie van bijvoorbeeld haar blaas, moeite met het reguleren van haar gedrag. Mogelijkheden : verbanden leggen op associatief niveau. Communiceren op woord niveau met behulp van pictogrammen, herkennen van teamleden en bewoners, ruimtelijk oriëntatie en mogelijkheid tot klokkijken.

34  ‘s avonds in de huiskamer

35  Behoefte om naar toilet te gaan

36  De middagmaaltijd

37  activiteit

38 Dement worden is voor Ans een angstig proces. Zij voelt dat zij in toenemende mate de grip op haar leven verliest. Zij voelt zich bedreigd en probeert krampachtig grip te houden op datgene wat voor haar belangrijk is. Als zij in een bedreigde situatie verkeerd zullen associaties, uit de traumatische periode in het ziekenhuis bij de nonnen, naar voren komen.

39 Voorkom angst en dreiging, bied veiligheid, begrens het repetitieve gedrag.

40 Behoud de positieve aspecten van autonomie Behoud de positieve aspecten van identiteit Bied psychosociale ondersteuning Vang beperkingen op.

41 Geef positieve waardering en bevestiging Geef eigen verantwoordelijkheid waar mogelijk Respecteer keuzes Begrens gedrag daar waar nodig Laat vermoeidheid niet onnodig bestaan Vervul fysiologische behoeften zonder onnodig uitstel Laat eigen competenties bestaan Vermijd kritiek geven Respecteer gevoelens Ondersteun met een passend activiteitenprogramma Zorg voor een veilige omgeving waarin haar persoonlijke bezittingen tot haar beschikking heeft Bevorder het contact tussen Ans en bij haar passende medebewoners.

42 Er werd een halve deur gemonteerd om het gevoel van veiligheid te vergroten. Er werd een casemanager (cce) ingezet die expert is op gebied van de methode meer mens. De teamleden werden uitgebreid betrokken bij de beeldvorming vanuit de methode meer mens. Hierbij ontdekte men dat Ans veel minder mogelijkheden ( met name verbaal en cognitief )dan dat men dacht. Er werd een logopediste (cce) ingezet om samen met de psycholoog van de instelling te kijken naar verbeter mogelijkheden voor de communicatie. Er werden teambesprekingen gehouden waarbij aandacht was voor betekenisgeving, motivatie en problemen die men ervoer. Het avondprogramma veranderde. Ans ging om naar haar kamer kon nu veilig op bed naar de t.v. kijken. Zij voelde zich door de halve deur beschermd. Ans zat niet meer achter op de gang. En verbleef meer in de huiskamer. In de loop der tijd werd enkele medicamenten ( dridase en seroquel.) gestopt.

43  Verbeteringen/ hulpmiddelen ter verbetering

44 Het appel roepen is duidelijk afgenomen. Een belangrijkste reden voor deze verandering is het feit dat de toegang tot haar slaapkamer door een halve deur niet langer toegankelijk is voor iedereen. Een andere reden is dat de teamleden zich houden aan de structuur en de volgorde van handelingen en zorgafspraken.

45 Afname van interactief roepen. De teamleden merkten dat zij Ans in bescherming moesten nemen tegen sommige medebewoners. Nu ze dat meer doen voelt Ans zich veiliger. Het handelen is meer preventief en proactief.

46  Een heel aantal medewerkers is anders gaan kijken naar Ans. Het lukte hen om meer plezier te hebben met Ans en meer tevredenheid te halen uit hun werk.

47  Ans is minder vermoeid, slaapt ze ‘s nachts goed omdat ze minder overstuur naar bed gaat. Ze is alerter en heeft meer kwaliteit van leven.

48 Een aantal medewerkers blijft sceptisch waardoor men niet altijd eenduidig handelt De problemen in de interactie met vader, zoon en de moeder van Ans blijven onverminderd bestaan. Het lukt hen niet om op een andere manier met haar om te gaan. Dit maakt dat zij veel ongenoegen, irritatie en verdriet bleven en ervaren. De echtgenoot vindt het om die reden ook niet verstandig om de medicatie te verminderen. De verpleeghuisarts volgt hem hierin.

49 Intensiviteit van de zorgmomenten. Onderlinge samenwerking en afstemming. Implementatie problemen waarbij geen extra tijd geïnvesteerd kan worden

50 Speekselvloed. Intensieve zorgmomenten. Toiletgang ( op de po). Verzorgingsmomenten door mensen die nog niet zo vertrouwd zijn voor en met Ans. De interactie met moeder, echtgenoot en zoon is voor alle partijen emotioneel zwaar. Geringe inspanningsmogelijkheden door gewicht, beperkte mobiliteit en medicatie. Communicatieve mogelijkheden leiden nog steeds tot frustraties. Ans kan haar gedrag zelf moeilijk reguleren en dit blijft een probleem in situaties waarbij zij overvraagd wordt en of zich niet veilig voelt.

51 Dank u wel voor de aandacht. Magda Hermsen, GZ psycholoog


Download ppt "Graag wil ik u vragen om de komende vijf kwartier niet te bewegen in uw stoel. Zie erop toe dat u niet gaat verzitten, uw ledematen stil houdt en niet."

Verwante presentaties


Ads door Google