De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE HOOFDSTUK 5 DE ORGANISATIE BESTUREN: MANAGEMENT ACCOUNTING.

Verwante presentaties


Presentatie over: "PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE HOOFDSTUK 5 DE ORGANISATIE BESTUREN: MANAGEMENT ACCOUNTING."— Transcript van de presentatie:

1 PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE HOOFDSTUK 5 DE ORGANISATIE BESTUREN: MANAGEMENT ACCOUNTING

2 HOOFDSTUK 5: DE ORGANISATIE BESTUREN: MANAGEMENT ACCOUNTING MANAGEMENT vs FINANCIAL ACCOUNTING INHOUDSOPGAVE 1.Management vs financial accounting 2.Kostensoorten/-categorieën 3.Balanced scorecard 4.Spanningen tussen management accounting en de aandeelhouders PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 2

3 5.1 INLEIDING LEERDOELEN Weten wat management accounting inhoudt en wat het verschil is met financial accounting. Kennis hebben van de verschillende kostensoorten/-categorieën. Berekeningen kunnen maken binnen verschillende kostensoorten/- categorieën. Het onderkennen van niet-financiële informatie binnen een onderneming. HOOFDSTUK 5: DE ORGANISATIE BESTUREN: MANAGEMENT ACCOUNTING MANAGEMENT vs FINANCIAL ACCOUNTING PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 3

4 5.2 MANAGEMENT vs FINANCIAL ACCOUNTING; interne vs externe verslaggeving Management accounting:  Verschaffen van informatie die intern gericht is  Informatie gebruiken voor juiste beleidsbeslissingen te nemen  Kosten moeten beheerst worden adhv kostencalculculaties  Kostprijs bepalen dmv kostprijsberekening  Basis ligt in boekhouden (= op gestructureerde wijze vastleggen van financiële feiten, ofwel bedrijfsactiviteiten met een financieel gevolg) Financial accounting: (zie HFD 8)  Verschaffen van informatie die extern gericht is  Informatie gebruiken om organisatie te beoordelen voor eventuele investering HOOFDSTUK 5: DE ORGANISATIE BESTUREN: MANAGEMENT ACCOUNTING MANAGEMENT vs FINANCIAL ACCOUNTING PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 4

5 MANAGEMENT ACCOUNTING FINANCIAL ACCOUNTING DOELGROEPLEIDING EN MEDEWERKERSEXTERNE PARTIJEN (OVERHEID, INVESTEERDERS) DOELBESTUREN VAN DE ONDERNEMING DOOR KOSTENBEHEERSING BEOORDELING VAN DE FINANCIËLE SITUATIE FOCUSINTERNEXTERN SOORT INFORMATIE KOSTENOPBRENGSTEN BRONBOEKHOUDING HOOFDSTUK 5: DE ORGANISATIE BESTUREN: MANAGEMENT ACCOUNTING MANAGEMENT vs FINANCIAL ACCOUNTING PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 5

6 HOOFDSTUK 5: DE ORGANISATIE BESTUREN: MANAGEMENT ACCOUNTING KOSTENSOORTEN EN -CATEGORIEËN 5.3 KOSTENSOORTEN EN –CATEGORIEËN Indeling van de kosten: A) Grond- en hulpstoffen B) Arbeid C) Dienstverlening D) Duurzame productiemiddelen E) Grond F) Belastingen PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 6

7 A) Grond- en hulpstoffen  Grondstoffen: basis van producten  Hulpstoffen: gebruikt om eindproduct te maken maar komen niet in het eindproduct terecht  Gerelateerde begrippen:  Standaardkosten en historische kosten  Afval, uitval en verspilling  Voorraadkosten  Economische voorraad, veiligheids- en technische voorraad  Standaardkosten en historische kosten: Historische kosten: kosten gemaakt om bepaalde goederen of diensten op een bepaald moment aan te schaffen Standaardkosten: kostennorm die vooraf bepaald is op basis van nacalculaties uit het verleden HOOFDSTUK 5: DE ORGANISATIE BESTUREN: MANAGEMENT ACCOUNTING KOSTENSOORTEN EN -CATEGORIEËN PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 7

8  Afval, uitval en verspilling: Afval: grondstof die tijdens de productie verloren gaat maar die wel noodzakelijk is om de productie door te voeren  Brutoverbruik: de totale hoeveelheid grondstof nodig om een product te maken  Nettoverbruik: hoeveelheid grondstof die uiteindelijk in het product terecht komt Uitval: producten die niet door de kwaliteitscontrole komen Verspilling: grondstof die je meer verbruikt dan volgens een vooraf gestelde norm is vastgelegd Afval en uitval: wel in kostenprijsberekening, verspilling niet HOOFDSTUK 5: DE ORGANISATIE BESTUREN: MANAGEMENT ACCOUNTING KOSTENSOORTEN EN -CATEGORIEËN PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE- 8

9  Voorraadkosten: Voorraad aanhouden met als reden verhoogde flexibiliteit, schaarste te overbruggen, tijd te winnen Drie kostenaspecten: ruimte, risico en rente  Risico: mogelijkheid van bederf of veroudering  Ruimte: voorraden moet men ergens opslaan  Rente: moet betaald worden over het vreemd vermogen of opportunity costs op het eigen vermogen Soorten voorraden:  Technische voorraad: voorraad in organisatie aanwezig  Veiligheidsvoorraad: gedeelte van technische voorraad die aanwezig is om aan vraag van afnemers te voldoen; ijzeren voorraad  Economische voorraad: voorraad waarover onderneming prijsrisico loopt; technische voorraad die al ingekocht maar nog niet ontvangen is verminderd met de reeds verkochte maar nog niet geleverde goederen  Technische voorraad + voorinkopen – voorverkopen = economische voorraad HOOFDSTUK 5: DE ORGANISATIE BESTUREN: MANAGEMENT ACCOUNTING KOSTENSOORTEN EN -CATEGORIEËN PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE- 9

10 Voorraad beperken m.b.v. omzetsnelheid en opslagduur Omzetsnelheid: aantal malen dat de gemiddelde voorraad in een jaar wordt omgezet  Afzet: aantal verkochte producten  Omzet: verkoopwaarde (afzet x verkoopprijs)  Inkoopwaarde omzet: inkoopwaarde verkochte goederen  Gemiddelde voorraad: voorraad aanwezig gedurende een bepaalde periode  Opslagduur: periode waarin eenmaal de gemiddelde voorraad verkocht wordt Hoe hoger omzetsnelheid, hoe hoger rendement HOOFDSTUK 5: DE ORGANISATIE BESTUREN: MANAGEMENT ACCOUNTING KOSTENSOORTEN EN -CATEGORIEËN PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 10

11 Berekenen van omzetsnelheid kan op drie manieren: Berekenen opslagduur: HOOFDSTUK 5: DE ORGANISATIE BESTUREN: MANAGEMENT ACCOUNTING KOSTENSOORTEN EN -CATEGORIEËN PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 11

12 B) Kosten van arbeid: Omdat loonkosten hier erg hoog liggen heeft men arbeidsproductiviteit door mankrachten omgezet in geautomatiseerde processen. Toch blijven er nog mensen nodig. Zij worden beloond volgens een van de drie beloningssystemen:  Tijdloon  Stukloon  Premieloon Tijdloon: Vastloon loon per gewerkt uur Gebruikt bij gespecialiseerd werk Voordelen:  eenvoudig berekenen  Door vast loon rust bij werknemer  Werknemer hoeft zich niet te haasten Nadelen:  Veel controle nodig  Financiële druk is weg, geen stimulans HOOFDSTUK 5: DE ORGANISATIE BESTUREN: MANAGEMENT ACCOUNTING KOSTENSOORTEN EN -CATEGORIEËN PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 12

13 Stukloon: Tariefloon Beloning per geleverde prestatie Voordelen:  Snelle werknemer verdient meer  Loonkosten per geleverde prestatie staan vast Nadelen:  Kwaliteitscontrole nodig  Niet volledig geleverde prestaties niet beloond Premieloon: Basisvergoeding met extra vergoeding als boven bepaalde norm wordt gepresteerd Combinatie van voordelen tijdloon- en stukloonstelsel Voordelen:  Motivatie  Hardere werkers meer beloond Nadelen:  Competitie  Negatief effect op arbeidsinvulling mogelijk HOOFDSTUK 5: DE ORGANISATIE BESTUREN: MANAGEMENT ACCOUNTING KOSTENSOORTEN EN -CATEGORIEËN PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 13

14 C) Kosten van dienstverlening: Inhuren van gespecialiseerd personeel (catering, bewaking, schoonmaak) Personeel inhuren als kosten voor interne afdeling hoger liggen dan deze voor extern inkopen (=outsourcen) Bijkomen van nieuwe afdeling is afhankelijk van langetermijnperspectief Om keuze van outsourcen te overwegen is kosten-batenanalyse nodig HOOFDSTUK 5: DE ORGANISATIE BESTUREN: MANAGEMENT ACCOUNTING KOSTENSOORTEN EN -CATEGORIEËN PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 14

15 D) Kosten van duurzame productiemiddelen: Middelen die meerdere jaren gebruikt worden voor het productieproces Bij aanschaf wordt geld geïnvesteerd Waarde neemt gedurende gebruik af (=afschrijving) Duurzaam productiemiddel heeft verschillende levensduur:  Technische levensduur  Economische levensduur Duurzame productiemiddelen kennen drie groepen van kosten:  Afschrijvingskosten  Rentekosten  Complementaire kosten HOOFDSTUK 5: DE ORGANISATIE BESTUREN: MANAGEMENT ACCOUNTING KOSTENSOORTEN EN -CATEGORIEËN PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 15

16  Afschrijvingskosten:  Kosten van waardevermindering  Als kosten aan de klant doorberekend  Berekend over economische levensduur  Dienen benut te worden voor investeringen  Diverse afschrijvingsmethoden  Afschrijven met vast percentage van aanschafwaarde  Afschrijven met vast percentage van boekwaarde  Afschrijven met wisselend percentage van aanschafwaarde  ‘sum of the years digits’ HOOFDSTUK 5: DE ORGANISATIE BESTUREN: MANAGEMENT ACCOUNTING KOSTENSOORTEN EN -CATEGORIEËN PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 16

17 Diverse afschrijvingsmethoden  Methode 1: Afschrijven met vast percentage van aanschafwaarde:  Lineaire methode  Waardedaling elk jaar ongeveer even groot  Berekenen van afschrijvingskosten: 1.Bepaal de totale waardevermindering/afschrijvingskosten = Aw-Rw waarbij Aw: aanschafwaarde Rw: restwaarde; de waarde die het middel heeft na het verlopen van de economische levensduur (Eld). 2.Bepaal de jaarlijkse afschrijvingskosten 3.Bepaal het afschrijvingspercentage HOOFDSTUK 5: DE ORGANISATIE BESTUREN: MANAGEMENT ACCOUNTING KOSTENSOORTEN EN -CATEGORIEËN PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE- 17

18  Methode 2: Afschrijven met vast percentage van boekwaarde:  Elk jaar dalen de afschrijvingskosten  Elk jaar zelfde percentage van laatste boekwaarde afgeschreven  Boekwaarde (waarde waarvoor productiemiddel op balans staat) daalt elk jaar  Snel verouderende duurzame productiemiddelen Boekwaarde = aanschafwaarde – afschrijving HOOFDSTUK 5: DE ORGANISATIE BESTUREN: MANAGEMENT ACCOUNTING KOSTENSOORTEN EN -CATEGORIEËN PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 18

19  Methode 3: Afschrijven met wisselend percentage van aanschafwaarde  Elk jaar afschrijvingspercentage aangepast  Bedrag waarover wordt afgeschreven blijft hetzelfde  Jaarlijkse prestaties nemen af  Methode 4: ‘sum of the years digits’  Afschrijvingskosten dalen geleidelijk gedurende de economische levensduur Jaarlijkse afschrijving Waarbij jaarcoëfficiënt = economische levensduur HOOFDSTUK 5: DE ORGANISATIE BESTUREN: MANAGEMENT ACCOUNTING KOSTENSOORTEN EN -CATEGORIEËN PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 19

20 HOOFDSTUK 5: DE ORGANISATIE BESTUREN: MANAGEMENT ACCOUNTING KOSTENSOORTEN EN -CAEGORIEËN  Rentekosten:  Vergoeding voor beschikbaar stellen van vermogen voor aanschaf van duurzame productiemiddelen  Zowel voor eigen vermogen als voor vreemd vermogen  Twee methoden behandeld om rentekosten te berekenen:  Methode 1: Rente over het gemiddeld geïnvesteerd vermogen (GGV) gedurende gehele economische levensduur (Eld):  Rentekosten elk jaar gelijk  Gemiddelde van aanschafwaarde en restwaarde  Methode 2: Rente over gemiddeld geïnvesteerd vermogen per gebruiksjaar:  Rentekosten dalen  Per jaar boekwaarde berekenen HOOFDSTUK 5: DE ORGANISATIE BESTUREN: MANAGEMENT ACCOUNTING KOSTENSOORTEN EN -CATEGORIEËN PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 20

21  Complementaire kosten: Bijkomende kosten om het productiemiddel te kunnen gebruiken (energiekosten, onderhouds- en reparatiekosten, verzekeringskosten,…) Stijgen doorgaans gedurende gebruik van productiemiddel Reden om afschrijving jaarlijks te laten dalen Complementaire kosten moeten per duurzaam productiemiddel apart berekend worden HOOFDSTUK 5: DE ORGANISATIE BESTUREN: MANAGEMENT ACCOUNTING KOSTENSOORTEN EN -CATEGORIEËN PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 21

22 E) Kosten van grond: Grond nodig voor fabriekspand, kantoor, opslagruimte, landbouw,… Kosten van grond kunne ingedeeld worden in hoofdsoorten:  Aan- en verkoop van grond:  Rente over geïnvesteerde vermogen als grond niet slijt  Geïnvesteerde vermogen terug als inkomsten als grond verkocht  Pacht:  Geen uitgaven bij aanschaf maar ook geen inkomsten bij verstrijken van pacht  Afschrijving:  Bij land- en mijnbouw wordt grond in directe zin gebruikt  Grond minder waard ten kosten van het eigen vermogen  Saneringskosten:  Verontreinigde grond verkopen dan verplicht saneren HOOFDSTUK 5: DE ORGANISATIE BESTUREN: MANAGEMENT ACCOUNTING KOSTENSOORTEN EN -CATEGORIEËN PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 22

23 F) Kosten van belastingen: Belastingen geheven door overheid om activiteiten te bekostigen Drie soorten belastingen:  Kostprijsverhogende belastingen:  Belasting toegevoegde waarde:  Belastingen op winst  Kostprijsverhogende belastingen:  Indirecte belastingen of belastingen op productie en consumptie  Bv. registratierechten, successierechten, accijnzen, milieuheffingen, invoerrechten op goederen uit buitenland, onroerende voorheffing, voertuigbelastingen,…  In kostprijsberekening HOOFDSTUK 5: DE ORGANISATIE BESTUREN: MANAGEMENT ACCOUNTING KOSTENSOORTEN EN -CATEGORIEËN PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 23

24  Belasting toegevoegde waarde (btw):  Indirecte belastingen  Overheidsbelasting op aanschaffen en verkopen van goederen en diensten  Geen kostprijsverhogende belasting  wel prijsverhogend effect  Drie tarieven:  19% voor luxe goederen  6% verlaagde tarief voor voedingsmiddelen, geneesmiddelen,, boeken en bepaalde diensten  0% voor goederen/diensten die naar/in buitenland worden geëxporteerd/uitgevoerd HOOFDSTUK 5: DE ORGANISATIE BESTUREN: MANAGEMENT ACCOUNTING KOSTENSOORTEN EN -CATEGORIEËN PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 24

25  Belastingen op winst:  Directe belastingen  Alle belastingen op inkomen van particulieren en op bedrijfswinsten  Bij onderneming: vennootschapsbelasting, inkomstenbelasting, vermogensbelasting,...  Bij individuen: inkomstenbelasting (brutoloon minus kosten)  Verlagen winst HOOFDSTUK 5: DE ORGANISATIE BESTUREN: MANAGEMENT ACCOUNTING KOSTENSOORTEN EN -CATEGORIEËN PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 25

26 HOOFDSTUK 5: DE ORGANISATIE BESTUREN: MANAGEMENT ACCOUNTING BALANCED SCORECARD 5.3 BALANCED SCORECARD: lezen PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 26

27 HOOFDSTUK 5: DE ORGANISATIE BESTUREN: MANAGEMENT ACCOUNTING SPANNINGSVELD MANAGEMENT ACCOUNTING EN AANDEELHOUDERS 5.4 SPANNINGSVELD TUSSEN MANAGEMENT ACCOUNTING EN AANDEELHOUDERS Bij grotere bedrijven of beursgenoteerde bedrijven is er een verschil tussen ‘bezit’ en ‘beheersen’ van bedrijfsprocessen Economisch bezit ligt bij aandeelhouders en aandeelhoudersvergadering Juridisch bezit ligt bij bestuur ‘Agency’-probleem of principaal-agent probleem: bestuursbeleid komt niet overeen met wensen van aandeelhouders Nastreven van verschillende doelstellingen (bv. groei versus winst) Door ‘informatie-asymmetrie’: agenten beschikken niet over dezelfde informatie (managers zijn beter geïnformeerd dan aandeelhouders) ‘Corporate Governance’ richt zich op de vraag hoe machtsverhoudingen eruit zou moeten zien PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE - 27


Download ppt "PRINCIPES VAN BEDRIJFSECONOMIE HOOFDSTUK 5 DE ORGANISATIE BESTUREN: MANAGEMENT ACCOUNTING."

Verwante presentaties


Ads door Google