De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Modellen VWO 6. Economische crisis Crisis: een periode waarin de groei van de productie wordt verstoord recente voorbeelden; –Kredietcrisis 2007 - ? –Argentijnse.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Modellen VWO 6. Economische crisis Crisis: een periode waarin de groei van de productie wordt verstoord recente voorbeelden; –Kredietcrisis 2007 - ? –Argentijnse."— Transcript van de presentatie:

1 Modellen VWO 6

2 Economische crisis Crisis: een periode waarin de groei van de productie wordt verstoord recente voorbeelden; –Kredietcrisis ? –Argentijnse economische crisis (2001) –Russische financiële crisis (1998) –Internet zeepbel (1997 – 2001) –Aziatische financiële crisis (1997)

3 Crisisverschijnselen in de economie Wegvallen van het vertrouwen in de economie Afnemende consumptie Afnemende productie Stijgende werkloosheid

4 Nationaal product Productie: het ‘maken’ van goederen en diensten met als doel het te verkopen Productiefactoren worden ingeschakeld Arbeid, natuur, kapitaal en ondernemersactiviteit Productie=toegevoegde waarde = omzet – inkoopprijs grond- en hulpstoffen (incl diensten door derden)

5 Nationaal product Nationaal product= optelsom van de productie (=toegevoegde waarde) van de individuele bedrijven Nationaal inkomen = optelsom van primaire inkomens: loon, pacht, huur, rente en winst Nationaal inkomen = nationaal product

6 Nationaal product Nationaal product wordt gebruikt voor: –Arbeid (loon) –Kapitaal (huur en rente) –Natuur (pacht) –Ondernemersactiviteit (winst) Nationaal inkomen is totale inkomen van gezinnen van een land Nationaal product= nationaal inkomen

7 Binnenlands versus nationaal Nationaal inkomen = binnenlands inkomen+ inkomen ontvangen uit buitenland – inkomens betaald aan buitenland

8 Conjunctuur Conjunctuurtheorie: schommelingen in de omvang van de productie zijn het gevolg van de (totale) vraag naar goederen en diensten (Keynes) Conjuncturele werkloosheid; werkloosheid door een tekort aan vraag, ondernemers blijven met onverkochte voorraden zitten: productie verkleinen, waardoor er minder werknemers nodig zijn.

9 Structuur Structuurtheorie; schommelingen in productie als gevolg van veranderingen in het productieproces (aanbodzijde) door veranderingen in de omvang, de kwaliteit en/of de kosten van de productiefactoren. Structurele werkloosheid: onvoldoende arbeidsplaatsen als gevolg van groei beroepsbevolking, diepte-investeringen, onvoldoende scholing, geringe mobiliteit (aanbodzijde)

10 De vraagzijde Gezinnen/consumenten Ondernemingen Overheid Buitenland

11 De vraagzijde Overheid Overheidsinvesteringen (Ig): aanschaf vaste kapitaalgoederen door de oerheid bij bedrijven. Vb aanlegen wegen Overheidsconsumptie (Cg): uitgaven aan de bedrijven voor aanschaf kantoormateriaal en de salarissen aan ambtenaren.

12 De vraagzijde Effectieve vraag EV = C + I + O + E – M C= Cp particuliere consumptie I = particuliere investeringen O = Cg + Ig = overheidsbestedingen + overheidsinvesteringen E = export (vraag vanuit buitenland) M = import (vraag ‘verdwijnt’ naar buitenland)

13 Conjunctuur EV = C + I + O + E – M Productiecapaciteit = maximaal haalbare productieomvang, inzet van alle productiefactoren EV productie bezettingsgraad productie Bezettingsgraad = productiecapaciteit X 100%

14 Conjunctuur Als productie = normale bezetting: bestedingsevenwicht Als productie < normale bezetting: onderbesteding conjuncturele werkloosheid Als productie > normale bezetting: overbesteding werkloosheid bestedingsinflatie

15 Conjunctuur Nominaal inkomen; NIET gecorrigeerd voor inflatie (prijsstijgingen) Reëel inkomen; WEL gecorrigeerd voor inflatie (prijsstijgingen) Schommelingen in de EV is de feitelijke (echte) productie / feitelijke BBP zelden altijd gelijk aan de trendmatige productie / trendmatige (‘gemiddelde’) BBP Er is een golvende beweging rond de trend = conjuncturele beweging/ontwikkeling.

16 Conjunctuurgolf I: Hausse: EV > prod.cap (normale bezetting): overbesteding. EV , groeiende productie, grote werkgelegenheid en bestedingsinflatie. II: Recessie: afnemende groei. EV > prod.cap: overbesteding, maar: EV , werkgelegenheid daalt. III: Depressie of baisse: negatieve groei. EV < prod.cap: onderbesteding. EV , afzet van bedrijven dalen, grote werkloosheid. IV: Herstel of opleving: EV < prod.cap (normale bezetting): onderbesteding, maar: EV , de productie stijgt weer, werkgelegenheid neemt weer toe.


Download ppt "Modellen VWO 6. Economische crisis Crisis: een periode waarin de groei van de productie wordt verstoord recente voorbeelden; –Kredietcrisis 2007 - ? –Argentijnse."

Verwante presentaties


Ads door Google