De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Patricia Willemse Deskundige Infectiepreventie.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Patricia Willemse Deskundige Infectiepreventie."— Transcript van de presentatie:

1 Patricia Willemse Deskundige Infectiepreventie

2

3  Bacteriën, virussen, schimmels, protozoa en wormen zijn de veroorzakers van infectieuze ziekten.  Een deel van deze ziekteverwekkers komt bij dieren voor en kan ook mensen besmetten.  Dat zijn de zoönosen.  Er zijn wereldwijd meer dan 850 verschillende zoönosen bekend, waarvan er 100 in NL voorkomen.

4 • Mensen naar mensen • Dieren naar dieren • Dieren naar mensen

5 Kinderen hebben een grotere kans een zoönose op te lopen, omdat  Ze vatbaarder zijn  Intensiever contact hebben met de dieren Omdat jonge kinderen gevoeliger zijn voor uitdroging kan het ziektebeloop ernstiger zijn.

6  De meeste ziekten bij dieren zijn niet besmettelijk voor de mens.  In Nederland heersen relatief weinig ziekten die je van dieren kunt krijgen.  In Zuid-Europese en andere verre landen komen zoönosen vaker voor.

7

8  Direct, via contact van de mens met het dier. Of door het eten van een besmet dierlijk product (zoals melk, vlees en eieren).  Indirect, doordat de ziektekiemen die het dier uitscheidt (vaak in de ontlasting), een tijdje overleven in de omgeving, waarna ze bij de mens terecht komen.  Indirect, via een vector (een diertje dat als transport-middel voor de ziekteverwekker fungeert; muggen, vliegen of teken bijvoorbeeld).

9

10  Voedsel  Wandelen en recreatie  De zandbak  Zwemmen  (Kinder)boerderij  Huisdieren  Reizen

11  Zoönosen verdwijnen uit ons land.  Maar er kunnen nieuwe ziekten bijkomen. De oorzaken daarvan zijn:  Mensen reizen steeds meer  Onze voedingsgewoonten zijn veranderd  Het klimaat verandert

12  Uitbraak Salmonella in zalm 2012  Q-koorts uitbraak  Vogelgriep  MRSA bij varkens, vleeskalveren en vleeskuikens

13

14 In de wei lopen  2 ezels moeder en dochter • 3 geitjes moeder en 2 dochters • 3 schaapjes • 2 hangbuikzwijnen • 5 kippen

15  Cavia’s een grote familie  2 konijntjes  En de kippen leggen hier hun eieren

16

17  We voornamelijk vrouwtjes dieren hebben, deze zijn rustiger in de omgang  De vrouwtjes dieren minder ruiken  Bella in februari 1 jaar wordt, de naam is verzonnen door 2 kindjes van ‘t Heikantje  Varkens een neusring hebben voor het wroeten  Schapen 1x per jaar geschoren worden  Kindjes oud brood mee mogen nemen om aan de dieren te geven  De hoeven van de ezel af en toe gekapt worden

18  Risico-inventarisatie

19  We eten fruit en brengen de schillen naar de dieren  Overalletjes en laarzen aan bij bezoek aan dierenweide

20  Kinderen nemen geen speelgoed, knuffels of spenen mee naar de dierverblijven  Kinderen eten en drinken niet bij de dieren

21 We leren de kinderen: • Dieren rustig benaderen • Niet schreeuwen bij de diertjes • Dieren aan de voorkant benaderen

22  Dierenverblijf wordt wekelijks schoongemaakt  Dieren komen niet in de speelweide  Voor de mest wordt een aparte kruiwagen gebruikt  Looppaden worden vrijgehouden van mest  Mestopslag is apart van de dierenweide en ligt niet op de looproute van de kinderen  In de mesthoop wordt niet gespeeld

23  Er is een protocol aanwezig wat te doen als een kind gebeten is  Wond schoonspoelen, verbinden  Overleg met huisarts of meteen door naar het ziekenhuis  Ouders op de hoogte brengen  Achterwacht inschakelen  Yvonne en Miriam zijn in het bezit van BHV & kinder- EHBO diploma

24  Deze worden gescheiden van de gezonde dieren  Kinderen komen niet bij zieke dieren  Kinderen komen niet in de hokken van deze dieren

25  We bellen de Rendac  De dierenarts wordt op de hoogte gesteld en komt langs om het dier te bekijken  De verhuurder legt de ezel op een pallet aan de kant van de weg  Het kadaver wordt afgedekt met een zeil en opgehaald  Kinderen komen niet in aanraking met het dode dier  Op ‘t Heikantje wordt aandacht besteed over dit onderwerp op een manier die bij de leeftijd past van de kinderen

26  Beschrijving van de dieren  Beschrijving ziektes de dieren kunnen krijgen en de daarbij behorende besmettingswegen  Controle van de dierenarts wordt hier bijgehouden  Eventuele ziekten van de dieren worden hier genoteerd

27  Laarzen vegen  Overallen in de wasmand (worden gewassen op 60 gr)  Laarzen uit  En handen wassen na het aaien en voederen van de dieren

28  Bij bezoek aan huisarts: geef aan dat uw kind naar agrarische opvang gaat en dat uw kind in aanraking komt met dieren  Laat uw kind het vaccinatie programma volgen

29  Vaccineren en ontwormen de dieren volgens voorschrift  De dierenarts komt 2x per jaar op locatie  controle 1 x in de 3 maanden mengmonster  Als we vragen hebben mogen we altijd bellen

30

31  Laat uw kind vaccineren (bv tetanus in DKTP-prik)  Aparte laarsjes en overallen die buiten gedragen worden.  Niet eten tussen de dieren.

32

33  Het dier kan drager zijn zonder zelf ziek te zijn, terwijl de ziektekiem bij de mens wel ziekteverschijnselen kan geven  Een zoönose kan worden overgedragen bij het eten van een broodje met filet americain  Als u ziek bent, en u denkt dat het op de één of andere manier door contact met dieren gekomen is, dan is het heel nuttig om uw arts daarvan op de hoogte te stellen.

34  Je kunt beter niet te vaak je handen wassen, we zijn tegenwoordig toch al zo schoon en daardoor lopen we meer risico op infectieziekten. Je moet kleine kinderen ook juist lekker vies laten worden, dan bouwen ze meer weerstand op!  Hondenspeeksel is heel schoon, je moet een wondje af laten likken door je hond!  Ik heb al jaren katten, dan heb ik allang een keer toxoplasmose gehad en loop dus geen enkel risico tijdens de zwangerschap!

35

36  Door het aaien van een huisdier kan iemand schimmelinfecties (ringworm) krijgen.  Honden en katten: spoelwormen.  Katten: kattenkrabziekte.  Vogels: papegaaienziekte.  Vrijwel alle dieren, zelfs schildpadden: Salmonella.

37  Laat het huisdier vaccineren, ontworm regelmatig en bestrijd vlooien, luizen en teken.  Laat een dier niet in het gezicht likken.  Laat geen huisdieren in de keuken en slaapkamer.  In geval een krab of een beet: maak de wond goed schoon en ontsmet die. Neem contact op met de huisarts als u twijfelt over de ernst van de wond of als u ziek wordt.  Geef dieren schoon water en goede voeding.

38  De boerderijdieren kunnen ziektes bij zich dragen die soms wel en soms niet zichtbaar zijn.  Vooral huidaandoeningen bij het dier en ook bij de mens (zoals ringworm)  Ook diarreeveroorzakers komen veel voor bij dieren.

39  Dragen van rubberlaarzen en een overall.  Na bezoek aan de dieren goed de handen wassen.  Eet niet tussen de dieren.  Was de handen vóór het eten.  Eet geen voedsel dat op de grond is gevallen.  Drink geen verse, rauwe melk.  Kom niet bij zieke dieren of dieren die hun jong krijgen.

40  Ook voedsel kan besmet zijn met allerlei soorten ziekteverwekkers.  Vaak afkomstig van andere, zieke mensen.  Maar ook ziekteverwekkers van dieren.  Ook dat zijn zoönosen.

41 Voorbeelden:  Listeria in rauwmelkse kazen  Salmonella / campylobacter in kippenvlees / eieren  ESBL in vlees

42 De zandbak is een beruchte plek omdat die voor honden en katten erg aantrekkelijk is om in te poepen. Ziekteverwekkers:  Eitjes van de spoelworm  Een Toxoplasma gondii infectie kan zo via kattenpoep bij de mens terecht komen.  Salmonella typhimurium.

43  Handen wassen na spelen in de zandbak.  Niet eten onder het spelen.  Zandbak afdekken indien mogelijk.  Dieren regelmatig ontwormen.

44

45

46  Meest voorkomende zoönose  Geen worm, geen mijt, maar een schimmel  Overdracht van  dier naar mens,  mens naar mens,  mens naar dier,  maar ook via omgeving (paardendekens, zadels, etc.)

47

48  Handen wassen na contact met dier  Geïnfecteerde dieren isoleren van gezonde  Materialen niet delen met meerdere dieren  Mensen en dieren direct behandelen

49

50  Ziekte voor het eerst vastgesteld bij slachthuispersoneel in Queensland, Australië  Q = query = vraagteken  De bacterie die Q-koorts veroorzaakt was namelijk jarenlang onbekend

51

52 • Dier  dier: – Teken – Verblijf in besmette omgeving (mest, stro, etc) • Dier  mens (zoönose): – Inademing van met bacterie besmette stof – Eten van rauwmelkse geitenkaasproducten > gering risico • Mens  mens: – Niet – Mogelijk via placenta / vruchtwater

53 Dieren zijn zelf niet ziek wel meer vroeggeboorten en dode jongen Vruchtwater en placenta van besmette dieren bevatten grote hoeveelheden bacteriën

54 Bacterie kan ook in melk mest en urine zitten (potstallen!) In de lucht gebracht door open deuren en ramen van de stallen / uitrijden van de mest

55 Mensen die in de omgeving recreëren ademen de lucht in - Cirkels van 5 km

56 Incubatietijd: • 2-3 weken, oplopend tot 6 weken Symptomen: • > 50% Symptoomloos • ± 30% Griepachtige verschijnselen: koorts, heftige hoofdpijn, hoesten, spierpijn, alg. malaise • ± 20% Gecompliceerd beloop: longontsteking

57 Onderzoek:  Bloedonderzoek Behandeling:  Uitzieken  Antibiotica

58 • Zeldzame vorm 1-3% • Jarenlange vermoeidheid • Benauwdheid, koorts, transpireren en vermageren • Ontsteking aan de hartkleppen (endocarditis) Behandeling: • jarenlang antibiotica

59  Drink alleen gepasteuriseerde geiten-, schapen- of koeienmelk en eet gepasteuriseerde geitenkazen  Handhygiëne na contact met dieren  Neem geen mest onder de schoenen mee naar huis  Draag overal en laarzen bij contact met dieren en laat deze op het bedrijf  Was deze kleding niet met eigen kleding  Vermijd directcontact met hooi/stro, mest, vruchtwater en moederkoek

60

61 ltimedia/Infectieziekten/RIVM_Teken_en_Lyme_vide o/Download/Video_Teken_en_Lyme

62  Bacterie = Borrelia burgdorferi  Om besmet te raken moet men 1. Gebeten worden door een teek 2. Moet de teek besmet zijn  Teek zuigt bloed van geïnfecteerde dieren  Teek laat los en zuigt later bloed op bij mensen  Na uur kan de bacterie vanuit de maag en speekselklieren van de teek naar de mens toegaan  Een teek moet dus >24 uur vastzitten!

63  1 e verschijnselen zichtbaar na 3-90 dagen  Rode, ronde plek, in het midden lichter van kleur  rode kring!  Later griepachtige verschijnselen (algehele malaise, vermoeidheid, spierpijn, koorts)

64  Ken de risico’s!  Gebruik evt. DEET  Lange broeken, mouwen, sokken over de broekspijpen kan het risico verminderen.  Controleer uw huid na een wandeling door de natuur  Inspecteer vooral warme plekjes zoals oksels, liezen en bilspleet  Verwijder de teek met een tekentang  Houdt het wondje in de gaten en raadpleeg uw huisarts als er een rode kring ontstaat  Raadpleeg ook de huisarts als de teek > 24 uur zit

65

66


Download ppt "Patricia Willemse Deskundige Infectiepreventie."

Verwante presentaties


Ads door Google