De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Talentmanagement: van school, leerkracht en kind ‘Alles heeft te maken met al het andere’, Leonardo DaVinci.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Talentmanagement: van school, leerkracht en kind ‘Alles heeft te maken met al het andere’, Leonardo DaVinci."— Transcript van de presentatie:

1 Talentmanagement: van school, leerkracht en kind ‘Alles heeft te maken met al het andere’, Leonardo DaVinci

2 Welkom bij uitgeverij DaVinci educatieve uitgeverij voor het basisonderwijs en expert op het gebied van wereldverkenning Uitgeverij DaVinci geeft methodes wereldverkenning in thema’s uit voor: •Basisonderwijs, Montessorionderwijs, Leonardo-onderwijs, Speciaal onderwijs Voor ouders is er een aparte website aansluitend bij deze methodes: We ontwikkelen aansluitend een methode Kunstzinnige Oriëntatie. Daarnaast is uitgeverij DaVinci gespecialiseerd in trainingen en studiedagen in het basisonderwijs.

3 DaVinci: wereldverkenning in thema’s De methode DaVinci biedt onderwijs in thema’s. De kerndoelen Oriëntatie op jezelf en de wereld worden in een samenhangend geheel aangeboden met de vensters uit de Canon van de Nederlandse geschiedenis, wereldburgerschap en burgerschapsvorming. Met de lesmethode van DaVinci geven leerkrachten geen aparte vakken als aardrijkskunde, geschiedenis, biologie, maatschappijleer, techniek, natuur- en scheikunde, verzorging, filosofie of levensbeschouwing, maar bieden dit aan met één centrale les per week.

4 Wat hoop je te leren?

5

6 Weet welk talent je in huis hebt • Leerkrachten • Kinderen • Directie • Omgeving van de school: ouders, culturele instellingen en bedrijven

7 Praktijkvoorbeeld - DaVinci

8 ‘Tineke en Kerim zitten samen in groep 6, het thema is Egyptenaren. Tineke vertelt Kerim enthousiast over haar passie: piramides. Kerim is heel goed in schrijven en maakt meteen aantekeningen voor hun gezamenlijke werkstuk. Binnen het thema - dat deze keer 13 weken zal duren - is elk kind uit groep 6 daar op zijn eigen manier en vanuit zijn eigen talent en interesse mee bezig. Elke week wordt er één gezamenlijke les gegeven aan de hele klas en zometeen komt meester Martijn van groep 7 een spannend verhaal vertellen over de goden Isis en Osiris die allemaal avonturen beleefden… Vorige week hadden ze ook al geluk want hun eigen juf Gerry had toen op het digitale schoolbord allemaal bijzondere woestijndieren laten zien en toen vertelde ze over hoe zij zich aangepast hebben aan de droogte en de hitte. De ouders van Armin komen uit Egypte en zij komen vrijdagmiddag video’s laten zien over Cairo, de hoofdstad van Egypte. Volgende week gaan ze in het Afrikaanse centrum pindasoep eten en dan krijgen ze meer te horen over maskers uit het midden en zuiden van Afrika. Een professor van de universiteit komt een college geven over sterrenkunde, want die piramides stonden daar niet zomaar. Als het thema afgerond wordt, maken ze met de hele klas een mindmap en is er een gezamenlijke tentoonstelling voor de hele school, de ouders en de buurt waarin alle kinderen hun Mooi Werk presenteren en dat is heel divers: er is het werkstuk over piramides, Kim maakte een poster over Tunesië, Robert heeft een website over woestijnen op aarde gemaakt en Bill en Jisse hebben de piramide van Cheops nagebouwd op schaal. Mariska en Geert staan bij de ingang om iedereen te verwelkomen en uit te leggen hoe de tentoonstelling is opgebouwd. En zo zijn er elk schooljaar drie tot vier thema’s en worden alle kerndoelen Oriëntatie op jezelf en de wereld, alsmede de 50 vensters uit de Canon van de Nederlandse geschiedenis, wereldburgerschap en burgerschapsvorming behandeld en geïmplementeerd.’ Praktijkvoorbeeld - DaVinci

9 Organiseer talent van collega’s Wat kun je meteen doen: • Hang een lijst op met onderwerpen die er in de verschillende klassen aan bod komen • Laat leerkrachten én directie bij elkaar intekenen vanuit hun talent Groep 5 Anne-Marie Thema’sDatumCollega Romeinen12 okt – 1 dec Ellen Woestijnen5 okt – 3 dec Reptielen12 nov – 5 dec Bijkomend effect: Ali B- effect & collegiale consultatie

10 Organiseer talent in de omgeving Wat kun je meteen doen: • Hang een lijst op met onderwerpen die er in de verschillende klassen aan bod komen • Laat leerkrachten, directie en ICC’er elkaar inspireren omtrent de omgeving Groep 5 Anne-Marie Thema’sDatumWat is er in de omgeving Romeinen12 okt – 1 dec Woestijnen5 okt – 3 dec Reptielen12 nov – 5 dec Bijkomend effect: contextrijk leren, ouderbetrokkenheid, hoger niveau Culturele instellingen Ouders Bedrijven/ Hogescholen/ Universiteiten

11 Organiseer talent in de klas Wat kun je meteen doen: • Houd een kringgesprek over talent • Laat kinderen aan elkaar en over zichzelf vertellen welk talent ze hebben Groep 5 Anne-Marie NaamTalent 1Talent 2 Kerim Armin Tineke Bijkomend effect: sociale cohesie, emotionele groei, 360 graden feedback Werkvorm: talent benoemen en met armen wijd ontvangen.

12 Talent in de klas Bespreek per opdracht welke talenten er aan bod kunnen komen en onderzoek de lijst. Zorg voor uitdagende opdrachten!

13 Varieer in opdrachten Niet alleen begrijpend lezen: • Hogere Orde vragen stellen Hogere Orde vragen stellen • Gebruik coöperatieve werkvormen Gebruik coöperatieve werkvormen • Onderzoekend en ontwerpend leren Onderzoekend en ontwerpend leren • Train 21th century skills Train 21th century skills Voorkeur voor onderwerp?

14 Hogere Orde denken 1.Hogere Orde denken en Coöperatief werken a)Wat is het? b)Hoe pas je het toe? S1.1

15 Hogere Orde denken Benjamin Samuel BloomBenjamin Samuel Bloom (1913 – 1999) • was een Amerikaans psycholoog – gespecialiseerd in educatie – die heeft bijgedragen aan de indeling van de onderwijsdoelstellingen. • Ook regisseerde hij een team dat een groot onderzoek heeft gedaan naar de ontwikkeling van uitzonderlijk talent op het gebied van eminentie, uitzonderlijke prestatie en grootheid. • In 1956 ontwikkelde hij een taxonomie van educatieve doelstellingen, een classificatie van leerdoelen die bekend zal worden als de taxonomie van Bloom. S1.2

16 De taxonomie van Bloom Lagere orde denken: 1. Onthouden: Het kunnen ophalen van specifieke informatie, variërend van feiten tot complete theorieën. 2. Begrijpen: De vaardigheid om adequate betekenis te geven aan informatie. 3. Toepassen: De vaardigheid om kennis in nieuwe en concrete situaties toe te passen. Hogere orde denken: 4. Analyseren: De vaardigheid om informatie op te delen in onderdelen zodat de structuur kan worden begrepen en bestudeerd. 5. Evalueren: De vaardigheid om de waarde van iets te kunnen beoordelen in relatie tot een bepaald doel. 6. Creëren: De vaardigheid om met behulp van het geleerde nieuwe ideeën, oplossingen, producten te ontwikkelen. S1.3

17 De taxonomie van Bloom Lagere orde denken: 1. Onthouden: Een kikker is een amfibie. 2. Begrijpen: Een kikker is een amfibie omdat hij zowel in het water als op het land leeft… 3. Toepassen: Andere amfibieën zijn padden en salamanders… Vaak één antwoord waarover consensus is. Het ‘is waar’. Heel veel antwoorden mogelijk. Hogere orde denken: 4. Analyseren: Kikkers vallen onder Amfibieën, die vallen onder Gewervelden en er zijn ook Ongewervelden. 5. Evalueren: Het is praktisch dat amfibieën zowel in het water als op het land kunnen leven als er op één van de twee gebieden gevaar dreigt. 6. Creëren: Een kikker kan op de Noordpool overleven als … S1.4

18 Hogere Orde vragen stellen Lagere orde vraag: Waarvoor gebruikt een kikker zijn achterpoten? o Om te springen o Om te eten Bedenk minstens drie hogere orde vragen: • Analyseren: – Informatie in stukken delen om verbanden en relaties te onderzoeken. • Evalueren – Motiveren of rechtvaardigen van een besluit of gebeurtenis. • Creëren – Nieuwe ideeën, producten of gezichtspunten genereren. Tips: • Analyseren:  Als … waar is, wat betekent dat dan voor…?  Op welke manier is … hetzelfde als …?  Vergelijk … met … wat zijn overeenkomsten en verschillen? • Evalueren:  Is er een betere oplossing voor…?  Hoe effectief zijn…?  Wat zijn de consequenties van …?  Wat zijn de voors en tegens van …? • Creëren:  Kun je een … ontwerpen waarmee …?  Ontwerp je eigen manier om…?  Wat zou er gebeuren als…?  Kun je nieuwe manieren bedenken om te …? S1.5

19 WERKVORM: Coöperatief werken A. Gesprek in tweetallen op tijd 1.Opdracht: Leerkracht geeft opdracht en geeft de tijd aan en hoe die bewaakt wordt. 2.Denktijd: er wordt in stilte nagedacht, bijv. 60 seconden of ‘ongeveer een minuut’. 3.Delen: A vertelt B. 4.Reageren: B vat samen wat A zei of geeft feedback. 5.Herhaling Delen: B vertelt A. 6.Herhaling Reageren: A vat samen wat B zei of geeft feedback. Samen Hogere Orde vragen stellen S1.6

20 Waarvoor gebruikt een kikker zijn achterpoten? o Om te springen o Om te eten Hogere orde vraag: • Hoe zien de achterpoten van andere dieren eruit? • Hoe zou een kikker springen vanuit de voorpoten? • Hoe zou de ideale achterpoot eruit zien als jij hem mocht ontwerpen? Samen hogere Orde vragen stellen Welk antwoord had je duo en wat vind je er zo goed aan? Is er ruimte voor kritische geluiden in je klas? S1.7 Als je de vraag opnieuw moet beantwoorden, zou je het dan weer zo aanpakken?

21 Samen hogere Orde vragen stellen Andere werkvormen binnen coöperatief werken: • B. Om de beurt antwoorden – Na de opdracht en de denktijd geeft ieder kind uit het tweetal of groepje om de beurt een antwoord. Kan mondeling en schriftelijk. • C. Elkaar coachen – Na de opdracht en de denktijd begint A te schrijven of vertellen en B coacht en geeft feedback. Dan van rol wisselen. • D. Tweetallen vergelijken – Na de opdracht en de denktijd gaan A en B samen antwoorden formuleren. – A en B presenteren hun antwoorden aan C en D en vv. S1.8

22 Samen hogere Orde vragen stellen Hoe kom je tot tweetallen of groepjes: • Binnen- en buitenkring – Kinderen vormen twee kringen. De binnenkring is A, de buitenkring is B. • Lopen op muziek: bij stopzetten muziek… wie je aankijkt is B. • Vaste duo’s of groepjes van kinderen die altijd naast en bij elkaar zitten • Vaste duo’s of groepjes bij Wereldverkenning Andere werkvorm: • Genummerde groepen – Kinderen vormen in viertallen groepjes, ieder kind heeft een nummer: 1, 2, 3 of 4. (Ze hebben altijd dat nummer of krijgen het ter plekke.) – Leerkracht geeft opdracht: het groepje steekt de hoofden bij elkaar en overlegt, komt tot een antwoord. • Alle nummers 1 komen bij elkaar en wisselen uit. Idem voor de nr. 2, 3 en 4… • Nummers 2 roepen tegelijk hardop het antwoord. • Nummers 3 schrijven het antwoord op een bord. • Nummers 1 wisselen van team én komen terug S1.9

23 Themawerkstukken S2.1

24 Overzicht Themawerkstuk Naam Wat wordt het themawerkstuk Hoe, waar en met wie? Tussengesprek Wanneer/wie Eindgesprek Wanneer/wie Stappenplan Themawerkstuk S2.2

25 Stappenplan Themawerkstuk Naam: Groep: Themawerkstuk: Stap 1 Wat is mijn vraag, probleem of waar verwonder ik me over? Stap 2 Wat is mijn onderzoeksvraag? Stap 3 Zo zet ik mijn onderzoek op. Stap 4 Ik voer mijn onderzoek uit. Ik hou ook een tussenevaluatie. Stap 5 Evaluatie Stap 6 Conclusie met schema Stap 7 Presentatie Stap 8 Beoordeling S2.3

26 Stap 1 Themawerkstuk Naam: Groep: Themawerkstuk: Stap 1 Wat is mijn vraag, probleem of waar verwonder ik me over? Waar verwonder jij je over? Doe het voor!!! Las je een mooi boek? Maak een verwonderings- vragendoosje… klassendagboek of poster Waarom hebben schapen een blauwe tong? Vraag waar de kinderen zich het weekend over verwonderd hebben… Zagen ze een mooie vlinder? Verwondering zit in je pedagogisch klimaat. S2.4

27 Stap 2 Themawerkstuk Naam: Groep: Themawerkstuk: Stap 1 Wat is mijn vraag, probleem of waar verwonder ik me over? Stap 2 Wat is mijn onderzoeksvraag? Snelcursus Onderzoeksvragen formuleren Je hebt 3 dingen nodig: 1.Informatie bij het onderwerp: wat weten we al? 2.Een zelf te formuleren onderzoeksvraag 3.Lef S2.5

28 Stap 2 Themawerkstuk Naam: Groep: Themawerkstuk: Stap 1 Wat is mijn vraag, probleem of waar verwonder ik me over? Stap 2 Wat is mijn onderzoeksvraag? Hoe formuleer je een onderzoeksvraag? 1.Maak hem niet te breed: Niet: Wat is het verschil tussen reclames voor gezond en ongezond eten? Wel: Wat zijn de verschillen tussen tv-reclames voor fruitsnacks en chocoladerepen. 2.Geen Ja-Nee-vragen: Is een zak chips ongezonder dan een appel? 3.Wel: I.Hoe-vragen: Hoe is het heelal ontstaan? II.Waarom-vragen: Waarom is het niet altijd volle maan? III.Wat gebeurt er als-vragen: Wat gebeurt er als je een pen in het stopcontact steekt? IV. Is het zo dat-vragen: Is het zo dat chips ongezonder is dan een appel? S2.6

29 Stap 2 Themawerkstuk Naam: Groep: Themawerkstuk: Stap 1 Wat is mijn vraag, probleem of waar verwonder ik me over? Stap 2 Wat is mijn onderzoeksvraag? Stellingen bij je onderzoeksvraag Is het zo dat chips ongezonder is dan een appel? Antwoord = Stelling: In chips zitten ongezonde stoffen. 4 Belangrijke Dingen bij hypothesen: 1.Geen onzin. Chips is gemaakt door marsmannetjes. 2.Geen open deur. Chips wordt gemaakt van aardappels. 3.Niet te vaag. Chips wordt gemaakt van ongezonde dingen. 4.Geen eigen mening. Chips is vies. S2.7

30 Stap 3 Themawerkstuk Hoe ga je onderzoeken? •Bronnenonderzoek • Vragenlijstonderzoek • Experiment • Observatie • Interview Naam: Groep: Themawerkstuk: Stap 1 Wat is mijn vraag, probleem of waar verwonder ik me over? Stap 2 Wat is mijn onderzoeksvraag? Stap 3 Zo zet ik mijn onderzoek op. Je bent geen universiteit! Verwondering en vragen oproepen is het doel… waarheidsvinding een vak apart. S2.8

31 Stap 3 Themawerkstuk Waar, wanneer en hoe mogen kinderen onderzoeken?  Wanneer: Agenda • Mogen kinderen die klaar zijn met rekenen verder?  Waar: • In de klas op een speciale plek • In de hal • Elders  Hoe: regels • 3 volumes in stem (stilteles) • opruimen Naam: Groep: Themawerkstuk: Stap 1 Wat is mijn vraag, probleem of waar verwonder ik me over? Stap 2 Wat is mijn onderzoeksvraag? Stap 3 Zo zet ik mijn onderzoek op. S2.9

32 Stap 4 Themawerkstuk Tussenevaluatie  Met wie? • Leerkracht • Kind: zie Praatkaartjes • Ouder • Directeur Naam: Groep: Themawerkstuk: Stap 1 Wat is mijn vraag, probleem of waar verwonder ik me over? Stap 2 Wat is mijn onderzoeksvraag? Stap 3 Zo zet ik mijn onderzoek op. Stap 4 Ik voer mijn onderzoek uit. Ik hou ook een tussenevaluatie. S2.10

33 Stap 5 Themawerkstuk Evaluatie  Met wie? • Leerkracht • Kind: zie Praatkaartjes • Ouder • Directeur Naam: Groep: Themawerkstuk: Stap 1 Wat is mijn vraag, probleem of waar verwonder ik me over? Stap 2 Wat is mijn onderzoeksvraag? Stap 3 Zo zet ik mijn onderzoek op. Stap 4 Ik voer mijn onderzoek uit. Ik hou ook een tussenevaluatie. Stap 5 Evaluatie S2.11

34 Stap 6 Themawerkstuk Schema’s ordenen conclusies: • Denkraam • Piramide/Tabel Naam: Groep: Themawerkstuk: Stap 1 Wat is mijn vraag, probleem of waar verwonder ik me over? Stap 2 Wat is mijn onderzoeksvraag? Stap 3 Zo zet ik mijn onderzoek op. Stap 4 Ik voer mijn onderzoek uit. Ik hou ook een tussenevaluatie. Stap 5 Evaluatie Stap 6 Conclusie met schema S2.12

35 Stap 6 Themawerkstuk Schema’s ordenen conclusies: S2.13

36 Stap 7 Themawerkstuk Naam: Groep: Themawerkstuk: Stap 1 Wat is mijn vraag, probleem of waar verwonder ik me over? Stap 2 Wat is mijn onderzoeksvraag? Stap 3 Zo zet ik mijn onderzoek op. Stap 4 Ik voer mijn onderzoek uit. Ik hou ook een tussenevaluatie. Stap 5 Evaluatie Stap 6 Conclusie met schema Stap 7 Presentatie Voor wie: Centrale markt: ouders en belangstellenden / Alleen in de Klas /School / Duo S2.14

37 Stap 8 Themawerkstuk Beoordelen: Proces of product. Naam: Groep: Themawerkstuk: Stap 1 Wat is mijn vraag, probleem of waar verwonder ik me over? Stap 2 Wat is mijn onderzoeksvraag? Stap 3 Zo zet ik mijn onderzoek op. Stap 4 Ik voer mijn onderzoek uit. Ik hou ook een tussenevaluatie. Stap 5 Evaluatie Stap 6 Conclusie met schema Stap 7 Presentatie Stap 8 Beoordeling S2.15

38 Stap 8 Themawerkstuk Beoordelen: Proces > 3 schema’s Observatieschema ‘Aan het werk tijdens Wereldverkenning’ Wat doet het kindIk interpreteer dat: Wat heeft het kind extra nodig? Mogelijkheden bij Observatieschema ‘Aan het werk tijdens Wereldverkenning’ Instructie Visuele ondersteuning (bijvoorbeeld: plaatjes, pictogrammen) Auditieve ondersteuning (bijvoorbeeld: voorlezen opdracht, luisteren naar verhaal) … Naam Wat heeft het kind extra nodig? Conclusies ‘Aan het werk tijdens Wereldverkenning’ S2.16

39 Stap 8 Themawerkstuk Beoordelen: Product > helikoptermodel Wat vindt de leerkracht? Inzet Uitstekend /Goed / Voldoende / Matig / Onvoldoende Kennis Uitstekend /Goed / Voldoende / Matig / Onvoldoende Inzicht Uitstekend /Goed / Voldoende / Matig / Onvoldoende Kwaliteit verwerkingen Uitstekend /Goed / Voldoende / Matig / Onvoldoende Kwantiteit verwerkingen Uitstekend /Goed / Voldoende / Matig / Onvoldoende Planning Uitstekend /Goed / Voldoende / Matig / Onvoldoende Samenwerking Uitstekend /Goed / Voldoende / Matig / Onvoldoende Themawerkstuk Uitstekend /Goed / Voldoende / Matig / Onvoldoende Topografie Uitstekend /Goed / Voldoende / Matig / Onvoldoende Denkraam Uitstekend /Goed / Voldoende / Matig / Onvoldoende S2.17

40 21th Century Skills Wereldwijd worden verschillende definities en modellen van 21st century skills gehanteerd. Op veel onderdelen vertonen ze overeenkomsten, op sommige onderdelen wijken ze van elkaar af of vullen ze elkaar aan. Hier een interpretatie van Frank van den Oetelaar: 1.Samenwerking: Bij deze vaardigheid wordt uitgegaan van leerarrangementen waarin leerlingen samenwerken. Hierbij kan worden gedacht aan samenwerking tussen medeleerlingen, maar ook met medeleerlingen en/of volwassenen buiten het klaslokaal of de school. De nadruk bij deze vaardigheid ligt met name op de kwaliteit van samenwerking. Hoge niveaus van samenwerking worden bereikt wanneer leerlingen gedeelde verantwoordelijkheid voor het werk hebben. Leerlingen leren hierdoor belangrijke samenwerkingsvaardigheden als onderhandelen, taken verdelen, luisteren naar ideeën en kennis van anderen, en integratie van kennis in een samenhangend geheel. Leerlingen hebben elkaar nodig om tot een product te komen. Samenwerken kan plaatsvinden door middel van face-to- face interactie of met behulp van technologie voor het delen van ideeën of middelen. S3.1

41 21th Century Skills 2.Kennisconstructie: Van kennisconstructie wordt gesproken als leerarrangementen activiteiten bevatten waarin leerlingen nieuwe informatie en inzichten kunnen combineren met wat ze al weten. Dat kan bijvoorbeeld door het doen van onderzoek, analyse, synthese, evaluatie en interpretatie van kennis en informatie. De leerlingen sturen hun eigen leren (mede) zelf aan worden gecoacht en gestimuleerd door de leerkracht. Er wordt een groot beroep gedaan op bestaande informatievaardigheden en ruimte geboden voor de verdere ontwikkeling daarvan. Leerarrangementen worden sterker naarmate de activiteiten diverse vakgebieden bestrijken (bijvoorbeeld integratie van biologie, rekenen en muziek). S3.2

42 21th Century Skills 3.Ict gebruik voor leren: In leerarrangementen kan gebruik gemaakt worden van activiteiten waarin ict een belangrijke rol speelt. Bijvoorbeeld door het gebruik van computers, laptops, smartphones, tablets, maar ook digitale videorecorders en fotocamera’s te gebruiken. Leerarrangementen worden sterker op deze vaardigheid indien opgedane kennis niet, of vrijwel niet zonder ict had kunnen worden ontwikkeld. Voorbeelden daarvan zijn opzoeken, analyseren, interpreteren en synthetiseren van informatie op het internet. Ook het gebruik van computersimulaties om complexe verschijnselen te onderzoeken of het trainen van specifieke vaardigheden behoort tot deze vaardigheid. Deze vaardigheid kent dan ook een sterke samenhang met de vaardigheid ‘kennisconstructie’. S3.3

43 21th Century Skills 4.Probleemoplossend denken en creativiteit: Leeractiviteiten waarin een groot beroep wordt gedaan op probleemoplossend vermogen en creativiteit van leerlingen vallen binnen deze vaardigheid. De leeractiviteiten richten zich op het zoeken van oplossingen voor een nieuw probleem, het afronden van een taak zonder instructies over de te volgen aanpak of het samenstellen van een complex product dat voldoet aan een aantal vooraf gestelde eisen. Een verhoogd leerrendement wordt bereikt als de oplossing in de echte wereld moet worden geïmplementeerd. S3.4

44 21th Century Skills 5.Planmatig werken: Bij planmatig werken ontwikkelen leerlingen vaardigheden in het kader van zelfsturing. Leerarrangementen bestrijken een langere termijn waarbij leerlingen zelf verantwoordelijk zijn voor planning, kwaliteitsbewaking en uiteindelijke zelfevaluatie en reflectie. Daarbij wordt de effectiviteit verhoogd als leerlingen bij aanvang van de taak op de hoogte zijn van de beoordelingscriteria. S3.5 DaVinci gebruikt het Helikoptermodel!

45 Wat is er besproken? Weet welke talenten je in huis hebt 1.Organiseer talent van collega’s 2.Organiseer talent in de omgeving • Culturele instellingen • Ouders • Bedrijven/ • Hogescholen/ Universiteiten 3.Organiseer talent in de klas • Maak een talentenlijst • Zorg voor gevarieerde opdrachten Varieer in opdrachten • Hogere Orde vragen stellen • Gebruik coöperatieve werkvormen • Onderzoekend en ontwerpend leren • Train 21th century skills S3.6 Is alles aan bod gekomen?

46


Download ppt "Talentmanagement: van school, leerkracht en kind ‘Alles heeft te maken met al het andere’, Leonardo DaVinci."

Verwante presentaties


Ads door Google