De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Januari 2004 Jongeren en verslavingen. Doelstellingen  Het doel van deze studie bestaat erin het gedrag van de jongeren te evalueren op het vlak van.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Januari 2004 Jongeren en verslavingen. Doelstellingen  Het doel van deze studie bestaat erin het gedrag van de jongeren te evalueren op het vlak van."— Transcript van de presentatie:

1 Januari 2004 Jongeren en verslavingen

2 Doelstellingen  Het doel van deze studie bestaat erin het gedrag van de jongeren te evalueren op het vlak van de consumptie van tabak en van alcohol.

3 Methodologie  550 kwantitatieve interviews in België via persoonlijke gesprekken met 200 jongeren van 11 à 12 jaar, 200 jongeren van 15 à 16 jaar en 150 jongeren van 17 à 18 jaar.  Field: maart-mei  Aselecte gelaagde steekproef gecorrigeerd volgens de methode van de valpunten. De interviews met de jongeren (11-12 jaar, jaar en jaar) werden afgenomen zonder dat de ouders daarbij aanwezig waren. De resultaten hebben de gepaste statistische behandelingen (  , foutmarge) ondergaan. De maximale totale foutmarge op de steekproef bedraagt 3,0%.  Enkel de betekenisvolle resultaten worden voorgesteld. Elk gegeven werd evenwel geanalyseerd - volgens de profielen - in functie van de plaats (provincie), het geslacht, de leeftijd, de sociale groep, de taalgroep en het type opleiding.

4 Jongeren en alcoholische dranken  Consumptie van alcoholhoudende dranken  Eerste proefneming (percentages, soorten dranken)  Consumptie (percentages, volume, soorten)  Jaarlijkse consumptie, toename  Aankoop (percentage, betaling)

5 Alcoholhoudende dranken  Heb je al eens een alcoholhoudende drank geproefd?  Bijna 9 op de 10 jongeren hebben al alcohol geconsumeerd.  Reeds op de leeftijd van jaar hebben ze hun eerste glas gedronken.  De consumptie neemt toe met de leeftijd. Als op de leeftijd van jaar 2 op de 3 jongeren reeds alcohol hebben geconsumeerd, geldt dat onder 15- à 16-jarigen al voor 9 op de 10 jongeren.

6 Alcoholhoudende dranken  Welke alcoholhoudende drank(en) heb je al geproefd?  Jongeren van 11 à 12 jaar hebben doorgaans al meerdere soorten alcoholische dranken getest: de jongens gemiddeld 2,2 soorten en de meisjes 1,9 soorten.  Wijn en bier zijn de meest geconsumeerde alcoholische dranken.  Ondanks hun recente verschijning hebben de breezers een zeker succes jaar Basis: hebben reeds alcoholische dranken geconsumeerd

7 Alcoholhoudende dranken  Welke alcoholhoudende drank(en) heb je al geproefd?  Jongeren van jaar hebben al meerdere soorten alcoholische dranken getest: de jongens gemiddeld 3,2 soorten en de meisjes 3 soorten.  Bier, breezers, aperitieven en cocktails zijn de meest geconsumeerde alcoholische dranken, na wijn en sterke drank.  Op die leeftijd heeft 1 op de 2 jongeren reeds alcohol gedronken jaar Basis: hebben reeds alcoholische dranken geconsumeerd

8 Alcoholhoudende dranken  Welke alcoholhoudende drank(en) heb je al geproefd?  De alcoholconsumptie onder de jongeren van jaar gelijkt sterk op die van de 15- en 16-jarigen.  De aangenomen gewoonten inzake de consumptie van aperitief, cocktails of sterkedrank raken nog steviger ingebed.  De jongens drinken gemiddeld 4,4 soorten en de meisjes 4 soorten.  Op die leeftijd heeft meer dan 1 op de 2 jongeren reeds alcohol gedronken ans Basis: hebben reeds alcoholische dranken geconsumeerd

9 Alcoholhoudende dranken  Consumeert alcoholische dranken  1 op de 10 jongeren van jaar verklaart alcoholische dranken te consumeren.  Op de leeftijd van jaar consumeert meer dan 1 op de 2 deze dranken.  Op de leeftijd van jaar verklaren 2 op de 3 jongeren dat ze alcohol consumeren.

10 Alcoholhoudende dranken  Consumptiefrequentie op jaarbasis  De jongeren van jaar die alcoholische dranken consumeren, consumeren 3,2 soorten dranken, met een voorkeur voor cocktails (zoals gin cola, vodka orange, vodka citroen, rum cola,...), breezers of bier.  Wijn, sterkedrank en aperitief worden minder geconsumeerd  De consumptie loopt op tot 1,5 alcoholische dranken per week jaar Basis: hebben reeds alcoholische dranken geconsumeerd

11 Alcoholhoudende dranken  Consumptiefrequentie op jaarbasis  De jongeren van jaar die alcoholische dranken consumeren, consumeren 2,2 soorten dranken, met een voorkeur voor aperitieven (Martini, Porto, Passoa, Malibu,...), bier, cocktails (gin cola, vodka orange, vodka citroen, rum cola,...) of breezers.  Wijn en sterkedrank worden minder hoog aangeslagen.  Hun consumptiepeil loopt op tot 3,9 alcoholische dranken per week jaar Basis: hebben reeds alcoholische dranken geconsumeerd

12 Alcoholhoudende dranken  Consumptiefrequentie op jaarbasis  De jongeren van jaar die alcoholische dranken consumeren, consumeren 2,7 soorten dranken, met een voorkeur voor aperitieven (Martini, Porto, Passoa, Malibu,...), bier, breezers of cocktails (gin cola, vodka orange, vodka citroen, rum cola,...).  Wijn en sterkedrank worden minder hoog aangeslagen.  Hun consumptiepeil komt op 4 alcoholische dranken per week jaar Basis: hebben reeds alcoholische dranken geconsumeerd

13 Alcoholhoudende dranken  Consumptietoename  Ongeacht welke indicator men neemt (aankoop door de jongere, proeven- smaak, aankoop, consumptie/week), blijft de vaststelling dezelfde: de interesse voor alcoholische dranken neemt toe met de leeftijd.  Naarmate hij ouder wordt, koopt de jongere vaker alcoholische dranken met zijn zakgeld, proeft hij meer van de alcoholische dranken, consumeert hij meer alcoholische dranken, en doet hij dat in alsmaar grotere getale.

14 Alcoholhoudende dranken  Heb je al alcoholische dranken gekocht voor jezelf?  1 op de 6 jongeren van jaar heeft reeds alcoholische dranken gekocht voor eigen gebruik.  Vanaf de leeftijd van 15 jaar komt dat aantal al op 1 op de 2 jongeren, en vanaf 17 jaar zelfs op 2 op de 3 jongeren. Ja Nee

15 Alcoholhoudende dranken  Wie heeft die aankopen betaald?  In de meeste gevallen betaalt de jongere zijn/haar aankopen van alcoholische dranken met het eigen zakgeld.  Vanaf 15 jaar betalen 2 op de 3 en op 17-jarige leeftijd 4 op de 5 hun aankopen met eigen zakgeld.  Het uitgaan met leeftijdgenoten (party’s, cafés) verklaart deze evolutie in de betalingen. Zakgeld Betaald door de ouders

16 Alcoholhoudende dranken  Wijn: een sociaal initiatieritueel  Het leren proeven van wijn is een initiatieritueel. Het heeft te maken met de integratie in de familie.  In het begin wordt het kind, vaak nog als prille tiener, ter gelegenheid van een familiefeest (zoals communie, verjaardag, nieuwjaarsfeest) « uitgenodigd » om wijn te proeven (vaak gewoon door een vinger in de wijn te dopen en die af te likken). Het gaat daarbij in veel gevallen om een witte likeurachtige wijn. Later, bij een ander feest, zullen de ouders het kind aanmoedigen om effectief te proeven van de genoemde wijn of van een fruitige witte wijn.  Als adolescent neemt de jongere aan het familiebanket deel en drinkt een glas wijn mee bij de maaltijd of champagne of schuimwijn als aperitief.  Vanaf de leeftijd van 18 jaar begint de jongere regelmatig wijn te drinken bij feesten, vooral tijdens restaurantbezoeken met het gezin.  Na de overgang naar samenleven als koppel vergroot de consumptie van wijn tijdens recepties of bij uitstapjes naar restaurants.  De regelmatige consumptie « als koppel » verschijnt pas nadat de leeftijd van 30 jaar is bereikt.  De « private » consumptie, ten slotte, begint maar vanaf de leeftijd van 40 jaar.

17 Tabak  Consumptie van tabak  Proeven (percentages, oorsprong)  Consumptie (percentages, volume)

18 Tabak  Heb je al gerookt ?  1 op de 4 jongeren heeft al gerookt.  Op de leeftijd van jaar heeft 1 op de 10 jongeren al sigaretten proberen te roken.  Op jaar heeft 1 op de 4 jongeren al geprobeerd om sigaretten te roken.  Op jaar heeft 1 op de 3 jongeren al geprobeerd om sigaretten te roken.

19 Tabak  Waar kwamen je sigaretten vandaan ?  Onder de 11- en 12-jarigen kwam de eerste sigaret van een familielid of van vrienden; minder vaak werd ze door de ouders gegeven of met eigen zakgeld betaald.  Op de leeftijd van jaar komen de sigaretten van vrienden of van broer (of zus, neef, nicht…).  Op jaar komen ze van broer (of zus, neef, nicht…), van vrienden of zijn ze met eigen zakgeld betaald. Ander familielid Kameraden, vrienden Ouders Zakgeld Broeder- of zusterschap

20 Tabak  Wordt er gerookt in je school ?  Naar het einde van het lager onderwijs toe verklaart minder dan 1 op de 10 jongeren dat er leerlingen roken in de school.  In het middelbaar onderwijs is die situatie compleet omgekeerd: bijna 7 op de 10 jongeren verklaren dat er in hun school wordt gerookt.

21 Tabak  De hang naar tabak is het gevolg van de consumptie vanaf jonge leeftijd  Het leren consumeren is een ingewikkeld proces dat in verschillende etappes verloopt.  Voorbereiding: vanaf de geboorte wordt het kind passief geïnformeerd via de media en de reclame en via het gedrag en de informatie van de familie (met rokers of zonder rokers).  Initiatie: vanaf de leeftijd van 8 jaar gaat het kind soms dingen uitproberen die verboden zijn. De vrienden, de school, de ouders en de broers/zussen zullen de sigaret leveren die nodig is voor dit experiment in zelfbevestiging.  Occasionele consumptie: eenmaal adolescent wordt de jongere een occasionele roker en het consumptiepeil stijgt gevoelig, vooral wanneer de milieus waarin de jongere verkeert (school, vrienden, familie) dit toelaten. De adolescent relativeert de effecten op de gezondheid (vooruitzicht op een longkanker in de verre toekomst valt niet in zijn referentiekader). De consumptie in het gezin en van de volwassene is een geruststelling.  Regelmatige consumptie: vanaf 16 jaar leidt de nicotineverslaving tot een regelmatige consumptie van tabak.

22  Op de leeftijd van 11 jaar heeft 1 op de 10 jongeren al alcohol of tabak geconsumeerd.  Wat aanvankelijk maar eens proeven is, wordt mettertijd een regelmatige consumptie:  de geconsumeerde hoeveelheid neemt toe  de consumptiefrequentie neemt toe  voor alcohol neemt de productafwisseling toe.  De vroegtijdige consumptie van alcohol of van tabak, die vaak wordt aangemoedigd en maar zelden wordt ontmoedigd, leidt al snel tot een verslaving en tot belangrijke gevolgen voor de gezondheid.  De consumptie gebeurt bij voorkeur binnen de familie of de vriendengroep. Synthese

23  De studie onderstreept de noodzaak van de gelijktijdige ontwikkeling van:  een preventiebeleid dat zich richt tot de kinderen, de jongeren en de ouders;  een bewustwording bij de consumenten, producenten en distributeurs om ze aan te moedigen om een « sociale controle » uit te oefenen op de productie, de verkoop en de consumptie van die producten.  Op termijn zal de toename van de afhankelijkheid van die verslavingen leiden tot hoge gezondheidsuitgaven en een onmiskenbare impact hebben op de budgetten van volksgezondheid. Er moeten maatregelen ontwikkeld worden om die verslaving bij kinderen en jongeren terug te schroeven. Aanbevelingen

24


Download ppt "Januari 2004 Jongeren en verslavingen. Doelstellingen  Het doel van deze studie bestaat erin het gedrag van de jongeren te evalueren op het vlak van."

Verwante presentaties


Ads door Google