De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

S t u d i e Jongeren en tabak Studie gerealiseerd in partnerschap met Rodin Stichting - mei 2005.

Verwante presentaties


Presentatie over: "S t u d i e Jongeren en tabak Studie gerealiseerd in partnerschap met Rodin Stichting - mei 2005."— Transcript van de presentatie:

1 s t u d i e Jongeren en tabak Studie gerealiseerd in partnerschap met Rodin Stichting - mei 2005

2 2 Inhoudstafel 1.Doelstellingen 2.Methodologie 3.Perceptie van tabak en van rokers bij de jongeren 4.De tabaksconsumptie (gewoonten, eerste sigaret, proberen, stoppen) 5.Het profiel van de tabaksconsumptie 6.Percepties en houdingen van ouders ten overstaan van tabak (informatie, instemming van ouders, consumptie, verslaafdheid aan tabak) 7.De omgeving van de jongere (vriendenkring, schoolmilieu, broers en zussen) 8.De verslaafdheid aan tabak bij jongeren (afhankelijkheid en verslaving) 9.Conclusies

3 3 Doelstellingen •Het doel van deze studie bestaat erin een evaluatie te maken van de consumptie van tabaksstoffen bij de jongeren (10-17 jaar). •Deze studie moet het de beleidsvoerders ( federaal, communautair, regionaal) en de onderwijswereld mogelijk maken om te beschikken over informatie inzake bekendheid met tabaksproducten, perceptie, motivatie en gedrag van de jongeren als het om tabak gaat.

4 4 Methodologie •Kwantitatieve studie  interviews (45’-50’) afgenomen in de scholen in België bij jongeren van 10 tot 17 jaar.  Aselecte gelaagde gecorrigeerde steekproef (voor het globaal resultaat).  De resultaten hebben een gepaste statistische bewerking ondergaan.  De totale foutmarge op de steekproef bedraagt 2.1%.  Enkel de betekenisvolle resultaten worden voorgesteld. Elk gegeven werd evenwel geanalyseerd in functie van de leeftijdsgroep, het geslacht, het onderwijstype, de grootte van het gezin (2 tot meer dan 5 personen), de locatie (Brussel, Vlaanderen, Wallonië), de socio-professionele categorieën, de rookgewoonten van de naaste omgeving (schoolmilieu, vriendenkring, broers en zussen, familiekring) en het profiel van de rokers (roker die nooit heeft geprobeerd om te stoppen, roker die wel heeft geprobeerd om te stoppen, roker die gestopt is, contemplatieve niet-roker, vroegere roker, contemplatieve vroegere roker), de vrijetijdsbestedingen, de perceptie van de persoonlijke relaties (ouders, vrienden, broers/zussen), het zoeken naar risico’s-sterke sensaties-nieuwigheden-verboden handelingen-eenzaamheid. Er werd ook een meting van de afhankelijkheid van tabak uitgevoerd.

5 5 Methodologie •Meting van de afhankelijkheid van tabak  Afhankelijkheid van tabak voor adolescenten gemeten op basis van het rooster HONC (Hooked on nicotine checklist)  Globale afhankelijkheid gemeten op basis van het aantal stoffen die de jongere consumeert (tabak, alcohol, drugs, spelletjes). •Zes rokersprofielen worden geëvalueerd :  De niet-rokers,  De contemplatieve niet-rokers, t.t.z. de jongeren die denken dat ze in de toekomst zullen roken,  De ex-rokers zijn die mensen die gestopt zijn met roken,  De contemplatieve ex-rokers zijn de jongeren die met roken gestopt zijn, maar die denken dat ze opnieuw zullen beginnen te roken,  De regelmatige rokers die al geprobeerd hebben om te stoppen,  De regelmatige rokers die niet van plan zijn om te stoppen.

6 6 Methodologie •De globale steekproef is samengesteld als volgt: LeeftijdBevolkingSteekproef 10 jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar GeslachtBevolkingSteekproef Meisje Jongen Franstalig Nederlands talig De leeftijdgroepen ouder dan 12 jaar zijn opzettelijk oververtegenwoordigd, maar werden gecorrigeerd bij de analyses op de totale steekproef.

7 7 De perceptie van tabak bij de jongeren  Ik ga een quotering vragen van 1 tot 5. 1 betekent dat u helemaal niet akkoord gaat, 5 betekent dat u helemaal akkoord gaat met de stelling. •3 op de 4 jongeren denken dat roken tot de dood kan leiden. •Iets meer dan 1 op de 2 jongeren denkt dat de afhankelijkheid na de eerste sigaret niet zo groot is. •Nauwelijks 1 op de 4 jongeren denkt dat beginnen roken tot ernstige ziekten kan leiden. Basis: respondenten (Quotering: OK = 4+5, Niet OK = 1+2) OK Niet OK Roken doodt De eerste sigaret kan ernstige en onomkeerbare ziekten veroorzaken De eerste sigaret is niet zo gevaarlijk, het volstaat op tijd te stoppen

8 8 Verschil volgens profiel •Roken doodt  De jongeren uit een laag sociaal milieu (70%) associëren tabak minder vaak met de dood. De niet-rokers (58%) en de ex-rokers (38%) zijn voor het merendeel ervan overtuigd dat roken dodelijk kan zijn. Hetzelfde geldt voor de jongeren uit het technisch (66%) en beroepsonderwijs (60%). •De eerste sigaret is niet zo gevaarlijk, het volstaat op tijd te stoppen met roken  Die mening komt meer voor in Vlaanderen (60%) dan in Wallonië (48%) of onder de inwoners van de kleine dorpen en landelijke gemeenten (67%). Bewustheid van het gevaar vanaf de eerste sigaret is veel ruimer aanwezig bij de niet-rokers (48%) dan bij de rokers (63%) of de ex-rokers (59%) of de afhankelijke rokers (62%). Hoe meer de jongere rookt, hoe meer hij/zij het gevaar onderschat. •De eerste sigaret veroorzaakt ernstige en onomkeerbare ziekten  Hoe groter de afhankelijkheid, hoe meer de jongere de negatieve perceptie van tabak minimaliseert.  De jongeren uit het kunstonderwijs (23%) vinden minder vaak dat de sigaret ernstige en onomkeerbare ziekten kan veroorzaken.

9 9 De perceptie van tabak bij de jongeren  Ik ga een quotering vragen van 1 tot 5. 1 betekent dat u helemaal niet akkoord gaat, 5 betekent dat u helemaal akkoord gaat met de stelling. •De meting van het risico dat aan de consumptie van de eerste sigaret verbonden is, wordt door de jongeren onderschat. Nauwelijks 2 op de 5 vinden dat de eerste sigaret riskant is. Ze beschouwen ze niet als een geneesmiddel. •8 op 10 zijn niet akkoord met de stelling “Als je jong bent, is roken niet zo gevaarlijk ». Basis: respondenten (Quotering: OK = 4+5, Niet OK = 1+2) OK Niet OK Vanaf de eerste sigaret wordt de roker gevangen in een spiraal die naar ziekte zal leiden Als je jong bent, is roken niet zo gevaarlijk Wie eenmaal met roken begint, kan niet meer stoppen De sigaret is een soort geneesmiddel

10 10 Verschil volgens profiel •Vanaf de eerste sigaret wordt de roker gevangen in een spiraal die naar ziekte zal leiden  De bewustheid van afhankelijkheid vanaf de eerste sigaret is veel sterker aanwezig bij de niet-rokers (54%) dan bij de rokers (16%) of de ex-rokers (27%) of de afhankelijke rokers (16%). Hoe meer de jongere rookt, hoe meer hij/zij die spiraal onderschat. Hetzelfde geldt voor de jongeren uit het technisch (32%), beroeps- (33%) en kunstonderwijs (21%). •Wie eenmaal met roken begint, kan niet meer stoppen  De bewustheid van het afhankelijkheidsmechanisme is veel meer aanwezig bij de niet-rokers die nooit geprobeerd hebben te roken (50%) en neemt af naarmate de jongere meer aan tabaksconsumptie doet (bij de rokers (22%) of de ex-rokers (25%) of de afhankelijke rokers (20%)). Hoe meer de jongere rookt, hoe meer hij die spiraal onderschat. De jongeren uit het technisch (33%), beroeps- (27%) en kunstonderwijs (24%) denken minder vaak dat het niet mogelijk is om te stoppen. •Als je jong bent, is roken niet zo gevaarlijk  Hoe groter de afhankelijkheid is, hoe meer de jongere de negatieve perceptie van tabak minimaliseert. •De sigaret is een soort geneesmiddel  De inwoners van de Waalse landelijke gemeenten (14%) zijn geneigd die stelling goed te keuren.

11 11 De perceptie van de roker bij de jongeren  Een persoon die rookt, doet dat om een bepaalde reden... •De perceptie van de roker is niet globaal. Geen enkel voorgesteld criterium wordt door alle jongeren consensueel aanvaard. •De meest voorkomende mening is dat iemand die rookt dit doet uit gewoonte, om anderen na te doen of vanwege stress. Basis: respondenten (Quotering: OK = 4+5)

12 12 De perceptie van de roker bij de jongeren  Een persoon die rookt, doet dat om een bepaalde reden... •De perceptie van de roker is niet globaal. Geen enkel voorgesteld criterium wordt algemeen aanvaard door alle jongerenprofielen, tenzij de angst om dikker te worden. Basis: respondenten (Quotering: OK = 4+5)

13 13 Verschil volgens profiel •De perceptie van de roker  De niet-rokers zien de rokers als mensen die roken voor een opkikker, om anderen te imponeren, om te doen zoals de anderen of om volwassen te doen.  De contemplatieve niet-rokers voegen daar nog aan toe dat een roker probeert zich te onspannen, plezier zoekt door te roken en rookt wanneer hij/zij neerslachtig is.  De ex-rokers denken dat de rokers zich willen ontspannen, roken uit gewoonte of omdat het verboden is.  De contemplatieve ex-rokers onderstrepen het plezier en het ontspannen dankzij de sigaret, maar stellen ook vast dat de roker volwassen probeert te doen door te roken.  De rokers die geprobeerd hebben te stoppen, onderstrepen dat het zoeken naar plezier, ontspanning, geruststelling en de angst om dikker te worden en gewoonte de grootste motieven zijn om te roken.  De rokers die nooit geprobeerd hebben om te stoppen beklemtonen het zoeken naar ontspanning of de gewoonte.  De afhankelijke rokers (HONC-rooster) delen de voorgaande mening en beklemtonen de functie van stressbestrijding. De grote rokers ( heavy users ) bevestigen die laatste mening.

14 14 De tabaksconsumptie  Rook je ? •15% van de jongeren verklaren dat ze vandaag roken. Ze geroken gemiddeld 7,4 sigaretten per weekdag en 18,7 sigaretten in het weekend. •Elke jongere rookt gemiddeld al 2,6 jaar en denkt met roken te stoppen binnen de 7 jaar ! Basis: respondenten.

15 15 De tabaksconsumptie: prevalentie  Rook je ? •Het aantal rokers neemt toe met de leeftijd. Op de leeftijd van 10 jaar rookt nauwelijks 1 op de 100 jongeren, maar dit percentage neemt snel toe en komt al op 1 op de 3 jongeren op 17-jarige leeftijd, wat betekent dat het hoger ligt dan bij de volwassenen (24%). •Het aantal zeer jonge rokers onder de 14 jaar blijft beperkt, ook al zeggen toch 7 op de 100 min-14-jarigen dat ze roken. •Het is vanaf het dertiende levensjaar dat het aantal rokers snel stijgt. Basis: respondenten.

16 16 De tabaksconsumptie  Rook je ? •Op gelijke leeftijd zijn er meer jonge rokers in het technisch, het beroeps- en het kunstonderwijs dan in het algemeen onderwijs. •In het lager onderwijs blijft het aantal rokers marginaal (3%), ook al heeft een derde van de jongeren de eerste sigaret in die periode geprobeerd. Basis: respondenten JaJa Nee

17 17 De tabaksconsumptie  Sigaretten gerookt gisteren  Sigaretten gerookt in het WE •Het aantal gerookte sigaretten neemt toe met de leeftijd. •Over het algemeen is het aantal gerookte sigaretten in het weekend groter dan op weekdagen. Basis: respondenten. Weeke nd Gisteren

18 18 De tabaksconsumptie  Sigaretten gerookt gisteren  Sigaretten gerookt in het WE •Het volume gerookte sigaretten ligt hoger onder de jongeren in het technisch, het beroeps- en het kunstonderwijs dan bij de jongeren uit het algemeen onderwijs. •In het lager onderwijs is het aantal gerookte sigaretten zeer beperkt (minder dan 1). Basis: respondenten Weeken d Gisteren

19 19 Verschil volgens profiel •Tabaksconsumptie  Ook al is er geen betekenisvol verschil tussen de taalgroepen (15% rokers), roken de inwoners van Brussel (20%) en van de kleine Vlaamse dorpen (22%) meer dan het gemiddelde.  Daar staat tegenover dat de inwoners van de Waalse steden (7%) minder vaak roken.  Terwijl gemiddeld 12% van de jongeren roken in een tweeoudersgezin, zijn er 25% rokende jongeren in een eenoudergezin met de vader alleen en 23% in een eenoudergezin met de moeder alleen, of 13% in een eenoudergezin (met wisselend toezicht). Wanneer broers en zussen roken, roken 30% van de jongeren.  Gemiddeld roken 9% van de jongeren met ouders die niet roken, maar we tellen 16% rokende jongeren waar de vader rookt, 21% waar de moeder rookt en 23% waar de beide ouders roken.  In een niet-rokersschool vinden we maar 11% jongeren die roken tegenover 27% in een school waar roken toegelaten is. Wanneer de vrienden roken, roken ook meer jongeren (27%). Wanneer ze met niet-rokende vrienden omgaan, roken de jongeren bijna niet (3%).  De tabaksconsumptie neemt toe in functie van bepaalde vrijetijdsbestedingen (een glas gaan drinken: 33%), uitgaan met vrienden/vriendinnen (32%), onenigheid met broers/zussen (20%), de jongeren van dezelfde leeftijd (26%), de ouders (33%), het opzoeken van risicosituaties (20%), nieuwigheden (19%) of verboden activiteiten (32%).

20 20 Verschil volgens profiel •Volume geconsumeerde tabak  De jongeren in de laatste twee jaren van het secundair onderwijs zijn de grootste rokers (per roker gemiddeld 25 sigaretten per weekend en 8 per dag).  In een school waar roken toegelaten is, komt de tabaksconsumptie van de jongeren op 9 sigaretten per dag en 24 sigaretten per weekend. Daar staat tegenover dat de tabaksconsumptie van de jongeren niet meer dan 6 sigaretten per dag en 13 sigaretten per weekend bedraagt wanneer de ouders niet-rokers zijn. De bevindingen zijn nog straffer wanneer de vrienden niet-rokers zijn: 4 sigaretten per dag en 6 sigaretten per weekend.  Het beoefenen van een groepssport heeft tot gevolg dat rokers minder roken in het weekend (14 sigaretten in plaats van 18). •Start van de tabaksconsumptie  In een school waar roken verboden is, ligt de datum van de eerste sigaret 5 maanden later en als de broers en zussen niet roken wordt dat 6 maanden later. •Stoppen met roken  In een school waar roken verboden is, met niet-rokende broers en zussen of in een eenoudergezin (moeder), ligt de datum waarop met roken gestopt wordt 4 jaar eerder, met vrienden niet-rokers zelfs 6 jaar eerder.

21 21 De eerste sigaret  Op welke leeftijd heb je je eerste sigaret helemaal opgerookt ? •13 jaar is de gemiddelde leeftijd waarop een sigaret voor het eerst helemaal wordt opgerookt. •Op de leeftijd van 12 jaar heeft 1 op de 3 jongeren al de eerste sigaret helemaal opgerookt, op 14 jaar zijn dat 4 op de 5 jongeren en op 15 jaar geldt het voor quasi alle jongeren. •De periode van 12 tot 14 jaar lijkt kritiek voor de primo- consumptie. In die leeftijdsgroep beginnen de jongeren massaal te roken. Basis: respondenten die roken.

22 22 De eerste sigaret  Wie heeft het je voorgesteld ? •De eerste sigaret wordt meestal voorgesteld door een vriend of vriendin (8 op de 10 keer) en minder vaak door broer of zus (minder dan 1 op de 10 keer). •De andere personen (ouders, andere familieleden) stellen zelden de eerste sigaret voor. •Nauwelijks 3% van de jonge rokers beslissen om hun eerste sigaret te roken zonder dat dit door iemand anders wordt voorgesteld. Basis: respondenten die roken.

23 23 De eerste sigaret •Waar komt de eerste sigaret vandaan?  Ingaan op een extern aanbod komt minder voor bij de jongeren in het beroepsonderwijs. 14% van die jongeren hebben beslist om hun eerste sigaret te roken zonder dat iemand het hun heeft voorgesteld.  De rol van de vrienden en vriendinnen is van essentieel belang in de keuze om al dan niet de eerste sigaret te roken. Onder de jongeren in het lager onderwijs hebben 88% hun eerste sigaret gerookt op voorstel van een vriend of vriendin. Datzelfde stellen we ook vast in de eerste 2 jaren van het secundair onderwijs (81%). Van 12 tot 14 jaar wordt de beslissing beïnvloed door de keuze die de groep vrienden en vriendinnen maakt: voor 83% bij de 12-jarigen, voor 100% bij de 13- jarigen en voor 94% van de 14-jarigen.  Met de leeftijd neemt de invloed van de vriendenkring af.

24 24 De eerste sigaret  Waarom heb je een sigaret geproefd ? •2 op de 3 jongeren verklaren dat ze zijn beginnen roken uit nieuwsgierigheid. •Het groepseffect en het nabootseffect lijken minder door te wegen in de elementen die de jongeren naar tabaksconsumptie leiden. Basis: respondenten die roken (meerdere antwoorden mogelijk )

25 25 Verschil volgens profiel •De sigaret uitproberen  4 op de 5 jongeren van 16 jaar verklaren dat ze roken uit nieuwsgierigheid tegenover iets meer dan 1 op de 2 jongeren die om die reden roken bij de 14-jarigen.  Bij de 14-jarigen lijkt het groepseffect een hoofdrol te spelen bij het leren kennen van de sigaret: 1 op de 5 respondenten verklaart te roken om de anderen na te doen; slechts 4 op de 100 jongeren van 16 jaar gaan met die stelling akkoord.

26 26 Het uitproberen van een tabaksproduct  Heb je al gerookt (of minstens één keer geprobeerd te roken) ? •Bijna 1 op de 3 jongeren heeft al geprobeerd te roken. Basis: respondenten.

27 27 Verschil volgens profiel •Het uitproberen van een tabaksproduct  We vinden gemiddeld 24% jonge rokers in een tweeoudersgezin, maar we komen aan 33% in een eenoudergezin (met vader) en aan 38% in een eenoudergezin (met moeder) of 30% in een eenoudergezin (met wisselend toezicht).  Evengoed neemt de prevalentie toe in aanwezigheid van ouders die roken (35%), in een school waar roken toegelaten wordt (43%), met broers/zussen die roken (40%) of met een vriend of vriendin die rookt (45%). Omgekeerd neemt de prevalentie af met ouders die niet roken (23%), in een school waar roken verboden wordt (23%), met broers/zussen die niet roken (23%) of een vriend(in) die niet rookt (14%).

28 28 Het uitproberen van een tabaksproduct  Heb je al gerookt (of minstens één keer geprobeerd te roken) ? •Op gelijke leeftijd zien we jongeren die proberen te roken vaker in het kunstonderwijs. Basis: respondenten. JaJa Nee

29 29 Het uitproberen van een tabaksproduct  Percentage dat blijft roken (van proberen naar consumptie) •Het percentage overschakelaars is het hoogst in het technisch, het beroeps- en het kunstonderwijs. Van elke 10 jongeren die een tabaksproduct proberen, zijn er meer dan 7 die doorgaan met roken. •Percentage overschakelaars = verhouding tussen het % rokers en het % jongeren die al een tabaksproduct geprobeerd hebben. Basis: respondenten. Percentage dat blijft roken na proberen

30 30 Het uitproberen van een tabaksproduct  Heb je al gerookt (of minstens één keer geprobeerd te roken) ? •Op de leeftijd van 11 jaar heeft bijna 1 op de 10 jongeren al geprobeerd een sigaret te roken; aan 14 jaar komen we al 1 op de 3 jongeren; en aan 16 jaar geldt dat voor meer dan 1 op de 2 jongeren. Basis: respondenten. Ja Nee

31 31 Het uitproberen van een tabaksproduct  Percentage dat blijft roken (van proberen naar consumptie) •Het percentage dat blijft roken na het proberen is zeer verschillend volgens de leeftijd, maar het is vooral vanaf de leeftijd van 14 jaar dat die percentages sterk stijgen. •Percentage dat blijft roken = verhouding tussen het % rokers en het percentage jongeren dat al een sigaret geprobeerd heeft. •Opgelet: jaar, gegevens niet te strikt nemen gelet op het kleine percentage antwoorden. Basis: respondenten. Percentage dat blijft roken

32 32 Het uitproberen van een tabaksproduct  Hoe kwam je aan die eerste sigaret ? •Net zoals voor de rokers van nu werd de eerste sigaret in de meeste gevallen aangeboden door een vriend of vriendin (6 op de 10 keer) en minder vaak door de ouders of door broer/zus (1 op de 10 keer). •De eerste sigaret wordt zelden door de jongere zelf gekocht (12%) en nog minder gestolen (4%). Basis: respondenten.

33 33 Het uitproberen van een tabaksproduct  Waarom ben je gestopt met roken ? •1 op de 3 jongeren is met proberen gestopt door afkeer; 1 op de 5 omdat het product schadelijk en gevaarlijk is; 1 op de 7 omdat er geen enkel positief argument voor is; 1 op de 10 vanwege de prijs of het gebrek aan effect. •De andere redenen blijven marginaal. Basis: respondenten die niet roken, maar diehet wel geprobeerd hebben zonder ermee door te gaan.

34 34 De contemplatie  Denk je dat je in de toekomst zult roken ? •1 op de 5 jongeren die nog nooit een sigaret geprobeerd heeft, denkt dat hij/zij (misschien) zal roken in de toekomst. Basis: respondenten die niet roken en die het nooit geprobeerd hebben.

35 35 Verschil volgens profiel •De contemplatie  De contemplatie neemt toe in aanwezigheid van ouders die roken (27% - Ja, misschien) en neemt af als de ouders niet roken (14%).  Evenzo neemt de contemplatie toe in een school waar roken toegelaten wordt (5% - Ja, heel zeker), met broer/zus die rookt (3% - Ja, heel zeker) of van vriend(in) die rookt (3% - Ja, heel zeker). Omgekeerd neemt de prevalentie af in een school waar roken verboden is (1% - Ja, heel zeker), met broers/zussen die niet roken (1% - Ja, heel zeker) of met vriend(in) die niet rookt (1% - Ja, heel zeker).

36 36 Stoppen met roken  Heb je al geprobeerd te stoppen met roken, zonder succes ? •Bijna 2 op de 3 rokers verklaren dat ze al geprobeerd hebben te stoppen met roken: zonder succes. Basis: respondenten die roken.

37 37 Stoppen met roken •Poging om te stoppen  Het aantal rokers dat probeert te stoppen neemt af naarmate de jongeren langer op school zitten: 68% in de eerste twee jaren van het secundair onderwijs, 61% midden in het secundair en 56% in de laatste twee jaren.  In Vlaanderen probeert meer dan 1 op de 2 rokers te stoppen zonder succes (68%), tegenover 60% in Brussel en 48% in Wallonië.  Terwijl op 14-jarige leeftijd nog 2 op de 3 rokers proberen te stoppen (69%), zijn er maar 59% meer op de leeftijd van 17 jaar.  Een afhankelijke roker probeert regelmatiger te stoppen (64%) dan een roker die zichzelf niet afhankelijk vindt (48%). Hoe meer een jongere rookt, hoe vaker hij/zij probeert te stoppen zonder succes.

38 38 Stoppen met roken  Toen je probeerde te stoppen met roken, voelde je... •Meer dan 1 op de 2 jongeren voelde zich irriteerbaar toen hij/zij de tabaksconsumptie probeerde te stoppen. 1 op de 2 heeft concentratieproblemen gehad en 1 op de 3 ervoer een drang om te herbeginnen met roken of nervositeit en angst. •Een kwart van de jongeren heeft verdriet en neerslachtigheid gevoeld toen ze probeerden met de tabaksconsumptie te stoppen. Basis: respondenten, meerdere antwoorden mogelijk

39 39 Het profiel van de tabaksconsumptie •Zes profielen van tabaksconsumptie werden uitgewerkt op basis van het rookgedrag van de jongeren:  De niet-rokers,  De contemplatieve niet-rokers, ofwel de jongeren die van plan zijn om in de toekomst te roken,  De ex-rokers zijn diegene die gestopt zijn met roken,  De contemplatieve ex-rokers zijn de jongeren die gestopt zijn met roken maar denken te herbeginnen,  De regelmatige rokers die al geprobeerd hebben om te stoppen,  De regelmatige rokers die niet van plan zijn om te stoppen. •Er wordt een specifieke statistische bewerking (segmentatie van Belson) gebruikt om elk profiel van rokers te karakteriseren op basis van 24 verklarende variabelen (socio-demografisch profiel en schoolprofiel, gedrags- en houdingsvariabelen van de jongeren en van hun leefmilieu).

40 40 Het profiel van de tabaksconsumptie  Profiel van de tabaksconsumptie •Meer dan 1 op de 2 jongeren (63%) verklaart niet te roken. Van die 63% denkt 1 op de 10 dat hij/zij ooit wel zal roken. •Bijna 1 op de 4 jongeren (22%) is een ex-roker. Van die 21% denkt 1 op de 10 dat hij/zij opnieuw zal beginnen roken. •1 op de 6 jongeren rookt (15%) en daarvan heeft nauwelijks 6% ooit al eens geprobeerd om te stoppen… zonder succes. Basis: respondenten.

41 41 Het profiel van de tabaksconsumptie •De niet-rokers  Zijn over het algemeen te vinden in niet-rokersomgevingen (broer/zus, vriendenkring of familie die niet rookt).  Jongens zonder afhankelijkheid van tabak (zie methodologie op p.7), leeftijd 14 à 17 jaar, met broers/zussen die niet roken (of niet bestaan), die afhankelijkheid van één enkel product manifesteren (60%).  Jongeren zonder afhankelijkheid van tabak, leeftijd 14 à 17 jaar, met broers/zussen die niet roken (of zonder broers/zussen), zonder afhankelijkheid van eender welke verslaving (69%).  Jongeren zonder afhankelijkheid van tabak, leeftijd 10 à 13 jaar, met broers/zussen die niet roken (of zonder broers/zussen) (73%).  Jongeren zonder afhankelijkheid van tabak, leeftijd 12 à 13 jaar, met broers/zussen die roken en ouders die het roken ontmoedigen (51%). •De contemplatieve niet-rokers, ofwel de jongeren die denken dat ze in de toekomst zullen roken  Jongeren zonder afhankelijkheid van tabak, leeftijd onder de 10 of 11 jaar, met broers/zussen die roken en ouders die het roken afraden (29%).  Jongeren zonder afhankelijkheid van tabak, jonger dan 12 of 13 jaar, met broers/zussen die roken en ouders die het roken niet afraden (43%).

42 42 Het profiel van de tabaksconsumptie •De ex-rokers (13%)  Vind je over het algemeen terug in rokersomgevingen (school, vriend(in), broers/zussen).  Jongeren zonder afhankelijkheid van tabak, leeftijd 14 à 17 jaar, met broers/zussen die roken en ouders die waarschuwen voor de gevaren van de sigaret, schoolgaand in de laatste 4 jaren van het secundair onderwijs en woonachtig in Brussel, in Wallonië of in de kleine Vlaamse dorpjes (36%).  Jongeren zonder afhankelijkheid van tabak, leeftijd 14 à 17 jaar, met broers/zussen die niet roken (of zonder broers/zussen) maar met afhankelijkheid van andere producten, met ouders die geen vragen stellen over het feit of ze wel of niet zullen roken (39%). •De contemplatieve ex-rokers zijn de jongeren die gestopt zijn met roken, maar die denken dat ze opnieuw zullen roken (9%)  Jongeren zonder afhankelijkheid van tabak, leeftijd 14 à 17 jaar, met broers/zussen die roken en ouders die niet waarschuwen voor de gevaren van de sigaret (38%).

43 43 Het profiel van de tabaksconsumptie •De regelmatige rokers die al probeerden te stoppen (6%)  Jongeren van 16 à 17 jaar, studenten in het 3 de en 4 de secundair, die verklaren sterk afhankelijk te zijn van tabak (HONC-rooster) en waarvan de moeder rookt of de beide ouders roken (53%).  Jongeren onder de 16 jaar die sterke afhankelijkheid van tabak toegeven (HONC-rooster) en die niet mogen roken in huis (54%). •De regelmatige rokers die niet van plan zijn te stoppen (9%)  Zijn over het algemeen te vinden in rokersomgevingen (school, vriend(in), broers/zussen) of in eenoudergezinnen.  Voor het merendeel jongeren van 16 à 17 jaar, studenten in de laatste 4 jaren van het secundair onderwijs, die verklaren sterk afhankelijk te zijn van tabak (HONC-rooster). Het feit dat de ouders roken of niet roken heeft geen invloed (meer) op hun consumptie (64%).

44 44 Het profiel van de tabaksconsumptie (evolutie) •Hoe ouder de jongere wordt, hoe meer de precontemplatiefase afneemt: iets meer dan 1 op de 10 jongeren (11%) denkt in de toekomst te zullen roken op 14-jarige leeftijd tegenover 1 op de 7 die denkt te zullen roken op 16-jarige leeftijd. •De periode van 10 tot 12 jaar blijkt een kritische periode voor het al dan niet overgaan tot roken. Basis: respondenten.

45 45 Het informeren van de ouders  Vragen je ouders je of je rookt ? •2 op de 3 ouders vragen niet aan hun kinderen of ze roken. Basis: respondenten.

46 46 Het informeren van de ouders  Vragen je ouders je of je rookt ? •Met uitzondering van de jongeren in het lager onderwijs verklaren 1 op de 3 jonge rokers dat hun ouders hun vragen of ze roken. •De jongeren in het technisch en het beroeps-onderwijs krijgen die vraag het meest. Basis: respondenten. Nee Ja

47 47 Het informeren van de ouders  Vragen je ouders je of je rookt ? •Volgens de jongeren vragen de ouders maar zelden naar hun tabaksconsumptie als ze nog geen 14 jaar oud zijn. •Aan kinderen jonger dan 11 jaar vraagt nauwelijks 1 op de 10 ouders naar de tabaksconsumptie. Daartegenover stelt 1 op de 2 ouders die vraag aan kinderen ouder dan 16 jaar en 2 op de 5 ouders vragen het aan kinderen tussen 14 en 15 jaar. Basis: respondenten. Ja Nee

48 48 Verschil volgens profiel •Informeren van de ouders – vraag of de jongere rookt  De ouders van jonge jongens vragen meer of hun kind rookt (37%) dan de ouders van jonge meisjes (28%). Diezelfde houding vinden we terug bij de inwoners van de kleine Vlaamse dorpen (51%), wanneer de kinderen ofwel ex-rokers zijn (38%) of ex-rokers die denken dat ze in de toekomst opnieuw zullen roken (49%), huidige rokers die roken geprobeerd hebben (68%) of niet (61%) of wanneer het kind afhankelijk is van tabak (65%). Hoe meer de jongere rookt, hoe meer de ouders ermee praten over hun afhankelijkheid.  De ouders die woonachtig zijn in de grote Waalse agglomeraties (26%) of in de landelijke gemeenten (23%) stellen hun kinderen hierover maar weinig vragen.

49 49 Het informeren van de ouders  Weten je ouders dat je rookt ? •3 op de 5 jongeren verklaren dat hun ouders weten dat ze roken. Basis: respondenten die roken.

50 50 Het informeren van de ouders  Weten je ouders dat je rookt ? •Met uitzondering van de jongeren in het lager onderwijs verklaren 6 op de 10 jonge rokers dat hun ouders weten dat ze roken. •Na het lager onderwijs is het in de eerste jaren van het secundair onderwijs dat de jongeren verklaren dat hun ouders niet op de hoogte zijn (48%). Dit percentage neemt af in het 3 de -4 de jaar (32%) en komt op nauwelijks 25% voor het 5 de -6 de jaar. Basis: respondenten die roken NeeJa

51 51 Instemming van de ouders  Gaan je ouders ermee akkoord dat je rookt ? •4 op de 10 jongeren gaan ervan uit dat hun ouders hun tabaksconsumptie tolereren. Basis: respondenten die roken

52 52 Instemming van de ouders  Gaan je ouders ermee akkoord dat je rookt ? •Volgens de jonge rokers verwerpen de ouders het rookgedrag van hun kinderen als die nog geen 13 jaar oud zijn. •Van zodra ze 14 jaar oud zijn, ziet een derde van de jongeren een vorm van goedkeuring van de ouders. •Vanaf de leeftijd van 16 jaar verklaart de helft van hen dat hun ouders akkoord gaan met hun tabaksconsumptie. Basis : respondenten. Ja Nee

53 53 Instemming van de ouders  Gaan je ouders ermee akkoord dat je rookt ? •De leerlingen uit het lager onderwijs die roken, verklaren dat hun ouders er niet mee akkoord gaan dat ze roken. •Daartegenover krijgt 1 op de 3 leerlingen in het secundair onderwijs toestemming van de ouders. Die toestemming komt vaker voor (bij 1 op de 2) in het technisch en het beroeps- onderwijs. Basis: respondenten die roken Nee Ja

54 54 Instemming van de ouders  Mag je bij jou thuis roken in huis ? •2 op de 5 jongeren verklaren dat ze bij hen thuis mogen roken. Basis: respondenten.

55 55 Instemming van de ouders  Mag je bij jou thuis roken in huis ? •De hogere sociale groepen laten minder vaak het tabaksgebruik binnenshuis toe. Basis: respondenten. JaNee

56 56 De tabaksconsumptie van de ouders  Rookt je vader of je moeder ? •In bijna de helft van de gezinnen van de jonge respondenten wordt niet gerookt. Basis: respondenten.

57 57 De tabaksconsumptie van de ouders •De tabaksconsumptie van de ouders houdt rechtstreeks verband met de sociale groepen. •Hoe hoger de sociale groep, hoe minder tabaksconsumptie er is in het gezin. Beide rokenVader rookt  Rookt je vader of je moeder ? Moeder rookt

58 58 De tabaksconsumptie van de ouders •Het consumptievolume van de jongeren houdt rechtstreeks verband met de consumptie van de ouders. •Hoe sterker tabak aanwezig is bij de ouders, hoe meer de jongere rookt. •Sigarettenconsumptie per weekend in functie van de consumptiekwartielen. Beide rokenVader rookt  Rookt je vader of je moeder (weekend) ? Moeder rookt Basis: respondenten.

59 59 De tabaksconsumptie van de ouders •Het consumptievolume van de jongeren houdt rechtstreeks verband met de consumptie van de ouders. •Hoe sterker tabak aanwezig is bij de ouders, hoe meer de jongere rookt. •Sigarettenconsumptie (vorige dag) in functie van de consumptiekwartielen. Beide rokenVader rookt  Rookt je vader of je moeder (vorige dag)? Moeder rookt Basis: respondenten.

60 60 Verschil volgens profiel •Tabaksconsumptie van de ouders  De gezinnen van kinderen in het technisch (61%), beroeps- (71%) en kunstonderwijs (62%) roken vaker dan de gezinnen van kinderen in het lager (44%) of het algemeen onderwijs (49%) of waar de kinderen ex-rokers zijn (51%) of ex-rokers die denken dat ze in de toekomst opnieuw zullen roken (61%), huidige rokers die geprobeerd hebben (76%) of niet geprobeerd hebben te stoppen (70%) of wanneer hun kind afhankelijk is van tabak (72%). Hoe meer de ouders roken, hoe meer de jongere rookt.  De eenoudergezinnen (69%) roken eerder meer dan de tweeoudersgezinnen (45%). Broers/zussen die niet roken komt vaker voor (56%) in de gezinnen waar de ouders niet roken dan in de gezinnen waar de ouders wel roken (24%).

61 61 Tabaksverslaving bij de ouders  Hebben je ouders je al gezegd dat ze “verslaafd” zijn aan de sigaret ? •Meer dan 4 op de 10 jongeren met ouders die roken verklaart dat zijn of haar ouders al gezegd hebben dat ze «verslaafd» zijn aan de sigaret. Basis: ouders die roken

62 62 Tabaksverslaving bij de ouders  Hebben je ouders je al gezegd dat ze “verslaafd” zijn aan de sigaret ? •De rokende ouders van jongeren die in het lager of algemeen onderwijs zitten, praten minder vaak van hun afhankelijkheid van tabak. •De rokende ouders van jongeren in het technisch, beroeps- of kunstonderwijs praten er vaker over. Het is ook in die onderwijstypes dat we de meeste jonge rokers terugvinden. Basis: ouders die roken. Nee Ja

63 63 Verschil volgens profiel •Afhankelijkheid bij de ouders  De ouders die roken, praten meer over hun afhankelijkheid met kinderen in het midden (53%) en op het einde van hun secundaire schoolperiode (58%). Ouders praten ook meer over hun afhankelijkheid wanneer ze in Vlaanderen wonen (50%) of wanneer hun kinderen ex-rokers zijn (48%), of huidige rokers die geprobeerd hebben (69%) of niet geprobeerd hebben te stoppen (60%) of wanneer hun kind afhankelijk is van tabak (67%). Hoe meer de jongere rookt, hoe meer de ouders met hem/haar praten over hun eigen afhankelijkheid.  Wanneer ze in Brussel (32%) of in Wallonië (37%) wonen, praten ze minder gemakkelijk over hun afhankelijkheid. Dat is ook zo in de gemiddelde (41%) of hoge sociale groepen (43%).

64 64 De tabaksconsumptie in de vriendenkring  Roken je vrienden/vriendinnen ? •Bijna 1 op de 2 jongeren wordt geconfronteerd met een vriendenkring die rookt of andere jongeren die roken. Basis: respondenten.

65 65 De tabaksconsumptie in de vriendenkring  Roken je vrienden/vriendinnen ? •Met uitzondering van de jongeren in het lager onderwijs verklaart meer dan 1 op de 2 jonge rokers dat de leden van hun vriendenkring roken. •Het percentage ligt hoger in het technisch, beroeps- en kunstonderwijs. •In het 3 de en 4 de jaar van het secundair onderwijs komt het op 72%, en in het 5 de en 6 de jaar op 77%. Basis: respondenten die roken. Ja Nee

66 66 De tabaksconsumptie in de vriendenkring  Roken je vrienden/vriendinnen ? •Vanaf de leeftijd van 13 jaar gaat 1 op de 3 jongeren om met een vriendenkring die rookt. Op 14-jarige leeftijd worden bijna 3 op de 5 jongeren met dit probleem geconfronteerd. Op 16-jarige leeftijd gaat nauwelijks 1 op de 5 jongeren nog om met een vriendenkring waarin niet gerookt wordt ! Basis: respondenten. Nee Ja

67 67 Verschil volgens profiel •Tabaksconsumptie in de vriendenkring  Jonge kinderen die enig kind zijn (56%), gaan vaker om met vrienden/vriendinnen die roken. Dat geldt ook voor de jongeren die in de kleine Waalse dorpen wonen (59%) of behoren tot de lage sociale groepen (59%). Idem voor jongeren die ex-rokers zijn (65%), of huidige rokers die geprobeerd hebben (92%) of niet geprobeerd hebben te stoppen (91%), of die afhankelijk zijn van tabak (91%). Hoe meer de jongere rookt, hoe meer hij/zij omgaat met vrienden/vriendinnen die roken. Hoe meer een jongere omgaat met vrienden/vriendinnen die roken, hoe meer de jongere rookt…

68 68 De tabaksconsumptie in de school  Mag er in je school gerookt worden ? •Meer dan 1 op de 5 jongeren wordt geconfronteerd met een schoolomgeving waar tabak wordt toegelaten. Basis: respondenten.

69 69 De tabaksconsumptie in de school  Mag er in je school gerookt worden ? •Met uitzondering van de jongeren in het lager en het algemeen onderwijs, verklaart meer dan 1 op de 3 jonge rokers dat hun schoolomgeving rokers tolereert. •Het percentage ligt hoger in het technisch onderwijs en vooral in het beroepsonderwijs. •In het 3 de en 4 de middelbaar komt het percentage op 32% en in het 5 de en 6 de middelbaar op 41%. Basis: respondenten die roken. Ja Nee

70 70 De tabaksconsumptie in de school  Mag er in je school gerookt worden ? •Vanaf de leeftijd van 13 jaar komt 1 op de 5 jongeren terecht in een school waar tabaksconsumptie volgens die jongere toegelaten wordt. Op 16-jarige leeftijd worden 4 op de 10 jongeren dagelijks geconfronteerd met tabaksconsumptie. Basis: respondenten. Nee Ja

71 71 Verschil volgens profiel •Tabaksconsumptie in de school  De studenten in Vlaanderen (26%) zeggen vaker dan de Brusselaars (10%) of de Walen (16%) dat de school tabaksconsumptie toelaat. Het percentage ligt ook hoger bij de lage sociale groepen (32%) en bij de ex-rokers die denken (25%) of niet denken (30%) dat ze nog opnieuw zullen beginnen roken, of bij de rokers die geprobeerd hebben (43%) of niet geprobeerd hebben te stoppen (40%), of nog bij de afhankelijke rokers (42%). Hoe groter hun eigen tabaksconsumptie is, hoe vaker de school roken toelaat…

72 72 De tabaksconsumptie van broer(s) of zus(sen)  Heb je een broer/zus die rookt of broers/ zussen die roken ? •Bijna 1 op de 4 jongeren wordt geconfronteerd met een (of meerdere) broer(s) of zus(sen) die rookt (roken). Basis: respondenten.

73 73 De tabaksconsumptie van broers en zussen  Heb je een broer/zus die rookt of broers/ zussen die roken ? •Met uitzondering van de jongeren in het lager onderwijs verklaart meer dan 1 op de 4 jonge rokers dat ze een broer en/of zus hebben die rookt. •Het percentage ligt hoger in het technisch, het beroeps- en het kunstonderwijs. •In het 3 de en 4 de middelbaar komt het percentage op 29%. Basis: respondenten die roken. Ja NeeHeb geen broer/zus

74 74 De tabaksconsumptie van broers en zussen  Heb je een broer/zus die rookt of broers/ zussen die roken ? •Vanaf de leeftijd van 14 jaar zien we dat bijna 1 op de 3 jongeren een broer/zus heeft die rookt. Basis: respondenten. NeeJaHeb geen broer/zus

75 75 Verschil volgens profiel •Tabaksconsumptie van broers/zussen  Hoe meer broers en/of zussen er zijn, hoe groter het leeftijdverschil tussen de kinderen wordt en hoe meer de jongere geconfronteerd wordt met oudere broer(s) en/of zus(sen) die roken. Hetzelfde geldt onder de lage sociale groepen (31%) of de ex-rokers (29%), de huidige rokers die geprobeerd hebben (46%) of niet geprobeerd hebben te stoppen (49%) of nog die afhankelijk zijn van tabak (48%). Hoe meer de jongere rookt, hoe meer hij/zij omgaat met broer(s)/zus(sen) die roken. Hoe meer de jongere omgaat met broer(s)/zus(sen) die roken, hoe meer de jongere rookt. Het meeslepend effect is reëel.

76 76 De afhankelijkheid van tabak bij de jongeren  Afhankelijkheid en tabak •83% van de jongeren verklaren dat ze afhankelijk zijn van tabak. •Dit percentage komt op 91% in het technisch onderwijs, 89% in het beroepsonderwijs en 94% in het kunstonderwijs, en op 94% in het 5 de en 6 de middelbaar. •Het stijgt ook bij de jongeren die uitgaan in discotheken, naar bals (90%) of wanneer jongeren een glas gaan drinken (90%). Basis: respondenten die roken.

77 77 De afhankelijkheid van tabak bij de jongeren  Afhankelijkheid en tabak (zie methodologie p. 7) •Het afhankelijkheidspercentage stijgt snel met de leeftijd. Opgelet: gegevens niet te strikt te nemen voor de jarigen vanwege het kleine aantal antwoorden. Basis: respondenten die roken. Ja Nee

78 78 De poly-consumptie •Hoe ouder de jongere wordt, hoe groter en gevarieerder de polyconsumptie wordt. •De polyconsumptie komt meer voor in de eenoudergezinnen, waar de moeder rookt, vanaf het moment dat de jongere in een rokersmilieu komt (school, broer/zus, vrienden, uitgaan, een glas gaan drinken) of onenigheid heeft (met broer/zus, vrienden, ouders) of graag risico’s neemt, nieuwe ervaringen zoekt of graag doet wat verboden is. Omgekeerd neemt de polyconsumptie af wanneer de jongere in niet- rokersmilieus vertoeft. 1 product 2 producten 5 producten  % jongeren die afhankelijk zijn van één of meerdere stoffen (tabak, alcohol, drugs, spelletjes) 3 producten 4 producten

79 79 Conclusies •De leeftijd, het studietype en het milieu (vrienden, school, familie) zijn essentiële elementen voor de tabaksconsumptie en voor de perceptie ervan.  De jongeren zijn zich over het algemeen weinig bewust van de spiraal van afhankelijkheid waarin ze terecht komen vanaf de eerste sigaret. Van zodra ze beginnen te roken, wordt dit risico ontkend, alhoewel het reëel is.  De jongste leeftijdsgroepen zijn de meest gevoelige doelgroepen voor sollicitaties vanuit hun omgeving (vriendenkring, schoolkameraden, broers/zussen, familie). Ze zullen gemakkelijker ingaan op het voorstel om een eerste sigaret te roken.  De jongeren in het technisch, beroeps- en kunstonderwijs zijn meer geneigd om tabak te consumeren en om de risico’s te minimaliseren, in hun perceptie gesterkt door de familiekring of de schoolomgeving.  Voorlichtingsacties, verbodsinstructies of niet-rookgedrag binnen het gezin (ouders en broers/zussen) beïnvloeden de perceptie en de tabaksconsumptie. Hoe minder er gerookt wordt, hoe minder de jongere geneigd zal zijn om te experimenteren.  De afhankelijkheid van tabak nestelt zich zeer snel en zeer vroeg bij de jongeren. Meer nog: jongeren worden snel afhankelijk van meerdere producten, maar het is wel de tabaksconsumptie die leidt tot afhankelijkheid van meerdere producten.

80 80 Aanbevelingen De studie onderstreept de noodzaak om:  Het beleid inzake preventie van en strijd tegen tabaksconsumptie te concentreren op de leeftijdsgroep van jaar.  Het accent te leggen op de risicogroepen (vanaf 10 jaar) en gerichte en aangepaste communicatieacties te ontwikkelen.  De rol van de ouders te versterken inzake preventie en voorlichting naar hun jonge kinderen toe, door meer aandacht te besteden aan de kansarmste sociale milieus.  Acties te richten naar jongeren tussen jaar, rekening houdend met de jongeren die niet roken, wat nog altijd een meerderheid is. Hun houding moet gevaloriseerd worden.  De strategie te versterken voor ingrepen in verband met ontwenning vanaf het einde van de middelbare school.

81 81 Verantwoordelijke uitgever: Marc Vandercammen OIVO Stichting van openbaar nut Riddersstraat BRUSSEL Tel. 02/ Fax. 02/ Uitgave 2005 Catalogusref D ©OIVO Prijs : 86 € Overnames voor niet-commerciële doeleinden toegelaten mits bronvermelding.


Download ppt "S t u d i e Jongeren en tabak Studie gerealiseerd in partnerschap met Rodin Stichting - mei 2005."

Verwante presentaties


Ads door Google