De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Woningfinanciering een inleiding Hoofdstuk 8. hoofdstuk 82 Hoofdstuk 8: De kwantitatieve aspecten van de annuïteitenhypotheek         Kenmerken.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Woningfinanciering een inleiding Hoofdstuk 8. hoofdstuk 82 Hoofdstuk 8: De kwantitatieve aspecten van de annuïteitenhypotheek         Kenmerken."— Transcript van de presentatie:

1 Woningfinanciering een inleiding Hoofdstuk 8

2 hoofdstuk 82 Hoofdstuk 8: De kwantitatieve aspecten van de annuïteitenhypotheek         Kenmerken annuïteitenhypotheek Berekening van de annuïteit Bepaling van restschuld, rente en aflossing per periode Bepaling van de maximale leencapaciteit

3 hoofdstuk 83 Kenmerken annuïteitenhypotheek  Constant totaalbedrag aan rente + aflossing per periode  Totaalbedrag = annuïteit  Exponentiële toename aflossingsdeel  Exponentiële afname rentedeel  Overlijdensrisicoverzekering (los) is mogelijk

4 hoofdstuk 84 Berekening van de annuïteit           m.b.v. meetkundige rij m.b.v. formule m.b.v. annuïteitentabel m.b.v. GR m.b.v. Excel

5 hoofdstuk 85 Lopend voorbeeld  Annuïtaire lening met  Hoofdsom: €  Looptijd: 30 jaar  Nominaal rentepercentage: 6,0% op jaarbasis  Maandelijkse betalingen achteraf

6 hoofdstuk 86 Berekening van de annuïteit m.b.v. meetkundige rij  Stel A = maandelijks te betalen annuïteit MR met t 1 = A / 1,005 R = 1 / 1,005

7 hoofdstuk 87 Berekening van de annuïteit m.b.v. meetkundige rij  De som van de contante waarden is gelijk aan de hoofdsom  Volgens somformule:  Hieruit volgt A = € 1.618,79

8 hoofdstuk 88 Berekening van de annuïteit m.b.v. formule  De annuïteit A is gelijk aan  K hoofdsom van de lening  n aantal perioden  g groeifactor per periode (meestal maand)

9 hoofdstuk 89 Berekening van de annuïteit m.b.v. formule In voorbeeld: K = € n = 360 maanden g = 1,005 Dus:

10 hoofdstuk 810 Berekening van de annuïteit m.b.v. annuïteitentabel  Gebruik uit bijlage A de tabel voor ‘contante waarde en postnumerando’  annuïteitentabel 

11 hoofdstuk 811 Berekening van de annuïteit m.b.v. annuïteitentabel

12 hoofdstuk 812 Berekening van de annuïteit m.b.v. annuïteitentabel  In voorbeeld:

13 hoofdstuk 813 Berekening van de annuïteit m.b.v. GR  Vul alle bekende gegevens in  Nlooptijd  I%rentepercentage  PVhoofdsom van de lening  Restschuld  indien niet  FV = 0  anders invullen bij FV, tegengesteld van teken met PV  Overige instellingen: zie H7  Annuïteit = PMT

14 hoofdstuk 814 Berekening van de annuïteit m.b.v. GR  Annuïteit = € 1.618,79  In voorbeeld:

15 hoofdstuk 815 Berekening van de annuïteit m.b.v. Excel  Via de financiële functie BET(rente; aantal_termijnen; hw; tw; type_getal)of PMT(rate; nper; pv; fv; type)

16 hoofdstuk 816 Bepaling van restschuld, rente en aflossing per periode op GR  CASIO  TI-84  Bereken eerst de annuïteit  Kies in financieel menu voor F4: Amortization  Vul periodenummer(s) in bij PM1 en/of PM2  Bereken gewenst grootheid met een van de functietoetsen F1 t/m F5  Bereken eerst de annuïteit  Scroll in Finance menu naar beneden  Kies voor:  Bal(k)restschuld na k perioden  ∑Prn(m,n)aflossing periode m t/m n  ∑Int(m,n)rente periode m t/m n

17 hoofdstuk 817 Bepaling van restschuld, rente en aflossing per periode met Excel  Gebruik een van de financiële functies:  IBET(rente; termijn; aantal_termijnen; hw; tw; type_getal)  PBET(rente; termijn; aantal_termijnen; hw; tw; type_getal)  CUM.RENTE(rente; aantal_termijnen; hw; begin_periode; einde­_periode; type_getal)  CUM.HOOFDSOM(rente; aantal_termijnen; hw; begin_periode; einde­_periode; type_getal)

18 hoofdstuk 818 Bepaling van restschuld, rente en aflossing per periode met Excel

19 hoofdstuk 819 Bepaling van de maximale leencapaciteit (algemeen) 1. Bereken op basis van financieringslastpercentage (fl%) of woonquote de maximale financieringslast (mf) op maandbasis 2. Maximale leencapaciteit is gelijk aan de hoofdsom van een annuïteitenlening met  Looptijd = MIN(geoffreerde looptijd, 30 jaar)  Annuïteit = mf maand  Maandelijkse betalingen achteraf

20 hoofdstuk 820 Bepaling van de maximale leencapaciteit volgens Gedragscode  Extra regels:  Toetsinkomen is som van de huidige vaste inkomsten en een percentage van het vermogen waarvan de inkomsten vrij beschikbaar zijn  Percentage = MIN(3%, geoffreerde hypotheekrente)  Geen woonquotes (afhankelijk van bank) maar door het NIBUD vastgestelde financieringslastpercentages  Zie tabellen in bijlage B t/m E

21 hoofdstuk 821 Bepaling van de maximale leencapaciteit volgens Gedragscode  Extra regels (vervolg):  Rentevaste periode > 10 jaar  toetsrente = geoffreerde rente  Rentevaste periode < 10 jaar  toetsrente = rente door CHF vastgesteldvastgesteld  Inkomen van partner telt mee  Het financieringslastpercentage is echter gelijk aan dat van het hoogste inkomen

22 hoofdstuk 822 Voorbeeld  Hoeveel kan Milou in 2009 lenen volgens de Gedragscode? Gegevens:  Aflossingsvrije hypotheek gewenst met een looptijd van 40 jaar en een variabele rente  De bank offreert een variabele rente van 4,5%  Milou (30 jaar) verdient € per jaar; haar samenwonende partner is 33 jaar en verdient €  Partner heeft een vermogen van € op de bank  CHF-percentage = 5,8%  Milou betaalt voor een autolening € 320 per maand

23 hoofdstuk 823 Voorbeeld (uitwerking)  Looptijd = MIN(40,30) = 30 jaar  Rentevaste periode < 10 jaar  toetsrente = CHF-rente = 5,8%  € (3% van € ) mag worden opgeteld bij het gezamenlijke inkomen  Totale inkomen = = euro

24 hoofdstuk 824 Voorbeeld (uitwerking)  Financieringslastpercentage wordt gebaseerd op (alleen) het inkomen van Milou  Leeftijd < 65 jaar en leencapaciteit in 2009  gebruik tabel B uit bijlage  Financieringslastpercentage = 32,5%

25 hoofdstuk 825 Voorbeeld (uitwerking)

26 hoofdstuk 826 Voorbeeld (uitwerking)  maximale financieringslast per maand: max. leencapaciteit bedraagt euro

27 hoofdstuk 827 Bepaling van de maximale leencapaciteit bij NHG  In principe als bij Gedragscode, echter: 1. Er wordt geen rekening gehouden met vrij beschikbare inkomsten uit vermogen 2. Nog meer extra regels

28 hoofdstuk 828 Bepaling van de maximale leencapaciteit bij NHG  Extra regels:  Overige financiële verplichtingen uit leningen of kredieten worden in mindering gebracht op maximale financieringslast  Gebeurt zonder NHG meestal ook  Precieze uitwerking van inkomstenbronnen  Richtlijnen over bepaling toetsinkomen bij: a. Flexibele arbeidsrelatie of zelfstandig beroep b. Over deel van lening is rente niet fiscaal aftrekbaar c. In buitenland belastingplichtig d. Koopsubsidie

29 hoofdstuk 829 Inkomstenbronnen bij NHG  Het toetsinkomen is gelijk aan de som van: a. Brutojaarsalaris + vakantietoeslag b. Pensioen-, AOW of VUT-uitkering c. Sociale uitkering (WW, WAO enzovoorts) d. Mits structureel: onregelmatigheidstoeslag, provisie en overwerk, e. Vaste 13e maand of eindejaarsuitkering f. Inkomen uit zelfstandig beroep of bedrijf g. Alimentatie ten gunste van de aanvrager h. VEB-toelage  Verminderd met: i. Jaarlijkse erfpachtcanon j. Alimentatie ten gunste van de ex-partner  Het financieringslastpercentage wordt gebaseerd op de som van de bedragen uit a tot en met h

30 hoofdstuk 830 NHG: Flexibele arbeidsrelatie of zelfstandig beroep  Toetsinkomen is gelijk aan het gemiddelde jaarinkomen van de afgelopen drie kalenderjaren tot maximaal het jaarinkomen van het laatste kalenderjaar.

31 hoofdstuk 831 NHG: rente is gedeeltelijk niet aftrekbaar  Kan gevolg zijn van:  Bijleenregeling  Meefinanciering van  Koopsompolissen  Eenmalige inleg bij effectenhypotheek  Boeterente bij oversluiten

32 hoofdstuk 832 NHG: rente is gedeeltelijk niet aftrekbaar  Berekening van maximale leencapaciteit in drie stappen: 1. Bereken de financieringslast per maand van het leningdeel waarvan de rente niet fiscaal aftrekbaar is via de formule (sinds 1 jan. 2010: ) waarbij  Ann = annuïteitenfactor (= 1 / vermenigvuldigingsfactor uit annuïteitentabel)  K = hoofdsom leningdeel waarvan de rente niet fiscaal aftrekbaar is  F = financieringslastpercentage  R = toetsrente

33 hoofdstuk 833 NHG: rente is gedeeltelijk niet aftrekbaar  Berekening van maximale leencapaciteit in drie stappen (vervolg) 2. Bereken de resterende financieringslast per maand door de maximale financieringslast per maand die bij het inkomen hoort te verminderen met de in 1 berekende financieringslast 3. Bereken de leencapaciteit op basis van de resterende financieringslast uit 2 en vermeerder de uitkomst met K (de hoofdsom van het leningdeel waarvan de rente niet aftrekbaar is)

34 hoofdstuk 834 NHG: in het buitenland belastingplichtig  Geen profijt van aftrek hypotheekrente  Financieringslastpercentage wordt verlaagd met de som van de toetsrente en 3,0%  Sinds 1 jan is de verlaging gelijk aan de som van 1,5 keer de toetsrente en 1,5%-punt  Bij tweeverdieners alleen dan geen verlaging als persoon met hoogste inkomen in Nederland belastingplichtig is

35 hoofdstuk 835 NHG en koopsubsidie  Toetsing vindt plaats op basis van het verschil tussen de hoofdsom en de contante waarde van de subsidiebedragen


Download ppt "Woningfinanciering een inleiding Hoofdstuk 8. hoofdstuk 82 Hoofdstuk 8: De kwantitatieve aspecten van de annuïteitenhypotheek         Kenmerken."

Verwante presentaties


Ads door Google