De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

H16: Renten H 16 gaat over renten. Wat is het verschil met H 15? In H 15 is er steeds sprake van het storten van 1 kapitaal op een bepaal moment. In H16.

Verwante presentaties


Presentatie over: "H16: Renten H 16 gaat over renten. Wat is het verschil met H 15? In H 15 is er steeds sprake van het storten van 1 kapitaal op een bepaal moment. In H16."— Transcript van de presentatie:

1 H16: Renten H 16 gaat over renten. Wat is het verschil met H 15? In H 15 is er steeds sprake van het storten van 1 kapitaal op een bepaal moment. In H16 is er steeds sprake van het storten van meerdere, gelijke kapitalen met gelijke tussenperioden. Ook in H 16 kun je de eindwaarde en de contante waarde berekenen maar dan van renten. § 16.1: berekening van de eindwaarde van een renten § 16.2: berekening van de contante waarde van een renten § 16.3: berekening van de eindwaarde van een renten met een formule § 16.4: berekening van de contante waarde van een renten met een formule

2 § 16.1: berekening van de eindwaarde van een renten Voorbeeld: Iemand stort jaarlijks, vanaf t/m , € op zijn spaarrekening. Hij ontvangt 3% S.I per jaar. Bereken de totale eindwaarde op Eerst een tijdlijn maken!!! € Eindwaarde?

3 Het kapitaal € van staat 4 perioden uit tegen 3% S.I per jaar; eindwaarde dus € x (1,03)^4 = € Het kapitaal € van staat 3 perioden uit tegen 3% S.I per jaar; eindwaarde dus € x (1,03)^3 = € Het kapitaal € van staat 2 perioden uit tegen 3% S.I per jaar; eindwaarde dus € x (1,03)^2 = € Het kapitaal € van staat 1 periode uit tegen 3% S.I per jaar; eindwaarde dus € x (1,03) = € Totale eindwaarde is dus de 4 afzonderlijke eindwaarden opgeteld: € Totaal ontvangen interest in de 4 perioden is € – 4 x € = € Bereken de totale eindwaarde op Je moet dan door hebben dat er geen sprake meer is van renten! Immers; de laatste jaarlijkse storting was op Het gevormde kapitaal (€ ) gaat nu dus als 1 kapitaal (= H 15) verder. € x (1,03)^3 = €

4 Je begrijp dat voorgaande manier van uitrekenen vrij omslachtig is. Stel je voor dat je dit moest uitrekenen voor een renten van 30 jaar! Daarom is er een formule die dit sneller voor je kan uitrekenen: zie § 16.3 Er zijn talloze varianten op dit soort sommetjes: het rentepercentage verandert tussentijds er worden tussentijds bedragen van de rekening gehaald er worden tussentijds bedragen op de rekening gestort combinaties van het storten 1 kapitaal en renten etc, etc Daarom: goed lezen tijdlijn maken oefenen

5 § 16.2: berekening van de contante waarde van een renten Voorbeeld: Iemand ontvangt, vanaf t/m , jaarlijks van zijn bank € Hij zit echter in geldnood en wil het totale geld van de bank hebben op De bank rekent met 2% S.I per jaar. Bereken de contante waarde op Eerst een tijdlijn maken!!! € Contante waarde?

6 Het kapitaal € van moet 4 perioden terug gebracht worden tegen 2% S.I per jaar; contante waarde dus € /(1,02)^4 = € Het kapitaal € van moet 3 perioden terug gebracht worden tegen 2% S.I per jaar; contante waarde dus € /(1,02)^3 = € Het kapitaal € van moet 2 perioden terug gebracht worden tegen 2% S.I per jaar; contante waarde dus € /(1,02)^2 = € Het kapitaal € van moet 1 periode terug gebracht worden tegen 2% S.I per jaar; contante waarde dus € /(1,02) = € Totale contante waarde is dus de 4 afzonderlijke contante waarden opgeteld: € Totaal “verlies” in de 4 perioden is 4 x € € = € 480 Je begrijp dat voorgaande manier van uitrekenen vrij omslachtig is. Stel je voor dat je dit moest uitrekenen voor een renten van 30 jaar! Daarom is er een formule die dit sneller voor je kan uitrekenen: zie § 16.4

7 § 16.3: berekening van de eindwaarde van een renten met een formule Zoals in § 16.1 is er een formule die de eindwaarde berekening bij renten minder omslachtig maakt: En = K x (1+i) n+1 – (1+i) i En = totale eindwaarde K = kapitaal n = aantal perioden i = p/100 De formule toegepast met ons voorbeeld uit § 16.1 geeft dan het volgende resultaat: En = € x (1,03)^5 – (1,03) = € ,03

8 § 16.4: berekening van de contante waarde van een renten met een formule Zoals in § 16.2 is er een formule die de contante waarde berekening bij renten minder omslachtig maakt: Cw = K x 1 – (1+i) -n i Cw = totale contante waarde K = kapitaal n = aantal perioden i = p/100 De formule toegepast met ons voorbeeld uit § 16.2 geeft dan het volgende resultaat: En = € x 1 – (1,02)^-4 = € ,02


Download ppt "H16: Renten H 16 gaat over renten. Wat is het verschil met H 15? In H 15 is er steeds sprake van het storten van 1 kapitaal op een bepaal moment. In H16."

Verwante presentaties


Ads door Google