De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Spelen kun je zelf, (ieder kind speelt toch…!?!) Jeugdformaat, 30 januari 2013.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Spelen kun je zelf, (ieder kind speelt toch…!?!) Jeugdformaat, 30 januari 2013."— Transcript van de presentatie:

1 Spelen kun je zelf, (ieder kind speelt toch…!?!) Jeugdformaat, 30 januari 2013

2 Waarom spelen kinderen?   Spelen hoort bij ieder kind en komt voor bij alle kinderen ter wereld;   Spel is de taal van kinderen;   Spelen is van levensbelang, want door spelen ontdekt het kind de wereld om hem heen, krijgt het inzicht in gebeurtenissen en situaties. Het kind gaat de wereld ervaren in de meest letterlijke zin van het woord.   Spelen gebeurt niet toevallig;   Spelen is niet bedoeld als invulling van vrije tijd;

3 De zin van spelen:   Verwerven van nieuwe vaardigheden;   Spelen is belangrijk voor de persoonlijke ontwikkeling van het kind.   Spelen is de basis voor latere technieken, die het kind zal gaan gebruiken om te leren lezen, rekenen en inzicht krijgen in allerlei zaken;   Als een kind niet leert spelen, zal dat niet alleen gevolgen hebben voor latere schoolprestaties, maar ook voor de persoonlijkheid en het gedrag van het kind.

4 De zin van spelen - vervolg   Kinderen horen, zien en voelen met hun handen bij het spel, spelen zorgt voor een handelende confrontatie met hun omgeving.   Kinderen willen met hun lichaam ontdekken hoe de wereld in elkaar zit.   Kinderen zijn van nature nieuwsgierig;   De wereld van een kind bestaat uit constant geconfronteerd worden met nieuwe uitdagingen die ze graag aangaan;

5 Hoe vaak speelt een kind?   Als het goed is speelt een kind gemiddeld 6-8 uur per dag. Kinderen worden uitgedaagd door hun omgeving.   Ze proberen en ontdekken dat sommige dingen makkelijk gaan en sommige dingen niet.   Hebben plezier in handelen, herhalen graag;   Door spelen leert het kind met eigen mogelijkheden om te gaan, krijgt inzicht in zichzelf en dingen om hem heen.

6 Wie speelt, duikt onder…. Door spel verwerken kinderen gebeurtenissen, maar ook gevoelens en emoties, zowel negatieve als positieve; Kinderenoefenenrollenvan anderen door rollenspel. Het is hun manier om de wereld te verkennen en te ervaren: hoe is het om brandweerman of juf te zijn? Kinderen spelen de werkelijkheid na om zich dit eigen te maken.

7 Wie speelt oefent geduld • Wachten op je beurt…. • Winnen en verliezen,..

8 Emotionele ontwikkeling:   Door te spelen doen kinderen ervaringen op en verwerken emoties. Spel kan kinderen ook helpen om te gaan met angsten. Op een veilige manier kan in het spel gee ̈ xperimenteerd worden met angsten, omdat het toch niet echt is;   Door te spelen leren kinderen omgaan met teleurstellingen;   Door te spelen doen kinderen succes- ervaringen op en ontwikkelen zij zelfvertrouwen.

9

10 Motorische ontwikkeling:   Leren relaties te zien tussen zien en doen, de oog-handcoo ̈ rdinatie wordt steeds beter;   Leren reageren op situaties;   Oefenen van grote en fijne motoriek door te spelen. Door klimmen, klauteren, rondrennen wordt de grote motoriek ontwikkeld en door knutselen, bouwen met constructiemateriaal wordt de fijne motoriek geoefend.   Door te spelen leren kinderen uithoudingsvermogen ontwikkelen;

11 Cognitieve ontwikkeling:   Door te spelen leert een kind logisch denken;   Door te spelen leert het kind zich beter concentreren, onthouden van handelingen;   Woordenschat wordt uitgebreid en het kind leert door te spelen genuanceerder de taal te gebruiken;   Kinderen leren door te spelen juist die vaardigheden die nodig zijn om onafhankelijk en met eigen verantwoordelijkheidsgevoel nieuwe situaties aan te gaan.

12 Spelen gaat niet altijd vanzelf… Kinderen en spelen lijkt evident, maar is dat in de praktijk niet altijd. Sommige kinderen kunnen zich als het ware van zelf bezig houden. Ze hebben voldoende fantasie die ze kunnen inzetten om op zichzelf te spelen. Andere kinderen lijken uit zichzelf niet tot spelen te komen. Dit kan met tal van zaken te maken hebben : Misschien is het speelgoed niet helemaal aangepast aan de behoeftes zodat het geen uitdaging vormt om ermee te spelen. Wat voor het ene kind leuk en aantrekkelijk speelgoed is, daar vindt een ander kind niets aan. Het vergt voor ouders dan ook zoeken naar welk speelgoed elk van de kinderen aantrekkelijk speelgoed vindt: zijnde niet te gemakkelijk, maar ook niet te moeilijk en aansluitend bij de interesses en mogelijkheden van elk specifiek kind. Binnen Pleegzorg spelen vaak nog andere zaken een rol. Pleegkinderen hebben vaak niet geleerd om zichzelf te vermaken; vaak komen zij enkel tot spel via jou als pleegouder. Continu aandacht vragen en niet alleen spelen hebben beide te maken met het stellen van grenzen. Grenzen geven kinderen veiligheid en zekerheid en zijn belangrijk voor een gezonde ontwikkeling van kinderen. Door aandacht te vragen, stelt het kind als het ware de grenzen in plaats van jij. Daarom is het belangrijk om heel goed je eigen grenzen aan te geven.

13 “Saai……..!!!!!”

14 Spelen gaat niet altijd vanzelf…  Je kunt het kind het alleen spelen aanleren door heel consequent en beslist je grenzen aan te geven zodat het voor je pleegkind duidelijk wordt dat hij of zij je niet meer continu kan opeisen om samen te spelen. Samen spelen moet je natuurlijk niet helemaal opgeven, ieder kind vindt het leuk om samen met ouders te spelen, het toont je betrokkenheid op het kind. Maar ieder kind kan leren om zichzelf te vermaken en niet continu de aandacht op te eisen, al zal dat voor het ene kind gemakkelijker zijn dan voor het andere.

15 Wanneer spelen niet op gang komt:  Je kind stimuleren door zelf korte tijd mee te spelen, je kind op gang helpen en dan (eventueel met kookwekker) aantal minuten alleen laten spelen: hierbij is het belangrijk om duidelijke afspraken te maken hoe lang je kind alleen moet spelen en niet vroeger hieraan toe te geven.  Samen met je kind nadenken waarmee het zou willen spelen én hoe het daarmee wil spelen: fantasie wat prikkelen door de mogelijkheden van een stuk speelgoed te overlopen.  Een tijdje laten vervelen: zo kan je kind goed nadenken waarmee en hoe het wil spelen en vaak vinden kinderen na zo’n periode iets leuks om te spelen.  Een tijdje alle speelgoed, behalve 2 stukken opbergen, zodat de keuze beperkt is tot die 2: kinderen hebben het soms moeilijk om te kiezen.

16 Speelafspraken:  Wat is het nut van speelafspraken, hoe kan het vastleggen van speeltijd het kind helpen.  Visuele ondersteuning van afspraken.  Welke speelafspraken zijn redelijk?  Hoe verloopt het?  Schermtijdafspraken.

17

18

19 Veel speelplezier!


Download ppt "Spelen kun je zelf, (ieder kind speelt toch…!?!) Jeugdformaat, 30 januari 2013."

Verwante presentaties


Ads door Google