De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Memorie van Toelichting / Ontwerpdecreet ‘Maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften’. DPB BuO Gent i.s.m. VVKBuO dec. 2013.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Memorie van Toelichting / Ontwerpdecreet ‘Maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften’. DPB BuO Gent i.s.m. VVKBuO dec. 2013."— Transcript van de presentatie:

1 Memorie van Toelichting / Ontwerpdecreet ‘Maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften’. DPB BuO Gent i.s.m. VVKBuO dec. 2013

2 Hans Verpoest - VVKbuO november Persbericht op 8 nov 2013: Na 15 jaar discussie keurt Vlaamse regering Het ontwerpdecreet rond inclusief onderwijs goed

3 Historiek • 1994: The Salamanca-statement • 1998: Advies over inclusief onderwijs van de Vlaamse Onderwijsraad • : verschillende pogingen ondernomen ‘maatwerk in samenspraak’ en ‘leerzorg’, maar geen gestemd decreet • : resonantiegroepen  geen draagvlak voor leerzorg • : DAM-decreet, BNM- decreet, M-decreet Bron PP persconferentie 8/11/2013 P. Smet Hans Verpoest - VVKbuO november

4 4 Het BuO BKO 2000 lln + 3,71% Type 2: + 3,04% Type 3: + 9,23% BLO lln -1,7% Type 1: -8,9% Type 3: +1,5% Type 8: +3,44% BuSO lln + 3,16% OV4 : + 31,14% Type 3: 11,81% September 2013

5 5 -Cohortenonderzoek: (Van Landeghem,G & Van Damme,J. (2009) Cohortenonderzoek in het Buitengewoon Lager Onderwijs, Evolutie van 1989 – 1990 tot 2006 – 2007, Leuven • 11 jarige jongens : 9,6 % meisjes : 6,2 % 5 Hans Verpoest - VVKbuO november 2013 context

6 Cijfers Bron PP persconferentie 8/11/2013 P. Smet Aandeel leerlingen buitengewoon basisonderwijs per type Hans Verpoest - VVKbuO november 20136

7 7

8 8 leerlingen in BuO = 4.47% leerlingen in GON = 0.81% Gon in 2800 scholen Kostprijs per leerling (2012) Gewoon basis: EUR BuBaO: EUR Gewoon sec. : EUR BuSO: EUR Buitengewoon onderwijs Bron PP persconferentie 8/11/2013 P. Smet Niets doen :geen optie

9 9Hans Verpoest - VVKbuO november 2013 context 2 juridische teksten die geen onderwijsregelgeving zijn!. Vlaams decreet 10 juli 2008 : gelijke kansen en behandelingsdecreet. VN-verdrag voor de rechten van personen met een handicap (2006 – 2009)

10 En onderwijs? Niets doen: geen optie 10

11 Hans Verpoest - VVKbuO november Nu: Het ontwerpdecreet rond inclusief onderwijs Omdat het moet? Of omdat we geloven dat het zinvol is?

12 Wat verandert er? Hans Verpoest - VVKbuO november

13 Voornaamste bepalingen (veranderingen) Maatregelen die afgestemd zijn op de nieuwe visie van handicap. • herdefiniëring van de types 1/8: type basisaanbod • actualisatie van de onderwijstypes (2, 3, 4, 5, 6, 7) • creatie type 9 voor ASS • aangepaste toelatingsvoorwaarden voor BuO:  doorlopen van het zorgcontinuüm,  aanpassingen om lln mee te nemen in het gemeenschappelijk curriculum zijn disproportioneel of onvoldoende en er is nood aan een individ aangepast curriculum,  de onderwijsbehoeften zijn in kaart gebracht op basis van een sociaal model van handicap (ICF- CY), niet louter op basis van SES-kenmerken • de decretale verankering van de opdrachtsomschrijving gewoon onderwijs: verplichting tot het doen van gepaste en redelijke aanpassingen zoals remediërende, differentiërende, compenserende, dispenserende maatregelen • bij de overstap naar BuO moet rekening gehouden worden met genomen maatregelen in het gewoon onderwijs (tenzij start in BuO) • aangepaste toelatingsvoorwaarden voor oriëntering naar GON • herschrijven van onderwijsregelgeving mbt ‘draagkracht’ en ‘rechtsbescherming’ • periodieke evaluatie van inschrijving in ‘basisaanbod’ • ruimere definiëring voor type 5 + begrip ‘residentiële setting’ • verlenging correctiebudget GON ASS ( )

14 Huidige indeling BuO Type 1: voor kinderen met een licht mentale beperking Type 2: voor kinderen met een matig of ernstig mentale beperking Type 3: voor kinderen met ernstige emotionele /gedragsproblemen Type 4: voor kinderen met een lichamelijke beperking Type 5: voor kinderen in een ziekenhuis of in een preventorium Type 6: voor kinderen met een visuele beperking Type 7: voor kinderen met een auditieve beperking Type 8: voor kinderen met ernstige leerstoornissen (enkel BASIS) Hans Verpoest - VVKbuO november

15 Hans Verpoest - VVKbuO november met criteria • Type basisaanbod (vervanging type 1 en 8): op basis van onderwijsbehoeften • Type 2: voor kinderen met een verstandelijke beperking (IQ ≤ 60) + beperking in sociaal aanpassingsgedrag • Type 3: voor kinderen met emotionele- of gedragsstoornis die geen verstandelijke beperking hebben • Type 4: voor kinderen met een motorische beperking • Type 5: voor kinderen die opgenomen zijn in een ziekenhuis, een residentiële setting of preventorium • Type 6: voor kinderen met een visuele beperking • Type 7: voor kinderen met een auditieve beperking, of taal- of spraakstoornis • Type 9: voor kinderen met een autismespectrumstoornis die geen verstandelijke beperking hebben Nieuwe indeling BuO

16 Type basisaanbod • voor kinderen voor wie de onderwijsbehoeften dermate zijn en voor wie al tijdens het gewoon kleuteronderwijs of tijdens het gewoon lager onderwijs aantoonbaar blijkt dat de aanpassingen, waaronder remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen ofwel disproportioneel, ofwel onvoldoende zijn om de leerling binnen het gemeenschappelijk curriculum te kunnen blijven meenemen in een school voor gewoon onderwijs;

17 Type basisaanbod • T1 en T8 en BuSO Type T1 OV3 worden geleidelijk afgebouwd en worden omgevormd tot basisaanbod. • Alle scholen die vandaag T1/T8 aanbieden. • Toegankelijk: na bewijslast disproportionaliteit rol van CLB • 2 schooljaren • Terugstroom naar het gewoon onderwijs • Evaluatie -> mogelijke verlenging Hans Verpoest - VVKbuO november

18 Type 2: Voor kdn met een verstandelijk beperking En die voldoen aan volgende criteria: • ze hebben significante beperkingen in het intellectueel functioneren, wat op basis van een psychodiagnostisch onderzoek tot uiting komt in een totaal intelligentiequotiënt op een gestandaardiseerde en genormeerde intelligentietest kleiner of gelijk aan 60, rekening houdend met het betrouwbaarheidsinterval; • ze hebben significante beperkingen in het sociale aanpassingsgedrag, wat op basis van psychodiagnostisch onderzoek tot uiting komt in een uitslag op een gestandaardiseerde en genormeerde schaal voor sociaal aanpassingsgedrag, die minstens drie standaarddeviaties beneden het gemiddelde ligt ten opzichte van een normgroep van leeftijdgenoten; • de functioneringsproblemen zijn ontstaan vóór de leeftijd van 18 jaar; • het besluit “verstandelijke beperking” wordt genomen na een periode van procesdiagnostiek;

19 Type 3: Voor kdn met een emotionele of gedragsstoornis • die geen verstandelijke beperking hebben zoals bepaald voor type 2 • kinderen met een emotionele of gedragsstoornis zijn kinderen bij wie op basis van gespecialiseerde, door een multidisciplinair team aangeleverde diagnostiek, met inbegrip van psychiatrisch onderzoek, een van de volgende problematieken wordt vastgesteld: a) een aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit; b) een oppositioneel-opstandige gedragsstoornis; c) de gedragsstoornis in enge zin, ‘conduct disorder’; d) een angst- en stemmingsstoornis;

20 Type 4: Voor kdn met een motorische beperking • kinderen met een motorische beperking zijn kinderen bij wie op basis van specifieke medische diagnostiek, een uitval wordt vastgesteld in de neuromusculoskeletale en beweginggerelateerde functies, meer bepaald: a) de functies van gewrichten en beenderen; b) de spierfuncties, meer bepaald de spierkracht, de tonus en het uithoudingsvermogen, met gedeeltelijke of volledige uitval van: - een van de of beide bovenste of onderste ledematen; - de linkerzijde, de rechterzijde of beide zijden; - de romp; - overige; c) de bewegingsfuncties d) een door medische diagnostiek geobjectiveerde problematiek met weerslag op het beweginggerelateerd functioneren die niet terug te brengen is tot criterium a) tot en met c) maar met een duidelijke impact op schoolse activiteiten;

21 Type 5: Voor kdn die opgenomen zijn in een ziekenhuis, residentiële setting of verblijven in een preventorium • (de regering bepaalt de voorwaarden waaraan de residentiële setting moet voldoen opdat er een school voor buitengewoon onderwijs type 5 aan verbonden kan zijn) en die beantwoorden aan alle onderstaande voorwaarden: a)de medische, psychiatrische of residentiële opvang of begeleiding laat niet toe dat de kinderen voltijds in een school aanwezig zijn; b)de kinderen hebben behoefte aan een individueel of geïndividualiseerd aanbod dat in de residentiële omgeving verstrekt wordt

22 Type 6: Voor kdn met een visuele beperking • zijnde kinderen bij wie op basis van een specifieke oogheelkundige diagnostiek een gezichtsstoornis werd vastgesteld die beantwoordt aan minstens een van de volgende criteria: a) een optimaal gecorrigeerde gezichtsscherpte die kleiner dan of gelijk is aan 3/10 voor het beste oog; b) een of meer gezichtsvelddefecten die meer dan 50% van de centrale zone van 30° beslaan of die het gezichtsveld concentrisch tot minder dan 20° verkleinen; c) een volledige altitudinale hemianopsie, een oftalmoplegie, een oculomotorische apraxie of een oscillopsie d) een ernstige gezichtsstoornis die uit een geobjectiveerde cerebrale pathologie voortvloeit, zoals cerebrale visuele inperking; e) een door een oogarts geobjectiveerde visuele problematiek die niet tot criterium a) tot en met d) terug te brengen is, maar met een duidelijke impact op schoolse activiteiten;

23 Type 7: Voor kdn met auditieve beperking of kdn met spraak- of taalstoornis

24 Type 7 Auditieve beperking: kdn die, op basis van een audiologisch onderzoek door de neus-keel-en-oor-arts, beantwoorden aan een van de onderstaande criteria: • a) volgens de Fletcher-index een gemiddeld gehoorverlies hebben voor de frequenties 500, 1000 en 2000 Hz van 40 dB of meer voor het beste oor zonder correctie; • b) als de Fletcher-index minder dan 40 dB bedraagt: een foneemscore van 80% of minder hebben bij de spraakaudiometrie met woorden met een medeklinker–klinker–medeklinker- samenstelling bij 70 dB geluidsterkte; • c) een door een neus-keel-en-oor-arts geobjectiveerde auditieve problematiek hebben die niet terug te brengen is tot criterium a) of b), maar met een duidelijke impact op schoolse activiteiten;

25 Type 7 Kinderen met een spraak- of taalstoornis, zijnde kinderen zonder een verstandelijke beperking, zoals bepaald voor type 2, waarvoor, op basis van een multidisciplinair onderzoek door een erkend gespecialiseerd team met minstens een logopedist, audioloog en neus-keel-en-oor-arts, een van de volgende problematieken wordt vastgesteld: • voor leerlingen jonger dan 6 jaar: - kinderafasie met een terugval in de taalontwikkeling of - een vermoeden van ontwikkelingsdysfasie, gebaseerd op de vaststelling van een zeer moeizame spraak- en taalontwikkeling en met een duidelijke impact op schoolse activiteiten • voor leerlingen vanaf 6 jaar: diagnose ontwikkelingsdysfasie of kinderafasie;

26 Type 9 • voor kinderen met een autismespectrumstoornis en die geen verstandelijke beperking hebben zoals bepaald voor type 2; zijnde kinderen bij wie op basis van een gespecialiseerde, door een multidisciplinair team aangeleverde diagnostiek, met inbegrip van psychiatrisch onderzoek, een van de volgende problematieken wordt vastgesteld: a) de autistische stoornis; b) een pervasieve ontwikkelingssstoornis niet- anders-omschreven 26

27 Voornaamste bepalingen (veranderingen) Maatregelen die afgestemd zijn op de nieuwe visie van handicap.  herdefiniëring van de types 1/8: type basisaanbod • actualisatie van de onderwijstypes (2, 3, 4, 5, 6, 7) • creatie type 9 voor ASS • aangepaste toelatingsvoorwaarden voor BuO:  doorlopen van het zorgcontinuüm,  aanpassingen om lln mee te nemen in het gemeenschappelijk curriculum zijn disproportioneel of onvoldoende en er is nood aan een individ aangepast curriculum,  de onderwijsbehoeften zijn in kaart gebracht op basis van een sociaal model van handicap (ICF- CY), niet louter op basis van SES-kenmerken • de decretale verankering van de opdrachtsomschrijving gewoon onderwijs: verplichting tot het doen van gepaste en redelijke aanpassingen zoals remediërende, differentiërende, compenserende, dispenserende maatregelen • bij de overstap naar BuO moet rekening gehouden worden met genomen maatregelen in het gewoon onderwijs (tenzij start in BuO) • aangepaste toelatingsvoorwaarden voor oriëntering naar GON • herschrijven van onderwijsregelgeving mbt ‘draagkracht’ en ‘rechtsbescherming’ • periodieke evaluatie van inschrijving in ‘basisaanbod’ • ruimere definiëring voor type 5 + begrip ‘residentiële setting’ • verlenging correctiebudget GON ASS ( )

28 Zorgcontinuüm = opeenvolging van de fasen in de organisatie van de onderwijsomgeving op het gebied van:  Brede basiszorg: fase in het zorgcontinuüm waarbij de school vanuit een visie op zorg de ontwikkeling van alle lln stimuleert en problemen tracht te voorkomen door een krachtige leeromgeving te bieden, de lln systematisch op te volgen en actief te werken aan het verminderen van risicofactoren en aan het versterken van beschermende factoren  Verhoogde zorg: fase in het zorgcontinuüm waarbij de school extra zorg voorziet onder de vorm van remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen, afgestemd op de SOB van bepaald lln, en voorafgaand aan de fase van uitbreiding van zorg  Uitbreiding van zorg: fase in het zorgcontinuüm waarbij de school de maatregelen uit de fase van verhoogde zorg onverkort verderzet en het CLB een proces van HGD opstart. Het CLB bepaalt in samenspraak met de school en de ouders welke bijkomende inzet van middelen, hulp of expertise, hetzij tav van de school of de leerling, al dan niet in zijn context, wenselijk is alsook de omvang en de duur daarvan

29 Voornaamste bepalingen (veranderingen) Maatregelen die afgestemd zijn op de nieuwe visie van handicap.  herdefiniëring van de types 1/8: type basisaanbod • actualisatie van de onderwijstypes (2, 3, 4, 5, 6, 7) • creatie type 9 voor ASS • aangepaste toelatingsvoorwaarden voor BuO:  doorlopen van het zorgcontinuüm,  aanpassingen om lln mee te nemen in het gemeenschappelijk curriculum zijn disproportioneel of onvoldoende en er is nood aan een individ aangepast curriculum,  de onderwijsbehoeften zijn in kaart gebracht op basis van een sociaal model van handicap (ICF- CY), niet louter op basis van SES-kenmerken • de decretale verankering van de opdrachtsomschrijving gewoon onderwijs: verplichting tot het doen van gepaste en redelijke aanpassingen zoals remediërende, differentiërende, compenserende, dispenserende maatregelen • bij de overstap naar BuO moet rekening gehouden worden met genomen maatregelen in het gewoon onderwijs (tenzij start in BuO) • aangepaste toelatingsvoorwaarden voor oriëntering naar GON • herschrijven van onderwijsregelgeving mbt ‘draagkracht’ en ‘rechtsbescherming’ • periodieke evaluatie van inschrijving in ‘basisaanbod’ • ruimere definiëring voor type 5 + begrip ‘residentiële setting’ • verlenging correctiebudget GON ASS ( )

30 30

31 Redelijke aanpassingen (art.2 Protocol ) § 1. Een aanpassing is een concrete maatregel die de beperkende invloed van een onaangepaste omgeving op de participatie van een persoon met een handicap kan neutraliseren. § 2. De aanpassing moet : • doeltreffend zijn, zodat de persoon met een handicap daadwerkelijk kan participeren; • een evenwaardige participatie van de persoon met een handicap mogelijk maken; • ervoor zorgen dat de persoon met een handicap zelfstandig kan participeren; • de veiligheid van de persoon met een handicap waarborgen. § 3. De redelijkheid van de aanpassing wordt beoordeeld via volgende indicatoren: • de financiële impact van de aanpassing, waarbij rekening wordt gehouden met a)eventuele ondersteunende financiële tegemoetkomingen; b)de financiële draagkracht van degene op wie de aanpassingsplicht rust; • de organisatorische impact van de aanpassing; • de te verwachten frequentie en duur van het gebruik van de aanpassing door personen met een handicap; • de impact van de aanpassing op de levenskwaliteit van (een) daadwerkelijke of potentiële gebruiker(s) met een handicap; • de impact van de aanpassing op de omgeving en op andere gebruikers; • het ontbreken van gelijkwaardige alternatieven; • het verzuim van voor de hand liggende of wettelijk verplichte normen

32 • Remediërende maatregelen: aangepaste en individuele hulp binnen het gemeenschappelijk curriculum (wetenschappelijk of ‘evidence based’ effectief) • Differentiërende maatregelen: variatie in het leerproces, binnen het gemeenschappelijk curriculum (doelen, inhouden, instructie, tempo, werkvormen, groeperingsvormen, evaluatie) • Compenserende maatregelen: orthopedagogische en orthodidactische hulpmiddelen ifv het bereiken van de doelen van het gemeenschappelijk curriculum (of doelen na dispensatie) • Dispenserende maatregelen: toevoegen / vrijstellen van doelen van het gemeenschappelijk curriculum en waar mogelijk vervangen door gelijkwaardige doelen zodat doelen voor studiebekrachtiging ifv finaliteit onderwijsniveau of onderdeel ervan of doorstromen naar beoogd vervolgonderwijs in voldoende mate bereikt worden.  bereiken van de doelen van het gemeenschappelijk curriculum staat voorop ifv getuigschriften, diploma’s  transparante certificering mag niet haaks staan op het recht op redelijke aanpassingen  bevoegdheid van de klassenraad

33 • Slotbedenking: 33 SAMEN NADENKEN OVER INCLUSIE…. • Is deze leerling goed genoeg voor de school? Is de school goed genoeg voor deze leerling?

34 • Vragen • Opmerkingen • ….


Download ppt "Memorie van Toelichting / Ontwerpdecreet ‘Maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften’. DPB BuO Gent i.s.m. VVKBuO dec. 2013."

Verwante presentaties


Ads door Google