De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

INFOMOMENT MDT’s 12 maart 2014.

Verwante presentaties


Presentatie over: "INFOMOMENT MDT’s 12 maart 2014."— Transcript van de presentatie:

1 INFOMOMENT MDT’s 12 maart 2014

2 Programma Verwelkoming en inleiding
Beleidskader voor de intersectorale MDT De overgangsperiode 1 maart 2014 – 31 december 2014 De periode vanaf 1 januari 2015 De regelgeving Informatie voor de MDT Ervaringen in de pilootregio Van 16 september 2013 tot 28 februari 2014 in de voorstartregio Kwaliteitscentrum diagnostiek Zorgzwaarte-inschaling Evaluatie IZIKA en IZIIK en inhoud van deze instrumenten Vragen en antwoorden

3 Beleidskader voor de intersectorale MDT

4 Beleidskader voor de intersectorale MDT - regelgeving
Decretale basis MDT erkenning en financiering in decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp: Artikel 22 decreet: erkenning en subsidiëring MDT is bevoegdheid Vlaamse Regering en bepaling kernopdrachten MDT in IJH Kernopdrachten MDT: Aanleveren diagnostiek aan de toegangspoort Aanmelden minderjarigen en overmaken voorstel van indicatiestellingsverslag in termen van typemodules Het nieuwe decreet integrale jeugdhulp bepaalt wat de kernopdrachten zijn van de multidisciplinaire teams in de integrale jeugdhulp, met name: 1° het aanleveren van diagnostiek aan de toegangspoort; 2° het aanmelden van minderjarigen bij de toegangspoort en het overmaken aan de toegangspoort van een voorstel van indicatiestellingsverslag in termen van typemodules voor deze minderjarigen.

5 Beleidskader voor de intersectorale MDT - regelgeving
Concretisering in besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp: Artikel 35 besluit is basis voor toekomstig intersectoraal kader. Dit artikel treedt echter pas in werking op 1/1/2015. Artikel 142 besluit is overgangsbepaling die de bestaande erkende MDT in VAPH als de MDT in de IJH aanduidt tot eind 2014. Het nieuwe decreet integrale jeugdhulp bepaalt wat de kernopdrachten zijn van de multidisciplinaire teams in de integrale jeugdhulp, met name: 1° het aanleveren van diagnostiek aan de toegangspoort; 2° het aanmelden van minderjarigen bij de toegangspoort en het overmaken aan de toegangspoort van een voorstel van indicatiestellingsverslag in termen van typemodules voor deze minderjarigen.

6 Beleidskader voor de intersectorale MDT – regelgeving
Op 1 maart 2014 zijn het decreet IJH en besluit IJH in voege getreden in heel Vlaanderen (met uitz. van art. 35 besluit): Dit betekent een overgang van sectorale MDT naar intersectorale MDT in de jeugdhulpverlening (-18 jarigen en jeugdhulp voor +18 jarigen). MDT’s zullen niet enkel een VAPH-indicatiestelling (ZIN-VAPH, PAB en IMB) kunnen opmaken, maar ook een indicatiestelling (IS) voor andere niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening (NRTJ).

7 Beleidskader voor de intersectorale MDT - overgangsperiode
Brief van leidend ambtenaar agentschap jongerenwelzijn van 28 februari 2014 die de bestaande door VAPH erkende MDT erkent als MDT IJH. = CLB, diensten maatschappelijk werk mutualiteiten, diensten GGZ, REVA-diensten of centra, OBC, COS, OOOC en kinderpsychiatrische diensten. MDT dienen aanvraag voor jeugdhulpverlening in bij de toegangspoort via INSISTO en niet meer bij het VAPH (uitz. IMB volgende aanvragen). MDT, met uitzondering van de OOOC, ontvangen vanuit jongerenwelzijn vergoeding voor opmaak en indiening van A-documenten overeenkomstig door VAPH in verleden gehanteerde kwaliteitseisen voor de MDT. De registratie van de bestaande MDT’s in e-health is gebeurd.

8 Beleidskader voor de intersectorale MDT - overgangsperiode
Vergoedingen (huidige VAPH tarieven) Zorg in natura Eerste aanvraag A-doc 335 euro Volgende Geactualiseerd A-doc 307,84 euro IMB A-doc met adviesrapport Volgende (ingediend bij en betaald door het VAPH) Adviesrapport PAB A-doc IJH met PAB inschalingsverslag (IV) 642,84 euro Geactualiseerd A-doc PAB-IV

9 Beleidskader voor de intersectorale MDT - overgangsperiode
Werking A-document moet de nodige diagnostiek bevatten en een voorstel van indicatiestelling om vergoed te worden. Toegangspoort (team IS) beoordeelt kwaliteit. PAB en IMB worden ingediend door resp. PAB-MDT’s en IMB-MDT’s. Voor PAB en IMB worden de bijlagen uit GRIFFOEN opgeladen in INSISTO en bij het A-document gevoegd. IMB: team IS in de toegangspoort oordeelt over de handicap en stuurt desgevallend dossier met typemodule IMB door naar VAPH voor IMB afhandeling. Enkel 1ste aanvraag IMB via toegangspoort; vervolgens bij VAPH als geldig ISV of PEC ticket. Team IS treedt hier in de plaats van het VAPH voor wat betreft de controle van de kwaliteit van de aangeleverde aanvraagdocumenten.

10 Beleidskader voor de intersectorale MDT – periode vanaf 1/1/2015
Indeling van de intersectorale MDT in vier groepen volgens type Groep 1: diensten die georganiseerd worden door de overheid zoals het ondersteuningscentrum jeugdzorg en sociale diensten jeugdrechtbank. Groep 2: voorzieningen in toepassingsgebied IJH die binnen hun reguliere erkenning een MDT-opdracht opnemen en er binnen hun reguliere subsidies voor vergoed worden zoals de OBC, COS en OOOC. Groep 3: voorzieningen in toepassingsgebied IJH die noch erkend, noch gesubsidieerd worden vanuit hun reguliere opdracht voor de MDT-taak, maar die wel een bijkomende erkenning kunnen aanvragen, zoals de CLB, de diensten voor maatschappelijk werk van de mutualiteiten en de CGG. Groep 4: voorzieningen buiten toepassingsgebied IJH die een erkenning kunnen aanvragen zoals kinderpsychiatrische diensten, een privaat team van paramedici en revalidatiecentra. Oooc: onthaal, observatie en oriëntatiecentra BJB Obc: observatie en behandelingscentra VAPH Cos: Centra voor ontwikkelingsstoornissen Groep 1: sdj, ocj en vk zijn MDT overheidsinstanties Voorstel traject: oproep vanaf 1 mei 2014, intekening tot 1 juli 2014, erkenningen tegen 1 oktober 2014, e-health registratie en vervolgens start op 1 januari 2015. Maximale doorlooptijd in principe 90 werkdagen, tenzij MDT beroep moet doen op expertise die niet tot eigen team behoort noch eraan verbonden is.

11 Beleidskader voor de intersectorale MDT – periode vanaf 1/1/2015
Regelgeving - artikel 35 besluit IJH bepaalt het kader: Bepaalde voorzieningen (groep 2) krijgen in besluit het statuut van MDT (art. 35, §1): COS, OBC en OOOC. Deze hoeven geen specifieke MDT-erkenning aan te vragen want vervat in basisopdrachten waarvoor ze reeds erkend zijn. Voorzieningen en samenwerkingsverbanden (groep 3 en 4) kunnen erkend worden als MDT als ze aan de kwaliteitseisen opgenomen in besluit voldoen (art. 35, §2). Minister kan hier bijkomende kwaliteitseisen opleggen in het kader van de erkenningen (vb. min.- aantal dossier: 25 op jaarbasis) Vergoeding wordt geregeld in het besluit en verschilt volgens typevoorziening of de groep waartoe MDT behoort (art. 35, §3). Minister bepaalt de hoogte van de vergoedingen. Oooc: onthaal, observatie en oriëntatiecentra BJB Obc: observatie en behandelingscentra VAPH Cos: Centra voor ontwikkelingsstoornissen Groep 1: sdj, ocj en vk zijn MDT overheidsinstanties Voorstel traject: oproep vanaf 1 mei 2014, intekening tot 1 juli 2014, erkenningen tegen 1 oktober 2014, e-health registratie en vervolgens start op 1 januari 2015. Maximale doorlooptijd in principe 90 werkdagen, tenzij MDT beroep moet doen op expertise die niet tot eigen team behoort noch eraan verbonden is.

12 Beleidskader voor de intersectorale MDT – periode vanaf 1/1/2015
Procedure van erkenning voor de intersectorale MDT Voorzieningen en samenwerkingsverbanden kunnen erkend worden als MDT als ze aan de voorwaarden opgenomen in het besluit IJH (art. 35, §2) en in besluit minister voldoen. Oproep voor erkenning als intersectoraal MDT vanuit Jongerenwelzijn in 2014 Leidend ambtenaar agentschap Jongerenwelzijn erkent de MDT’s. Verloop traject: oproep vanaf mei 2014, intekening tot juli 2014, erkenningen tegen 1 oktober 2014, e-health registratie en vervolgens start op 1 januari 2015. Erkenningsprocedure lichte vorm: Vb. voorlopig 1 jaar met aandachtspunten als er problemen waren met kwaliteit in 2014. In principe is de nieuwe toestand en dossiervorming een nulmeting in het nieuwe kader met eventueel mogelijkheid tot in de beslissing formuleren van aandachtspunten.

13 Beleidskader voor de intersectorale MDT – periode vanaf 1/1/2015
Kwaliteitseisen voor de intersectorale MDT Aanbod voor ruime doelgroep jeugdhulpverlening, voor een bijzondere doelgroep met specifieke hulpvragen of voor een combinatie van beide, hetzij voor minderjarigen of voor meerderjarigen die een voortzetting van de jeugdhulpverlening aanvragen. Binnen de werking van het MDT wordt een team aangewezen als multidisciplinair team (elk MDT-lid wordt op naam geregistreerd). Team is multidisciplinair samengesteld (min. Master psychologie/pedagogie en competenties maatschappelijk assistent), beschikt over de nodige expertise en over de competenties op het vlak van diagnostiek (zowel onderkennende, verklarende als handelingsgerichte of indicerende diagnostiek) en kan een beroep doen op andere deskundigen (medici/ hulpmiddelendeskundigen). Multidisciplinaire samenstelling team: Multidisciplinariteit: o.a. basisteam 1) min. expertise van een master in de psychologische of pedagogische wetenschappen (of andere) met kennis inzake onderkennende, classificerende, verklarende en handelingsgerichte diagnostiek; 2) de competenties van een maatschappelijk assistent, master sociaal werk of criminologische wetenschappen (of andere) inzake analyse van context- en gezinssystemen. Mogelijkheid tot deelname vanuit andere disciplines (o.a. medici en hulpmiddelendeskundigen). Competenties en kennis inzake onderkennende, classificerende, verklarende en handelingsgerichte diagnostiek - werken met actueel en wetenschappelijk onderbouwd diagnostisch instrumentarium. Psycholoog/pedagoog: Je hebt een diploma van het universitair onderwijs van de tweede cyclus behaald in één van de volgende richtingen: Psychologie en/of (Ortho)pedagogiek Deskundige: Je hebt een diploma van maatschappelijk assistent uitgereikt door het hoger onderwijs korte type (één cyclus) Of  Je hebt een diploma orthopedagogie of sociaal verpleger uitgereikt door het hoger onderwijs korte type (één cyclus) en kan professionele ervaring voorleggen inzake indicatiestelling binnen de jeugdhulp  Of je hebt een diploma uitgereikt door het hoger onderwijs van één cyclus behaald in de richting of afdeling psychologie; orthopedagogie, sociale wetenschappen, sociale readaptatiewetenschappen of gezinswetenschappen en kan professionele ervaring voorleggen inzake indicatiestelling binnen de jeugdhulp  Of je hebt een diploma van het universitair onderwijs van de eerste cyclus of de tweede cyclus behaald in één van de volgende richtingen: orthopedagogie of pedagogische wetenschappen, psychologie, sociale wetenschappen, sociologie, agogische wetenschappen, communicatiewetenschappen of criminologische wetenschappen en kan professionele ervaring voorleggen inzake indicatiestelling binnen de jeugdhulp Beleidsnota zegt ook: het naleven van een aantal werkingsprincipes zoals doelgerichtheid, gericht zijn op de noden van de cliënt, werken vanuit een interactioneel perspectief, hanteren van een probleemfocus naast een krachtgerichte focus, samenwerking met de cliënt, …; het hanteren van een transparante, uitgeschreven en wetenschappelijk onderbouwde werkwijze voor het voeren van diagnostiek; het kritisch kiezen en uitvoeren van de meest gepaste diagnostische aanpak;

14 Beleidskader voor de intersectorale MDT – periode na 1/1/2015
Kwaliteitseisen voor de intersectorale MDT Team verzamelt de beschikbare vraagverhelderende en diagnostische informatie relevant voor de aanvraag NRTJ of is in staat informatie zelf aan te leveren in het kader van een aanvraag bij de toegangspoort. Team bepaalt op objectieve wijze de zorgintensiteit. Besluitvorming met betrekking tot het diagnostisch proces gebeurt in multidisciplinair teamverband. Team stelt indicatiestellingsvoorstel op dat voldoet aan de kwaliteitsvereisten, vermeld in artikel 31, 1° tot en met 6°, van besluit IJH. BVR IJH artikel 31, 1° tot en met 6° kwaliteitseisen IS: Het opmaken van indicatiestellingsvoorstellen conform de kwaliteitseisen in de regelgeving voor de indicatiestelling door de toegangspoort (met uitz. Van termijn van max. 30 werkdagen) multidisciplinariteit, deskundigheid, onafhankelijk van het aanbod, maximaal aansluiten bij de hulpvraag, maximaal rekening houden met de mogelijkheden van de cliënt, subsidiariteitsprincipe, bij uithuisplaatsing eerst kijken of pleegzorg kan. BVR art. 25 opdrachten contactpersoon-aanmelder: Art. 25. De aanmelder bij de toegangspoort is tijdens de afhandeling van de aanmelding door de toegangspoort verantwoordelijk voor: 1° de opmaak en indiening van het aanvraagdocument; 2° het overleg met de minderjarige, zijn ouders en, in voorkomend geval, zijn opvoedingsverantwoordelijken en het verkrijgen van de uitdrukkelijke instemming van die personen als vermeld in artikel 20, tweede lid, 1° van het decreet van 12 juli 2013; 3° het betrekken van andere jeugdhulpaanbieders of andere personen of voorzieningen die jeugdhulpverlening aanbieden, bij de opdracht, vermeld in punt 1°, als dat door hem of door de voormelde andere jeugdhulpaanbieders of andere personen of voorzieningen die jeugdhulpverlening aanbieden en de personen, vermeld in punt 2°, nuttig wordt geacht; 4° de communicatie, tijdens de indicatiestelling en de jeugdhulpregie, tussen de toegangspoort en de minderjarige, zijn ouders en, in voorkomend geval, zijn opvoedingsverantwoordelijken, alsook, als dat nodig is, tussen de toegangspoort en andere betrokken jeugdhulpverleners; 5° de coördinatie, tijdens de indicatiestelling en de jeugdhulpregie, van de jeugdhulpverlening die geboden wordt aan de minderjarige, zijn ouders en, in voorkomend geval, zijn opvoedingsverantwoordelijken. Als een personeelslid van een erkend multidisciplinair team, van een gemandateerde voorziening of van een sociale dienst betrokken wordt bij het proces van de aanmelding, wordt dat personeelslid de aanmelder voor het dossier bij de toegangspoort, tenzij in overleg met de betrokken jeugdhulpaanbieders en andere personen en voorzieningen die jeugdhulpverlening aanbieden iemand anders wordt aangewezen als aanmelder. Als personeelsleden van minstens twee van de voormelde entiteiten betrokken zijn bij de aanmelding, stellen ze in onderling overleg vast wie de rol van aanmelder opneemt. De betrokkenheid en instemming van de minderjarige, zijn ouders en, in voorkomend geval, zijn opvoedingsverantwoordelijken bij het opmaken van het aanvraagdocument en bij de aanmelding, vermeld in het eerste lid, 2° wordt door de aanmelder gewaarborgd door de volgende zaken: 1° het opnemen in het aanvraagdocument van de visies van de verschillende betrokkenen op de klachten en problemen en op de positieve elementen met betrekking tot de situatie van de minderjarige; 2° de vermelding in het aanvraagdocument van wat de betrokkenen veranderd willen zien.

15 Beleidskader voor de intersectorale MDT – periode na 1/1/2015
Kwaliteitseisen voor de intersectorale MDT Team of lid van het team is tijdens het proces van aanmelding bij de Toegangspoort contactpersoon-aanmelder bij de Toegangspoort (zie ook artikel 25 besluit), behalve als ze werken in opdracht van het team Indicatiestelling. Team is in staat om een diagnostische praktijk te ontwikkelen (gericht op perspectief cliënt, systematisch en transparant, wetenschappelijk onderbouwd). Team voert een beleid met het oog op de vorming, training en opleiding van medewerkers. BVR IJH artikel 31, 1° tot en met 6° kwaliteitseisen IS: Het opmaken van indicatiestellingsvoorstellen conform de kwaliteitseisen in de regelgeving voor de indicatiestelling door de toegangspoort (met uitz. Van termijn van max. 30 werkdagen) multidisciplinariteit, deskundigheid, onafhankelijk van het aanbod, maximaal aansluiten bij de hulpvraag, maximaal rekening houden met de mogelijkheden van de cliënt, subsidiariteitsprincipe, bij uithuisplaatsing eerst kijken of pleegzorg kan. BVR art. 25 opdrachten contactpersoon-aanmelder: Art. 25. De aanmelder bij de toegangspoort is tijdens de afhandeling van de aanmelding door de toegangspoort verantwoordelijk voor: 1° de opmaak en indiening van het aanvraagdocument; 2° het overleg met de minderjarige, zijn ouders en, in voorkomend geval, zijn opvoedingsverantwoordelijken en het verkrijgen van de uitdrukkelijke instemming van die personen als vermeld in artikel 20, tweede lid, 1° van het decreet van 12 juli 2013; 3° het betrekken van andere jeugdhulpaanbieders of andere personen of voorzieningen die jeugdhulpverlening aanbieden, bij de opdracht, vermeld in punt 1°, als dat door hem of door de voormelde andere jeugdhulpaanbieders of andere personen of voorzieningen die jeugdhulpverlening aanbieden en de personen, vermeld in punt 2°, nuttig wordt geacht; 4° de communicatie, tijdens de indicatiestelling en de jeugdhulpregie, tussen de toegangspoort en de minderjarige, zijn ouders en, in voorkomend geval, zijn opvoedingsverantwoordelijken, alsook, als dat nodig is, tussen de toegangspoort en andere betrokken jeugdhulpverleners; 5° de coördinatie, tijdens de indicatiestelling en de jeugdhulpregie, van de jeugdhulpverlening die geboden wordt aan de minderjarige, zijn ouders en, in voorkomend geval, zijn opvoedingsverantwoordelijken. Als een personeelslid van een erkend multidisciplinair team, van een gemandateerde voorziening of van een sociale dienst betrokken wordt bij het proces van de aanmelding, wordt dat personeelslid de aanmelder voor het dossier bij de toegangspoort, tenzij in overleg met de betrokken jeugdhulpaanbieders en andere personen en voorzieningen die jeugdhulpverlening aanbieden iemand anders wordt aangewezen als aanmelder. Als personeelsleden van minstens twee van de voormelde entiteiten betrokken zijn bij de aanmelding, stellen ze in onderling overleg vast wie de rol van aanmelder opneemt. De betrokkenheid en instemming van de minderjarige, zijn ouders en, in voorkomend geval, zijn opvoedingsverantwoordelijken bij het opmaken van het aanvraagdocument en bij de aanmelding, vermeld in het eerste lid, 2° wordt door de aanmelder gewaarborgd door de volgende zaken: 1° het opnemen in het aanvraagdocument van de visies van de verschillende betrokkenen op de klachten en problemen en op de positieve elementen met betrekking tot de situatie van de minderjarige; 2° de vermelding in het aanvraagdocument van wat de betrokkenen veranderd willen zien.

16 Beleidskader voor de intersectorale MDT – periode na 1/1/2015
Kwaliteitseisen voor de intersectorale MDT Voor IMB-aanvragen zullen de betrokken MDT’s na 1/1/2015 nog steeds moeten erkend zijn door VAPH en VAPH doet de kwaliteitsbewaking. Deze IMB-MDT’s moeten naast de algemene erkenningsvoorwaarden voldoen aan de erkenningsvoorwaarden in onderstaande VAPH regelgeving: artikel 23 en 24 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap; het ministerieel besluit van 12 november 2010 houdende vaststelling van de minimale kwaliteitseisen voor de multidisciplinaire teams die erkend zijn door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. BVR en MB IMB: Art. 23. De volgende centra en diensten kunnen erkend worden als multidisciplinair team: 1° de centra voor leerlingenbegeleiding georganiseerd, gesubsidieerd of erkend door de Vlaamse Gemeenschap. Leerlingen of studenten richten zich, conform de organieke wetgeving en reglementering betreffende deze instanties, tot het centrum aan wiens begeleiding zij werden toevertrouwd; 2° de door de Vlaamse Gemeenschap erkende en gesubsidieerde centra voor maatschappelijk werk die wegens hun organisatie en hun werking behoren tot een landsbond of verbond van ziekenfondsen en de diensten voor geestelijke gezondheidszorg; 3° de centra of diensten voor revalidatie die door het Fonds erkend zijn, of die met het RIZIV een revalidatieovereenkomst gesloten hebben als referentiecentrum of voor motorische of respiratoire revalidatie bij kinderen, de door het agentschap erkende centra voor observatie, oriëntering, medische, psychologische en pedagogische behandeling van gehandicapten; 4° de centra voor ontwikkelingsstoornissen, gesubsidieerd door het agentschap; 5° de observatiecentra, erkend of georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap in het kader van de gecoördineerde decreten inzake bijzondere jeugdbijstand; 6° de subregionale tewerkstellingsdiensten van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding; 7° de kinderpsychiatrische ziekenhuisdiensten, erkend onder de kenletter K. 8° de gespecialiseerde onderzoeksdiensten, die voor 1 januari 2008 erkend worden door de VDAB. Art. 24. § 1. De instanties, bedoeld in artikel 23, kunnen als multidisciplinair team erkend worden en erkend blijven als ze: 1° zich ertoe verbinden om op verzoek van het agentschap of na instemming van het agentschap of op verzoek van een aanvrager voor zover zijn aanvraag voldoet aan artikel 2, § 2, 1°, 2°, 3° en 4°, een multidisciplinair verslag af te leveren dat: a) aantoont dat de aanvrager van ondersteuning al dan niet onder de toepassing valt van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, meer bepaald voor wat artikel 2, 2°, betreft; b) de toestand en de behoeften van de aanvrager duidelijk en omstandig afbakent op medisch, psycho-pedagogisch en sociaal gebied, en de hulpverlening en zorgtoewijzing voorstelt; c) een voorstel van beslissing formuleert; d) beantwoordt aan de door het agentschap vastgestelde vormvereisten; 2° de verbintenis aangaan dat ze voldoen aan de minimale kwaliteitseisen inzake het verslag en inzake hun werking als multidisciplinair team. De minimale kwaliteitseisen worden vastgesteld door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen; 3° beschikken over of steeds een beroep kunnen doen op een staf die minstens bestaat uit een doctor in de genees-, heel- en verloskunde, een licentiaat in de psychologische of pedagogische wetenschappen en een houder van een diploma van een basisopleiding van 1 cyclus in het hoger onderwijs, studiegebied sociaal-agogisch werk of een houder van het diploma van gegradueerde verpleegkundige, optie sociale verpleegkunde. De vertegenwoordigers van deze drie disciplines beraadslagen gezamenlijk en ondertekenen het multidisciplinair verslag dat bij de aanvraag, bedoeld in artikel 2 van dit besluit, wordt gevoegd; 4° de verbintenis aangaan dat ze het identificatienummer van de onderzochte personen met een handicap bij het Rijksregister van de natuurlijke personen slechts gebruiken voor de betrekkingen met het agentschap. Daarom ondertekenen de personeelsleden van de instantie die dit identificatienummer gebruiken, een verbintenis overeenkomstig het model dat het agentschap hiertoe vastgesteld heeft; 5° zich ertoe verbinden om afhankelijk van de handicap en de vraag van de aanvrager een beroep te doen op personen of voorzieningen die bevoegd zijn voor diverse handicaps of diverse gebieden van de gehandicaptenzorg. § 2. De instanties, bedoeld in artikel 23, die werden erkend als multidisciplinair team kunnen bijkomend erkend worden en erkend blijven als gespecialiseerd multidisciplinair team voor de toekenning van een persoonlijk assistentiebudget als ze: 1° zich ertoe verbinden om samen met het multidisciplinair verslag de gegevens af te leveren, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse regering van 15 december 2000 houdende vaststelling van de voorwaarden van toekenning van een persoonlijk assistentiebudget aan personen met een handicap; 2° de basisopleiding die door het agentschap wordt georganiseerd in het kader van hun specifieke opdracht, gevolgd hebben; 3° de verbintenis aangaan dat ze voldoen aan de minimale kwaliteitseisen, die de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, met betrekking tot de uitvoering van hun specifieke opdracht heeft vastgesteld. § 3. De instanties, bedoeld in artikel 23, die werden erkend als multidisciplinair team kunnen bijkomend erkend worden en erkend blijven als gespecialiseerd multidisciplinair team voor de toekenning van individuele materiële bijstand als ze: 1° zich ertoe verbinden in te staan voor de persoonlijke adviesverlening inzake individuele materiële bijstand, overeenkomstig hoofdstuk III van het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiële bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap; 2° de basisopleiding die door het agentschap wordt georganiseerd in het kader van hun specifieke opdracht, gevolgd hebben; 3° de verbintenis aangaan dat ze voldoen aan de minimale kwaliteitseisen, die de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, met betrekking tot de uitvoering van hun specifieke opdracht, heeft vastgesteld.

17 Beleidskader voor de intersectorale MDT – periode na 1/1/2015
Financiering voor de intersectorale MDT Voorzieningen uit groep 2 worden vanuit hun basisopdracht reeds vergoed voor het uitvoeren van diagnostiek. Afhankelijk van de aard en grootteorde van de erkenning en financiering kan mogelijks bijkomende vergoeding gerealiseerd worden via bestaande reguliere sectorale financiering. Berust op de capaciteit die de dienst zal inzetten in kader van MDT-werking voor de ITP. Voorzieningen uit groep 3 ontvangen een vergoeding in de vorm van een enveloppe voor het indienen van aanvraagdocumenten bij de Toegangspoort. Voorzieningen uit groep 4 ontvangen een prestatievergoeding per aanvraagdocument dat ze bij de toegangspoort indienen. Financiering groep 1: worden georganiseerd door de Overheid, werken binnen het voor hen geldende kader van financiering.

18 Beleidskader voor de intersectorale MDT – periode na 1/1/2015
Financiering voor de intersectorale MDT Om in aanmerking te komen voor vergoeding dienen de aanvraagdocumenten van de MDT ingediend bij de Toegangspoort: volledig afgewerkt en kwaliteitsvol te zijn; diagnostiek, een zorgzwaarte-inschaling en een indicatiestellingsvoorstel te bevatten. Het team Indicatiestelling van de Toegangspoort beoordeelt de volledigheid en de kwaliteit van de aangeleverde aanvraagdocumenten.

19 Beleidskader voor de intersectorale MDT – periode na 1/1/2015
Financiering voor de intersectorale MDT Als een erkend multidisciplinair team voor de aanlevering van documenten bij de toegangspoort een vergoeding ontvangt mogen noch dat team of zijn inrichtende macht, noch de medewerkers die eraan verbonden zijn daarvoor een andere vergoeding of beloning vragen of aanvaarden. Voor volgende aanvraagdocumenten die een aanvraag voor individuele materiële bijstand betreffen die rechtstreeks worden ingediend bij het VAPH is de vergoeding ten laste van het VAPH.

20 Beleidskader voor de intersectorale MDT – periode na 1/1/2015
Samenwerkingsverbanden - regelgeving Geen strikt administratief kader opgenomen in het besluit IJH. In besluit is enkel opgenomen: wat de kwaliteitseisen zijn voor het samenwerkingsverband als MDT (idem voor andere MDT die erkenning vragen), dat de minister bijkomende kwaliteitseisen kan opleggen, dat het samenwerkingsverband moet geformaliseerd zijn in een overeenkomst tussen partners samenwerkingsverband.

21 Beleidskader voor de intersectorale MDT – periode na 1/1/2015
Samenwerkingsverbanden – kader jongerenwelzijn Niet strikt formalistisch opgevat. Minimaal een overeenkomst tussen de actoren van het samenwerkingsverband waar de overheid niet in tussenkomt. Er zijn twee mogelijke pistes: één voorziening (vzw) binnen het samenwerkingsverband die de centrale actor is en die de financiering ontvangt en volgens afspraken bedragen overmaakt aan andere partner(s) in kader van de overeenkomst. nieuwe vzw opgericht voor het samenwerkingsverband die als vzw de financiering ontvangt.

22 Beleidskader voor de intersectorale MDT – periode na 1/1/2015
Samenwerkingsverbanden – kader jongerenwelzijn Personeelsleden worden ad nominen opgegeven als MDT – lid in kader van samenwerkingsverband – MDT. Voorstellen voor samenwerkingsverbanden vanuit het werkveld kunnen besproken worden met agentschap jongerenwelzijn. Fundamenteel hierin is: aantonen hoe competenties worden samengebracht en hoe wordt samengewerkt met oog op kwaliteitsvolle diagnostiek, bepaling van de personeelsleden van de partners in het samenwerkingsverband die statuut MDT-lid hebben (moet toch vaak genoeg om dezelfde kern van personen gaan met het oog op de professionaliteit),

23 Beleidskader voor de intersectorale MDT – periode na 1/1/2015
Samenwerkingsverbanden – kader jongerenwelzijn aantonen van de multidisciplinaire besluitvorming voor dossiers (via welke processen en samenwerking), aangeven hoe cliënt betrokken wordt, aangeven dat het over een voldoende aantal dossiers op jaarbasis zal gaan.

24 Beleidskader voor de intersectorale MDT – periode na 1/1/2015
Toezicht Zorginspectie en voor de CLB’s koppeling aan de reguliere doorlichting van de CLB’s. Kwaliteitsstandaarden voor diagnostiek, indicatiestelling en zorginschaling via kwaliteitscentrum diagnostiek. Vorming MDT Regionale feedbacklussen tussen MDT’s en de Toegangspoort in de regio (team IS) en hiernaast Vlaamse infomomenten. In de feedbacklussen in de regio’s kan de omzetting van de VAPH hulp in typemodules aan bod komen, bespreking kwaliteit A-doc.

25 Beleidskader voor de intersectorale MDT - informatie
Nota beleidskader intersectorale MDT website AJW: (http://wvg.vlaanderen.be/jongerenwelzijn/professionelen/ jeugdhulpaanbieders/mdts-en-diagnostiek) Powerpointvoorstellingen: Infomoment 27/11/2013 Wijzigingen voor de MDT tav de vroegere werking binnen het VAPH Aan de slag met het A-document als MDT (Bovenstaande link en doorklikken op ‘meer informatie’.) Omzendbrief VAPH 2014/2 van 20 februari 2014 Lijst erkende MDT op website VAPH en AJW Correctie in de beleidsnota nog door te voeren op website: mutualiteiten zitten in groep 3. Recent opgenomen in toepassingsgebied IJH.

26 Ervaringen in de pilootregio Oost-Vlaanderen
Tips en handvaten voor het invullen van A doc’s

27 Instemming en ontvankelijkheid
Jongere dient akkoord te geven vanaf de leeftijd van 12 jaar Uitzondering mogelijk indien hij/zij dit niet kan (vb. diep mentaal, in coma, etc.) Uitzondering dient gemotiveerd te worden. Uitzonderingen worden steeds door het team beslist.

28 Instemming en ontvankelijkheid
Ouders dienen akkoord te geven en aangeduid worden als wettelijke vertegenwoordiger. Voor een kerngezin is één ouder voldoende, men gaat ervan uit dat die de andere inlicht. Voor een ouder die niet de wettelijke ouder is omdat hij het kind nooit erkend heeft of uit het ouderlijk gezag ontzet is, hoeft dit niet. Wanneer een ouder al lange tijd geen contact heeft met het kind hoeft dit niet.

29 Instemming en ontvankelijkheid
Beide ouders zijn wettelijke vertegenwoordiger en hebben contact met het kind. Indien één van beide ouders niet in gaat op initiatieven van de C/A en via de andere ouder zijn akkoord geeft, kan dit voldoende zijn indien we geen redenen hebben om uit te gaan van vechtscheiding. Indien één van beide ouders feitelijk onbereikbaar is, kan dit in rekening worden genomen.

30 Instemming en Ontvankelijkheid
Indien beide ouders niet in het A doc vermeld staan: Geef uitleg bij Identificatie / Gezin / Opmerkingen Leg duidelijk uit welke stappen je gezet hebt. Bij twijfel of het de moeite is om een A doc in te dienen: contacteer Team IS.

31 Pleegzorg Voeg de (kandidaat) pleegouders toe bij identificatie/andere gezinsbetrokkene Geef ook de visie van de (kandidaat) pleegouders bij vraagverheldering Perspectiefzoekende of perspectiefbiedende pleegzorg als module.

32 Hulpverleningsgeschiedenis
Alle hulpverlening m.b.t. de jongere mag bij vraagverheldering. Hulp voor de jongere individueel Hulp voor de ouders m.b.t. de jongere Kort weergeven of dit positief of negatief effect had en waarom. Dit bevat zeer nuttige info voor goede IS.

33 Hulpverleningsgeschiedenis
Hulpverlening voor ouders zonder focus op de jongere mag bij vraagverheldering van de ouder. Vb. begeleid wonen, budgetbegeleiding Vb. opname psychiatrie, therapie Dit kan relevant zijn om draagkracht van het gezin in te schatten.

34 Diagnostiek: meerdere diagnoses
Soms zijn er meerdere diagnoses per kind: meerdere handicap of stoorniscodes. Graag een luik openen per stoornis/ handicap code Dan de diagnostiek per stoornis/handicap beschrijven. Team Datum Instrumenten Kort resultaat

35 Diagnostiek: korte resultaten
We vragen een korte weergave van de diagnostiek. Intelligentie: testresultaten, link met schoolresultaten of ontwikkeling. ASS: triade van ASS GES: korte schets van symptomen Motorische: korte schets van de beperkingen (niet enkel de oorzaak).

36 Diagnostiek: korte resultaten
Probeer het zo concreet mogelijk te maken voor die jongere doch ook beknopt. Indien er meerdere diagnoses of problemen zijn (gezin en jongere) dient ook gemotiveerd worden waarom het ene probleem het andere niet volledig kan verklaren. Vb. verwaarlozing + anderstalige ouders + matig mentale handicap.

37 Typemodules Modulering in het indicatievoorstel = niet evident
Info over MFC-IS en combinaties van modules in het ISV volgt nog Eventuele hulpmiddelen: Omzendbrief VAPH Module handboek: Jeugdhulpwijzer

38 Typemodules Bij VAPH modules voor semi internaat, internaat, OBC of MFC dient u ook de handicapcode te verslepen in de module als u ze selecteert. Vanuit team IS passen we steeds de modules aan indien onvolledig of foutief. Uw beschrijving bij IS voorstel in woorden is daarom ook erg belangrijk voor ons. Bij twijfel nemen we contact op met u.

39 Communicatie met team IS
Contacteer team IS in de regio bij twijfel via mail of telefoon, dat is handiger dan nadien vast te lopen. Bijkomende info wordt nooit zomaar gevraagd, het is steeds de bedoeling de beste indicatie voor die jongere te vinden/verantwoorden.

40 Communicatie met INSISTO
Ontvankelijk en onontvankelijk Terugzenden: omdat de vraag fundamenteel niet kan of omdat iets fundamenteel ontbreekt. Er staat een uitroepteken naast het dossier. Als u erop staat met de muis kan u de reden van terugzenden lezen. U kan het dossier aanvullen en opnieuw verzenden. Besprekingsdossier: omdat belangrijke info nog ontbreekt kozen we hiervoor. U krijgt een mail dat het dossier ontvankelijk is. Consensusdossier: ook mail ontvankelijkheid.

41 Communicatie met INSISTO
Ontvankelijkheid en Goedkeuring. Ontvankelijk = we kunnen het dossier bekijken. Dus niet dat het is goedgekeurd. Dossier goedgekeurd = er is een beslissing genomen. Er kan wel een verschil zijn met uw voorstel ! Dossier geweigerd = onze leidinggevende stuurt het terug voor bijkomende info, etc.

42 Communicatie met INSISTO
U krijgt een nummer in de mails van INSISTO. Dit nummer kan u nu invoeren in INSISTO. U vindt een leeg veld met een vergrootglas boven. Dit kan u terugvinden bij uw dossier overzicht bovenaan de eerste kolom (minderjarige). Normaal krijgt u dan het dossier te zien via deze zoekfunctie.

43 Tot slot Indien we een fout maken of er één over het hoofd zien kunnen we dit niet corrigeren. Alleen via een herindicatie van u kunnen we die aanpassen.

44 Kwaliteitscentrum Diagnostiek

45 Belang kwaliteitsvolle diagnostiek
Fundamentele vertrekbasis # principes en functies Realiseren zorg op maat Matchen vraag en aanbod Betrouwbaar en verantwoord prioriteren Monitoring ifv bijsturen hulpverlening Periodieke doorlichtingen (2002/2010) Vlaams Forum voor Diagnostiek vzw Niet voldoende garanties kwaliteitsvolle diagnostiek Vergroten diagnostische kennis en praktijk

46 Kwaliteitscentrum voor Diagnostiek
Beleidsbrief : oprichting Vlaams Expertisecentrum Diagnostiek Decreet IJH, art. 25 “zowel voor diagnostiek als voor indicatiestelling wordt gebruikgemaakt van instrumenten die gevalideerd zijn door een Vlaams centrum met expertise inzake diagnostiek, indicatiestelling en zorginschaling, zoals bij decreet bepaald.” Legistieke basis: Decreet houdende diverse bepalingen (“mozaïekdecreet) “De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om een centrum voor kwaliteitsbewaking voor het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin op te richten of om mee te werken aan de oprichting ervan.”

47 Kwaliteitscentrum voor Diagnostiek
Besluit van de Vlaamse Regering (7 februari 2014) Oprichting van een vzw Kwaliteitscentrum voor Diagnostiek Perspectief: Autoriteit ovv diagnostiek (D), indicatiestelling (I) en zorginschaling (ZI)

48 Vzw Kwaliteitscentrum voor Diagnostiek – gedeeld engagement en partnerschap (1)
Gemengde participatie in de oprichting Vlaamse Gemeenschap Vlaams Forum voor Diagnostiek VCLB-koepel

49 Vzw Kwaliteitscentrum voor Diagnostiek – gedeeld engagement en partnerschap (2)
Gemengde samenstelling RvB Wetenschap/academische hoek Werkveld Gebruikers Overheid Representatief voor verschillende deeldomeinen en expertises Moet onafhankelijke werking centrum bewaken en garanderen

50 Vzw Kwaliteitscentrum voor Diagnostiek – gedeeld engagement en partnerschap (3)
Een ledenvereniging Doelstellingen vzw onderschrijven Deskundigheid ovv D, I en ZI Multidisciplinaire visie Onafhankelijkheid garanderen

51 Kwaliteitscentrum voor Diagnostiek - opdrachten (1)
Opvolging en ontsluiting wetenschappelijk onderzoek mbt diagnostiek (D), indicatiestelling (I) en zorginschaling (ZI) Opvolging en ontsluiting van ontwikkelingen mbt D, I en ZI Ontwikkeling en validering van protocollen en andere instrumenten voor D, I en ZI Informatieverstrekking en vorming, begeleiding en ondersteuning van personen of instanties die D, I en ZI gebruiken

52 Kwaliteitscentrum voor Diagnostiek – opdrachten (2)
Vorming en attestering van personen die binnen instanties zorgen voor opleiding en vorming over het gebruik van protocollen of instrumenten Bewaking van de kwaliteit en uniformiteit bij het gebruik van protocollen of instrumenten Organiseren van intervisie Analyseren en ontsluiten van resultaten van het gebruik van protocollen en instrumenten Rapporteren en formuleren van adviezen aan het beleid

53 Kwaliteitscentrum voor Diagnostiek – primaire focus
Focus op Integrale Jeugdhulp Vergroten kwaliteit van D, I en ZI in functie van het verkennen/motiveren van een vraag naar NRTJ Op termijn Verbreding opdrachten naar andere sectoren en doelgroepen

54 Zorgzwaarte-inschaling

55 IZIKA & IZIIK IZIKA Instrument ter bepaling van de zorgintensiteit voor kinderen en jongeren (>6 jaar) Vertaling CASII (Child & adolescent intensity instrument) IZIIK Instrument ter bepaling van de zorgintensiteit voor kinderen en jongeren (<6 jaar)

56 IZIKA & IZIIK - doelgroep
Aanvankelijk: kinderen en jongeren met ernstige emotionele stoornissen Onderzoeksproject Universiteit Antwerpen: intersectoraal bruikbaar gemaakt (intersectorale terminologie) Ontwikkelingsstoornissen Psychische stoornissen Middelenmisbruik

57 IZIKA & IZIIK - doelstellingen
Geïndividualiseerd en op objectieve en gemeenschappelijke wijze Ernst problematiek bepalen  Benodigde niveau hulpverlening bepalen (holistisch perspectief) Benodigde hulpverlening volgens optimale intensiteit Om zo laag mogelijke hinder van problematiek op functioneren te bereiken Om ontwikkeling mogelijk te maken of te optimaliseren

58 IZIKA & IZIIK – 6 dimensioneel scoringssysteem
Evalueren functioneren kind en context Gericht op kind, met gezin als focus Obv noden kind en gezin Community based Cultureel competent en gevoelig Evidence based Toegankelijk en flexibel Gericht op versterking kind en context 6 dimensies

59 IZIKA & IZIIK – 6 dimensioneel scoringssysteem
Gevaar Leeftijdsadequaat functioneren Comorbiditeit Leefomgeving Stressoren Steun Veerkracht en effect zorg Aanvaarding/engagement Kind ouders IZIIK Veiligheid Relatie Omgeving Functioneren- /ontwikkelingsstatus Impact problemen op kind Zorgprofiel Betrokkenheid Beschikbaarheid Doelmatigheid

60 IZIKA & IZIIK – een 6 dimensioneel scoringssysteem
Per dimensie: 5punten schaal (van minst naar meest ernstig) Voor elke schaal: beschrijvingen Voor elke dimensie: hoogste score selecteren (= beschrijving waaraan voldaan) Totaalscore: som van de 6 dimensiescores = aanbeveling zorgniveau

61 Benodigde hulpverlening uitgedrukt in zorgniveaus
IZIKA Basiszorg Herstelbehoud Ambulant, mobiel Intensief ambulant Intensief/geïntegreerd zonder medische beschikbaarheid Niet beveiligd 24uurs met medische beschikbaarheid Beveiligd onder medische/psychiatrische regie IZIIK Basiszorg Minimale intensiteit Lage intensiteit Matige intensiteit Hoge intensiteit Maximale intensiteit

62 IZIKA & IZIIK – aanbevolen zorgniveau
Zorgniveau gekenmerkt door: Frequentie en kwantiteit Betrokkenheid verschillende zorgaanbieders Intensiteit noodzakelijke coördinatie In algemene beschrijvingen holistisch kader: Preventieve hulpverlening Stabilisatie van crisissen Hulpaanbod voor jongere (fysieke voorzieningen, klinische hulpverlening, …) Ondersteunend aanbod (context) Zorgomgeving (eigen context, voorziening, …)

63 IZIKA & IZIIK – zorgniveaus en indicatiestelling
Zorgniveau IZIKA/IZIIK schuift geen specifieke interventies of programma’s naar voor Zorgniveau IZIKA/IZIIK geeft wél informatie die kan helpen bij kiezen/indiceren van typemodules/diensten/programma’s Typemodules IJH zijn ingedeeld volgens zorgniveaus

64 Van een zorgniveau naar een zorgplan
Obv gemeten zorgniveau handvatten voor 7 hulpverleningsvormen Evaluatie van ontwikkeling en functioneren Medische zorg Ontwikkelingsstimulering/onderwijs Geestelijke gezondheid Welzijnszorg/Jongerenwelzijn Zorgcoördinatie/geïndividualiseerd zorgteam Steun uit gemeenschap en gewone contextuele ondersteuning

65 Van een zorgniveau naar een zorgplan - voorbeeld
Evaluatie van ontwikkeling en functioneren: complexe, geïntegreerde, multidisciplinaire evaluatie Zorgniveau 3 Ontwikkelingsstimulering/onderwijs: een hogere frequentie aan ontwikkelingsstimulerende zorg aan huis met een training van de vaardigheden van de zorgfiguur

66 Van een zorgniveau naar typemodules
Typemodules IJH gesitueerd op de zorgniveaus, bv: Verblijf voor minderjarigen met een (vermoeden van) handicap (langdurig)  zorgniveau 4 Ambulante opvang voor kinderen  zorgniveau 3 Training voor minderjarigen met een handicap (middenfrequentie)  zorgniveau 2

67 IZIKA & IZIIK – betrouwbaarheid en validiteit
Goede resultaten uit Amerikaans, Japans en Vlaams onderzoek Intersectorale aanpassing van het instrument vraagt bijkomend validiteits- en betrouwbaarheidsonderzoek

68 IZIKA & IZIIK – meerwaarde ITP
1 uniform instrument 1 gemeenschappelijke, intersectorale taal 1 gemeenschappelijke, intersectorale basis voor betrouwbare indicatiestelling Gebruiksvriendelijk: Snel gebruik: scoring 10 à 15 minuten Eenvoudig gebruik: Gesprekken met cliëntsysteem Op basis van de inhoud van een (goed gedocumenteerd) multidisciplinair verslag Training noodzakelijk

69 Implementatie IZIKA en IZIIK
Onderzoeksopdracht CAPRI eindigt 20 maart a.s. Opgeleverde producten: Handleiding beide instrumenten Advies met betrekking tot de validiteit van de instrumenten Voorstel om in 2014 experimenteel in gebruik te nemen i.s.m. enkele MDT’s mits opleiding, ondersteuning en effectopvolging

70 Vragen en antwoorden Mogelijkheid tot het stellen van vragen.
Steeds mogelijkheid tot gesprek met medewerkers van de afdeling Intersectorale Toegangspoort als er nog vragen zijn of als er bijkomende informatie nodig is.


Download ppt "INFOMOMENT MDT’s 12 maart 2014."

Verwante presentaties


Ads door Google