De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Vrije Sint - Lambertusscholen Pedagogische studiedag – 28 januari 2011 De vakoverschrijdende eindtermen van de tweede generatie.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Vrije Sint - Lambertusscholen Pedagogische studiedag – 28 januari 2011 De vakoverschrijdende eindtermen van de tweede generatie."— Transcript van de presentatie:

1 Vrije Sint - Lambertusscholen Pedagogische studiedag – 28 januari 2011 De vakoverschrijdende eindtermen van de tweede generatie

2 MENU 1.INLEIDING 2.De VOET (vakoverschrijdende eindtermen) van de TWEEDE GENERATIE (waarbij voortaan vakoverschrijdende ontwikkelingsdoelen = vakoverschrijdende eindtermen) 3.De VOET in de VRIJE SINT-LAMBERTUSSCHOLEN

3 1. INLEIDING VAKKEN en het CEMENT ertussen LASSEN- CONSTRUCTIE PRAKTIJK VERZORGING LATIJN SOCIALE WETENSCHAPPEN WISKUNDE

4

5 Ook voor SILA is het cement belangrijk !

6 Definities •Eindtermen zijn minimumdoelen die de overheid noodzakelijk en bereikbaar acht voor een bepaalde leerlingenpopulatie. •Minimumdoelen: een minimum aan kennis, inzicht,vaardigheden en attitudes voor die leerlingenpopulatie. •In Vlaanderen onderscheid tussen vakgebonden en vakoverschrijdende eindtermen of ontwikkelingsdoelen. •De vakgebonden staan in de leerplannen.

7 2. De VOET van de TWEEDE GENERATIE … … volgen op de VOET van de eerste generatie

8 Opdracht herziening VOET Beleidsnota 2004 – 2009 • toegenomen diversiteit van de VOET • evaluatie van relevantie en haalbaarheid

9 Referentiegegevens •VOET: 1 ste generatie •OBPWO –Bevindingen relevantie en haalbaarheid •Onderzoek Anne Bamford (2007) –Bevindingen muzisch-creatieve vorming •Feedback uit scholen ondermeer via stuurgroep VOET

10 Doelstellingen •Reduceren van het totale aantal met garantie op brede basisvorming •Haalbaarheid voor leerkrachten •Heldere, eenduidige formulering •Inhoudelijk actualiseren •Relatie met vakgebonden eindtermen

11 Uitgangsvraag bij de herziening: Welke minimumcapaciteiten heeft een burger in Vlaanderen nodig om kritisch-creatief te functioneren in de samenleving en voor de uitbouw van een persoonlijk leven?

12 Ordeningskader: stam 27sleutelvaardighedenvoorbasisvorming de stam los van elke context (dus: toepasbaar in alle opvoedings- en onderwijsactiviteiten )

13 Ordeningskader: contexten Basisvorming: •Ontwikkeling van de persoon van de persoon in een •Multiculturele, democratische samenleving 7 contexten •Lichamelijke gezondheid en veiligheid •Mentaal welbevinden •Sociorelationele ontwikkeling •Omgeving en duurzame ontwikkeling •Politiek-juridische samenleving •Socio-economische samenleving •Socioculturele samenleving = eindtermen geclusterd in een inhoudelijk geheel

14 Resultaat VOET als samenhangend geheel van stam en contexten: •Sterke reductie van het aantal •Beter overzicht: essentie, volledigheid •Heldere formulering •Niet graadgebonden aanbod

15 De leerlingen zijn bekwaam om alternatieven af te wegen en een bewuste keuze te maken De leerlingen gedragen zich respectvol Politiek-juridische samenleving Omgeving en duurzame ontwikkeling Lichamelijke gezondheid en veiligheid Leren leren

16 En de andere VOET dan? •Leren leren: –Nog steeds relevant, formuleringen bijgestuurd –Apart pakket wegens specifiek karakter en kerntaak van onderwijs –Graadgebonden aanbod –In samenhang, doorheen en vanuit stam en contexten •ICT: ongewijzigd wegens recent •Technisch-technologische vorming: ongewijzigd wegens aansluiting bij eindtermen techniek

17 Wel: nieuwe accenten •Europa •Preventieve (!) promotie van gezondheid en welzijn •Socio-economische basisinzichten en sociale cohesie •Duurzame ontwikkeling en systeemdenken •Zelfredzaamheid en zorgzaamheid •Herinneringseducatie •Cultuuropvoeding, mediawijsheid en esthetische bekwaamheid •Justitie VOET zijn geen nieuw gegeven de nieuwe VOET verwerpen de oude VOET NIET!

18 Wat is er veranderd? •Actueel en toekomstgericht (nieuwe accenten) •Selectie: relevant, haalbaar, essentieel en geen overlap •Reductie van het aantal: –Stam en contexten: 96 (voorheen: 171) –Leren leren: 48 (voorheen: 52) •Transparante formulering en consequentie in keuze van werkwoorden (Uitgangspunten, p.7) •Totaalpakket voor 6 leerjaren: niet-graadgebonden aanbod (behalve voor leren leren, ICT, Technisch – technologisch)

19 De INSPANNINGSverplichting blijft •Redelijke inspanning van elke graad, in elke school, t.a.v. het geheel van de eindtermen •Inspanning per graad in billijke verhouding tot de tijd die leerlingen in het SO doorbrengen •Geen strikt kwantitatieve criteria •Communicatie van en tussen scholen over keuzes (rol van scholengemeenschappen) •Principe van de consecutiviteit Vanaf wanneer? •1 september 2010

20 Waarom niet graadgebonden? Feedback uit scholen: –Ervaring met VOET: haalbaarheid, in combinatie met allerlei activiteiten, projecten, vakken, overleg, samenwerking, coördinatie –Eigen nemen om missie en visie gestalte te geven = eigen keuzes maken –Eigen beslissingen nemen om missie en visie gestalte te geven = eigen keuzes maken –Beleidsvoerend vermogen van scholen stimuleren en erkennen

21 9 PIJLERS van beleidsvoerend vermogen 1.Expliciete visie en sterke doelgerichtheid 2.Brede betrokkenheid en sterk leiderschap 3.Vermogen en wil om samen te werken 4.Responsief vermogen 5.Reflectie en zelfevaluatie 6.Zorg voor het proces van vernieuwing 7.Professionalisering en ondersteuning 8.Verantwoordelijkheden afbakenen 9.Schoolbeleid komt vorming leerlingen ten goede

22 3. De VOET in DEZE SCHOOL • In samenhang lezen • Kansen voor het eigen opvoedingsproject • Vanuit de concrete realiteit Met dank voor de inbreng van velen

23 “Stam, contexten en leren leren moeten in hun samenhang gelezen worden, zodat ze hun dynamiek blijven behouden en niet worden verengd, maar tot zinvolle gehelen kunnen worden gehergroepeerd naar keuze van de school en de leerkracht.” IN SAMENHANG LEZEN Citaat uit ‘Uitgangspunten’

24 Gevolgen •Overschrijden van grenzen •Leggen van verbindingen •Zien van gehelen

25

26 Kansen om in te kleuren vanuit het EIGEN OPVOEDINGSPROJECT Respect voor het vele werk dat de school reeds deed en doet!  Hierna volgen enkele voorbeelden van een buitenstaander

27

28

29 EOP school: Wij zijn een maatschappelijk geëngageerde school, geïnspireerd op de figuur van Jezus Christus. Vanuit deze kern willen wij een eigentijdse christelijke school zijn, waarbij we jongeren willen helpen op te groeien tot persoonlijkheden met een evenwichtig geloofs-, verstands- en gevoelsleven. Dit wil zeggen dat we in deze pluralistische samenleving een dienst willen zijn van de christelijke gemeenschap aan de culturele en sociale vorming van jongeren. VOET: Leerlingen ontwikkelen een eigen identiteit als authentiek individu, behorend tot verschillende groepen (S 22) Zij accepteren verschillen en hechten belang aan respect en zorgzaamheid binnen een relatie (C3,3). De socio-culturele samenleving (C7)

30 EOP school: Daarmee beogen we jongeren die bekwaam zijn: •om na grondige informatie vanuit verantwoorde motieven te kiezen, te beslissen, te handelen; •tot dienstverlening aan de maatschappij, door actief bij te dragen tot een gunstige maatschappelijke verandering, zo mogelijk gedragen door een christelijke overtuiging. VOET: Leerlingen zijn bekwaam om alternatieven af te wegen en een bewuste keuze te maken (S12). Zij toetsen de eigen opvatting aan de verschillende opvattingen over welzijn en verdeling van welvaart (C6,2). Zij geven aan hoe zij kunnen deelnemen aan besluitvorming in en opbouw van de samenleving (C5,1).

31 EOP school: Wij willen leerlingen vertrouwd maken met een christelijk geïnspireerde visie. Wij wensen dat jongeren eerlijk en deskundig leren omgaan met verschillende levensbeschouwingen. Wij zullen daarbij echter de waarden van de christelijke visie op de werkelijkheid bijzonder onder de aandacht brengen, als aanbod, als voorkeursoptie van het christelijke opvoedingsproject, in een geest van openheid en dialoog. VOET: Leerlingen nemen verantwoordelijkheid op voor het eigen handelen, in relaties met anderen en in de samenleving (S20). Zij beargumenteren, in dialoog met anderen, de dynamiek in hun voorkeur voor bepaalde cultuur- en kunstuitingen (C3,10). Zij gaan constructief om met verschillen tussen mensen en levensopvattingen (C7,2).

32 EOP school: In ons opvoedingsproject staan de volgende waarden centraal: vergevensgezindheid, gelijkwaardigheid, solidariteit, ‘de zwaksten eerst’, innerlijkheid, rechtvaardigheid, respect en zorg voor mensen en milieu, geloof in een toekomst die de mens gegeven wordt, maar die hij ook zelf creatief dient uit te bouwen. Dit wil niet zeggen dat we enkel aandacht hebben voor de zwakkeren onder ons. Ook zij die wel de aangeboden kansen grijpen en de capaciteiten hebben, kunnen op ons rekenen. VOET: Leerlingen erkennen het bestaan van gezagsverhoudingen en het belang van gelijkwaardigheid, afspraken en regels in relaties (C3,2). Zij illustreren het belang van sociale samenhang en solidariteit (C7,3). Zij participeren aan milieubeleid en –zorg op school (C4,1). Zij ondernemen zelf stappen om vernieuwingen te realiseren (S3). Zij kunnen originele ideeën en oplossingen ontwikkelen en uitvoeren (S2).

33 EOP school: De school staat open voor alle jongeren die respect kunnen opbrengen voor het eigen christelijk geïnspireerde opvoedingsproject van de school. Die openheid voor alle leerlingen brengt met zich mee dat jongeren bij ons aanvaard en gerespecteerd worden zoals ze zijn. EOP school: Leerlingen toetsen de eigen mening over maatschappelijke gebeurtenissen en trends aan verschillende standpunten (S17). Zij gedragen zich respectvol (S 18). Zij accepteren verschillen en hechten belang aan respect en zorgzaamheid binnen een relatie (C3,3).

34

35

36 Pijlers waarop onze school bouwt (1) PIJLER school: Onze school is effectief voor leerlingen. •Het doel van onze inspanningen is de toekomst van onze leerlingen. Uiteindelijk zal elke leerling onze school verlaten. Om opnieuw te gaan studeren, om te gaan werken, om mens te worden in deze wereld. Wij stellen ons tot doel elke leerling te begeleiden op weg naar een goede en succesvolle toekomst op de arbeidsmarkt of bij verdere studies. We zullen hem begeleiden in zijn groei naar zelfstandigheid op weg naar een goed en waardevol mens. VOET: De leerlingen verwerven een zinvol overzicht over studie- en beroepsmogelijkheden, dienstverlenende instanties met betrekking tot de arbeidsmarkt of de verdere studieloopbaan (LELE III,13). Leerlingen kunnen zelfstandig oefenen en leren in een door ICT ondersteunde leeromgeving (ICT3,4). De leerlingen erkennen de invloed van hun interesses en waarden op hun motivatie (LELE III,12).

37 Pijlers waarop onze school bouwt (2) PIJLER school: Onze school is lerend als organisatie. •Onze school wil professioneel zijn en onderwijs van deze tijd aanbieden. Met het materiaal en de middelen van nu, met kennis die didactisch en opvoedkundig actueel is. •Stilstaan is achteruitgaan, kwaliteit een noodzaak. Om professioneel te blijven, zullen wij ons nascholen in de verschillende aspecten die hedendaags onderwijs mogelijk maken. Wij zullen met zorg onze interne kwaliteit hoog houden door middel van zelfevaluatie van onze dagdagelijkse bezigheden. •Functioneringsgesprekken zullen onze professionele relaties verbeteren. VOET: VOET zijn geformuleerd op het niveau van de leerlingen. Deze pijler is een illustratie van het beleidsvoerend vermogen van de school: 1.Expliciete visie en sterke doelgerichtheid 2.Brede betrokkenheid en sterk leiderschap 3.Vermogen en wil om samen te werken 4.Responsief vermogen 5.Reflectie en zelfevaluatie 6.Zorg voor het proces van vernieuwing 7.Professionalisering en ondersteuning 8.Verantwoordelijkheden afbakenen 9.Schoolbeleid komt vorming leerlingen ten goede Leerlingen stellen kwaliteitseisen aan hun eigen werk en dat van anderen (S25).

38 Pijlers waarop onze school bouwt (3) PIJLER school: Onze school is zorgdragend. •Onze school is een groep mensen, elk met eigen noden en wensen. Elke deelgroep met eigen mogelijkheden en moeilijkheden. De manier waarop deze mensen en groepen met elkaar omgaan, maakt het verschil. Respect. Voor jezelf zowel als voor de mens naast je. Voor de dingen van jezelf zowel als voor die van de anderen. Voor je lichaam, voor de natuur, voor het milieu... VOET: Leerlingen gaan om met verscheidenheid (S26). Zij gedragen zich respectvol (S18). Zij dragen zorg voor de toekomst van zichzelf en de ander (S27). Zij tonen interesse en uiten hun appreciatie voor de natuur (…) (C4,5) Zij voelen de waarde van natuurbeleving en genieten van de natuur (C4,6) Lichamelijke gezondheid (C1)

39 Pijlers waarop onze school bouwt (4) PIJLER school: Onze school is participatief. •Luisteren en leiden vullen elkaar aan. Beslissingen worden genomen in het belang van de school in het algemeen en in het belang van alle betrokkenen in het bijzonder. Alle geledingen die samen school vormen - leerlingen, personeelsleden, schoolbestuur, ouders en plaatselijke gemeenschap - praten in verschillende overlegorganen met elkaar. Zij komen tot een beslissing, een compromis waarin iedere deelnemer een deel van zichzelf herkent. VOET: Leerlingen dragen actief bij tot het realiseren van gemeenschappelijke doelen (S19). Zij passen inspraak, participatie en besluitvorming toe in reële schoolse situaties (C5,2).

40 Pijlers waarop onze school bouwt (5) PIJLER school: Onze school heeft aandacht voor de dingen ‘voorbij het nuttige’. •Wij leven in een wereld waarin wij ons afvragen: ‘Waartoe dient …?’, ‘Wat is het nut …?’ In onze school hebben wij nadrukkelijk ook aandacht voor wat ligt voorbij het nuttige. Zowel het esthetisch schone als het ethisch goede dragen wezenlijk bij tot een mooie en waardevolle wereld. Het in de spiritualiteit ‘bedachtzaam gevoelig maken’ voor de verticale dimensie van ons zijn, erkennen wij als noodzakelijk om te groeien tot een volledig mens. VOET: Leerlingen kunnen schoonheid ervaren en creëren (S6,7). Zij trekken lessen uit historische en actuele voorbeelden van onverdraagzaamheid, racisme en xenofobie (C7,4). Zij geven voorbeelden van de potentieel constructieve en destructieve rol van conflicten (C7,5). Zij gaan actief om met de cultuur en kunst die hen omringen (C7,6). Zij illustreren de wederzijdse beïnvloeding van kunst, cultuur (…) en levensbeschouwing (C7,7).

41 VANUIT DE CONCRETE REALITEIT … •De nieuwe VOET bieden dus concrete kansen voor de school. •Het is dus zaak om de VOET zo in samenhang te lezen, dat zij het eigen project van de school ondersteunen. •Het eigen project van de school biedt vaak diepgang aan de VOET. •Omgekeerd kunnen VOET een spiegel zijn voor het eigen project van de school. De VOET ten DIENSTE van de SCHOOL!

42 VANUIT DE CONCRETE REALITEIT … •De nieuwe VOET bieden dus concrete kansen voor de school. •Het is dus zaak om de VOET zo in samenhang te lezen, dat zij het eigen project van de school ondersteunen. •Het eigen project van de school biedt vaak diepgang aan de VOET. •Omgekeerd kunnen VOET een spiegel zijn voor het eigen project van de school. De VOET ten DIENSTE van de SCHOOL! bv. als spiegel voor het effectief en efficiënt gebruik van de schooltijd

43

44 Project RELATIEVORMING Naast het opdoen van zuivere schoolse kennis wil onze school nog duidelijk andere accenten leggen in de opvoeding van onze jongeren. Zo willen wij hen onder andere sociale vaardigheden bijbrengen. Daarom zijn wij jaren geleden begonnen met het organiseren van relatiedagen. De thema's waar rond gewerkt wordt, geven onze jongeren kansen om op een eerlijke en gezonde manier constructief met elkaar om te gaan. Het kamp van de eerstejaars vormt het startpunt van de relatievorming. Voor al onze leerlingen is dit een driedaagse die ze nooit meer vergeten. En je goed voelen in de groep is dan ook wel het belangrijkste wat er is. Daar zijn deze dagen ideaal voor. Zo wordt er onder andere gewerkt rond 'pesten'. Per schooljaar heeft elke klas in het eerste jaar vier halve dagen relatievorming en in het tweede jaar twee volledige dagen. Ook in de bovenschool wordt er veel aandacht besteed aan relatievorming. Van het derde tot en met het zesde jaar ASO en TSO worden er relatiedagen georganiseerd. Dit is telkens één dag per schooljaar dat leerlingen van een klas gaan werken rond thema's zoals vriendschap, relaties en seksualiteit. In deze sessies staat er één letterwoord centraal, nl. OPVEDIRE. Dit staat voor OPenheid, VErtrouwen, DIscretie en REspect. Dit zijn de elementen die nodig zijn om zo'n dag voor 100% te laten lukken. De relatiedagen van de bovenschool gaan meestal door op een andere locatie dan de school.

45 Project RELATIEVORMING Naast het opdoen van zuivere schoolse kennis wil onze school nog duidelijk andere accenten leggen in de opvoeding van onze jongeren. Zo willen wij hen onder andere sociale vaardigheden bijbrengen. Daarom zijn wij jaren geleden begonnen met het organiseren van relatiedagen. De thema's waar rond gewerkt wordt, geven onze jongeren kansen om op een eerlijke en gezonde manier constructief met elkaar om te gaan. Het kamp van de eerstejaars vormt het startpunt van de relatievorming. Voor al onze leerlingen is dit een driedaagse die ze nooit meer vergeten. En je goed voelen in de groep is dan ook wel het belangrijkste wat er is. Daar zijn deze dagen ideaal voor. Zo wordt er onder andere gewerkt rond 'pesten'. Per schooljaar heeft elke klas in het eerste jaar vier halve dagen relatievorming en in het tweede jaar twee volledige dagen. Ook in de bovenschool wordt er veel aandacht besteed aan relatievorming. Van het derde tot en met het zesde jaar ASO en TSO worden er relatiedagen georganiseerd. Dit is telkens één dag per schooljaar dat leerlingen van een klas gaan werken rond thema's zoals vriendschap, relaties en seksualiteit. In deze sessies staat er één letterwoord centraal, nl. OPVEDIRE. Dit staat voor OPenheid, VErtrouwen, DIscretie en REspect. Dit zijn de elementen die nodig zijn om zo'n dag voor 100% te laten lukken. De relatiedagen van de bovenschool gaan meestal door op een andere locatie dan de school. Stam Communicatief vermogen, creativiteit, doorzettingsvermogen, empathie, esthetische bekwaamheid, exploreren, flexibiliteit, initiatief, kritisch denken, mediawijsheid, open en constructieve houding, respect, samenwerken, verantwoordelijkheid, zelfbeeld, zelfredzaamheid, zorgvuldigheid, zorgzaamheid.

46 Project RELATIEVORMING Naast het opdoen van zuivere schoolse kennis wil onze school nog duidelijk andere accenten leggen in de opvoeding van onze jongeren. Zo willen wij hen onder andere sociale vaardigheden bijbrengen. Daarom zijn wij jaren geleden begonnen met het organiseren van relatiedagen. De thema's waar rond gewerkt wordt, geven onze jongeren kansen om op een eerlijke en gezonde manier constructief met elkaar om te gaan. Het kamp van de eerstejaars vormt het startpunt van de relatievorming. Voor al onze leerlingen is dit een driedaagse die ze nooit meer vergeten. En je goed voelen in de groep is dan ook wel het belangrijkste wat er is. Daar zijn deze dagen ideaal voor. Zo wordt er onder andere gewerkt rond 'pesten'. Per schooljaar heeft elke klas in het eerste jaar vier halve dagen relatievorming en in het tweede jaar twee volledige dagen. Ook in de bovenschool wordt er veel aandacht besteed aan relatievorming. Van het derde tot en met het zesde jaar ASO en TSO worden er relatiedagen georganiseerd. Dit is telkens één dag per schooljaar dat leerlingen van een klas gaan werken rond thema's zoals vriendschap, relaties en seksualiteit. In deze sessies staat er één letterwoord centraal, nl. OPVEDIRE. Dit staat voor OPenheid, VErtrouwen, DIscretie en REspect. Dit zijn de elementen die nodig zijn om zo'n dag voor 100% te laten lukken. De relatiedagen van de bovenschool gaan meestal door op een andere locatie dan de school. VOET C 3 C 3,8 – 7,2 C 2 …

47 Aan de slag … •Het opvoedingsproject van de school zet de krachtlijnen van een werking uit •Die werking is geconcretiseerd in een schoolwerkplan waarin jaarlijkse prioriteiten zijn opgenomen •Het schoolwerkplan voorziet in een brede waaier van activiteiten die mee bijdragen tot de realisatie van het opvoedingsproject •De school screent deze activiteiten tegen de achtergrond van de nieuwe voet en gaat na van welke logische samenhang er hier sprake kan zijn •In de loop van een zesjarige cyclus wordt systematisch nagegaan of alle initiatieven voldoende dekking geven aan de vakoverschrijdende eindtermen

48 En hoe pakken we dit in de praktijk aan? •Buiten vakken in PROJECTEN •Tussen VAKKEN •Binnen VAKKEN •… Ter inspiratie: Zie VVKSO – ON LINE SERVICEDOCUMENT SERVICEDOCUMENT

49 Kijken naar wat we nu doen KIJKWIJZER

50 Kijkwijzer = kijk wijzer (1)? Screenen van de activiteiten en projecten kan leiden tot verdieping: –Is deze activiteit te verantwoorden binnen ons totaal project? –Wat zijn de doelen die we nastreven? –Is deze activiteit /dit project daarvoor de/het meest geschikt(e)? –Kunnen we met minimale aanpassingen soms een groter didactisch rendement bereiken?

51 Kijkwijzer = kijk wijzer (2)? –Krijgen we stilaan een zicht op de VOET (en hun relatie met de vakgebonden ET)? –Wat zegt de evaluatie ons over het project: •Behouden en borgen? •Behouden maar bijstellen? •Afvoeren?

52 Kijkwijzers van SILA 1. 1.Bestaand project binnen de graad (graadgroepen) 2. 2.Bestaand project binnen – –Vakleergroep – leerinhouden – –Werkgroep 3. 3.Nieuw project

53 Kijkwijzer SILA: gemeenschappelijk PROJECT / ACTIVITEIT VAKLEERGROEP / LEERINHOUD

54 1. Bestaand project binnen een graad +

55 3. Nieuw project +

56 … en zijn we dan goed bezig?

57 INVENTARISEREN ??? Concept “nieuwe voet” geeft ons de kans om van het inventariseren af te komen: –Inventariseren: •is de sport van het “in orde” zijn •scholen beschouwen het werk als “af” als alle hiaten in de inventaris opgelijst zijn •de inspectie ging op zoek naar hiaten en was blij met een waterdichte inventarisatie  of het werk aan de voet een voldoende rendement genereerde en de leerlingen van deze aanpak beter werden, is een andere vraag

58 STAM EN CONTEXTEN: niet alles met alles combineren •Een matrix maken van 27 ET uit de stam met 69 ET uit de contexten, levert 1863 combinaties: –Zeker niet allemaal zinvol … –Geen voorschriften welke combinaties je moet maken –Alles wijst er op dat inventarisatie zeker niet de bedoeling kan zijn.

59 FAQ 15 - Moeten we als school kunnen bewijzen dat we deze vakoverschrijdende eindtermen bereiken? (1) Neen, voor de VOET geldt een inspanningsverplichting. De school moet haar inspanningen kenbaar en zichtbaar maken (verantwoorden) voor de inspectie. Er staat geen kwantitatieve norm op de "inspanning". De school toont tijdens een doorlichting aan dat ze vanuit een eigen visie en met een eigen planning aan de vakoverschrijdende eindtermen werkt. Link website Link website

60 FAQ 15 - Moeten we als school kunnen bewijzen dat we deze vakoverschrijdende eindtermen bereiken? (2) Het formuleren van VOET (…) mag niet tot de interpretatie leiden dat alle eindtermen in alle graden aan bod moeten komen. De inspanning per graad moet in verhouding staan tot de totale tijd die leerlingen in het SO doorbrengen. Deze samenhang wordt gerealiseerd door de school op basis van haar visie en prioriteiten. Link website Link website

61 Bevestiging vanuit de wetgeving “Wanneer, waar, door wie, in welke vakken of projecten en bij welke gelegenheden inspanningen geleverd worden is de verantwoordelijkheid van de school en alle leerkrachten.”

62 Minister Pascal Smet in zijn reactie op RAAMADVIES EDUCATIES

63 Ontwikkelingsperspectief ! De school bekijkt het vanuit een ONTWIKKELINGSPERSPECTIEF Zich VERANTWOORDEN is geen doel op zich

64 BESLUIT •Aansluiten bij het vele geleverde werk is geen probleem •Inbedden in beleidsmatige aanpak •Troeven voor de link met het EOP •Kijkwijzers in portfolio? •Men kan niet alles ineens doen •Op 1 september 2010 moet niet alles nagestreefd zijn!

65 NA DIT REFERAAT … Tijd voor de DOE – sessie!


Download ppt "Vrije Sint - Lambertusscholen Pedagogische studiedag – 28 januari 2011 De vakoverschrijdende eindtermen van de tweede generatie."

Verwante presentaties


Ads door Google