De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Intercultureel samenwerken = 1. INTER (en dus ook intra) 2. CULTU(u)R (ele) 3. DIALOOG 4. Is altijd TRANSGENERATIONEEL, (gedeelde geschiedenis, gedeelde.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Intercultureel samenwerken = 1. INTER (en dus ook intra) 2. CULTU(u)R (ele) 3. DIALOOG 4. Is altijd TRANSGENERATIONEEL, (gedeelde geschiedenis, gedeelde."— Transcript van de presentatie:

1 Intercultureel samenwerken = 1. INTER (en dus ook intra) 2. CULTU(u)R (ele) 3. DIALOOG 4. Is altijd TRANSGENERATIONEEL, (gedeelde geschiedenis, gedeelde herinnering, familiale context,…). 5. heeft altijd te maken heeft met VERBONDENHEID (gelijkenissen, “sameness’) 1. Heeft een ZINGEVEND (interlevensbeschouwelijke ) en SYMBOLISCHE dimensie. (Marc Colpaert, Tot waar de beide zeeën samenkomen, lannoocampus, 2005)

2 Interculturele competentie (CIMIC)  Culturele zelfkennis: kennis over het eigen referentiekader en wereldbeeld.  Culturele flexibiliteit: de openheid om zich aan te passen en alternatieven te verkennen.  Culturele veerkracht: kunnen omgaan met moeilijkheden en negatieve gevoelens die met interculturele ontmoetingen gepaard kunnen gaan.  Culturele ontvankelijkheid: de openheid om naar de visie van de ander te luisteren en deze te integreren & het vermogen om de relativiteit van de eigen visies te aanvaarden.  Culturele kennis:,kennis over een andere cultuur verwerven en de capaciteit om deze kennis aan te wenden zonder de uniciteit van iedere person in een specifieke situatie onrecht aan te doen.  Culturele relationele competentie: de bereidheid om tijd en energie te investeren in het creëren van vertrouwen en de bereidheid om in relatie te treden.  Culturele communicatieve competentie: de bekwaamheid om de specifieke kenmerken van de eigen communicatiestijl te onderzoeken, te remediëren en om de communicatiestijl van de andere te verkennen.  Culturele conflicthantering: het vermogen om interculturele conflicten te beschouwen als leerkansen en het bewustzijn van de eigen conflicthanteringsstijl.  Multiperspectiviteit: het vermogen om een situatie, vraagstuk of probleem vanuit meerdere invalshoeken te bekijken

3 1. Leer buiten je eigen evidenties denken  = vragen stellen, luisteren, dialoog  = proberen om je wijze van handelen niet te laten leiden door je vooroordelen.  = verschillende brillen hanteren/ een meervoudig perspectief hanteren

4 Een hulpmiddel ODIS MODEL  ODIS staat voor ‘Observe, Describe, Interpret, Suspend your judgment ‘  (Observeer, Beschrijf, Interpreteer, Stel je oordeel uit’

5 Een hulpmiddel ODIS MODEL  Eerst observeren zonder direct een betekenis te geven aan een situatie, de aangediende informatie zien als nieuw. Valkuil is: ‘dat ken ik al!’. Men kijkt maar ziet niet.  Daarna beschrijven. We stellen vragen, luisteren, zoeken informatie. Nieuwsgierig zijn,  Interpreteren is de belangrijkste stap: er is mijn interpretatie, er zijn die van de anderen. We zoeken meerdere interpretaties.  We stellen ons waardeoordeel uit tot alle interpretaties en veronderstellingen voldoende gecheckt zijn.

6 Cultuur als ijsberg ! Zichtbare cultuurelementen : Materiële cultuur, handelingen, Gewoontes, taal, geschiedenis, kunst,enz Onzichtbare cultuurelementen Waarden, houdingen, logica, wereldbeeld, Gedachtengangen, codes/normen, percepties

7 Onzichtbare cultuurelementen Idee over identiteit, concept van properheid, arbeidsmotivatie, houding t.a.v. dieren, idee over rechtvaardigheid, idee over opvoeding, Idee over werkritme, idee oer leiderschap, idee over zuiverheid, tijdsbeleving beleving van ziekte en gezondheid, opvattingen over vriendschap, visie op verleden en toekomst, probleemoplossend denken, Gedragscodes taboes …….. Leer je pas na langere tijd kennen en zelden volledig

8 Buiten je eigen evidenties kijken  Is nodig op zeer veel vlakken :  Waarden en normen  Methodieken  Organisatie & organisatiestructuur  gezagsverhoudingen  Tijds- en jaar indeling  Verbale en non-verbale communicatie  …..  Direct verband tussen deze competentie en PCM / identificatiefase  Instrumenten : seasonal calendar, social map, transect walk,….

9 WATCH?V=_D2RDLJTMZE Gilbert de Leeuw

10 2. Ontculturaliseren  Wanneer we communiceren met mensen van ‘buiten onze grenzen’ hebben we wel eens vaker de neiging om ‘cultuur’ als een belangrijke oorzaak te zien voor dingen die mislopen.. Culturaliseren = ‘Negatief gedrag bij de “eigen groep” wordt gelinkt aan situationele factoren ‘Negatief/onbegrijpelijk gedrag bij ‘vreemdelingen’ wordt gelinkt aan ‘cultuur’ = een valkuil waar je zeer vlug in stapt Opmerking : dit wil niet zeggen dat je cultuur kunt ‘weggommen’ als oorzaak van gedrag. Wél dat er ook andere factoren (persoonlijkheid, karakter, extern omstandigheden, infrasttructuur, politiek,……) kunnen spelen.

11 Risico’s van een (te) culturaliserende benadering  Reductie van een persoon tot zijn/haar nationale, etnische of religieuze identiteit  Generalisatie en stereotypering  Eenzijdig vastleggen van betekenissen (receptenlijsten halen de spontaniteit uit je relaties/communicatie)  Haalt je uit je kracht als partner (vaak beschikken we over zinvolle competenties die we niet meer durven te gebruiken omdat het gaat over een andere cultuur)

12 ‘ontculturaliseren’  Betekent ook :  Cliché beeldvorming doorbreken in interculturele vorming & (fondsenwervings)activiteiten.

13 Een voorbeeld : beeldvorming     A527b d6c-978d- 1a11c2d408&feature=iv&src_vid=oJLqyuxm96k&v=xbqA6 o8_WC0 A527b d6c-978d- 1a11c2d408&feature=iv&src_vid=oJLqyuxm96k&v=xbqA6 o8_WC0

14 Een hulpmiddel Identiteit = meervoudig Familie lid Moeder Vader etnische oorspring nationaliteit Spiritualiteit religie werknemer vrienden Enfant Passie Zoon/dochter Club/vereniging jongen/meisje Diploma studies stad/dorp Leeftijd levenservaring ? karakter Sympathie & antipathie ? voorkeu ren Cultuur Omstandigheden Cultuur cultuur Omstandigheden Omstandigheden

15 Wat als de ander culturaliseert?  Stel de andere vraag  Wie zijn ‘wij”  Ken je ook andere die het anders doen?  Heb je het al eens anders geprobeerd?  …….  ‘ont’ moeten  =de ontmoeting ontdoen van het moeten,,,,

16 Een hulpmiddel : TOPOI - model  Niet Culturen, maar mensen ontmoeten elkaar, misverstanden en conflicten kunnen te maken hebben met :  Taal  Ordening (interpunctie)  Personen (inhoud en betrekking)  Organisatie  Inzet

17 TOPOI – model : TAAL Begrijpen we elkaar goed?  Heb ik de ander goed begrepen en heeft de ander mij begrepen?  Leg uit wat je precies bedoelt of vraag uitleg: wat betekent dat?  Check na of je begrepen bent: wat ga je nu doen?  Breng een heldere boodschap. Gebruik klare taal (zeker wanneer geschreven).  Hulpmiddel : checklist klare taal   pdf pdf  Bewust zijn van : non-verbale taal is meerduidig

18 TOPOI – model : ORDENING Hoe kijkt elk van ons naar de situatie?  Ordening heeft te maken met onze bril, onze eigen interpretatie van de werkelijkheid.  Maak ieders kijk op de kwestie duidelijk : wat zie ik, wat zie jij, wat verwacht ik, wat verwacht jij?  Je hoeft niet akkoord te gaan, maar probeer elkaar te begrijpen.  Probeer (actief) te luisteren  Zoek wat jullie gemeenschappelijk hebben en zet dat voorop.  Probeer een situatie vanuit meerdere brillen te bekijken

19 TOPOI – model : PERSONEN Hoe kijk ik naar jou en hoe kijk jij naar mij?  Start van een positieve waardering voor verschillende vormen van samenleven en heb er oog voor/breng ze ter sprake  Herleid de ander niet tot één kenmerk: allochtoon, vrouw…  Probeer meervoudig te kijken  Probeer een vorm van ‘kruispuntdenken’ te hanteren,  Onderzoek in welke rol de ander zichzelf plaatst en speel daarop in.

20 TOPOI – model : ORGANISATIE In welke context vindt onze communicatie plaats?  Vraag na welk beeld de ander heeft van jullie organisatie/school/bedrijf/lokale overheid/hiërarchische verhoudingen  Leg uit hoe de dingen werken.  Leg (meermaals) uit wie wat doet  Vraag hoe dingen werken bij de ander. Vrag wie, wat wanneer en hoe doet?  Maak de organisatie zo transparant mogelijk  Maak procedures zo eenvoudig mogelijk  Ga na waar er drempels zijn en werk die zoveel mogelijk weg,

21 TOPOI – model : INZET Wat zijn jullie en mijn beweegredenen/motivatie?  Jouw inzet is niet noodzakelijk de inzet van de ander en vice versa,  Probeer inzet te zien en te waarderen,

22 Interculturele competenties 3. Acceptatie enerzijds, praten over het niet onderhandelbare anderzijds  Bijna elke vorm van communicatie zou je als ‘intercultureel ‘ kunnen beschouwen.  Dit is niet onbeperkt, er zijn grenzen Ni Moeilijk veranderbaar Niet onderhandelbaar Ruimte voor dialoog Onderhandelbaar, veranderbaar

23 INTERCULTURELE COMPETENTIES 6. Bepaal wat niet onderhandelbaar is/Accepteer dat dingen anders zijn.  Streef naar minimale regels, maximale dialoog  Geef duidelijk uitleg/motivatie  Vraag aan de ander wat moeilijk veranderbaar is voor hem/haar en wat niet onderhandelbaar is.  Wat wil ik dat jij respecteert.  Wat wil jij dat ik respecteer.

24 4. Oog voor en dialoog over gelijkenissen en verbondenheid  Fixatie op verschillen kan/zal de kloof vergroten  Stil staan bij ‘VERBONDENHEID’ schept een band en gemeenschappelijke dingen om over in dialoog te gaan Belang van informele contacten !!!!!!! Belang van TIJD investeren in relaties !!!!!!! Interculturele competenties :

25 Interculturele competenties : Oog voor en dialoog over gelijkenissen en verbondenheid  Gelijkenissen/verbondenheid vind je op vlak van  Overgangsmomenten in het leven  Existenstiële vragen  Basisbehoeften  Dagelijks leven/interesses/sport  Religie/spiritualiteit  Intercultural communication = “sharing your shit” (Durre Ahmad)

26 5. Interculturele competenties : wederkerigheid betrachten

27 Wederkerigheid  Echte wederkerigheid vraagt een verandering in de ‘mindset’ van mensen.  = De krachten van de ander zien (en niet alleen de problemen)  = Kunnen/willen zien wat de ander te bieden heeft  = Wat kunnen we leren van de ander ?  = de ander toelaten te geven (Levinas, R. Moreels, R Pannikar)  Hulpmiddelen : niet culturaliserende visie op identiteit, capaciteiten leren zien,

28 Reflectie- en evaluatievragen : Wederkerigheid  Wat betekent ‘wederkerigheid’ voor mij / ons?  Zien we voldoende de sterktes van de ander? Waarom wel/niet?  Zijn we ons bewust van eigen stereotypen die wederkerigheid belemmeren?  Welke beelden geven we aan cliënten en collega’s mee over de samenleving/cultuur van de ander?  Zijn we er ons van bewust dat we soms gaan culturaliseren? In welke situaties doen we dat? Kunnen we dat enigszins vermijden in de toekomst?  Hoe kijken we tegen het begrip identiteit aan?  Zij we bereid om te leren van de ander?

29 Reginald Moreels  “Ik denk dat culturen en volken naast hun eventuele situatie van behoeftigheid of schaarste, ons altijd iets te bieden hebben, bijvoorbeeld op levensbeschouwelijk vlak (mensbeeld, levensvisie, waarden) waaruit culturen putten. Ik geloof dat het een fundamenteel verlangen van de mens is om iets te kunnen betekenen voor de ander. Hij heeft de behoefte om bij te dragen tot het welzijn van zijn medemens omdat hij alleen op die manier zin en betekenis kan krijgen, Daardoor hebben we (in het Westen), in fundamentele zin, het bestaan van de ander niet ernstig genomen en niet erkend. Men heeft de kans gekregen de eigen waarden te profileren, waardoor zelfwaarde en zelfrespect ondermijnd werden. We hebben er ons geen rekenschap van gegeven hoe beschadigend het niet kunnen terug geven is voor het zelfbeeld van de ander. …. “

30 Interculturele dialoog is zeer vaak interreligieuze dialoog  Religieuze & spirituele tradities….. •1. Logos (Westers) rationeel Wetenschappelijk Denken. Ratio Cartesiaans Dualistisch Analytisch •2. Logos Van een conservatief – orthodox en/of fundamentalistisch referentiekader Rationeel Dualistisch/categoriserend Koran wordt een ‘manual’of handboek (vb. Strikt vanuit de bestaande rechtscholen ) Recitatief •3. Logos + mythos Contextueel Met oog voor de symboliek en het onderliggende narratief. Holistisch, intuitief, oog voor gemeen- schappelijke waarden = basis voor interreligieuze, interspirituele, interculturele dialoog


Download ppt "Intercultureel samenwerken = 1. INTER (en dus ook intra) 2. CULTU(u)R (ele) 3. DIALOOG 4. Is altijd TRANSGENERATIONEEL, (gedeelde geschiedenis, gedeelde."

Verwante presentaties


Ads door Google