De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Cultuur T1 Eco Culturele Antropologie Cultuur in Nederland/EU Cultuur in Amerika.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Cultuur T1 Eco Culturele Antropologie Cultuur in Nederland/EU Cultuur in Amerika."— Transcript van de presentatie:

1 Cultuur T1 Eco Culturele Antropologie Cultuur in Nederland/EU Cultuur in Amerika

2 Lesplanner WeekurenLesstofMaterialenHuiswerkOpmerkingen dictaat en powerpoints elo cijfer: 1 + (2x2) + (3x3) + (4x4) / Culturele antropologie algemeenpowerpoint, filmpjesculturele identiteit 28cultuur Nederland/Europapowerpoint, filmpjes introductie cultuurAmerikapowerpoint, DVD, diversen 38cultuurAmerika / artefactspowerpoint, DVD, diversenuitwerken opdracht1: inleveren culturele identiteit presentatietechniekenopdracht websites museavoor presentatie 48excursie Mondani Lochemopdracht + aantekenmateriaaluitwerken opdracht 53presentaties opdracht musea 2: inleveren opdracht Mondani 1toets 3: presentatie 4: toets

3 Culturele antropologie als wetenschap Het bestuderen van de menselijke samenleving in al zijn onderdelen, en zijn cultuur.

4 sa·men·le·ving de; v het geheel vd met elkaar verkerende mensen; maatschappij: de moderne ~ Onder een samenleving wordt een groep mensen verstaan die samen een half-gesloten systeem vormen en waarbinnen wisselwerking bestaat tussen de leden die van die groep deel uitmaken. Hoewel de mens ook samenleeft met dieren en dingen, staat het netwerk van relaties tussen mensen centraal

5 Maatschappij A society is a group of human beings sharing a self-sufficient system of action which is capable of existing longer than the life- span of an individual The group being recruited at least in part by sexual reproduction of its members (Aberle et al 1950: 101)

6 Maatschappijen Te beschrijven in termen van structuren en netwerken, rollen en relaties Dergelijke verschijnselen zijn niet specifiek menselijk: dieren kennen rollen en hebben relaties, ook diergroepen hebben een structuur, ook dieren hebben maatschappijen

7 Grienden Ze leven in grote groepen van zes tot tweehonderd dieren, soms ook samen met dwergvinvissen en andere soorten grienden Een groep bestaat uit tot vijftien mannetjes, meerdere verwante vrouwtjes en hun jongen De groep is zeer hecht, en de dieren communiceren met elkaar met een grote variatie aan geluiden Een ouder dier is de leider

8 De mens is een uitzonderlijk dier, niet omdat hij in geordende groepen leeft, maar omdat zijn maatschappij een cultuur heeft (Peter Kloos, 1972: 5)

9

10 - cul·tuur de; v -turen 1 mv ook -tures verbouw van gewassen 2 op voedingsbodem gekweekte bacteriën 3 het geheel van geestelijke verworvenheden ve land, volk enz.; beschaving: eetcultuur, wooncultuur menselijk gedrag en soms de producten daarvan zoals artefacten – werktuigen – en voorstellingen Dit gedrag wordt aangeleerd en is niet aangeboren

11 SOME DEFINITIONS  Culture refers to the cumulative deposit of knowledge, experience, beliefs, values, attitudes, meanings, hierarchies, religion, notions of time, roles, spatial relations, concepts of the universe, and material objects and possessions acquired by a group of people in the course of generations through individual and group striving  Culture is the systems of knowledge shared by a relatively large group of people  Culture is communication, communication is culture  Culture in its broadest sense is cultivated behavior; that is the totality of a person's learned, accumulated experience which is socially transmitted, or more briefly, behavior through social learning  A culture is a way of life of a group of people--the behaviors, beliefs, values, and symbols that they accept, generally without thinking about them, and that are passed along by communication and imitation from one generation to the next

12  Culture is symbolic communication. Some of its symbols include a group's skills, knowledge, attitudes, values, and motives. The meanings of the symbols are learned and deliberately perpetuated in a society through its institutions  Culture consists of patterns, explicit and implicit, of and for behavior acquired and transmitted by symbols, constituting the distinctive achievement of human groups, including their embodiments in artifacts; the essential core of culture consists of traditional ideas and especially their attached values; culture systems may, on the one hand, be considered as products of action, on the other hand, as conditioning influences upon further action  Culture is the sum of total of the learned behavior of a group of people that are generally considered to be the tradition of that people and are transmitted from generation to generation  Culture is a collective programming of the mind that distinguishes the members of one group or category of people from another

13 Cultuur & Maatschappij A culture is the way of life of people; while a society is the organized aggregate of individuals who follow a given way of life In still simpler terms a society is composed of people; the way they behave is their culture (M. Herskovits, 1948)

14 Gerard Hendrik (Geert) Hofstede (1928)  een Nederlands organisatiepsycholoog  geniet internationale bekendheid geniet op het gebied van interculturele studies  was verbonden aan de Faculteit der Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde van de Universiteit Maastricht

15

16 Symbolen  vormen de meest oppervlakkige kenmerken van een cultuur  Het zijn woorden, gebaren en afbeeldingen met een betekenis die alleen begrepen wordt door de leden van de cultuur. In Nederland behoren ‘gezellig’, ‘leuk’ en ‘lekker’ tot deze categorie net zoals het glas melk bij de lunch of de hagelslag

17 Helden  de ideaaltypische personen die in een cultuur symboolwaarde hebben

18 Rituelen  conventionele collectieve activiteiten zoals groeten, recepties of de oranjegekte

19 waarden  datgene waar wij in ons diepste wezen aan hechten  verworven voorkeuren die vaak tot uiting komen in normen  tolerantie en consensus gelden in Nederland als waarden die onder meer hun uitdrukking vinden in allerlei normerende wetgeving

20 Inzoomen op Normen en Waarden Cultuur kunnen we opvatten als de manier waarop een groep mensen problemen oplost Daarbij gebruiken zij normen en waarden

21 Waarden  zijn idealen en motieven die in een samenleving of groep als nastrevenswaardig worden beschouwd  zijn opvattingen over wat wenselijk is  Er bestaan twee soorten waarden:  Instrumentele waarde: een betekenis die door concrete personen of groepen feitelijk wordt verleend aan personen, zaken of gebeurtenissen  Intrinsieke waarde: waarden die nagestreefd behoren te worden vanuit de gedachte dat het goede gedaan behoort te worden

22 Normen  zijn concrete richtlijnen voor het handelen; ze regelen het dagelijks sociaal verkeer  vormen de verbinding tussen de algemene waarden (zoals vrijheid, rechtvaardigheid) en de concrete gedragingen  zijn opvattingen/afspraken over hoe men zich wel of niet moet gedragen in concrete omstandigheden

23 Vanaf je zevende jaar worden je normen en waarden aangeleerd. Dat gebeurt door je opvoeding, door je omgeving, door de school en door de cultuur waarin je woont

24 De raaf als voorbeeld Culturen zijn een weerspiegeling van het specifieke geografische milieu waarin ze voorkomen (Montesquieu en Hegel) Als voorbeeld nemen we de reputatie van de raaf in verschillende culturen

25 Culturele sporen in erfgoed zichtbaar

26

27 Culturele herkenning

28 Cultuur is dynamisch, omdat deze in communicatie wordt gemaakt en gewijzigd

29 Symbolen & Culturele identiteit Door het gebruik van symbolen die betekenis geven aan onze ervaringen, bepalen we onze oriëntatie en positie Deze symbolen vormen tezamen zogenaamde "webben van betekenis", die volgens de antropoloog Clifford Geertz (1993, pp. 5-14) de bepalende elementen zijn in onze samenleving

30 Multicultureel  het aantal culturen in de wereld wordt geschat op en het aantal talen op  minder dan 200 landen lid zijn van de Verenigde Naties, dus hebben de meeste landen meerdere culturen en kunnen worden aangemerkt als multicultureel (Moynihan 1993, Trianids 1995)

31

32 Omgang met cultuurverschillen  David Pinto  Directeur Intercultureel Instituut  Grofmazige cultuur  Fijnmazige cultuur

33 De F-cultuur: fijnmazig  een fijnmazig systeem van normen en waarden  grote mate van structuur  bestaan veel vastgestelde regels voor wat wenselijk en onwenselijk gedrag is  Men hoeft weinig persoonlijke afwegingen te maken; veel stappen die men neemt lijken niet meer dan logisch en bevinden zich in de lijn der verwachtingen  collectivitisch

34 De G-cultuur: grofmazig  normen en waarden, goed en kwaad, niet heel duidelijk omschreven  veel dingen moet men zelf uitvinden en in veel gevallen dient men zich zelf een mening te vormen over wat wenselijk en onwenselijk is  afwijken van de gebaande wegen wordt (in zekere mate) gewaardeerd  individualistisch

35 Verschillen in cultuur  Tijdsoriëntatie  Humor  Rolgedrag  Godsdienst  Gebruik van ruimte  Huwelijk en seksualiteit  Oogcontact  Schaamte  Houding  Eetgewoonten  Mimiek  Gebaren  Etc. etc.

36 Culture Shock  Sommige normen en waarden in een land staan zo ver van je eigen normen en waarden af dat ze je in een lastig parket brengen, en mogelijk in botsing met jezelf of met je omgeving.

37 Voorkomen van culturele blunders Een goede voorbereiding  Nederland:  L ezen  Praten / netwerken  Muziek, films  Buitenland:  Observeren  Meedoen  Oriënteren  Aftasten  Uitproberen  Reflecteren  Luisteren  Informeren Een goede relatie staat of valt met respect

38 Culture Shock

39 Culturele identiteit in beeld  Opdracht: Een identiteitsbewijs is er om aan te kunnen tonen dat jij bent wie je zegt dat je bent Met deze cirkel maak je een bijzonder ‘paspoort’, je culturele identiteitsbewijs


Download ppt "Cultuur T1 Eco Culturele Antropologie Cultuur in Nederland/EU Cultuur in Amerika."

Verwante presentaties


Ads door Google