19de eeuw(1.5 en 4.2) In 1813 komt de zoon van Willem V terug als soeverein vorst(na nederlaag Napoleon) als koning Willem I Er komt een nieuwe grondwet.

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
Patriotse en Bataafse revolutie
Advertisements

Staatsinrichting 1 Veranderingen herkennen/ beschrijven die in 1848 werden doorgevoerd in het kiesrecht door de liberalen o.l.v. Thorbecke.
Koninkrijk Bingo. KONINKRIJK BINGO Wie was de eerste Nederlandse koning? VRAAG.
Nederland Les 7: De Gouden Eeuw; Bestuurlijke en culturele aspecten
17de eeuw (1.3) Politieke rechten De Republiek was een Statenbond zonder sterk centraal gezag Dat leidde tot -moeizame besluitvorming (tijdrovend) -een.
Hoofdstuk 6 Democratisering
Maatschappijleer 1 Nadya Karim
Rechtsstaat en democratie
Parlementaire democratie
Rechten van burgers Plichten van de overheid
De staatsinrichting van Nederland.
QUIZ Katern Politiek.
 Geen vertegenwoordigers voor kolonies in Britse parlement  Nieuwe belastingen van de Britse regering op suiker, thee,… ‘No taxation without representation’
Het Politiek Systeem Civitas Hoofdstuk 8
Geschiedenis van de democratische rechtsstaat in Nederland
Geschiedenis van de democratische rechtsstaat in Nederland
Geschiedenis van de democratische rechtsstaat in Nederland
Kenmerk 30 De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten, grondrechten en taatsburgerschap Les 2: Verloop van.
V AN H UNEBED TOT HEDEN Nederland wordt een parlementaire democratie – les 9.
Staatsinrichting van Nederland
Hoofdstuk 6 Democratisering
Tijd van Pruiken en Revoluties
18de eeuw Halverwege de 18de eeuw kwam de Verlichting (zie aantekeningen bij hoofdstuk 7 ) Vrijheidsrechten Verlichtingsfilosofen gingen uit van het idee.
De 19e eeuw Nederland.
Ontwikkeling van politieke rechten.
Democratie in Nederland
Hoofdstuk 3.
Parlementaire democratie
Staatsinrichting van Nederland
4.2: De geschiedenis van de NL democratie
Liberalisme en socialisme
Een nieuw koninkrijk Paragraaf 5.1.
Herhaling Staatsinrichting
De Nederlanden: van republiek tot parlementaire democratie
Wat moet je weten aan het eind van de les?
4.2: De geschiedenis van de NL democratie Nakijken HC Opdracht vorige les afronden Huiswerk.
De liberale revolutie in 1848
Wat moet je weten aan het einde van de les?
-Wat moet je weten aan het einde van de les?
4.2: De geschiedenis van de NL democratie
Wat moet je weten aan het eind van de les?
Vrijheid en democratie De opmars van het parlement
Par 7.2 Van Republiek naar parlementaire democratie 4 De Nederlanden.
-Scheiding der machten -Gekozen parlement -Verlichte ideeën
Koning Willem II Zoon van de krachtdadige Willem I Was in 1848 bang zijn koningschap te verliezen Werd in één nacht liberaal Stemde in met de liberale.
In 1568 begint Willem van Oranje een opstand tegen Spanje
Van gewesten naar eenheidsstaat
Hoofdstuk 3: Parlementaire democratie
Politiek – maatschappelijke stromingen:
Waarom stemde de Nederlanders, voor WOII, niet op de NSB
1.5 Vorsten in Europa Absolute vorsten
5.3 Democratie in Nederland Tijd van burgers en stoommachines
Deze les: Uitleggen rechtsstaat Maken opdrachten.
De tijd van burgers en stoommachines H10 Politieke strijd en emancipatie Vroegmoderne tijd 19 e eeuw Paragraaf 10.1 ‘Conservatisme en liberalisme’
Staatsinrichting Wie is de baas van Nederland? ©Tom Verbeek sep 2010.
Staatsinrichting van Nederland (deel 2)
Burgers en stoommachines 4.4 Democratie in Nederland
Regenten en vorsten 2.1 Machthebbers in Europa
De Grondwet van 1848.
Democratie in Nederland
Context 4 Verlichtingsideeën en de democratische revoluties
Regenten en vorsten 3.1 Machthebbers in Europa
H7.1 Absolutisme in de rest van Europa
Blok 2 Vrijheid in Nederland
HOOFDSTUK 1 NEDERLAND VAN 1848 TOT 1914
1.1 DE NEDERLANDSE STAATSINRICHTING NU
Het Koninkrijk der Nederlanden
Nederland Les 7: De Gouden Eeuw; Bestuurlijke en culturele aspecten
Aantekening van: Wie is de baas
Ter voorbereiding op de toets van as. woensdag.
Transcript van de presentatie:

19de eeuw(1.5 en 4.2) In 1813 komt de zoon van Willem V terug als soeverein vorst(na nederlaag Napoleon) als koning Willem I Er komt een nieuwe grondwet -koning benoemt/ontslaat ministers naar willekeur -koning regeert bij K.B. buiten het parlement om -parlement heet Staten Generaal en bestaat uit 1ste en 2de Kamer

vervolg -1ste Kamer:koning benoemt de leden(benoemt vriendjes→bolwerk voor de troon) -2de Kamer:gekozen via Provinciale Staten (getrapte verkiezingen) uit de aanzienlij- ken (soort censuskiesrecht) -vrijheidsrechten:vrijheid van godsdienst en vrijheid van drukpers Koning heeft (nog)veel macht (soort absoluut vorst)

vervolg In 1815 Congres van Wenen→koninkrijk der Nederlanden→grondwet aangepast In 1830 Belgische opstand→België onafhankelijk→in 1840 grondwet opnieuw aangepast In 1840 koning Willem I→koning Willem II

Vervolg(2.6 en 3.4) In de 1ste helft van de 19de eeuw zijn er 2 politieke stromingen(nog geen partijen) Volksvertegenwoordigers zitten daar a titre personel (voor zichzelf) Conservatieven bestaan uit de elite (oude adel en regenten) Zij zijn voor veel macht bij de koning Liberalen bestaan uit de rijke burgerij. Zij zijn voor de Nachtwakersstaat

vervolg Staat zorgt alleen voor -defensie -buitenlandse politiek -infrastructuur -belastingen Verder moet alles overgelaten worden aan het particulier initiatief

1848(4.2) In 1848 revolutiegolf door Europa Koning in 1 nacht van conservatief tot liberaal→ hij geeft Thorbecke de opdracht een nieuwe grondwet te maken (uit angst zijn troon te verliezen)

vervolg Nederland een parlementair stelsel,maar nog geen parlementaire democratie Er was censuskiesrecht (+/- 10 %) Er was een districtenstelsel Organieke wet is een wet die een grondwetsartikel uitwerkt b.v de kieswet In de gemeentewet en de Provinciewet werd de basis gelegd voor een gedecentraliseerde eenheidsstaat met 3 bestuurslagen

vervolg In 1849 Willem II→Willem III Willem III kreeg ruzie met het parlement. Parlement wil invloed op benoemen/ontslaan van ministers 3 grote conflicten -Aprilbeweging -kwestie Mijer -kwestie Luxemburg Opdracht 7

Koning Willem I

Koning Willem II

Thorbecke

Grondwetten van 1815 en 1848 1815 1848 -koning de baas,ministers zijn dienaren -1ste kamer door koning be- noemd -2de Kamer gekozen via Pro- vinciale Staten -vrijheidsrechten:vrijheid van godsdienst en drukpers -parlement alleen beperkt budgetrecht -koning onschendbaar,minis- ters verantwoordelijk -1ste kamer gekozen via Pro- vinciale Staten -2de Kamer direct door het volk gekozen -vrijheidsrechten:vrijheid van onderwijs,vereniging en vergadering en gelijkheid van godsdienst -parlement ook recht van amendement,interpellatie en enquete

Klassieke grondrechten -vrijheid en gelijkheid van godsdienst (levensovertuiging) -vrijheid van drukpers(meningsuiting) -recht van vereniging en vergadering -recht op bescherming van je persoon -recht op bescherming van je bezit -vrijheid van onderwijs -recht op privacy -recht op gelijke behandeling -recht op bescherming van de onaantast- baarheid van je lichaam

Koning Willem III