Bloedonderzoek Op plaats delict.

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
Inleiding in de RedOx chemie
Advertisements

2 Materie in 3 toestanden: vaste stof, vloeistof en gas
Soorten evenwichten 5 Havo.
Planten hebben licht nodig om te groeien en om bladgroen aan te maken.
Thermodynamica.
Wijziging planning Vandaag korte uitleg over 3.6/3.7, Powerpoint staat bij downloads. Vandaag zelf practicum 3.10 uitvoeren na uitleg Woensdag SO reactievergelijkingen,
Scheikunde 3HV H3 chemische reacties Les 5
Enzymen I Eiwitten maken voor meer dan 50% uit van het gewicht aan drooggewicht van de meeste cellen. Meest belangrijke eiwitten zijn enzymen Enzymen.
Hygiëne en doel van het schoonmaken
Beschadigd instrumentarium
Stofwisseling.
Scheikunde 3HV H5 chemische reacties SV
Chemical equilibrium Hoofdstuk 13 Cristy, Corine, Paul, Wouter
B1 Stoffen worden omgezet
Van Everbroeck Kristiaan Smeets Koen Schoutens Koen Donné Kristof
In cyanobacteriën en planten
7 Reacties met elektronenoverdracht
Chemische reacties Reactieschema: Beginstoffen -> reactieproducten
Samenvatting Hoofdstuk 3
Opstellen van zuur-base reacties
Reactiesnelheid 1 4 Havo/VWO.
Assimilatie / dissimilatie
Ruimte voor partnerlogo’s (plaats een wit vlak achter de logo’s om deze tekst en het kader te verbergen) Leerlijn onderzoekend leren Dick Kraaij,
Gemaakt door: Josine Stremler & Simone ter Stege Klas: G2D
Powerpoint presentatie Natuurkunde § 1.1 & 1.2
4.4 Chemische reacties 4T Nask1 H4 Stoffen.
Wat zijn microben?.
Duikboot Waarom brandt er ‘s nachts rood licht in een duikboot als er gevaar dreigt?
1.4 Chemische reacties.
Scheikunde leerjaar 2.
Organische stoffen Anorganische stoffen.
Basisstof 9: Autotroof en Heterotroof
Hoofdstuk 6 Reacties.
Eet smakelijk Hoorcollege 4.
Chemische bindingen Kelly van Helden.
Thema 1. Vier rijken vergelijken
Boek: Biologie voor jou VWO b2 deel 1
Bindingstypen en eigenschappen van stoffen
REGELING LES 3. HERSENEN Bestaan uit: 1.Hersenstam 2.De grote hersenen 3.De kleine hersenen.
14 Je levensstroom 14.1 Continu transport Bloedvaten systeem, het hart
Thema 2 PLANTEN Basisstof 4 BLADEREN.
Valkuilen bij laboratorium onderzoek
Q koorts en laboratorium testen Geitenbedrijven worden via de tankmelk getest op Qkoorts Er kan getest worden op antigeen: de Qkoorts bacterie (Coxiella.
Koolstofchemie AARDOLIE.
Fotosynthese en verbranding lichtenergie ↓ Fotosynthese …………………………………………………. Verbranding ↓ Verbrandingse nergie.
Afweer tegen ziekte Gezondheid V31.
Vragen vooraf naar aanleiding van het huiswerk
FeO.
Semi-kwantitatief chemisch urineonderzoek
Reinigen en ontsmetten
8.3 Soorten stoffen, soorten reacties
Basisstof 4 Koolstofassimilatie
Afweer en afweerreacties
Thema 4. Ordening Blz 80.
Bloedquiz.
Samenstelling van het bloed
Organische stoffen Anorganische stoffen.
Voeding en vertering.
Stofwisseling 4 VMBO KGT.
Voorbereiding op de biologie toets
3.2 Kenmerken van een chemische reactie
B. Stof 2 Prokaryoten B. Stof 3 Eukaryoten
HACCP.
Berekeningen aan redoxtitraties
Organische stoffen Anorganische stoffen.
De bodem leeft!.
Transcript van de presentatie:

bloedonderzoek Op plaats delict

Bloed opsporen door luminol (en waterstofperoxide)

Reactie luminol Luminol = reagens op bloed Reagens = stof waarmee een ander stof wordt aangetoond Reageert met Reactie : energie komt vrij in de vorm van licht -->endotherm of exotherm? De gevoeligheid van luminol voor bloed is zó hoog, dat het hoeveelheden bloed die voor het oog niet meer waarneembaar zijn, makkelijk kan aantonen, zelfs als de plaats delict is schoongemaakt. De blauwkleuring bij oud bloed is intensiever dan de blauwkleuring van luminol bij aanwezigheid van vers bloed. Reactie luminol

selectief reagens? Reageert op micro-organismen (denk hierbij aan schimmels en bacteriën) joodionen en chloorionen, bijvoorbeeld in schoonmaakmiddelen formalineoplossing (ook wel 'sterk water' genoemd) peroxidasen in planten zoals vooral in citrusvruchten, bananen, watermeloenen en talloze groentesoorten een groot aantal verfsoorten. Roest goede katalysator is ijzerion. IJzerionen komen voor in hemoglobine in rode bloedcellen. Luminol reageert dus eigenlijk alleen met de ijzeratomen in het bloed en geeft vergelijkbare resultaten bij een reactie met bijvoorbeeld roest. selectief reagens?

Meer specifieke reactie met bloed tetrabasetest.

valse positieve reacties veroorzaakt door bijvoorbeeld verfsoorten zijn vaak onderscheidbaar  luminisceren meestal minder lang dan bloed en geven soms ook een wat andere kleur. Bij vermoeden dat een misdadiger heeft geprobeerd de bloedsporen met bleekwater weg te spoelen, dan kan de forensische onderzoeker besluiten de sporen enkele dagen te bewaren. De restanten van bleekmiddelen zijn dan verdwenen en beïnvloeden niet meer het resultaat van de luminolproef Hoe onderscheiden?