Kraai-achtigen (aka tuig)

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
Zeeleeuwen.
Advertisements

De dieren in Madagaskar
Automatische diapresentatie.
Presentatie gaat over: Slangen
Spreekbeurt van Romy Vonk Gr 6M
Leeuwen Door Hanad gemaakt..
De Panda Van: Lisa van Aarle.
Natuur- weten-schappen
Zoogdieren - natuur 2 2 Veldmuis Bosmuis Spitsmuis Mol Dwergvleermuis
Gemaakt door Melissa van Lijssel
Presentatie over: Konijnen
Vogels 1 Huismus Merel Kauw Spreeuw Wilde eend Kokmeeuw Ekster
Gemaakt door:Felicia Abeogon Uit 7b
De neusaap door Brendan en Alec
3.8.1 Vissen ‘De vis wordt duur betaald’. ‘Boter bij de vis’.
Werkstuk Justin Nienhuis
Hallo allemaal dit is de power point
De blauwe reiger De blauwe reiger.
Een bedreigd dier ….
Die Nachtegaal serenade
De grijze walvis Door Frauke en Jolien.
De jaguar Jordy sterckx.
Tijger Door Jorne en Jan.
Door Jérina Roeckaerts
DE IJSBEER.
De Tijger.
Gemaakt door Niels van der Geest
Aanbevelingen inrichting plangebied Ossehaar
De huismuis Door Hanne en Chiara.
Dat België klein is wisten we.
10 maart 2014– Dennis van de Schoot Haas- konijn- zwarte rat
1 februari 2013 – Wiet van Bragt Bosuil – Steenuil – Ransuil – Kerkuil
18 maart 2014 – Romy Remijnse Heggemus – huismus - boompieper
Door Joachim en Kimberly
12 December 2013 – Bas van den Bersselaar Sperwer –Buizerd - Torenvalk
Soortenkennis 24 maart 2014 – Jari van Tuil
9 Januari, Rick den Dekker Wulp, Kievit, Grutto
19 December 2013 – Kira de Bruin Wilde eend – Slobeend – Fazant
Soortenkennis 3 Juni 2014, Koen Stevens
28 maart 2014 – Stan Croes Snoek – Baars– Zeelt
Soortenkennis 11 maart 2013 – Magdalena Organ
7 februari 2014 – Jasper Mol Merel – Zanglijster – Nachtegaal
Soortenkennis 17 februari 2014 – Frank Ouwerkerk
27 Januari – Renée Janssen Zwarte kraai, Roek en Kauw
De eekhoorn Door Nick en Shani.
6 juni 2014 – Mike Schuurman Europese Hamster – Bever – Europese Otter
Soortenkennis 25 februari 2014 – Bram Romein
het is een heel schattig dier
21 maart 2014 – Pim Ververs Brasem – Voornachtige - Karper
De ijsbeer Door senne en thibaut.
3 februari 2014 – Joris van Lent Ekster -- Vlaamse gaai -- gierzwaluw
Faunakennis. DatumLesonderwerp Roofdieren en Roofvogels Zoogdieren Reptielen en amfibieën Zangvogels en kraaiachtigen.
Het wild zwijn. Door Robin en Dries..
Welkom bij de presentatie
Roofvogels in Nederland...
Tabel 3 soorten.  Een das leeft in een hol, burcht genaamd, dat vele generaties meegaat. Hij is vooral 's nachts actief en heeft een omnivoor dieet.
Alles wordt anders Het bos De bosbewoners Gebruikte symbolen Ga naar mijn volgende dia Ga naar mijn voorgaande dia Ik wil nog even mijn informatie raadplegen.
Ik mocht voor plannex een opdracht over de merel doen. Ik vond het gelijk leuk. Maar het was wel moeilijk.
Regenwormen.
Egels in je tuin Deze PowerPoint kan voor verschillende klassen gebruikt worden. Per klassenniveau kan er gekozen worden welke zaken wel en niet verteld.
De eekhoorn Ze wonen in bijna ieder bos. Je kunt ze ook steeds vaker in parken zien. Hun lengte is ongeveer 20 cm. De staart is bijna even lang als hun.
Roofvogels.
Smullen maar ! Alleseters Planteneters Vleeseters Vegetariërs.
Alles wordt anders Het bos.
Vliegbasis Twenthe biotoop
a) Huidbedekking b) Lichaamsvorm: romp, kop, ledematen, staart
Woordenkist Dieren Deel 3.
Diersoortverdieping: het konijn
Dat België klein is wisten we.
Vliegbasis Twenthe biotoop
Transcript van de presentatie:

Kraai-achtigen (aka tuig) Predators Overzicht PREDATORS* Verenkleed Haarkleed Dagroofvogels Nacht-roof-vogels Kraai-achtigen (aka tuig) Woel-muis-achtigen Kat-achtigen Hond-achtigen Marter-achtigen Valk-achtigen Visarend Sperwer-achtigen Uilen Smelleken Boomvalk Torenvalk Slechtvalk - Sperwer Havik Buizerd Ruigpoot-buizerd Wespendief Kiekendief Zeearend Wouw Steenuil Ransuil Bosuil Velduil Oehoe Kerkuil Zwart kraai Ekster Vlaase gaai Bonte kraai Roek Raaf Kauw Muskusrat Wilde kat Verwilderde kat Wolf Vos Hond Wezel Hermelijn Bunzing Fret Boommarter Steenmarter Das 4 1 8 6 7 1 2 3 7 * In tegenstelling tot prooien

Predators Overzicht 3 rollen Beperken van ongelimiteerde aangroei van hun prooidieren (meewerken aan natuurlijk evenwicht) Selectie: misvormde, gehandicapte (door ongeval) en minder goed uitgeruste worden geslagen Hygiëne: zieke dieren worden geslagen, en populatie wordt opnieuw gezond Predators = carnivoren + insectivoren Prooidieren = herbivoren De voortplantingstijd van de prooi en predator valt bijna gelijktijdig  jonge predator wordt groot met vlees van de jonge prooi Argument: jager vervult rol van predator (supra). Hiervoor moet de jager ook jagen als predator Gaat op bij grootwild, maar niet bij kleinwild, want alle predatoren zijn nog aanwezig

Predators Marterachtigen Vleeseters, sommigen zijn alleseters (das eet bessen, bladeren, wortels)  hoofdzakelijk muizen, ratten  soms ook jonge vogels, kleinwild, aas ♂ - Ram (groter) ♀ - Moer ° - Pups Otter is de grootste, maar wel bijna verdwenen in Europa Boommarter is meer behaard tussen de tenen dan steenmarter ( duidelijker zichtbare sporen) Das woont soms samen met vos Eieren Aan beide kanten opengevreten  wezel Zadelvormige opening  bunzing (en ook kraai) Schotelvormig  rat Zuigen of drinken geen bloed (legende), maar kunnen het wel oplikken

Predators Marterachtigen – Wezel Uitwendige Kenmerken Aka muishondje Kleinste marterachtige, kleinste roofzoogdier (180g – 20 à 25cm lang, 5cm hoog), moertjes zijn kleiner (30g – 14 à 18cm) Rug is Roodbruin; Buik & keel is Wit Onregelmatige scheidingslijn Levens-wijze Territoriumgebonden (mannetjesterritorium overlapt territoria v meerder vrouwtjes); Solitair Hol van prooidier Vooral ‘s nachts actief tijdens zomer en winter Roltijd: Februari, Maart  5 à 6 weken dracht  4 à 7 blince jongen in April, Mei (bij genoeg eten eventueel 2e worp in Juli/Augustus) Geslachtsrijp na 3 à 4 maand (sommige jonge dieren werpen in Augusuts, September van geboortejaar Voedsel Knaagdieren: muizen, mollen, woelmuizen Vogels, eieren, kleine reptielen Konijnen en jonge hazen Biotoop-kenmerken Bos, struikgewas, heggen, open veld, akkerland Ook in stedelijk gebied Zelden klimmen of zwemmen Biotoop-beheer Nood aan voldoende begroeiing voor dekking (bv aanleg van houtwallen) Kunstmatige wissels onder de grond onder de weg helpen Vijanden Mens: Landbouwmachines, en verkeer Natuurljke vijanden: Vos, en verschillende roofvogels

Predators Marterachtigen – Hermelijn ZOMER WINTER Predators Marterachtigen – Hermelijn Uitwendige Kenmerken Familie van wezel, maar groter (100 tot 440g – 25 à 45cm lang), moertjes zijn veel kleiner Zomer: Rug is Roodbruin; Buik & keel is Wit; zwarte staart Winter: Wit; zwarte staart Duidelijke scheidingslijn, itt wezel Levens-wijze Territoriumgebonden (mannetjesterritorium overlapt territoria v meerder vrouwtjes); Solitair Hol onder de grond, in een holle boom, of rotsspleten Dag- en nachtactief Roltijd: Februari, Maart  10 weken dracht  5 à 12 blinde jongen in April, Mei (bij genoeg eten eventueel 2e worp in Juli/Augustus) (verlengde dracht mogelijk, dan worden jongen geboren in Februari, Maart = +280d) Geslachtsrijp na 3 à 4 maand (sommige jonge dieren werpen in Augusuts, September van geboortejaar Worden in vrije natuur slechts 1,5jaar Voedsel Jaagt meer boven de grond dan onder de grond Knaagdieren: muizen, mollen, ratten Bijschotel: kleinwild, kikkers, slakken, hagedissen, en bessen Eieren en vogeljongen, jonge konijntjes Biotoop-kenmerken Vochtig en laaggelegen gebieden langs sloten Biotoop-beheer Nood aan voldoende begroeiing voor dekking Kunstmatige wissels onder de grond onder de weg helpen Vijanden Mens: Landbouwmachines, en verkeer Natuurlijke vijanden: Rivaliserende soortgenoten, vos, en verschillende roofvogels

Predators Marterachtigen – Bunzing Uitwendige Kenmerken Aka fis (2kg – 40 à 60cm lang), moertjes zijn kleiner (1,5kg) Donkerbruin, met geelachtige donzige ondergrond, poten en onderlijf zwart Wit masker Levens-wijze Hol van een prooidier, of verlaten vossenburcht; hol wordt bekleed met gras en mos Roltijd: Februari, Maart  6 weken dracht  1 à 10 jongen in April, Mei (1worp/jaar) Worden in vrije natuur gemiddeld 4 tot 5 jaar oud Indien de bunzing in het nauw komt, kan hij stinkend melkachtig vocht uit een klier aan de staartbasis persen (ook voor territoriumafbakening) Voedsel Knaagdieren 70%: muizen, buirne ratten Bijschotel: kikkers, wormen, slakken, kevers Eieren en vogeljongen (incl. kippen) Konijnen, jonge hazen Biotoop-kenmerken Vochtig omgeving (rivieroevers, slootkanten, drassig land, rietoevers) Veld Boerenschuur Biotoop-beheer Nood aan voldoende begroeiing voor dekking (bv aanleg van houtwallen) Kunstmatige wissels onder de grond onder de weg helpen Vijanden Mens: Landbouwmachines, en verkeer Natuurlijke vijanden: Rivaliserende mannelijke soortgenoten

Predators Marterachtigen – Fret Uitwendige Kenmerken Rechtstreekse afstammeling van bunzing, bekomen door geleide mutatie Even groot als bunzing: (2kg – 40 à 60cm lang), moertjes zijn kleiner (1,5kg)  donkerharigen iets kleiner Donkerharigen lijken sterk op bunzing (maar zijn dus iets kleiner) Levens-wijze Gehouden in gevangenschap Roltijd: Februari, Maart  6 weken dracht  1 à 10 jongen in April, Mei (1worp/jaar) Voedsel Carnivoor Biotoop-kenmerken - Biotoop-beheer - Vijanden -

Predators Marterachtigen – Boommarter Uitwendige Kenmerken Lang dier met lange volle staart (0,5 à 2,5kg – 50 à 80cm lang, 15cm hoog) Koffiebruine balg met gele onderwol, geelgekleurde keelvlek Sterke beharing op tussen tenen en voetzolen Zwarte neus Te verwarren met steenmarter, enkel anatomisch onderzoek van de onderkaak laat determinatie toe Levens-wijze Solitair, nauwelijks territoriaal Bosbewoner, en zeer behendige klimmer (springt tussen bomen 3 à 4m ver) Kan goed zwemmen Schemer- en nachtactief Meerdere holen/nestplaatsen: holle boom, rotsspleten, verlaten dassenburcht, soms een zolder van schuur, of nestkast bosuil Roltijd: Juli, Augustus  5,5 à 7 maanden verlengde dracht (eigenlijke dracht: 1maand)  2 à 4 blinde jongen in April, Mei Worden in vrije natuur gemiddeld 4 jaar oud Voedsel Dagelijks 20% van zijn gewicht Jaagt in bomen: eekhoorns, zangvogeltjes, duiven, spechten Jaagt op grond: kleine zoogdieren zoals muizen, konijnen, maar ook eieren, kikkers, fruit (bessen), paddestoelen, kevers, aas Biotoop-kenmerken Uitgestrekt bosgebied, natuurparken, al dan niet met rotsachtige omgeving Biotoop-beheer Niet alle hout opruimen, na houtkap of stormschade Vijanden Oehoe

Predators Marterachtigen – Steenmarter Uitwendige Kenmerken Aka fluwijn Lang dier met lange volle staart (1,3 à 2,5kg – 65 à 75cm lang, 12cm hoog) Cacaokleurige balg met witte onderwol, witte, gevorkte keelvlek Roze neus (vlezig) Te verwarren met steenmarter, enkel anatomisch onderzoek van de onderkaak laat determinatie to Levens-wijze Meestal solitair Nachtactief, maar soms ook overdag Holen/nestplaatsen: holle boom, rotsspleten Roltijd: Juli, Augustus  9 maanden verlengde dracht (eigenlijke dracht: 1maand)  2 à 4 blinde jongen in April, Mei Produceren stankoverlast en veel lawaai (‘s nachts) in hun nestgebied Voedsel Soms jagen met meerdere soortgenoten tegelijkertijd Kippen worden soms gewoon gedood voor de rust (indien ze hem niet rustig laten eten) Beschadiging van elektrische draden (wagens, motoren,…) Carnivoor: muizen, ratten, jonge vogles, kleinwild, kippen, eieren, fruit, bessen Biotoop-kenmerken Loofwoud, in omgeving van gebouwen (boerderijen, schuren,…) Boerderijen Komt vaak voor in Vlaanderen Zelf stedelijk gebied Biotoop-beheer Nood aan voldoende begroeiing voor dekking (bv aanleg van houtwallen) Kunstmatige wissels onder de grond onder de weg helpen Vijanden Verkeer, bestrijdingsmiddelen (indirect)

Predators Marterachtigen – Das Uitwendige Kenmerken Zwaargebouwd, middelgroot roofdier (15 à 20kg – schouderhoogte: 30cm; lengte: 1m) Wigvormig lichaam, met korte stevige poten, lange scherpe nagels, en een korte staart Vrije kop met zwart-witte banden en een lange snuit Levens-wijze Leeft in burcht, vaak samen met de vos (zelfde in- en uitlooppijp, verschillende kamers) Nachtdier Blijft ‘s winters in burcht, maar geen winterslaap (wel winterrust)  wintervoorraad Burchten gaan generaties lang mee, en worden uitgebreid Verplaatst zich relatief langzaam, verdedigt zich met klauwen en gebit Ranstijd: Februari, Oktober (met hoogtepunt in Juli, Augustus)  7 à 8 weken dracht  2 à 4 jongen in Februari Voedsel Kleine zoogdieren: muizen, ratten, jonge konijnen,… Insecten: regenwormen, kevers, slakken, wespen- en bijennesten Amfibiën: kikkers Planten: fruit, graan, gras, klaver, Wroetschade bij zoeken naar regenwormen en kevers Biotoop-kenmerken Glooiend gebied, loofbossen, grasvelden Biotoop-beheer Nood aan voldoende begroeiing voor dekking (bv aanleg van houtwallen, struikgewas, hagen) Bescherming van dassenburchten Meestal verplaatsen ze zich via dezelfde paadjes, de zogenaamde dassenwissels Vijanden Verkeer

Predators Hondachtigen – Vos Uitwendige Kenmerken Een van de grootste roofdieren die nog vrij rondlopen in de BeNeLux (samen met das) gewicht: 5 à 14kg – schouderhoogte: 35 à 40cm; lengte: 60 à 120cm Roodbruine balg (variatie van zilvergrijs tot roodzwart) Oren zijn zwart aan achterzijde, Bovenlip en bef zijn wit Levens-wijze Mannetje = rekel, vrouwtje = moer Leeft in familiair verband, rekel en moer blijven door het jaar samen, rekel woont samen met een of meerdere moeren Dag- en nachtactief Woont samen met das, of in eigen gegraven hol Verblijft overdag of beschutte plaatsen Ranstijd: Januari, Februari (moer is 1x/jaar loops)  7 à 8 weken dracht  4 à 8 blinde en dove jongen in Maart, April  zogen gedurende 6 à 8 weken (na 4 à 5 weken komen jongen uit hol)  zelfstandig na 14 weken  na 6 maanden niet meer te onderscheiden van volwassen dieren (geen grijze vacht, blauwe ogen meer)  blijven bij moer tot September  na 10 maanden geslachtsrijp Overdragen van hondsdolheid (niet schuw, schuim rond de bek), 3 soorten lintwormen, ook als tussengastheer (zaagworm, hondlintworm, vossenlintworm)  geen wildafval voederen aan hond Cysticerken = tussenvorm van de volwassen lintworm die in darm leeft Voedsel Dagelijks 10% van lichaamsgewicht (dit en zijn hoge vruchtbaarheid maken hem onpopulair) Muizen, kleinwild, kevers, weidevogels, aas, kippen, kippeneieren Voorafgaandelijk aan de worp, wordt een voorraad aangelegd In de periode dat moer met jong ligt, jaagt rekel ook voor moer Biotoop-kenmerken Zowel in bos en natuurgebied, weidekanten m dekking (houtwallen) alsook aan rand v dorp en stad, en soms in bebouwde kom Meestal verplaatsen ze zich via dezelfde paadjes langs slootkanten en landwegen, de zogenaamde vossenwissels Komt in Vlaanderen vaak voor Biotoop-beheer Geen bijzondere maatregelen Vijanden Verkeer

Predators Katachtigen – Verwilderde Kat Uitwendige Kenmerken Huiskat (3 à 7 kg – lengte: 70 à 80cm) Levens-wijze Heeft huisomgeving geruild voor natuur (stress, verwaarlozing, parachuteren van kat in vrije natuur door vakantie) Dag- en nachtactief  constante pakdrang Meerdere paringsperiodes per jaar  9 à 10 weken dracht  1 à 8 blinde kittens (meestal op afgelegen plaats in stal, schuur, zolder, houtopslag) Gebruiken vaste paadjes (wissels) bij jacht Voedsel Muizen, vogeltjes, jonge eenden, fazanten, bodembroeders, jonge konijnen, jonge hazen Bij uitzondering ratten Biotoop-kenmerken Wijdere omgeving van boerderijen, soms ook in woonhuizen Ook dieper in de natuur of bos Overdag ook in weiland of berm al jagend Biotoop-beheer Geen bijzondere maatregelen Checken of ze geen nest heeft  Vangen  Euthanaseren Vijanden Verkeer

Predators Katachtigen – Wilde Kat Uitwendige Kenmerken Robuuste kop, rechte fijne strepen van rug naar buik, dikke staart met brede zwarte banden en zwarte bloem (staarteinde) Groter dan de verwilderde huiskat (gewicht: 7 à 9kg, lenge: 1m) Grijze beharing met gele onderwol Levens-wijze Groot territorium Solitair Schemer- en nachtactief Erg schuw Meerdere paringsperiodes per jaar  9 à 10 weken dracht  3 à 4 jongen Voedsel Knaagdieren, haasachtigen, vogels Soms reptielen, en vissen Soms ook plantaardig voedsel Zelden aas Biotoop-kenmerken Uitgestrekte loofbossen (bv. Ardennen) Bosranden (jagend) Biotoop-beheer Geen bijzondere maatregelen Vijanden Verkeer Hybridisatie – Paren met niet-wilde soortgenoten Das en boommarter zijn in staat worp van wilde kat te vernietigen Jager, omdat die denkt dat het een verwilderde kat is (daarom soms vangen ipv schieten)

Predators Woelmuisachtigen – Muskusrat Uitwendige Kenmerken Waterdier Fluweelzachte bruin-zwarte pels van kort vast haar Gewicht: 1,7 à 2,5kg – Lenge: 30 à 35cm (~wild konijn) Stompe kop met nauwelijks zichtbare ogen Sterke, zijdelings afgeplatte staart (20 à 25cm), die dun behaard is  zwemmen (stuwing en roer) Tenen aan achterpoten zijn deels van zwemvliezen voorzien Scheidt muskussmeer af met voorhuid Levens-wijze Graaft gangen in de oevers en de dijken Leeft samen met soortgenoten Legt ‘s winters een burcht aan van gras en riet Voortplantingstijd: Maart,November (1 à 3 worpen per jaar)  dracht: 1 maand  5 à 7 jongen Voedsel Stengels van waterplanten Vis Landbouwgewassen Biotoop-kenmerken Langs stilstaand en stromend zoet water Oevers van beken, sloten, kanalen, meertjes, rietkragen Biotoop-beheer Wordt bestreden: schadelijk voor slootkanten, oevers, en dijken  schade moet hersteld worden Vijanden n.a.