De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

PIV Actualiteitencollege Personenschade 2015 ‘Whiplash’ Den Haag, 30 september en 1 oktober 2015 mr. Arvin Kolder.

Verwante presentaties


Presentatie over: "PIV Actualiteitencollege Personenschade 2015 ‘Whiplash’ Den Haag, 30 september en 1 oktober 2015 mr. Arvin Kolder."— Transcript van de presentatie:

1 PIV Actualiteitencollege Personenschade 2015 ‘Whiplash’ Den Haag, 30 september en 1 oktober 2015 mr. Arvin Kolder

2 “Onverdedigbaar is die opvatting zeker niet; in het recht is zo weinig onverdedigbaar.” Conclusie A-G Spier voor HR 28 november 2014, NJ 2015, 194 (Anderzorg/London), sub

3 Hof Amsterdam 21 april 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:1515 (verduistering) -Administratief medewerkster doet greep uit de kas -Dát norm is geschonden staat vast; alleen niet welk bedrag (omvang) -Door rechter benoemde deskundige kan geen oorzaak voor kasverschil vaststellen -Deskundige: conclusie dat X E2.900 heef ontvreemd niet te trekken op basis van het beschikbare administratieve bewijs -Hof: dat X E heeft ontvreemd ‘staat voldoende vast’: “Dat de deskundige deze conclusie niet heeft kunnen trekken op basis van het beschikbare administratieve bewijs maakt dat niet anders.”

4 Rb. Amsterdam 16 juli 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:4488 (voorl. deskundigenbericht) ‘Aan de deskundige zal niet worden gevraagd of door de behandelend artsen zorgvuldig is gehandeld. Dat oordeel is voorbehouden aan de rechtbank. Anders dan de advocaat van [belanghebbende 1] acht de rechtbank het wel opportuun aan de deskundige de vraag voor te leggen of en in hoeverre het handelen van de behandelend artsen in overeenstemming is (geweest) met de in 2012 geldende medische standaard. Het oordeel van de deskundige op dit punt staat er niet aan in de weg dat de rechtbank vervolgens een zelfstandige afweging zal (moeten) maken of en in hoeverre door de behandelend artsen is gehandeld in strijd met hetgeen van redelijk handelende en redelijk bekwame vakgenoten mocht worden verwacht. HR 27 maart 2015, RvdW 2015, 450 (Noodweer) -> vrijheid in de bewijswaardering door de burgerlijke rechter

5 (ook) In civiele whiplashzaken: 1.) deskundige ‘slechts’ ter voorlichting, jurist ter beslissing 2.) artsen en juristen spreken niet dezelfde taal 3.) in letselschadezaken behoeft niet geneeskundig (lees: in medische zin) het bewijs van het gestelde geleverd te worden, maar in juridische zin 4.) ‘juridisch bewijs’ te leveren door ‘alle middelen’ rechtens & rechter is vrij in waardering bewijs (art. 152 Rv)

6 Dus… -> niet: het (medisch) deskundigenoordeel één-op-één in de juridische context inpassen -> wél: zodra de deskundige zijn conclusie heeft getrokken, heeft de jurist nog de taak dat oordeel en de redenering waarop het berust vanuit het eigen juridisch-normatieve perspectief te evalueren en zelfstandig te beslissen

7 Het juridisch-normatieve kader -> vergelijkingshypothese - (feitelijke) situatie mét ongeval - hypothetische situatie zónder ongeval ‘Gespiegelde’ standpunten -> slachtoffer negatief over sit. MO, positief over sit. ZO -> verzekeraar positief over sit. MO, negatief over sit. ZO

8 Situatie mét ongeval Van oudsher voorlichting door neuroloog - onder bepaalde voorwaarden %FI en beperkingen -> NVN-richtlijnen 2001 (derde editie), p. 33 -> neurologische ‘objectivering’ houvast voor jurist NVN-richtlijnen 2007 (vierde editie), p ‘Evidence-based medicine’ -> vaststellingen o.g.v. medisch ‘objectieve’ afwijkingen -> medisch ‘objectief’ = visueel waarneembaar -> enkel nog die pijnsyndromen kwantificeren waarvoor een neurologisch substraat valt aan te wijzen -> PWS is chronisch pijnsyndroom zonder neurologisch substraat WAD I/II -> naar de huidige medisch-wetenschappelijk stand zijn geen (althans niet op algemeen geaccepteerde wijze) onderliggende anatomische afwijkingen en/of beschadigingen te duiden -> Aan WAD I/II wordt geen %FI (meer) toegekend -> zónder %FI géén (neurologische) beperkingen

9 NVN-richtlijnen 2013 (vijfde editie), p Visie ongewijzigd -> Voor WAD I/II met alle bekende onderzoeksmethoden geen substraat aan te tonen -> AMA 6 (‘chronic whiplash’; 1-3% FI) maakt dit niet anders -> PWS is chronisch pijnsyndroom zonder neurologisch substraat -> Hieraan volgens huidige inzichten door neuroloog geen % functieverlies toe te kennen -> zónder %FI géén (neurologische) beperkingen Juridische conclusie…… -> geen schade ten titel van verlies van verdienvermogen, zelfwerkzaamheid, etc.?

10 Drie juridische deelvragen 1) het bestaan (realiteitsgehalte) van de geuite klachten 2) het causaal verband tussen die klachten en het ongeval 3) de uit de ongevalgerelateerde klachten voortvloeiende beperkingen

11 Het juridisch kader HR 8 juni 2001, NJ 2001, 433 (ZA/De Greef I) - rechtens relevant zijn ook naar hun aard subjectieve (‘substraatloze’) klachten, mits objectief vastgesteld kan worden dat zij aanwezig, reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend en niet overdreven zijn -het ontbreken van een specifieke, medisch aantoonbare verklaring voor de klachten staat niet in de weg aan het aannemen van het juridisch causaal verband met het ongeval -ook ‘substraatloze’ klachten kunnen resulteren in beperkingen, mits deze de rechter in het licht van alle omstandigheden (voldoende) aannemelijk voorkomen

12 Ondank kritiek: ZA/De Greef I de basis voor veel ‘rechtbankjurisprudentie’ Ook Gerechtshoven gaandeweg op één lijn Hof Amsterdam 18 juni 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:5237 Rechtbank: - geen beperkingen, want benoemde neuroloog duidt geen medische beperkingen (conform NVN 2007) wegens ontbreken substraat - niet duidelijk gemaakt dat en waarom een andere deskundige beter geëquipeerd zou zijn om beperkingenvraag te beantwoorden -> Gedachtenwisseling Haase/Kolder PIV-Bulletin 2012, nr. 4-6 Hof kijkt met bredere blik: -vóór ongeval veeleisende baan + laag verzuim -na ongeval diverse klachten en uitval -ondank intensieve behandeling/therapie lukt re-integratie niet, na 2 jaar AO volgt ontslag -keuring VG en AD (UWV): WIA-uitkering (80-100% AO)

13 Hof Amsterdam 18 juni 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:5237, r.o. 3.8: ‘In een zaak als de onderhavige gaat het echter uiteindelijk (niet om een medische, maar) om een juridische duiding van het voorliggende feitencomplex.’ ‘Op grond van al het vorenstaande kan het hof tot geen andere conclusie komen dan dat [appellante] als gevolg van het ongeval inkomensschade (voortkomend uit een in ieder geval tijdelijk verlies van arbeidsvermogen) heeft geleden.’ ‘Dat [X] in het deskundigenbericht als zijn oordeel heeft gegeven (“de richtlijnen van mijn beroepsvereniging volgend”) dat er vanuit zijn vakgebied geen beperkingen zijn, ook niet voor wat betreft het verrichten van loonvormende arbeid, kan daaraan niet afdoen. Bedoelde richtlijnen schrijven immers (sinds 1 november 2007) voor dat, indien geen aanknopingspunten voor een de klachten van betrokkene onderliggend neurologisch substraat worden gevonden, geen beperkingen kunnen worden geduid.’ ‘Het hof merkt naar aanleiding van het in de bewuste memorie onder 5.5 gestelde nog slechts op dat de rechtbank reeds heeft vastgesteld dat het voor wat betreft de door [appellante] geuite klachten gaat om reële, niet ingebeelde en niet overdreven klachten (zijnde de criteria van het arrest van de Hoge Raad van 8 juni 2001; NJ 2001/433).’

14 HR 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:2138 (ZA/De Greef II) -> bevestiging dat ‘substraatloos’ whiplashletsel tot op beperkingen gebaseerde duurschade kan leiden: - vanaf ongeval in 1990 tot 1999 (50% AO) - vanaf 1999 tot 65 e (25% AO) Zitten we wel op het goede spoor…..? P. Oskam en A.M. Reitsma, Causaal verband in whiplashzaken: een beschouwing vanuit juridisch en medisch perspectief, TVP , p P. Oskam en A.M. Reitsma, Whiplash: een andere benadering, PIV-Bulletin , p Meer centraal stellen medisch perspectief - Bij ontbreken medisch substraat een tot maximaal enkele jaren beperkte looptijd - Meer aandacht voor Delta-v - Kijken naar het buitenland (AXA-rapport 2013)

15 HR 13 februari 2015, RvdW 2015, 318 (London/X) SO ten tijde van ongeval baan op betrekkelijk bescheiden niveau van productiemedewerker; Bewuste keuze, om vereiste tijd te kunnen besteden aan gezin met vier jonge kinderen waarvan twee (ernstig) gehandicapt; Na ongeval omscholing tot technisch tekenaar; Nieuwe functie enige tijd in deeltijd vervuld, maar bleek toch te zwaar in combinatie met zorg voor gezin; Financiële moeilijkheden mede door weigering London verdere bevoorschotting; London: in relatie tot het ongeval hooguit tijdelijke arbeidsongeschiktheid; SO: mede door persoonlijkheidsstructuur een ‘psychische crisissituatie’, waarna blijvend totale uitval volgt; UWV: volledig arbeidsongeschikt wegens nekklachten, cognitieve problemen en psychische problematiek; Expertise neuroloog + psychiater; Eenzijdige rapporten psychiater en arbeidsdeskundige; Hof: SO feitelijk blijvend en volledig arbeidsongeschikt door ongeval; Principieel cassatieberoep London; Felle conclusie A-G Spier; HR: 81 RO.

16 A. Kolder, NJB , p : een volgende fase HR onderschrijft ‘plausibiliteitsoordeel’ hof; HR onderschrijft conclusie A-G Spier; Bevestiging zelfstandige betekenis ZA/De Greef I en vele daarop gebaseerde lagere rechtspraak Fase van discussie over ontbreken ‘medisch substraat’ ligt definitief achter ons: -> ook WAD I/II kan leiden tot op beperkingen gebaseerde duurschade Tevens: HR: eerste signaal inzake bepaling situatie zónder ongeval: ‘concrete aanwijzing’

17 De balans anno 2015… I) Klachten Enkele feit dat bepaalde klachten naar hun aard subjectief zijn, betekent niet dat het (juridische) bewijs van het bestaan ervan niet kan worden geleverd -> ‘strikt neurologische, neuropsychologische of psychiatrische oorzaak’ niet vereist -> maatstaf ZA/De Greef I -> consistent, consequent en samenhangend patroon van klachten? -> simulatie? -> sprake van een ‘plausibel’ klachtenpatroon? Rb. Rotterdam 10 oktober 2012, LJN BX9800 ‘Of de rechter ogv van álle informatie ervan overtuigd is dat het gaat om klachten die SO ook daadwerkelijk heeft, zonder dat hij de situatie ernstiger doet overkomen dan deze is.’

18 Hof Den Bosch 12 augustus 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:2782 In deze zaak is sprake van “post-whiplashklachten” en daaruit voortvloeiende beperkingen, die volgens [geïntimeerde] zijn ontstaan na en door het ongeval van 2 februari Van dergelijk letsel is bekend dat het niet gemakkelijk geobjectiveerd kan worden en zichtbaar gemaakt met gangbare medische onderzoekstechnieken, aangezien vaak niet of nauwelijks somatische aandoeningen of beschadigingen aangewezen kunnen worden. Desondanks is in de rechtspraak aanvaard dat dit niet in de weg staat aan het aannemen van juridisch relevante klachten en causaal verband met het ongeval, mits objectief kan worden vastgesteld dat de klachten aanwezig, reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend en niet overdreven zijn (HR 8 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB5054). Anders geformuleerd, dient het klachtenpatroon plausibel te zijn, hetgeen doorgaans het geval zal zijn bij een consistent, consequent en samenhangend patroon van klachten (o.a. Hof Leeuwarden 9 oktober 2012, ECLI:NL:GHLEE: BX9658). Ook dergelijke klachten kunnen leiden tot rechtens relevante beperkingen. Aan het bewijs van het causaal verband met het ongeval mogen niet al te hoge eisen worden gesteld.

19 Een sterk ‘feitelijke’ beoordeling Informatiebronnen -Verhaal van SO zelf omtrent zijn functioneren in het dagelijks leven, in familie- en gezinsverband, op het werk, in sport, hobby’s en verenigingsleven -Medische stukken uit behandelcircuit -(medische) Deskundigenberichten -Afgelegde autoanamnese(s) -Heteroanamneses (gezinsleden, familie, andere naasten, werkgever, collega’s, sport- en/of verenigingsleven) -Overige zaaksgebonden relevante gegevens Hof Den Bosch 15 mei 2012, LJN BW5818: ‘milieu-onderzoek’

20 Indicatoren - of sprake is van ongeval dat klachten op zich kan verklaren. -of (kort) daarna melding van de klachten is gemaakt (in ‘de omgeving’ van de gelaedeerde en/of bij artsen). -of SO in de loop der tijd van klachten melding is blijven maken. -of en in welke mate (medische) hulp is gezocht, en bij wie. -of beschikbare (medische) informatie met elkaar valt te rijmen. -of eventuele validiteitsonderzoeken aanwijzingen geven voor simuleren en/of (bewust) onderpresteren. -of zijn ‘omgeving’ alsmede de betrokken artsen (de klachten van) de gelaedeerde ‘serieus’ hebben genomen. -of bepaalde vóór het ongeval gebruikelijke activiteiten nadien zijn gelaten dan wel daarbij hulp(middelen) ingeroepen. -of voor mogelijk geconstateerde inconsistenties een aannemelijke verklaring bestaat.

21 Voorlichting realiteitsgehalte klachten -> primair nog altijd neuroloog -> bij cognitieve klachten: neuropsycholoog -> soms dienstig: psychiater - (meer) inzicht in met letsel mogelijk samenhangende mentale en/of sociale factoren (vgl. Koerselman, TVP , p ) - NB: (ook) psychiatrische diagnose niet vereist, daar het niet om de (medische) kwalificatie van de klachten gaat

22 II) Causaal verband - aan bewijs causaal verband met het ongeval ‘geen al te hoge eisen’: specifiek medisch aantoonbare oorzaak niet vereist - vóór ongeval de klachten niet, alternatieve oorzaak ontbreekt en op zich door ongeval te verklaren; bewijs in beginsel geleverd -ook bij naar hun aard subjectieve klachten leer van de ‘ruime toerekening’ -> reeds bestaande klachten, persoonlijkheidsstructuur, privéfactoren (let wel: situatie zónder ongeval)

23 Voorlichting over (medisch) CV -> primair nog altijd neuroloog -> in bepaalde gevallen psychiater (meer) inzicht in met letsel mogelijk samenhangende mentale en/of sociale factoren NB: in kaart brengen medische situaties mét en zónder ongeval -> IWMD-vraagstelling ‘Causaal verband bij ongeval’

24 III) Beperkingen - Neuroloog duidt op grond van NVN 2013 bij gebreke van een medisch substraat geen FI en beperkingen (meer) - Ontbreken medisch substraat, NVN-richtlijnen en %FI voor juridische beoordeling niet van (beslissend) belang - Rechter ziet substraat niet als ‘voorwaarde zonder welke niet’: het ontbreken van medisch ‘objectieve’ afwijkingen sluit het rechtens bestaan van beperkingen niet uit - Dat in neurologische zin geen beperkingen worden geduid, betekent niet dat ‘substraatloze’ klachten geen rechtens relevante gevolgen kunnen hebben - Verder kijken dan de ‘neurologische neus’ (evidence-based) lang is: of sprake is van beperkingen anders dan neurologisch beoordeeld

25 Verzekeringsarts lijkt aangewezen specialist - Duiden van beperkingen (ook) zónder medisch ‘objectieve’ afwijkingen wordt reeds verwacht bij uitvoering kerntaak; beoordelen van arbeids(on)geschiktheid in het socialezekerheidsrecht (WAO/WIA/ZW/WAJONG) Richtlijn MAOC 1997 Schattingsbesluit AO-wetten 2000 VG-protocol Whiplash > ‘objectief’ betekent niet dat alleen AO aangenomen kan worden, indien lichamelijke (of psychische) afwijkingen aangetoond kunnen worden of een eenduidige diagnose valt te stellen - géén evidence based-benadering (i.z.v. vaststellingen gestoeld op medisch ‘objectieve’ afwijkingen)

26 ‘Objectief’ vaststellen of feitelijk klachten en beperkingen aan de orde zijn ‘Objectief’ heeft de betekenis van ‘plausibel’ ‘Objectief’ houdt in: zich bepalend tot de feiten, zoveel mogelijk vrij van emotie en zo min mogelijk beïnvloed door eigen gevoel of vóóronderstellingen, controleerbaar vastgelegd, reproduceerbaar en consistent

27 Controleerbaarheid: de vaststellingen moeten toetsbaar zijn, en derhalve worden vastgelegd Reproduceerbaarheid: een gekwalificeerd beroepsgenoot zou tot dezelfde vaststellingen gekomen kunnen zijn (vaststellingen daarom zo min mogelijk beïnvloed door persoonlijke vóóronderstellingen en emoties) Consistentie: eigen waarnemingen - waaronder álle zintuiglijke waarnemingen en derhalve niet enkel het visueel waarneembare - worden vergeleken en getoetst aan c.q. aangevuld met die van anderen (bedrijfsartsen, werkgevers, behandelend artsen, (arbeids)deskundigen, collega’s, etc.) -> waarnemingen worden aannemelijker naarmate verschillende bronnen overeenkomstige waarnemingen vermelden

28 Goede instructie VA vereist -beoordeling in sleutel van de plausibiliteit -> (niet enkel relevant zijn beperkingen wegens klachten die op medisch ‘objectieve’ afwijkingen zijn terug te voeren, ook beperkingen ten gevolge van naar hun aard subjectieve klachten die ‘plausibel’ zijn -vaststellen van beperkingen in de zin van bepalen van de vermindering in activiteit in de feitelijke situatie mét ongeval ten opzichte van de hypothetische situatie zónder ongeval -> geen ‘normaalwaarde’-beoordeling, maar de specifieke context van het slachtoffer -duurbelastend onderzoek (i.t.t. ‘spreekkamerbeoordeling’) Hier is nog ‘een slag’ te maken! -> motivering en inzichtelijkheid; oordeel VA controleerbaar & aanvaardbaar

29 ‘tweetraps-beoordeling’ beperkingen - gelet op de aard en ernst van de klachten komen bepaalde beperkingen rechtens reeds voldoende ‘plausibel’ voor - (pas) indien (nadere) voorlichting is gewenst; inschakeling VA Rb. Arnhem 17 juni 2009, LJN BJ1757 Hof Arnhem 5 juli 2011, LJN BR3964 Rb. Den Haag 20 januari 2012, LJN BV6894 Rb. Rotterdam 7 februari 2012, LJN BV3066 Rb. Rotterdam 1 februari 2012, LJN BV2505 Hof Leeuwarden 9 oktober 2012, LJN BX9658 Rb. Zutphen 25 oktober 2012, LJN BY1386 Rb. Noord-Holland 19 februari 2014, rolnr. HA ZA (niet gepubl.) Hof Amsterdam 18 juni 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:5237 HR 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:2138 (ZA/De Greef II)

30 Hof Leeuwarden 9 oktober 2012, LJN BX9658 “Ook substraatloze/subjectieve klachten kunnen tot relevante beperkingen leiden, mits gezien de hele context waaronder bijvoorbeeld duurbelasting plausibel is dat van beperkingen sprake is. Dat zal soms uit de aard van de klachten voortvloeien. (Wanneer bijvoorbeeld sprake is van dagelijkse forse hoofdpijn die in de loop van de ochtend opkomt, is duidelijk dat de benadeelde niet voor hele dagen belast kan worden. Wanneer de benadeelde voortdurend nekpijn heeft, zal sprake zijn van een beperkte nekbelasting.) In andere gevallen dienen de beperkingen door een deskundige te worden vastgesteld, waarbij een verzekeringsgeneeskundige het meest voor de hand ligt. Het enkele feit dat [neuroloog] geen beperkingen heeft vastgesteld, betekent dan ook niet dat bij de begroting van de schade van [appellant] niet van het bestaan van beperkingen kan worden uitgegaan.”

31 Bevestiging van H. Vorsselman, ‘Whiplash: het bewijs van de beperkingen en de beperkingen van het bewijs’, in: Whiplash: juristen aan het woord, Boom Juridische Uitgevers, september 2012, p Niet alleen m.b.t. neuroloog Rb. Zutphen 25 oktober 2012, LJN BY1386 -> nu neuroloog en psychiater wegens ontbreken ‘objectieve’ afwijkingen/stoornissen geen beperkingen duiden, VG (plausibiliteit) inschakelen ter voorlichting Hof Den Bosch 12 februari 2013, LJN BZ2030 -> geen cognitieve stoornissen door neuropsycholoog objectiveerbaar vanwege ontbreken cerebraal letsel, betekent niet dat de klachten niet bestaan en dus niet reëel en niet consistent zijn. Hof gaat wél uit van bestaan van cognitieve klachten, omdat de substraatloze klachten plausibel zijn. Gelet op context, aard, intensiteit en UWV-gegevens ook beperkingen. Geen aanleiding voor VG- en AD-onderzoek

32 Situatie mét ongeval samengevat: Deelvraag 1 en 3 (klachten en beperkingen) Geen ‘evidence-based’ maar ‘plausibiliteit’ Ook zónder medisch ‘objectieve’ afwijkingen rechtens relevante klachten én beperkingen -> consistent, consequent en samenhangend patroon van klachten & beperkingen? Sterk feitelijke beoordeling -> informatiebronnen en indicatoren (Kolder, TVP , p ) -> zonodig inschakeling verzekeringsarts

33 Deelvraag 2 (causaal verband) Csqn-verband (vestiging; art. 6:74/162 BW) specifieke, medisch aantoonbare verklaring voor de klachten niet nodig vóór ongeval niet, op zich door ongeval te veroorzaken en alternatieve verklaring ontbreekt Toerekening (art. 6:98 BW) ‘ruime toerekening’ (the tortfeasor…….) persoonlijkheidsstructuur, copingstijl, sociale- en/of mentale factoren het concrete slachtoffer, niet een ‘normaaltype’, staat centraal

34 De situatie zónder ongeval Opnieuw het concrete slachtoffer en niet een ‘normaaltype’ Opnieuw medicus ‘slechts’ ter voorlichting, jurist ter beslissing -> normatief: Rb. Den Bosch 21 september 2011, LJN BT2397 (Stucadoor) Juridisch kader HR 15 mei 1998, NJ 1998, 624 (Vehof/Helvetia) Zónder ongeval opleiding gevolgd en parttime baan in de zorg bemachtigd? HR 14 januari 2000, NJ 2000, 437 (Van Sas/Interpolis) Zónder ongeval 20 uren per week tot 65 jaar doorgewerkt als lerares? HR 13 december 2002, NJ 2003, 212 (B./Olifiers) Zónder medische fout fulltime tot 60 jaar doorgewerkt als lerares? -> steplicht en bewijslast HR 12 maart 2010, RvdW 2010, 416 (X/Interpolis en Achmea) Mét ongeval in staat na 15 jaar gedurende 20 uur per week te werken?

35 Bij bepaling situatie zónder ongeval onderscheid maken: - factoren gelegen binnen de constitutie (medisch/gezondheid) - factoren gelegen buiten de constitutie (‘carrière-technisch’) -> A. Kolder, TVP Gezondheid Wanneer is het redelijk te veronderstellen dat ook zónder ongeval zodanige gezondheidsproblematiek zou zijn ontstaan, dat daarvan een dempende werking uitgaat op de totale schadeomvang? -> Terughoudendheid: ‘concrete aanwijzing’ - ‘Coronaire trombose-gevallen’ (NJ 1975, 372) - ‘Vermaat/Staat-gevallen’ (NJ 1991, 292) - Reeds werkelijk vóór het ongeval bestaande (serieuze) gezondheidsproblematiek Niet: whiplashletsel zélf reden voor uitval (De Hek, TVP , p ) Carrière Hoe zou het inkomen zich zónder ongeval redelijkerwijs hebben ontwikkeld? (carrière-verloop + aantal arbeidsjaren) -> ‘Persoonlijk gemiddelde’ - Goede en kwade kansen in het concrete geval - SO voordeel van de twijfel

36 Moet het anders…? Maatschappelijk ondraaglijke schadelasten? -> A-G Spier voor London/X, sub e.v.: “Laat ik beginnen met een thema dat ik al jaren – tot nu toe tevergeefs – onder de aandacht probeer te brengen: het belang van concrete en controleerbare gegevens. London wil ons doen geloven dat er een serieus probleem is, of ten minste dreigt voor de verzekeringsindustrie. Enig bewijs voor die bewering brengt zij niet bij. (…). Ik heb geprobeerd in openbare bronnen gegevens te verzamelen als bedoeld onder Het is me niet gelukt. Wél trok het mijn aandacht dat: a) de premies voor aansprakelijkheidsverzekeringen tussen 2008 en 2011 zijn gedaald, evenals die voor b) aansprakelijkheid van motorvoertuigen. Daarvan uitgaande, rijst de vraag: waarom is er dan een probleem voor verzekeraars? (…) Ruime ervaring heeft me geleerd dat verzekeraars in voorkomende gevallen niet terugschrikken voor het oproepen van in geen enkel opzicht onderbouwde en soms aantoonbaar onjuiste spookbeelden.”

37 Website NOS, donderdag 9 juli 2015: ‘De autoverzekering wordt hoogstwaarschijnlijk duurder. Volgens het Verbond van verzekeraars zijn de laatste jaren vooral de proceskosten van letselschadeclaims toegenomen. Cijfers hierover zijn nog niet beschikbaar, maar die verwacht het Verbond voor het eind van de zomer te hebben. De afgelopen jaren hebben verzekeraars al flink in de kosten gesneden. Het verhogen van de premies lijkt nu onvermijdelijk.’

38 Blog Sander de Lang (SAP-advocaten) 15 juli 2015: ‘Waarom een bericht brengen ‘zonder dat er cijfers’ beschikbaar zijn? En waarom dan ook al een oorzaak noemen? En hoe zit het met de winstcijfers van de betreffende verzekeraars? Zo goed als alle verzekeraars hebben namelijk veel winst gemaakt. Daar is een premieverhoging toch niet mee te rijmen? Kortom, een bericht dat bij nader inzien alleen maar vragen opwerpt. Men kan zich dan ook afvragen waarom het Verbond van Verzekeraars met dit bericht – nogmaals zonder dat er cijfers beschikbaar zijn – komt. Zou daar een andere reden voor zijn? Zou het Verbond bezig zijn met beeldvorming ten behoeve van haar eigen lobby?’

39 Kijken naar het buitenland? -> terughoudendheid gepast C.C. van Dam, VR /61: ‘Mijn verblijf in de culturele smeltkroes van London (…) deed mij beseffen hoezeer het recht, en dus ook het aansprakelijkheidsrecht, is verweven met de cultuur van een land.’ -> rechtsvergelijking niet om te streven naar harmonisatie, maar allereerst om te begrijpen waarom rechtsstelsels van elkaar verschillen. H.C.F. Schoordijk, AA , p. 71: ‘Als je kijkt naar de DCFR, dan zie je dat dat niet gaat werken. De DCFR wordt in diverse landen met een andere rechtscultuur verschillend uitgelegd.’

40 The AXA Whiplash Report 2013 Geen onafhankelijk onderzoek naar de vraag wat ten aanzien van whiplashletsel (medisch-)ethisch gewenst, verantwoord of redelijk is. Grote (systeem)verschillen tussen de besproken landen (Nederland overigens niet genoemd) - %FI, forfaitaire bedragen, verhouding met sociale zekerheid?, aanspraak AOV, bronvermelding? Evenmin onderzoek naar waarom - de belangen van álle betrokkenen in ogenschouw genomen - het ene systeem beter/redelijker zou zijn dan het andere

41 Lage snelheid-verweer CBO-richtlijn whiplash 2008, p. 18: ‘sterke aanwijzingen dat een impactsnelheid tot circa 15 km/h geen gevolgen heeft.’ Vgl. W.H.M.J. Pelckmans, PIV-bulletin , p (TNO): -> ‘geen scherpe grens te trekken’, steeds alle omst. van het geval Rb. Midden-Nederland 5 juni 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:4696, r.o. 4.2: ‘De rechtbank overweegt daartoe dat niet als vaststaand kan worden aangenomen dat een geweldsinwerking onder een bepaald niveau per definitie geen whiplashklachten zou kunnen veroorzaken; een dergelijk uitgangspunt vindt in ieder geval geen basis in het recht.’ AXA Report 2013, p. 12 -Duitsland: in praktijk grens bij botssnelheid lager dan 10 km per uur. -Teruggefloten door hoogste rechter: telkens ‘case by case analysis’

42 De volgende fase Ten eerste… Erkennen dat WAD I/II kán leiden tot op beperkingen gebaseerde duurschade -> Discussie op ander vlak voeren: -Plausibiliteit -Csqn-verband (art. 6:162) -Toerekening (art. 6:98) -Situatie zónder ongeval (art. 6:105)

43 Ten tweede… Primair aanspraak op herstel; financiële vergoeding als secundaire optie Fase 1 (herstel) Herstellen gaat vóór betalen -Akkermans, TVP , p. 95 -Lindenbergh, Van Maanen-bundel 2014, p > Faciliteren & financieren van zo spoedig mogelijk feitelijk herstel - Pandora-project (M.H. Storm, TVP , p ) - Herstelcoaching (F.TH. Peters en E.A. van den Berg-Bakker, TLP , p ). - Casemanager - 18 juni jl.: Herstelplaza - 8 oktober a.s.: De Letselschade Raadsdag 2015 (herstelgerichte dienstverlening) Fase 2 (herstel lukt niet of niet volledig) Bepaald percentage van de slachtoffers herstelt niet (volledig)…… (Eindrapportage kwaliteitsmetingen Pandora, Q-consult mei 2011) -> Financiële compensatie van verlies dat zich door herstel niet laat wegnemen

44 Ten derde... Instellen ‘Whiplashcommissie’ die voor beide fasen ‘key implications’ formuleert Wie? Denktank: wetenschap, rechterlijke macht, verzekeraars, belangenbehartigers Waarom? ‘Whiplash’ geen reclame voor het Nederlandse schadevergoedingsrecht; vlottere afwikkeling op basis van heldere criteria Doelstelling? Systeem waarin SO zoveel mogelijk wordt teruggebracht in situatie zonder ongeval middels juiste mix van herstel en financiële compensatie Hoe? Protocollering behandeling whiplashzaken -> principieel-juridische insteek, medische gegevens, deskundige(n), vraagstelling, etc. -> ‘goed’ rechtsvergelijkend onderzoek als onderdeel van dossieroverstijgende aanpak -> vgl. reeds bestaande protocollen sociale zekerheid (o.a. MAOC) -> ‘verzekeringsarts 2.0’? (vgl. gecertificeerde nieuwe opleiding tot herstelcoach)

45 Voorzet ‘Protocol behandeling whiplashzaken’ Fase 1: de eerste twee jaar herstelgericht - Pandora, casemanager, herstelcoaching -> afwikkeling binnen 2 jaar Zo nee, Fase 2: - ofwel pragmatisch afwikkelen (waarbij het enkele ontbreken van een substraat niet aan het aannemen van duurschade in de weg staat) - ofwel ‘formele’ route (deskundigenberichten) -> zo nauwkeurig mogelijk bepalen situatie mét en zónder ongeval (neuroloog, neuropsycholoog, psychiater, ‘VA 2.0’, AD’er, rekenkundige) Vgl. J.F. Schultz, TVP , p. 44: ‘snackformule’ of ‘driegangendiner’

46 EINDE Vragen, opmerkingen, suggesties


Download ppt "PIV Actualiteitencollege Personenschade 2015 ‘Whiplash’ Den Haag, 30 september en 1 oktober 2015 mr. Arvin Kolder."

Verwante presentaties


Ads door Google