De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

HAVO 5.  Ecologie: tak van de biologie waarin relaties tussen organismen en hun milieu worden bestudeerd.  Deze relaties worden op verschillende organisatieniveaus.

Verwante presentaties


Presentatie over: "HAVO 5.  Ecologie: tak van de biologie waarin relaties tussen organismen en hun milieu worden bestudeerd.  Deze relaties worden op verschillende organisatieniveaus."— Transcript van de presentatie:

1 HAVO 5

2  Ecologie: tak van de biologie waarin relaties tussen organismen en hun milieu worden bestudeerd.  Deze relaties worden op verschillende organisatieniveaus bestudeerd.

3 - niveau van het individu - niveau van de populatie - niveau van de levensgemeenschap - niveau van het ecosysteem - niveau van de biosfeer

4  Verschillende factoren kunnen op een organisme invloed hebben. Deze kunnen we onderbrengen in 2 factoren:  Abiotische factoren  Biotische factoren

5  Een voedselketen is een reeks organismen, waarvan de ene soort de voedselbron is voor de andere soort.  Een voedselweb is het geheel van alle voedselrelaties in een levensgemeenschap.  Soorten die aan het begin staan van een voedselketen of –web, zijn autotroof. En noemen we producenten.

6  Consumenten vinden we vanaf de tweede schakel tot aan het einde van de keten of het web.  De dode resten van organismen uit elke schakel vormen organisch materiaal (detritus), dat wordt gegeten door afvaleters (detrivoren).  Daarna wordt het door reducenten afgebroken tot anorganische stoffen. Dit proces heet mineralisatie.  Kringloop van stoffen

7  Piramide van aantallen.  Piramide van biomassa.  Biomassa: totale gewicht van alle organische stoffen.

8  Piramide van energie  Productiviteit: de hoeveelheid energie die wordt vastgelegd in organische stoffen.  In elke schakel van een voedselketen verdwijnt er energie uit de voedselketen.

9  De grootte van een populaties wordt meestal weergegeven als populatiedichtheid.  Populatiedichtheid: gemiddeld aantal individuen per oppervlakte-eenheid.  Er zijn verschillende manieren om de populatiedichtheid te bepalen.

10  De kwadrantmethode  Transectmethode  Lijntransectmethode  Merken en terugvangen

11  Biologisch evenwicht: een toestand waarin de populatiedichtheid van elke soort in een ecosysteem schommelt om een bepaalde waarde.  Deze wordt gehandhaafd door negatieve terugkoppeling.

12  Veranderingen in de populatiedichtheid kunnen worden geanalyseerd door bepaling van het:  geboortecijfer  sterftecijfer  migratiecijfer

13  Draagkracht: de maximale populatiegrootte die over langere tijd in een ecosysteem kan worden gehandhaafd.  J-vormige groeicurve  S-vormige groeicurve

14  Successie: verandering in de soortensamen- stelling van een levensgemeenschap, zodat deze geleidelijk in een andere overgaat.  Pionierssysteem: ecosysteem dat als eerste ontstaat in een onbegroeid terrein.  Climaxecosysteem: eindstadium, waarbij abiotische factoren en soortensamenstelling min of meer constant zijn.

15  Duinen: zandheuvels die door de wind zijn aangewaaid.  Op een pasgevormde duin verschijnt biestarwegras het eerst gevolgd door helm.  Hierdoor komt er meer humus in de bodem, waardoor ze verdrongen worden door andere kruidachtige planten.  Na enige tijd voor duinstruweel met als eindstadium een duinbos met berken, wilgen en vlierstruiken.

16  Loofbos: het natuurlijke climaxecosysteem in Nederland.  Strooisel  Moslaag  Kruidlaag  Struiklaag  Bomenlaag

17  Naaldbos: in Nederland aangeplant voor de houtwinning.  Naaldbos is soortarm.  Heide: tussenstadium in de successie  Zonder bemoeienis van de mens groeit dit uit tot een loofbos.

18  Plassen: als de mens niet ingrijpt, vindt er langzaam verlanding plaats  Waterplanten zoals kroos en waterlelie.  Oeverplanten  Moerasplanten  Broekbos

19  Binnen een populatie heeft elk individu relaties met een groot aantal soortgenoten.  Binnen een ecosysteem heeft elke populatie een relatie met een groot aantal andere populaties.  Veel van deze relaties hebben te maken met voedsel en voortplanting.  Bij deze relaties kun je competitie (concurrentie) en cooperatie (samenwerking) onderscheiden.

20  Er vindt competitie plaats om: voedsel, voortplanting, ruimte, licht.  De individuen die het best zijn aangepast aan het milieu hebben de grootste overlevingskans.(Natuurlijke selectie)  Er vindt cooperatie plaats bij balts, paring en voedsel zoeken.

21  Er vindt competitie plaats om: voedsel, ruimte, licht.  Competitie van voedsel wordt tegengegaan door de specialisatie van voedsel.  Symbiose: langdurige samenleving van individuen van verschillende soort.

22  3 vormen van symbiose:  mutualisme  commensalisme  parasitisme

23  Tolerantie: het vermogen van organismen om schommelingen in een abiotische factor te kunnen dragen.  Verspreidingsgebied: het gebied op aarde waar individuen van een bepaalde soort voorkomen.


Download ppt "HAVO 5.  Ecologie: tak van de biologie waarin relaties tussen organismen en hun milieu worden bestudeerd.  Deze relaties worden op verschillende organisatieniveaus."

Verwante presentaties


Ads door Google