De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Basisstof 6: Successie Basisstof 7: Aanpassingen bij dieren Basisstof 8: Aanpassingen bij Planten.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Basisstof 6: Successie Basisstof 7: Aanpassingen bij dieren Basisstof 8: Aanpassingen bij Planten."— Transcript van de presentatie:

1 Basisstof 6: Successie Basisstof 7: Aanpassingen bij dieren Basisstof 8: Aanpassingen bij Planten

2 De opeenvolging van planten- en dierensoorten in een bepaald gebied, waardoor een ecosysteem geleidelijk in een ander ecosysteem overgaat. Hierin zijn verschillende stadia te onderscheiden… Ecosysteem: een bepaald gebied, waarbinnen de biotische en de abiotische factoren samen een eenheid vormen.

3 Het eerste ecosysteem dat op een onbegroeid terrein ontstaat. - Abiotische factoren wisselen sterk - De bodem is humusarm* - Het ecosysteem is soortenarm - Van elke soort veel individuen - Voedselweb is eenvoudig * Humus: een mengsel van stoffen die uit resten van organismen zijn vrijgekomen, samen met reducenten.

4 Het eindstadium van de successie. - Abiotische factoren min of meer constant - De bodem is humusrijk - Van elke soort zijn er weinig individuen - Het voedselweb is ingewikkeld - Kwetsbaar!

5 Alles op een rijtje…

6 Dieren zijn meestal goed aangepast aan het biotoop waarin ze leven. Aanpassingen kunnen gericht zijn op allerlei levensfunties: - Voortbeweging - Voeding - Ademhaling - Voortplanting Een paar voorbeelden….

7 Aanpassingen bij waterdieren om de weerstand van het water zo klein mogelijk te maken. - Lichaam is gestroomlijnd - Schubben van vissen zijn bedekt met slijm

8 Aanpassingen om hun eigen gewicht te dragen. - Stevige poten: hoe zwaarder het dier, hoe steviger de poten in verhouding zijn. Een zwaar skelet.

9 Aanpassingen aan de ondergrond - Zoolgangers: lopen op de hele voetzool. Zakken niet snel weg op drassige ondergrond. - Teengangers: lopen op de tenen. - Topgangers: lopen op de toppen van de tenen. Kunnen alleen goed lopen op harde ondergrond.

10 Meestal 3 tenen naar voren en 1 naar achteren, om zich vast te klemmen aan takken. Roofvogels: scherpe klauwen Loopvogels: geen teen naar achteren. Watervogels: zwemvliezen tussen de tenen. Steltlopers: lange poten

11 Kegelsnavel: bij zangvogels die zaden eten Pincetsnavel: bij zangvogels die insecten eten Haaksnavel: bij roofvogels en uilen Priemsnavel: bij vogels die bodemdiertjes eten Zeefsnavel: bij vogels die kleine plantjes en diertjes uit het water zeven.

12

13 Ook planten vertonen aanpassingen aan de biotoop. Aanpassingen kunnen gericht zijn op o.a.: - Hoeveelheid licht - Vochtigheid/droogte - Water - Bestuiving - Verspreiding - Voedingsstoffen - Enz..

14 Zonplanten: groeien het beste bij veel licht. Bijv. in het open veld of de woestijn. Schaduwplanten: groeien het beste bij weinig licht. Bijv. op de bodem van een loofbos. Voorjaarsbloeiers: sommige schaduwplanten op de bodem van een loofbos bloeien vroeg in het voorjaar, dan krijgen ze het meeste licht.

15 Planten in een vochtig milieu: - Grote, platte bladeren - Zwak ontwikkeld wortelstelsel Planten in een droog milieu: - Kleine, dikke bladeren (soms stekels of haren) - Soms opslag van water in de stengels - Sterk ontwikkeld wortelstelsel

16 Slappe stengels De stengels kunnen luchtkanalen bevatten


Download ppt "Basisstof 6: Successie Basisstof 7: Aanpassingen bij dieren Basisstof 8: Aanpassingen bij Planten."

Verwante presentaties


Ads door Google