De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De mythe van het Poldersucces Inleiding, Pakhuis de Zwijger, 13-10-2015 Alfred Kleinknecht Emeritus hoogleraar economie www.alfredkleinknecht.nl www.alfredkleinknecht.nl.

Verwante presentaties


Presentatie over: "De mythe van het Poldersucces Inleiding, Pakhuis de Zwijger, 13-10-2015 Alfred Kleinknecht Emeritus hoogleraar economie www.alfredkleinknecht.nl www.alfredkleinknecht.nl."— Transcript van de presentatie:

1 De mythe van het Poldersucces Inleiding, Pakhuis de Zwijger, Alfred Kleinknecht Emeritus hoogleraar economie

2 Nationaal consensus vanaf de jaren tachtig: Loonmatiging is:  goed voor de werkgelegenheid  goed voor de economische groei  goed voor de export Bovendien: de arbeidsmarkt moet flexibeler! … Want werkloosheid komt door inflexibele arbeidsmarkten en te hoge lonen!

3 Een voorbeeld: De arbeidsmarkt voor tegelzetters is in evenwicht Aanbod van tegelzetters Vraag naar tegelzetters hoeveelheid tegelzetters Als de lonen stijgen bieden zich meer mensen als tegelzetter aan Als tegelzetters goedkoper worden, huren bedrijven meer tegelzetters in Lonen tegel- zetters Evenwichts- loon Markt "ruimt" Vraag: hoe kan werkloosheid onder tegelzetters ontstaan?

4 Tegelzetters worden werkloos omdat hun lonen te hoog zijn! Q Te hoge lonen door agressieve vakbonden Door hoge lonen vragen bedrijven minder tegelzetters Door hoge lonen bieden zich veel mensen als tegelzetters aan Werkloze tegelzetters Evenwichtsloon De werkloosheid afschaffen? Aanbod van tegelzetters Vraag naar tegelzetters

5 De echte boosdoener achter werkloosheid is het gebrek aan flexibele lonen! (vooral in neerwaartse richting) Hoe dit te verhelpen? Een neoliberaal programma:  Verlaag de minimumlonen  Verlaag de uitkeringen  Maak meer maatwerk Cao's  Verzwak de macht van vakbonden (een kartelorganisatie!)  Versoepel het ontslagrecht om de machtsverhoudingen op de werkvloer te veranderen  Europa moet richting het Angelsaksische model opschuiven (Bolkestein) Structurele hervormingen!

6 Wat heeft flexibilisering van de arbeidsmarkt opgeleverd? Landen waar in de jaren tachtig ‘structurele hervormingen’ zijn doorgevoerd (VS, VK, Australië, Nieuw Zeeland):  Hebben een zeer gematigde loongroei  en hebben desondanks nagenoeg dezelfde BBP groei... ... maar hun BBP per arbeidsuur groeit langzamer …  … en daardoor groeien hun arbeidsuren harder Dus, deregulering schept banen … … maar wat voor banen??

7 Development of real wages, 1960 = 100 In flexibele arbeidsmarkten vindt 'automatische' loonmatiging plaats!

8 Maar ondanks verschillen in reële loongroei is er weinig verschil in welvaartsgroei

9 … maar er is verschil in de groei van de arbeidsproductiviteit Toegevoegde waarde = BBP / per arbeidsuur

10 EU-12 excl. Luxemburg VS, VK, Canada, Nieuw Zeeland, Australië En daardoor hebben Angelsaksische landen meer Arbeidsinzet nodig om te kunnen groeien …

11 Hetzelfde verhaal gaat ook op voor Nederland …. Volgens de Wet van Kleinknecht leidt 1% meer (minder) loonstijging tot 0.3 ̶ 0.5% meer (minder) groei van de toegevoegde waarde per arbeidsuur. Meer weten? Kleinknecht, A. (2015): How ‘structural reforms’ of labor markets harm innovation, Research Paper No. 6 (July 2015), online: labour-markets-harm-innovation/ labour-markets-harm-innovation/

12 Nederland versus EU-15 Bron: Groningen Growth and Development Centre / Total Economy Database Anders dan het CPB had verwacht: loonmatiging heeft Nederland géén extra BBP groei opgeleverd! Wel ≈1% zeepbel gedreven extra groei (huizenmarkt)

13 Bron: Groningen Growth and Development Centre / Total Economy Database Loonmatiging bracht wel véél extra banengroei!

14 N.B.: Bij een gegeven BBP groei bepaalt de groei van het BBP/arbeidsuur de benodigde arbeidsuren! Bron: Groningen Growth and Development Centre / Total Economy Database

15 Waarom schaadt loonmatiging de productiviteitsgroei?  Matige loonkosten leiden tot minder vervanging van arbeid door kapitaal: minder robots, meer handjes …  Met matige loonkosten hoeven bedrijven hun oude (minder productieve) jaargangen kapitaalgoederen minder snel te vervangen door nieuwe jaargangen  Loonmatiging beschermt zwakke ondernemers: minder 'creatieve destructie' (Schumpeter)  De ontwikkeling van arbeidsbesparende technologie wordt gefrustreerd (minder 'induced innovation')

16 Waarom schaadt flexibilisering van arbeidsverhoudingen innovatie? Meer “dynamiek” → kortere baanduren →  Minder loyaliteit naar het bedrijf  kennis lekt makkelijker weg → meer onder-investering in kennis door grotere externe effecten  meer behoefte aan toezicht en controle → dikkere management bureaucratieën  Minder investeringen in scholing  Zwakker organisatorisch geheugen (aflerende organisaties)  Meer macht voor de top: meer jaknikkers \ meer zonnekoningen  Meer mislukkingen bij automatiseringsprojecten  Meer risico-aversie bij innovatieve projecten

17 Tenslotte, impact van flexibiliteit hangt ook af van het type innovatiemodel: Schumpeter I innovatiemodel: 'Entrepreneurs model': nieuwe bedrijven (bijv. ICT, biotechnologie); uitvinder - ondernemer ('Garage bedrijfjes'). Kennisbasis: Algemene, spontaan mobiliseerbare kennis Schumpeter II innovatiemodel: ‘Creatieve accumulatie': Professioneel R&D lab in grote bedrijven. Incrementele innovaties door continue accumulatie van ('tacit') kennis – sterke pad afhankelijkheden. Kennisbasis: Historisch geaccumuleerde en veelal persoonsgebonden (ervarings-) kennis Flexibele arbeidsverhoudingen hebben geen invloed op innovatie Flexibele arbeidsverhoudingen hebben een negatieve invloed op innovatie Werving via externe arbeidsmarkt Interne arbeidsmarkt / goed beschermde Insiders

18 Samenvattend: Wat blijkt op macro- en microniveau? Flexibele arbeidsrelaties:  Gaan ten koste van innovatie  Met name het Schumpeter II innovatiemodel met cumulatief leren functioneert stukken minder  Minder groei arbeidsproductiviteit betekent wel: een meer arbeidsintensieve groei  Ironie der geschiedenis: het neoliberale groeimodel vertoont gelijkenis met de factor intensieve groei in Oost-Europa van voor 1989!  Een arbeidsintensieve, laagproductieve groei is problematisch tegen de achtergrond van de vergrijzing!  We krijgen een dom groeimodel: heel hard werken voor heel weinig geld (N.B. de toegevoegde waarde is de koek die we als inkomen kunnen verdelen)!

19 Twee alternatieve strategieën voor het capitalisme: 1.Supply-side economics: Door “structurele hervormingen” naar flexibele arbeidsmarkten; soepel ontslag; pover verzorgingsstaat:  Geringe groei arbeidsproductiviteit (→ Veel banen voor werkende armen!)  Een veel ongelijkere inkomensverdeling 2.European Social Model: Rigide arbeidsmarkten + sterke verzorgingsstaat + stevige investeringen in onderwijs en onderzoek  Snelle invoering van arbeidsbesparende/productiviteitsverhogende technologie → Hoog productieve banen voor beschermde insiders, maar:  Geringe/geen/negatieve (?) groei arbeidsuren en daarom:  Verminder het arbeidsaanbod! (Arbeitstijdverkorting i.p.v. looneisen)


Download ppt "De mythe van het Poldersucces Inleiding, Pakhuis de Zwijger, 13-10-2015 Alfred Kleinknecht Emeritus hoogleraar economie www.alfredkleinknecht.nl www.alfredkleinknecht.nl."

Verwante presentaties


Ads door Google