De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

1 CCP Module 1: Theorie De betekenis van BE en BA H1. De betekenis van BE en BA Introductie Basisbegrippen Bedrijfseconomie & Bedrijfsadministratie Drs.

Verwante presentaties


Presentatie over: "1 CCP Module 1: Theorie De betekenis van BE en BA H1. De betekenis van BE en BA Introductie Basisbegrippen Bedrijfseconomie & Bedrijfsadministratie Drs."— Transcript van de presentatie:

1 1 CCP Module 1: Theorie De betekenis van BE en BA H1. De betekenis van BE en BA Introductie Basisbegrippen Bedrijfseconomie & Bedrijfsadministratie Drs. J.H. Gieskens AC CCM QT

2 2 Calculators Casio: fx-82msHP: HP10s Canon: F-788dx TI: TI-30XA en TI-30XB

3 3 Organisatie Samenwerkingsverband van mensen, dat met behulp van middelen en d.m.v. processen (op systematische wijze / conform procedures) in interactie met de omgeving één of meer doelen nastreeft.

4 Indeling organisaties

5 5 Onderneming Onderneming = bedrijfshuishouding = bedrijf = organisatie die streeft naar continuïteit door middel van financiële onafhankelijkheid. Dit kan worden bereikt door middel van een positieve netto cashflow in de loop der tijd, ofwel: NCW > 0 ofwel: CW inflow > CW outflow

6 6 Cash is King Profit is an opinion, cash is a fact* *) profit can be loss, cash is cash!

7 7 Doelen organisatie Hoogste doel: - continuïteit - door positieve netto cashflow (waardecreatie) - uit verkoop goederen met toegevoegde waarde. Afgeleide doelen: Winst? MVO? Medewerkerparticipatie? Doelen afhankelijk van belanghebbenden (= stakeholders).

8 8 Stakeholdersmodel

9 Organisatie (intern) Micro (core) Meso Macro Omgeving: Schillenmodel

10 10 Organisatie Micro (core) Meso Macro Demografie Economie Linguïstisch e-business Sociaal Technologie Ecologie Politiek Markt DESTEMPEL

11 PDCA: P&C cyclus

12 12 Wat is economie? Dikke van Dale: 1665 ‘huishoudkunde’ ‹Fr. économie of ‹Lat. oeconomia ‹Gr. oikonomia (huishoudkunde) wetenschap betreffende de rol van het bedrijfsleven, de industrie, mijnbouw, landbouw en veeteelt, en de productie, de verdeling en de consumptie van natuurlijke rijkdommen en materiële goederen in de menselijke samenleving, m.n. land- of staathuishoudkunde of de volkshuishouding zuinigheid, bezuiniging, doelmatige zuinigheid, met spaarzaam gebruik van krachten en geld

13 13 Wat is economie? Economie: –Gedragswetenschap –die vraag en aanbod bestudeert (op abstracte markt) –van subjecten –naar alternatief aanwendbare middelen (relatieve schaarste) –ten behoeve van hun behoeftenbevrediging (economisch motief). Economisch principe: –met schaarse middelen een zo hoog mogelijke behoeftebevrediging realiseren. Schaarste noodzaakt tot efficiency: "Je kunt 1 Euro maar 1 keer uitgeven!"

14 14 Wat is economie? Praktische invulling van het begrip economie = conjunctuur. Conjunctuur: –De stand en golfbewegingen (op- en neergang) van de economie van een maatschappij (land, landenzone, continent, wereld). –Doorgaans worden de volgende fases onderscheiden: hoogconjunctuur, milde conjunctuur, stagnatie, recessie en depressie.

15 15 Economische sectoren (hoofd)sectoren: Indeling van economische activiteiten op hoogste niveau: - primair: landbouw, bosbouw en visserij - secundair: industrie en nijverheid - tertiair: handel en commerciële dienstverlening - quartair: niet commerciële dienstverlening Onderverdeling quartaire sector: - zachte sector: deelsector gericht op het welzijn van mensen - collectieve sector: overheid

16 16 Bedrijfstak Bedrijfstak: Branche; ondernemingen die vrijwel dezelfde soort producten maken met dezelfde soort processen.

17 17 CBS en EUROSTAT CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek Het CBS is in Nederland de instantie waar de verzameling, bewerking en publicatie van de statistieken ten behoeve van overheid, wetenschap en bedrijfsleven zijn gecentraliseerd. EUROSTAT: Eurostat is het statistische bureau van de Europese Unie.

18 18 SBI 2008 Standaard Bedrijfsindeling 2008 (SBI 2008) De Nederlandse hiërarchische indeling van economische activiteiten die vanaf 2008 door het CBS wordt gebruikt om bedrijfseenheden in te delen naar hun hoofdactiviteit. Economische activiteit De verzameling van werkzaamheden, gericht op de productie van goederen en diensten. Het gaat hierbij niet alleen om activiteiten van ondernemingen, maar ook om activiteiten van niet op winst gerichte instellingen en de overheid.

19 19 SBI Secties : hoogste classificatie, eerste digit: lettercode 2.Sub-secties : twee digits; lettercodes 3.Afdelingen : twee digits; cijfercode 4.Groepen : drie digits; cijfercode 5.Klassen : vier digits; cijfercode 6.Sub-klassen : vijf of zes digits; cijfercode

20 20 Sectoren en secties SBI A.Landbouw, bosbouw en visserij 2.B. Winning van delfstoffen C. Industrie D. Productie en distributie van en handel in elektriciteit, aardgas, stoom en gekoelde lucht E. Winning en distributie van water; afval- en afvalwaterbeheer en sanering F. Bouwnijverheid 3.G. Groot- en detailhandel; reparatie van auto’s H. Vervoer en opslag I.Logies, maaltijd- en drankenverstrekking J. Informatie en communicatie K. Financiële instellingen L. Verhuur van en handel in onroerend goed M. Advisering, onderzoek en overige specialistische zakelijke dienstverlening N. Verhuur van roerende goederen en overige zakelijke dienstverlening 4.O. Openbaar bestuur, overheidsdiensten en verplichte sociale verzekeringen P. Onderwijs Q. Gezondheid en welzijnszorg R. Cultuur, sport en recreatie S. Overige dienstverlening T. Huishoudens als werkgever; niet-gedifferentieerde productie van goederen en diensten door huishoudens voor eigen gebruik U. Extraterritoriale organisaties en lichamen

21 21 SBI 2008 (voorbeeld) G Sectie G: Groot- en detailhandel; reparatie van auto`s Afdeling 47: Detailhandel (niet in auto`s) Groep: Warenhuizen en dergelijke winkels met een algemeen assortiment non-food Bedrijfsklasse: Warenhuizen

22 22 KvK KvK = Kamer van Koophandel en fabrieken. Inschrijving in handelsregister KvK is per 1 juli 2008 verplicht voor iedereen die een economische activiteit uitvoert: - Ondernemers: EZ, VoF en CV (bij zowel de uitoefening van een bedrijf als beroep), - Rechtspersonen: BV, NV, EESV, in Nederland opgerichte buitenlandse rechtspersoon. - Alle verenigingen, stichtingen en coöperaties.

23 23 Productiefactoren 1. Natuur: energie, grond en hulpstoffen 2. Arbeid: doe en denkwerk 3. Kapitaal: kapitaalgoederen 4. Ondernemerschap

24 Administratie <> Financiën <> Economie Management Accounting (MAC) Financial Accounting (FAC) Financiering (FIN) Ondernemerschap (BE: bedrijfseconomie)


Download ppt "1 CCP Module 1: Theorie De betekenis van BE en BA H1. De betekenis van BE en BA Introductie Basisbegrippen Bedrijfseconomie & Bedrijfsadministratie Drs."

Verwante presentaties


Ads door Google