De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

1.1 EN 1.2 WAT VOOR INKOMEN HEB JE & WAAR BLIJFT JE GELD? Jnw, september 2015.

Verwante presentaties


Presentatie over: "1.1 EN 1.2 WAT VOOR INKOMEN HEB JE & WAAR BLIJFT JE GELD? Jnw, september 2015."— Transcript van de presentatie:

1 1.1 EN 1.2 WAT VOOR INKOMEN HEB JE & WAAR BLIJFT JE GELD? Jnw, september 2015

2 WAT DOE JE NOOIT! Omrekenen bedragen van week naar maand, of van maand naar week. Altijd via een JAAR. Van maand naar week: bedrag per maand x 12 : 52 Van week naar maand: bedrag per week x 52:12 Je mag nooit delen of vermenigvuldigen met 4. Er zijn maar weinig maanden met 4 weken. 4 x 7 = 28 en een maand heeft 30 of 31 dagen op februari na.

3 INKOMENSVERSCHILLEN Welke oorzaken ken je? Waar moet je op letten wanneer je inkomens wil gaan vergelijken? Je kunt inkomens alleen vergelijken wanneer je in beide gevallen uitgaat van een gelijk aantal uren. Stel je weet het inkomen van Jantien, zij werkt 30 uur per week. En je weet het inkomen van Jack, hij werkt 20 uur per week. Je mag deze inkomens dus niet zomaar vergelijken. Kijk in dit geval hoeveel beide per 60 uur werk verdienen, dan kun je wel vergelijken. Bijvoorbeeld: - opleiding - licht of zwaar lichamelijk werk - verantwoordelijkheid - leeftijd - ervaring

4 INKOMENSVORMEN 1. INKOMEN UIT ARBEID Wanneer je werkt ontvang je loon. Krijg je voor het werk (ook) goederen of diensten, dan noem je dat inkomen in natura. 2. INKOMEN UIT BEZIT Als je geld op je bankrekening hebt staan ontvang je rente. Verhuur je een huis dan ontvang je huur. Hoeveel Inkomensvormen zijn er? 3. OVERDRACHTSINKOME N Inkomen dat je krijgt zonder dat je er een tegenprestatie voor hoeft te leveren. Bijvoorbeeld: kinderbijslag, zakgeld of kleedgeld

5 VOORBEELD Aantal : 100 x percentage Je pakt het aantal dat je weet. Door te delen door 100, reken je uit hoeveel 1% is. Vervolgens vermenigvuldig je met het percentage dat je wilt weten. Broek kost €79,95 in de uitverkoop krijg je 25% korting. Hoeveel kost de broek nu nog? Berekening: 79,95/100 x75%=€59,96

6 PRIORITEITEN STELLEN WAT IS HET BELANGRIJKST VOOR JOU? BASISBEHOEFTEN Ook wel primaire behoeften Denk aan: kleding, voedsel, onderdak LUXBEHOEFTEN Ook wel secundaire behoeften Denk aan: snacks, snoep, games, uitgaan. Over het algemeen geven jongeren relatief veel geld uit aan luxebehoeften, waarom? Ouders zorgen over het algemeen voor de basisbehoeften.

7 VOORBEELD Wat/waarvan x100% Je wilt weten welk deel van een geheel iets is. Het deel (wat) staat altijd boven de deelstreep, het geheel (waarvan) altijd onder de deelstreep Signaalwoorden: van de...., van zijn...., van het..., etc. In een klas zitten 28 leerlingen. Er zitten 12 jongen in de klas. Welk percentage van de leerlingen is een meisje? Berekening: er zitten 28 leerlingen in de klas, 12 zijn jongens. Dat betekend =16 meisjes. Het geheel (waarvan) is de totale klas, het deel (wat) zijn de 16 meisjes, dus: 16/28 x 100% = 57,1% van de klas bestaat uit meisjes.

8 BEÏNVLOEDING Oorzaak verschillende behoeften Leeftijd Arm of rijk Geslacht Tijd waarin je leeft: wij hebben Blu-Ray spelers, daarvoor waren er dvd-spelers en daarvoor videospelers. Producenten proberen jouw te beïnvloeden om hun producten te kopen. Ze doen dat door reclame en sponsoring. Zo raak je bekend en vertrouwd met hun producten en vergroten zij de kans dat jij hun producten koopt.

9 1.3 EN 1.4 KOM JE UIT MET JE GELD? & WAAR KIES JE VOOR?

10 BEGROTING Het maken van een overzicht van je verwachte inkomsten en uitgaven in een bepaalde periode. Dat noem je ook wel budgetteren. Wanneer je een tekort hebt op je begroting kun je gaan bezuinigen of proberen je inkomsten te vergroten.

11 NIBUD NATIONAAL INSTITUUT VOOR BUDGETVOORLICHTING Geeft voorlichting over hoe je het beste kunt rondkomen met je inkomen.,

12 SOORTEN UITGAVEN Dagelijkse uitgaven Je maakt iedere week de keuze of je er wel of geen geld aan uit geeft. Bijvoorbeeld: uitgaan, benzine, cadeautjes. Vaste lasten De kosten komen maandelijks of per kwartaal terug Gaat vaak automatisch Bijvoorbeeld: huur, contributie voor de sportschool, abonnement op een tijdschrift. Incidentele uitgaven Uitgaven die zonder vaste regelmaat of onverwacht voorkomen. Je reserveert er vaak voor Bijvoorbeeld: vakantie of een kapotte wasmachine

13 RESERVEREN Te reserveren bedrag = reservering per maand Aantal maanden

14 PROCENTUELE STIJGING OF DALING Wanneer je wilt weten hoeveel procent iets de afgelopen jaren duurder of goedkoper is geworden gebruik je de volgende formule: Nieuw-Oud x 100% Oud

15 WELVAART & KOOPKRACHT De hoeveelheid goederen en diensten die je met je inkomen kunt kopen noemen we koopkracht. Hoe goed je in je behoefte kunt voorzien noemen we welvaart. Hoe meer behoeften je kunt vervullen, hoe welvarender je bent. Welvaart is niet altijd te koop, denk aan een goede gezondheid. Door zelfvoorziening kun je welvarender worden.


Download ppt "1.1 EN 1.2 WAT VOOR INKOMEN HEB JE & WAAR BLIJFT JE GELD? Jnw, september 2015."

Verwante presentaties


Ads door Google