De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Thema 6: Mens en milieu VWO 5 Boek: Biologie voor jou Deel: VWO B2 deel 2.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Thema 6: Mens en milieu VWO 5 Boek: Biologie voor jou Deel: VWO B2 deel 2."— Transcript van de presentatie:

1 Thema 6: Mens en milieu VWO 5 Boek: Biologie voor jou Deel: VWO B2 deel 2

2 De relatie mens en milieu De mens wordt door het milieu beïnvloed. Het milieu levert de mens: –Zuurstof –Water –Energie –Grondstoffen –Een plaats voor recreatie.

3 De relatie mens en milieu Het milieu wordt ook beïnvloed door de mens. De mens kan: –Elementen toevoegen aan het milieu –Elementen onttrekken aan het milieu –Het milieu veranderen.

4 De relatie mens en milieu Door het toevoegen van elementen vervuild de mens het milieu. Door het onttrekken van elementen zorgt de mens voor uitputting van het milieu. Door het milieu te veranderen zorgt de mens voor aantasting van het milieu.

5 De relatie mens en milieu De voornaamste oorzaken van milieu- vervuiling zijn: –De enorme bevolkingstoename, gekoppeld aan –De wijze van leven van de mens. De wereldbevolking is de laatste honderd jaar explosief toegenomen en zal nog steeds toenemen. We noemen dit een hoge bevolkingsdruk.

6 Voedselproductie Door abiotische en biotische factoren zo optimaal mogelijk maken, probeert men de opbrengst van voedingsgewassen en landbouwhuisdieren zo hoog mogelijk te laten zijn. Bij voedingsgewassen kan dat op de volgende manieren:

7 Voedselproductie Bemesting (door stalmest of kunstmest) Bodembewerking (ploegen of eggen) Bescherming tegen ziekten en plagen Door voeding van landbouwhuisdieren met krachtvoer.

8 Bemesting Door het oogsten van voedingsgewassen en uitspoeling worden mineralen aan de kringloop van stoffen onttrokken. Door te bemesten worden mineralen toegevoegd.

9 Bodembewerking Door bodembewerking kunnen plantenwortels beter in de bodem doordringen. Door bodembewerking komt er meer lucht in de bodem wat de mineralisatie bevordert.

10 Bescherming tegen ziekten en plagen Door chemische bestrijding (pesticiden) Voordeel: effectieve bestrijdingsmethode Nadelen: –Veel pesticiden zijn niet soort-specifiek –Er ontstaan veel resistente populaties –Sommige pesticiden zijn persistent. Gevolg: er vindt accumulatie plaats.

11 Bescherming tegen ziekten en plagen Door biologische bestrijding –Door gebruik van natuurlijke vijanden –Door lokken met geuren en geluiden –Door vruchtwisseling

12 Bescherming tegen ziekten en plagen Door verandering van erfelijke eigenschappen van voedingsgewassen en landbouwhuisdieren. –Door veredeling ontstaan voedingsgewassen met een combinatie van gunstige eigenschappen. –Door recombinant-DNA-techniek ontstaan er voedingsgewassen met gunstige eigenschappen. –Door KI –Door IVF

13 Gangbare landbouw Monoculturen op grote landbouwarealen. Veelvuldig gebruik van pesticiden Veelvuldig gebruik van kunstmest Intensieve veehouderij.

14 Biologische landbouw Geen monoculturen Geen gebruik van pesticiden Geen kunstmest, alleen stalmest. Geen intensieve veeteelt Producten heten ecologische voedingsmiddelen.

15 De lucht Veel milieuproblemen hebben te maken met de uitstoot van gassen (emissie). Depositie: neerslag van stoffen op het aardoppervlak

16 Luchtvervuiling door industrie, elektriciteitscentrales en verkeer. Emissie van SO 2 en NO en NO 2 door verbranding van fossiele brandstoffen. Samen met H (gas) en O 2 ontstaat er HNO 3 en H 2 SO 4. Deze stoffen veroorzaken zure regen (natte zuurdepositie). Een deel van de SO 2 en NO x slaat onveranderd neer (droge zuurdepositie), daardoor ontstaat in de bodem: H 2 SO 4 en HNO 3.

17 Luchtvervuiling door industrie, electriciteitscentrales en verkeer Emissie van vluchtige koolwaterstoffen en koolstof-mono-oxide: ozonvorming. Emissie van giftige gassen.

18 Luchtvervuiling door de intensieve veehouderij Emissie van ammoniak: met zwaveloxide ontstaat ammoniumsulfaat. Nitrificerende bacteriën in de bodem zetten ammoniumsulfaat om in nitraat en salpeterzuur: verzuring van de bodem.

19 Gevolgen van zuurdepositie Door verzuring van de bodem komen mineralen vrij en spoelen ze uit. Door verzuring lossen bepaalde giftige metalen in de bodem op en komen dan in hogere concentraties voor in het grondwater.

20 Gevolgen van zuurdepositie Doordat wortelharen worden beschadigd kunnen planten minder goed water en mineralen opnemen. Doordat de huidmondjes worden beschadigd neemt de verdamping uit de bladeren toe. Doordat de fotosynthese wordt geremd groeien planten minder goed. Planten verzwakken, zodat ze minder weerstand hebben tegen ziekteverwekkers.

21 Gevolgen van zuurdepositie In meren en vennen komt (bijna) geen leven meer voor. Gebouwen en beeldhouwwerken worden aangetast.

22 Gevolgen van ozon en zwaveldi- oxide Aantasting van het longweefsel bij dieren en mensen, o.a. door vorming van smog. Ozon beschadigt bladeren en remt de groei van planten.

23 Het broeikaseffect Broeikaseffect: een deel van de warmte- uitstraling van de aarde wordt tegengehouden door gassen in de dampkring (broeikasgassen). Zonder dit broeikaseffect zou de temperatuur op aarde ruim 30 ºC lager zijn. De belangrijkste natuurlijke broeikasgassen zijn: CO 2, waterdamp en methaan.

24 Oorzaken van versterking van het broeikaseffect Toename van de verbranding van fossiele brandstoffen. Ontbossing Bio-industrie Emissie van CFK’s.

25 Gevolgen van versterking van het broeikaseffect. Klimaatverandering Stijging van de zeespiegel. Droogte in bepaalde gebieden. Stijging van de waterdampconcentratie in de atmosfeer door toename van verdamping uit oceanen.

26 Aantasting van de ozonlaag Oorzaak: emissie van CFK’s. Gevolgen: –Toename van huidkanker doordat meer UV- straling de aarde bereikt. –Versterking van het broeikaseffect doordat meer warmte-straling doordringt tot de aarde.

27 Oorzaken van eutrofiering Overbemesting met stalmest: een deel van de mest spoelt van het land af en komt terecht in het oppervlaktewater waarna mineralisatie volgt. Op het land spoelt na mineralisatie van de stalmest een deel van de mineralen uit naar het grondwater en komt terecht in het oppervlaktewater.

28 Oorzaken van eutrofiering Bemesting met kuntmest: een deel van de mineralen komt rechtstreeks door af- of uitspoeling terecht in het oppervlaktewater.

29 Gevolgen van eutrofiering Omzetting van voedselarme wateren en bodem in voedselrijke: verandering van de soortensamenstelling in ecosystemen. Sterke toename van sommige waterplanten waardoor waterbloei ontstaat.

30 Gevolgen van waterbloei Door algengroei wordt het water troebel. Ondergedoken waterplanten sterven, doordat ze minder licht ontvangen. Bepaalde soorten roofvissen verdwijnen doordat ze hun prooi niet meer kunnen vinden. Bepaalde witvissoorten breiden zich daardoor minder sterk uit.

31 Gevolgen van waterbloei Zooplankton voeden zich met algen > minder zoplankton > meer algengroei. De algen sterven na enige tijd > veel detritus in het water > snelle vermeerdering van reducenten. Reducenten gebruiken veel zuurstof > zuurstof gebrek > sterfte van dieren > nog meer detritus. Uiteindelijk ontstaat er stinkend ‘dood’ water.

32 Oorzaken van vervuiling van water met chemische afvalstoffen Lozing van zuurstofarm industrieel afvalwater met chemische afvalstoffen. Doorspoelen van huishoudelijk afvalwater met chemische afvalstoffen. Gebruik van pesticiden.

33 Gevolgen van vervuiling van water met chemische afvalstoffen Vermindering van het zelfreinigend vermogen van het water. Accumulatie van giftige stoffen in voedselketens. Bedreiging van de kwaliteit van het drinkwater. Versterking van de algengroei doordat watervlooien sterven.

34 Rioolwaterzuivering Mechanische zuivering Biologische zuivering Chemische zuivering

35 Overige De overige basisstoffen (5 en 6) staan heel helder in de tekst en in de samenvatting! Deze zijn niet samengevat in deze PPT.


Download ppt "Thema 6: Mens en milieu VWO 5 Boek: Biologie voor jou Deel: VWO B2 deel 2."

Verwante presentaties


Ads door Google