De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Lezing Studiedag ‘Over angst en verlangen’ Nederlandse Vereniging voor Psychoanalytische Psychotherapie, 7 november 2014, Amsterdam

Verwante presentaties


Presentatie over: "Lezing Studiedag ‘Over angst en verlangen’ Nederlandse Vereniging voor Psychoanalytische Psychotherapie, 7 november 2014, Amsterdam"— Transcript van de presentatie:

1 Lezing Studiedag ‘Over angst en verlangen’ Nederlandse Vereniging voor Psychoanalytische Psychotherapie, 7 november 2014, Amsterdam

2  Inleiding  Geschiedenis en theorie  Denken over angst vanuit de ik-zelf relatie  Existentiële angst  Relatie met verlangen  Conclusie 2

3 3

4 - Van onbestemd gevoel van onrust tot heftige paniek - Van verlamming tot heftige agitatie - Van vooral cognitief (‘worrying’) tot vooral somatisch (storm van lichaamssensaties) - Uitvergrote normale angst tot psychotische angst 4

5 Waarom noemen we het eigenlijk allemaal angst?  vanwege de relatie met gevaar  het innerlijke object en het ‘reële’ object van de angst  angst en vrees 5

6  Geschiedenis van de angst is tot 1850 de geschiedenis van de melancholie  Daarna wordt het een kwestie van afpellen  Agorafobie (Wernicke)  Het ‘irritable heart’ (Da Costa)  Neurasthenie (Beard)  Angstneurose (Freud)  Paniek, gegeneraliseerde angst, en dwang (Freud; Kraepelin) 6

7 I. Darwiniaanse lijn; ethologisch; evolutionaire psychologie: angst is universele, biologisch verankerde survival respons II. Behavioristische en empiristische traditie: angst is een gedragsrespons op een reeks van mogelijke gevaarstimuli; er is een leergeschiedenis; operationalisatie; III. Psychologische traditie die nadruk legt op angst als innerlijk gevaar (psychoanalyse, cognitieve therapie, schemagerichte benaderingen) IV. Existentiële benadering: angst uiting van een fundamentele bestaanshouding 7

8 Opkomst cognitieve neurowetenschap Benaderingen groeien naar elkaar toe:  Darwiniaans/biologisch en leertheoretische lijn (Barlow; Panksepp)  Aandacht voor de ervaring van angst en de rol van ‘het’ zelf (Damasio) Toch: de erkenning van de subjectieve dimensie blijft ietwat dubbelzinnig “psychotherapie helpt in zoverre er ook neuronaal iets in structurele zin verandert” (Kandel, LeDoux) 8

9 9

10 Ik – de persoon die ik nu ben Ik verhoud me tot mijzelf in wat ik doe (of: ervaar) Zelf – dat wat zich van mijzelf toont, al doende en al ervarende Is dat niet gewoon een ‘representatie’ van mijzelf? Nee, niet zonder meer: Eerste orde: het aspect van mijzelf dat zich toont in de ervaring, in de taal, in de handeling Tweede orde: het beeld dat ik mij daarvan vorm (‘awareness’, zonder oordeel) Derde orde: mijn oordeel over dit beeld (ideaal-ik; superego; o.a. ) 10

11 11

12 Eerste orde = zelf-referentialiteit: in wat ik nu ervaar/zeg/doe zit een impliciete verwijzing naar een aspect van mijzelf; impliciet = het is er zelfs als ik me er niet van bewust ben; voorbeeld: spijt refereert aan het belang dat ik hecht aan goede verhoudingen Tweede orde = bewustzijn van mijzelf (self-awareness): ik ben me er van bewust dat iets wat ik voel (denk, zeg) iets over mij zegt; voorbeeld: vanwege de spijt die je hebt, je realiseren hoeveel belang je hecht aan een goede relatie met de betrokkene Derde orde: zelf-interpretatie: uitleg kunnen geven over de aard en intensiteit van de ervaring (opvatting; uitspraak); voorbeeld: kunnen uitleggen waarom het je zo speet. Overkoepelende term: zelf-relationaliteit: ik verhoud me tot wat ik ervaar zeg/doe (verleden, heden, toekomst); voorbeeld: spijt hebben van een nare opmerking gisteren 12

13  Iets wat je doet (ervaart, zegt) verwijst niet alleen naar een bepaalde zaak, maar ook naar jezelf  Achtergrond: Sören Kierkegaard’ (1847), diens notie van ‘indirecte communicatie’  Als het gaat om de waarheid is de manier waarop de waarheid wordt meegedeeld minstens zo belangrijk als de waarheid van de mededeling; je kunt liegen met de waarheid; het hoe en het wat moeten op elkaar zijn afgestemd  Waarheid heeft te maken met waarachtigheid: de manier waarop de waarheid wordt meegedeeld zegt iets over de boodschapper, over diens waarachtigheid  Verbreding bij Paul Ricoeur (1990): er is zelf-referentialiteit op het niveau van  Taal  Handelen  Het verhaal  Instituties

14 Emoties refereren naar iets in de wereld, maar ook en tegelijk naar een aspect van het zelf De psychotherapeut is voortdurend aan het wegen: wat zegt de emotie over de betrokkene en wat zegt de emotie over diens wereld? Beter nog: de emotie belichaamt een zich-verhouden-tot de wereld Een stand van zaken in de wereld; de zaak waar de emotie over gaat Emotie Aspecten van het zelf

15  Je kunt emoties onderscheiden naar hun ‘object’, maar ook naar het aspect van het ‘zelf’ waar ze (impliciet) naar verwijzen  Vrees verwijst naar gevaar in ‘objectieve’ zin, maar tegelijk naar een bepaalde kwetsbaarheid voor dat soort gevaar (vgl. verlatingsangst; angst voor overweldiging; angst voor controleverlies)  Woede verwijst naar bedreiging van mijn territoir, maar tegelijk naar het belang voor mij van het bezit van data territoir  Verwaarloosd aspect in de emotietheorie  Het dichtst bij komt nog Nico Frijda’s idee van emotie als behartiger van ‘belangen’  Conceptueel belang:  Emoties zijn niet alleen gevoelens (subjectief)  Noch alleen objectieve toestanden (fysiologisch, qua lichaamsexpressie)  Zij belichamen een bepaalde houding (neiging, actietendens) die ook altijd iets over ons zelf zegt

16  Eerste orde: zelf-referentialiteit (fysisch t/m allerlei waarden geladen aspecten van het bestaan)  Tweede orde: zelf-‘awareness’ (basic, sense of agency, zelfervaring die ten grondslag ligt aan grondstemmingen en affectieve disposities)  Derde orde: zelf-interpretatie, zelfregulatie, zelfreflectie 16

17 Het zelf: twee orde perspectief (self-awareness) Primordiaal besef van zelf; basic self- awareness Core sense of self Sense of agency Ervaringen die aan de basis liggen van Body memory Basis stemmingen Affectieve disposities Ik – zelf Het zelf: eerste orde perspectief (zelf-referentialiteit) Fysisch Biotisch Affectief Cognitief Sociaal Waarderend Esthetisch Ethisch Religieus/zingevend Het zelf: derde orde perspectief (self-interpretation) Zelfregulatie Integratie ‘Reflexieve mediatie’ (Ricoeur)

18 18

19  Reserveer de term ‘existentieel’ voor de angst die iets over de persoon als geheel zegt (en niet slechts over een aspect)  De angst gaat niet meer ergens ‘over’, ze geeft zelf uitdrukking aan wie de persoon is  grondhouding  grondstemming  fundamentele wijze van zich-verhouden-tot  Belangrijke denkers  Heidegger, Binswanger, von Gebsattel, Kronfeld, Goldstein, Medard-Boss, May, Yalom 19

20 Een stand van zaken in de wereld; de zaak waar de emotie over gaat Angst Aspecten van het zelf Ikzelf als persoon Existentiële angst drukt iets over het geheel van mijn bestaan uit

21 Man, 31 jaar, ongehuwd, WAO “Het is een leeg gevoel.. hier (wijst naar de maagstreek)... een lege ruimte waarin iets zit te schrapen. Toch zit daar niets. (..) Het is zo gek... dat zoiets je leven zo kan vergallen. Toch kan ik er geen weerstand aan bieden, het is te sterk. Het is alsof er iets gaat gebeuren.. iets ergs, ik weet niet wat. Het is zo sterk, het beheerst me helemaal, ik heb er geen controle over” (Glas 1991).

22 Vrouw, kapster, 28 jaar, gebruikmakende partner; paniekstoornis met agorafobie, symptomatisch herstel na klinische gedragstherapie plus medicatie Sociale angst; theatraal; antisociale vriend. Theatraal? Borderline? Veel psychodynamiek; obsessieve gedachten aan eigen begrafenis. “Ik weet niet hoe ik moet leven. Niemand mag zien hoe angstig ik me voel. Ik snap het niet. Het voelt alsof ik niet tot me kan laten doordringen dat ik besta. Doodgaan durf ik niet, leven kan ik niet”.

23 Vrouw, WAO, 39 jaar, alleenstaand Alle behandelingen zijn mislukt. De gedragstherapie, de ontdekkende therapie, de medicatie (therapietrouw?). De trilfobie is deels egosyntoon geworden. Er is een angst voor behandeling. Daarachter: “Wie zal ik worden als ik geen trilfobie meer heb?.. Kan ik het leven wel aan?” De trilfobie geeft houvast tegenover een meer basale, diffuse angst die te maken heeft met sterk gevoel van kwetsbaarheid.

24 Vrouw, 34 jaar, geen partner; WAO Trauma op 12 jarige leeftijd; sindsdien angst voor elektra; bliksem; brand; angst om te schrikken, leidend tot pijn, verlamming. “.. waarom schrik ik zo erg? … ‘t is een gevoel van onveiligheid, niet thuis voelen, van geen controle hebben, in heel extreme mate …alles kan kapot gaan” De angst voelt als een explosie, te vergelijken met een onweer (“druk die zich ontlaadt”). ‘s Nachts: oorverdovende stilte

25 Vrouw, 32 jaar, wisselende relaties; bijstandsuitkering Ernstige OCS, forse borderline persoonlijkheidsproblematiek, veel acting out en zelfdestructief gedrag, onder meer in relaties Interviewer: “Wat vind je je grootste probleem?” Pte: “Ik voel me vanaf dat ik me herinner, hulpeloos, fundamenteel ongeschikt voor het leven, daardoor kwetsbaar en onthand

26 TYPOLOGIE VAN EXISTENTIËLE ANGSTEN; THEMA’S; STRUCTUREN (Glas 2001; 2003) TypeThemaStructuur/capaciteit Angst gerelateerd aan verlies van structuurChaosVermogen zich tot zichzelf te verhouden Angst gerelateerd aan bestaan als zodanigFacticiteit van het bestaan Vermogen z’n bestaan te vormen Angst gerelateerd aan onveiligheidKwetsbaarheidFysieke weerbaarheid Angst gerelateerd aan onverbondenheidIsolementAffectieve verbondenheid; vermogen zich te verbinden Angst gerelateerd aan twijfel en onvermogen te kiezen OnherroepelijkheidHistoriciteit; wilskracht Angst gerelateerd aan zinloosheidAbsurditeitMastery; capacity to entrust Angst gerelateerd aan de doodNiet-bestaanOpenheid, vermogen tot transcendentie

27 27

28  Angst is vrijheid die in de kiem is gesmoord; het gefrustreerd vrijheidsverlangen (Kierkegaard)  Fundamenteel is de onmacht, het in-zichzelf verstrikt geraakt zijn  Vrijheid is niet ongekwalificeerd:  Vrijheid om te ontdekken en exploreren  Vrijheid tot maken en vormen  Vrijheid tot (zelf)expressie  Vrijheid tot engagement  Vrijheid om zich te verbinden  Vrijheid zich over te geven 28

29 29

30  Angst is een buitengewoon veelvormig en veelzinnig fenomeen  Angst signaleert gevaar; er zijn allerlei gevaren (reëel en ingebeeld)  Tegelijk refereert de angst aan een aspect van het zelf; angst belichaamt hoe ik me tot mijzelf verhoud  Drie lagen: referentialiteit, elementair bewustzijn en interpretatie  Allerlei aspecten: van fysisch tot het aspect van waarde  Existentiële angst heeft betrekking op alle aspecten tegelijk, op het geheel van het bestaan, op een fundamentele wijze van zich-tot-zichzelf verhouden  Die angst is geen eenheidsworst, maar kent opnieuw allerlei schakeringen  Angst is gefrustreerd vrijheidsverlangen, opnieuw met schakeringen 30

31 31

32 32

33 33


Download ppt "Lezing Studiedag ‘Over angst en verlangen’ Nederlandse Vereniging voor Psychoanalytische Psychotherapie, 7 november 2014, Amsterdam"

Verwante presentaties


Ads door Google