De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Briant College Hoofdstuk 2 Stijl en Beeldspraak. Briant College Stijlfiguren besproken: ­ Herhaling ­ Opsomming ­ Climax en anticlimax ­ Antithese ­ Paradox.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Briant College Hoofdstuk 2 Stijl en Beeldspraak. Briant College Stijlfiguren besproken: ­ Herhaling ­ Opsomming ­ Climax en anticlimax ­ Antithese ­ Paradox."— Transcript van de presentatie:

1 Briant College Hoofdstuk 2 Stijl en Beeldspraak

2 Briant College Stijlfiguren besproken: ­ Herhaling ­ Opsomming ­ Climax en anticlimax ­ Antithese ­ Paradox ­ Hyperbool Schrijfstijl: Stijl is de kenmerkende manier waarop mensen zich uitdrukken in taal. Stijl=de manier van schrijven; een bijzonder taalgebruik. Stijl is persoonlijk maar heeft ook te maken met tijd en ‘literaire mode’ 2 Wat hebben we vorige keer gedaan?

3 Briant College 1. Bespreken van de laatste stijlfiguren 2. Bespreken van verschillende tekststijlen 3 Wat gaan we deze les doen?

4 Briant College Stijlfiguren zijn afwijkingen van de gebruikelijke woordkeus/zinsdbouw. Doel: bepaald effect bereiken; nadruk, verrassing, levendigheid, humor. 4 Stijlfiguren

5 Briant College Retorische vraag Een retorische vraag is eigenlijk een mededeling in de vorm van een vraag. Op zo`n vraag wordt eigenlijk geen antwoord verwacht..het is al bekend.. Een leraar tegen z'n klas: 'Denk je dat ik dit nog een keer ga uitleggen?‘ Liggen we hier niet lekker? Hebben wij dat niet allemaal wel eens gewild? 5 Stijlfiguren

6 Briant College Eufemise Een eufemisme gebruik je om iets wat niet zo prettig of netjes is, op een verzachtende manier / nette manier onder woorden te brengen. Gisteren hebben we opa naar zijn laatste rustplaats gebracht. Zij werkt daar als interieurverzorgster ‘ Hoe is het met uw stoelgang?', informeerde de dokter. 6 Stijlfiguren

7 Briant College Understatement Bij een understatement wordt iets op een spottende manier verkleind of verzwakt. Het verschil met het eufemisme zit hem in de spot. Toen zijn partij weer vier zetels had gewonnen in de peilingen reageerde de fractieleider met: 'Niet slecht'. Ik had een twee voor het proefwerk, ik had dus wel een paar foutjes gemaakt. 'Ik doe dat wel even', zei de man toen hij het brandende huis in rende om zijn kinderen te redden. 7 Stijlfiguren

8 Briant College Litotes(dubbele ontkenning) De litotes lijkt op een understatement. Het is een stijlfiguur waarbij je schijnbaar iets ontkent of verkleint met het doel datgene wat je bedoelt des te meer uit te laten komen. Daar ben ik niet blij mee. Dat is niet onwaarschijnlijk. Dat vind ik geen verkeerd plan. 8 Stijlfiguren

9 Briant College Woordspeling Een woordspeling gebruik je om een grappig effect te bereiken. Bij een woordspeling worden één of meer woorden in twee betekenissen tegelijk gebruikt. Mensen die gestoord willen worden, zijn het meestal al. De spaarlamp werpt nieuw licht op de techniek. Zijn drukwerk maakte de stilte niet minder drukkend. 9 Stijlfiguren

10 Briant College Spot: ironie/sarcasme/cynisme Ironie: vriendelijke spot die veel voorkomt. Degene die ironie gebruikt heeft niet de bedoeling om te kweten en zegt vaak het tegenovergestelde van wat men bedoelt: Dat is een zeer slimme opmerking.. Jij doet echt goed je best zeg! 10 Stijlfiguren

11 Briant College Spot: ironie/sarcasme/cynisme Sarcasme: op een bijtende en felle manier de spot drijven..sarcasme heeft wel als doel om te beledigen/minachten/kwetsen De beul tegen de ter dood veroordeelde: ‘Pas op, breek je nek niet op dat trapje..´ 11 Stijlfiguren

12 Briant College Spot: ironie/sarcasme/cynisme Cynisme: de meest harde vorm van spot. De cynicus spot schijnbaar schaamteloos, maar weet ook dat hij niets aan de situatie kan veranderen. Verdraagzaamheid- Het inzicht dat de ander toch te stom is om tot een beter inzicht te komen. 12 Stijlfiguren

13 Briant College Tautologie Je zegt twee keer hetzelfde met verschillende woorden. De woorden betekenen ongeveer hetzelfde en behoren tot dezelfde woordsoort. Dat weet hij wis en waarachtig wel. Zij kenden daar heg noch steg. Hij werd met veel pracht en praal begraven. 13 Stijlfiguren

14 Briant College Pleonasme Je zegt twee keer ongeveer hetzelfde met verschillende woorden en de woorden behoren tot verschillende woordsoorten. Je gebruikt het om een eigenschap van iets te benadrukken. De gele zonnebloemen maken de kamer veel gezelliger. In deze witte sneeuw heb ik een zonnebril nodig. De grijze mist maakt de straat nog troostelozer. 14 Stijlfiguren

15 Briant College Stijl is de kenmerkende manier waarop mensen zich uitdrukken in taal. Stijl=de manier van schrijven; een bijzonder taalgebruik. Stijl is persoonlijk maar heeft ook te maken met tijd en ‘literaire mode’ 15 stijl

16 Briant College Schrijfstijl wordt onderverdeeld in: Persoonlijke stijl Groepsstijl Stijl heeft als kenmerken stijlmiddelen zoals: stijlfiguren/tekststijlen/beeldspraak 16 onderverdeling

17 Briant College Vorm en inhoud van fictionele teksten (‘toon’ van een tekst) zijn bepalend voor de stijl> Wanneer het over vorm en inhoud gaat, hebben we het over tekststijl 17 3 Tekststijlen

18 Briant College Vorm:inhoud: 18 3 Tekststijlen Proza (verhaalvorm ) za Poëzie (gedichtvorm ) za Epiek za Didactiek za Dramatiek za Lyriek za

19 Briant College Een ander stijlmiddel is beeldspraak: Er wordt een vergelijking gemaakt: een BEELD wordt vergeleken met een object 1. Vergelijking met als: 2. zo vet ALS een varken 3. Metafoor: Het beeld komt ipv het object: 4. Dat holle vat slaagt nooit (object=leerling) Beeldspraak

20 Briant College Metonymia Hier is geen sprake meer van een vergelijking. Het gaat hier om een ander verband tussen het OBJECT en BEELD: Hij schopte het leer hard in de touwen Nederland won met Beeldspraak

21 Briant College Is een vorm van beeldspraak waarbij de indrukken van twee verschillende zintuigen met elkaar verbonden worden (synsthese) Warme tonen (gevoel+gehoor) Schilderachtig schelden (zicht+gehoor) Bittere kou (smaak+tasten) 21 Synesthesie

22 Briant College Is een vorm van beeldspraak dat voorwerp (ding, plant, abstract begrip) uitbeeldt als een levend wezen of menselijke eigenschappen geeft. De middag was stervende… De oude auto kwam hoestend en proestend op gang. De droge bodem snakte naar water. 22 Personificatie

23 Briant College Lezen: Basisboek blz 22 t/m 31 Maken: Opdrachtenboek, opdr. 23 huiswerk


Download ppt "Briant College Hoofdstuk 2 Stijl en Beeldspraak. Briant College Stijlfiguren besproken: ­ Herhaling ­ Opsomming ­ Climax en anticlimax ­ Antithese ­ Paradox."

Verwante presentaties


Ads door Google