De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

dr. Albert Benschop Universiteit van Amsterdam

Verwante presentaties


Presentatie over: "dr. Albert Benschop Universiteit van Amsterdam"— Transcript van de presentatie:

1 dr. Albert Benschop Universiteit van Amsterdam
Virtualiteit van sociale relaties Grondslagen van InternetSociologie dr. Albert Benschop Universiteit van Amsterdam UvA InternetSociologie 13 februari 2013 Salvador Dali: A Couple with Their Heads Full of Clouds, 1936

2 Nomadisch Een sprong in het digitale diepe.
Dagmenu Wat is virtueel? Thomas theorema revisited CoPresense en TelePresence Sociale Aanwezigheid: gevoel van nabijheid MediaRijkdom en MediaCapaciteit Online Gemeenschappen Wat is een gemeenschap? Howard Rheingold: de pionier Virtuele gemeenschappen Netwerken Aggregatie- en integratieniveaus Kracht van zwakke verbindingen Niveaus van netwerken Identiteitsverrijking Remediatie van het Ik Identiteit als lappendeken Grensvervaging Nomadisch Een sprong in het digitale diepe.

3 Wat is virtuele werkelijkheid?
‘Virtueel’ (Latijns vertus, waarheid) = iets dat op waarheid lijkt, het is iets dat niet helemaal waar is, maar wel waar lijkt: Virtueel v.s echt of waarheid: als bijna echt/waar. Virtueel v.s. actueel: als potentie Virtueel v.s. onbemiddeld/direct: als gemedieerd Virtueel v.s. lokaal/fysiek: als handelingen in cyberspace. ‘Echtheid’ van virtuele sociale relaties meestal afgemeten aan f2f-relaties. Vooronderstelling = F2F-relaties zijn meest ‘echte’ relaties: niet door media bezoedeld. Romantisch geïdealiseerd beeld van f2f-relaties. InterRealiteit = HierNumaals + HierNaastmaals Hybride geheel Onlosmakelijk met elkaar verweven: wederzijds penetrerend en modificerend. Raph Koster = “A virtual world is a spatially based depiction of a persistent virtual environment, which can be experienced by numerous participants at once, who are represented within the space by avatars” [Koster 2004]. Koster, R. [2004, January 07] A virtual world by any other name? [Msg 21] Message posted to “A synchronous, persistent network of people, represented as avatars, facilitated by networked computers.” Bell, Mark W. [2008] Toward a Definition of “Virtual Worlds”. In: Virtual Worlds Research: Past, Present & Future 1(1). No. 1.

4 Het gaat om het gevoel van nabijheid
Telepresence Gevoel van sociale aanwezigheid is voldoende voor opbouw van online gemeenschap en groepsgevoel.

5 Wat wel en niet gevirtualiseerd kan worden?
Alles waarvoor we ons lichaam niet nodig hebben [Van Eeren] Alle informationele activiteiten: onderzoeken, rapporteren, verslag doen [Nasim/Amin]. Alles waardoor middle man wordt weggelaten [Talithia/Leonie]. Sociale bewegingen [Selahattin] Niet Kopen van producten die je eerst wilt aanraken, ruiken [Nasim/Amin] Sporten [Talitha/Leonie]; voetbal [Jakko] Lijfelijke nabijheid [Van Eeren] – Fysieke contacten [Anna] Bezoek tandarts & dokter [Mats] Sensuele ervaring [Eduard] Afweging “Liever echt contact, maar bij gebrek aan alternatieven toch maar virtueel”. Maar niet “” dat affectieve menselijke interactie het gaat afleggen tegen virtueel contact” [Casper].

6 Thema’s van vertrouwen
Diginotar [Van Eeren] DigiD afgesloten vanwege lek (FD, ) [ Mingus] Hacker Generations: hackers als criminelen? [Nasim/Amin]. Voetbalspeler Manti Te’o [Talitha/Leonie] Meldpunt Overheid [Anna] Tieners, ouders en internet (M. Duimel) [Iris, Jette, Anou] Anonimity as Culture (David Auerbach) [Jakko] Filmpje pikken wordt moeilijker [Mats] Vertrouwen in dr. Google_1 & 2 [Jim] Klantvertrouwen op internet [Casper] Waarschuwing tegen phishing [ Selahattin] Misbruik van televisie [Omar] Royale nabijheid is … [Eduard]

7 Copresence volgens Goffman
“Persons must sense that they are close enough to be perceived in whatever they are doing, including their experiencing of others and close enough to be perceived in this sensing of being perceived” Erving Goffman [1963:17] Behavior in public places.

8 Ervaring van nabijheid
“Persons must sense that they are close enough to be perceived in whatever they are doing, including their experiencing of others and close enough to be perceived in this sensing of being perceived" [Erving Goffmann 1963:17 – Behavior in public places]. 1e basisingrediënt van interactierituelen = twee of meer mensen in co-presence (gelijktijdige aanwezigheid in een ruimtelijk verband). Lokale, situationele ontmoetingen hebben een verklarende prioriteit omdat zij het fundament zijn van het sociale leven en de menselijke ervaring [Randall Collins 2004 – Interactions Ritual Chains]. Collins geeft (overdreven) prioriteit aan het interactionele niveau van handelingsintegratie en reduceert tegelijkertijd het interactionele niveau tot interacties in een-en-hetzelfde tijdruimtelijk verband.

9 We hebben behoefte aan een nieuwe sociologische theorie
We hebben behoefte aan een nieuwe sociologische theorie. Een theorie die zicht geeft op de eigenaardigheden van het sociale handelen van mensen in virtuele omgevingen. Cruciaal hierbij is basisdefinitie van ‘sociale relatie’, ‘netwerk’, ‘gemeenschap’ en ‘organisatie’. Ik sluit aan bij definitie van Erving Goffman. Er is tot nu toe altijd van uitgegaan dat het interactionele niveau van handelingsintegratie fysieke nabijheid veronderstelt: persoonlijke interactie zou alleen maar mogelijk zijn wanneer er sprake is van een directe tijd-ruimtelijke verbinding tussen minstens twee personen (‘copresence’). Alleen in deze situatie zouden de twee kenmerkende eigenschappen van persoonlijke interactie volledig tot hun recht kunnen komen: rijkdom van informatiestroom (‘media richness’) en facilitatie van terugkoppeling (‘feedback’). In de klassieke formulering van Erving Goffmann werd deze conditie van ‘copresence’ als volgt geformuleerd: “Persons must sense that they are close enough to be percieved in whatever they are doing, including their experiencing of others and close enough to be percieved in this sensing of being percieved" [Erving Goffmann 1963:17] Het gevoel van sociale aanwezigheid en nabijheid is voldoende om voor de actoren zelf betekenisvolle sociale relaties te laten ontstaan. En niet zoals Randel Collins [Interaction Ritual Chains] die angstvallig vast houden aan de analytische prioriteit van lokale, situationele ontmoetingen omdat zij het fundament zijn van het sociale leven en de menselijke ervaring. Waarom zo’n ongemene – en sterk reductionistische – concentratie op “de kleinschalige, de hier-en-nu van face-to-face interactie” ? [ongemeen traditioneel en onhoudbaar standpunt] Notitie

10 William Isaac Thomas [1863- 1947]
Thomas theorema = fundamentele sociologische wet “If men define situations as real, they are real in their consequences” uit: Thomas, William I.& Thomas, Dorothy: The Child in America. [Alfred Knopf, 1929, 2nd ed., p. 572]

11 Thomas theorema revisited
“If people define virtual relations and networks as real, they are real in their consequences” [Benschop 1996]. Cyberspace is een consensuele hallucinatie Nieuwe sociale werkelijkheid van elektronische communicatie is virtueel: ‘just like reality’. Virtuele netwerkers delen dezelfde hallucinatie als álle andere bewoners van de internetgemeenschap. Virtuele relaties en gemeenschappen bestaan echt. Voor sommige mensen hebben zij –op bepaalde domeinen– een veel grotere betekenis voor hun alledaagse doen en laten dan hun lokale persoonlijke relaties of traditionele gemeenschappen.

12 Bilateraal een-op-een principe van persoonlijke communicatie.
Velen Bilateraal een-op-een principe van persoonlijke communicatie. Klassiek: brief, telegraaf en telefoon. Modern: , skype, IM. Radiaal-centrifugaal een-op-velen principe van massacommunicatie Klassiek: boeken, kranten, tijdschriften, radio en tv. Modern: website, weblog, kennisbank Radiaal-centripetaal velen-op-een principe, dat het levens-elixer is van democratische controle van politieke vertegen-woordigers en overheden. Klassiek: petitionnement, referendum. Modern: elektronisch protest, online referendum. Multilateraal velen-op-velen principe dat zo cruciaal is voor gemeenschapsvorming en voor democratische cultuur en politieke openbaarheid. Klassiek: vergaderen, demonstreren Modern: YouTube, Wikipedia, webfora, teleconference, Second Life, multi-player games. Zenders en ontvangers. Centrifugaal = middelpuntvliedend Centripetaal = middelpuntzoekend Internettechnologie stelt ons in staat om deze vier basisvormen van communicatie tegelijkertijd en in willekeurige variaties en combinaties te gebruiken.

13 Virtuele sociale relatie: telepresentie
Copresence = gelijktijdige aanwezigheid in een afgebakende fysieke ruimte Klassieke definitie van sociale relatie gaat uit van conditie van copresence. Telepresentie = gevoel aanwezig te zijn op verwijderde plaats van handeling Internet genereert tele-aanwezigheid: presence technology. Mediarijkdom = informatieverwerkende capaciteit. Gebaseerd op 4 criteria [Daft/Lengel] Snelheid van retour-informatie: feedback Communiceren met meerdere signalen: lichaamstaal, geluid, tekst, beeld etc. Gebruik van natuurlijke taal i.p.v. symbolen/getallen Vermogen om direct gevoelens en emoties te uiten. Aanwezigheid/Presence = iemand’s gevoel van ‘er zijn’. Bij intrede in virtuele wereld verschuift het gevoel van plaats. Aanwezigheid is een menselijke reactie op een bepaalde mate van immersie; het gevoel ergens ingebed/verzonken/ondergedompeld te zijn. Immersie is de bewustzijnstoestand waarbij het besef van het eigen fysieke zelf wordt verminderd of verloren gaat omdat deze zich omringt ziet in een fascinerende totale (meestal kunstmatige) omgeving. “Readiness to suspend disbelieve”. “The Net gives us an opportunity to present our selves in front of a lot of people who would not otherwise experience our presence” [Peter Kelly, Human Identity] Telepresentie: zie Minsky; Biocca/Levy; Held/Durlach Internet stelt ons in staat onszelf te presenteren tegenover veel mensen die anders onze presentie niet zouden ervaren.

14 Telepresence - Cisco

15 Social Presence (in education)
Sociale Aanwezigheid Social Presence Theory [0:48] Een heel kleine demonstratie van (het gevoel van) sociale aanwezigheid. Volgens de theorie van sociale aanwezigheid heeft elk medium dat voor communicatie wordt gebruikt een specifieke kwaliteit. Face-to-face communicatie genereert de hoogste sociale aanwezigheid, terwijl diverse vormen van computer-gemedieerde communicatie dat minder hebben. Video is de nieuwe standaard van internetcommunicatie geworden vanwege het niveau van sociale aanwezigheid dat het genereert. Social Presence (in education) Alexandra Pickett-Associate Director, SUNY Learning Network, Competencies for Online Teaching Success Social Presence Theory Social Presence (in education)

16 Sociale Aanwezigheid Vooronderstelling (‘mediacapaciteit’) Media hebben verschillende mogelijkheden om communicatieve signalen over te dragen. Sociale aanwezigheid De mate waarin een medium interpersoonlijk contact mogelijk maakt  Gevoel van Nabijheid Centrale hypothese Communicatiemedia verschillen in hun mate van sociale aanwezigheid en deze variaties zijn belangrijk voor wijze waarop individuen interacteren. Dimensies Nabij <-> Afstandelijk Persoonlijk <-> Onpersoonlijk Warm <-> Koud Sensitief <-> Insensitief Gezellig <-> Ongezellig Literatuur: Biocca, Frank / Harms, Chad / Burgoon, Judee K. [2003] Toward a More Robust Theory and Measure of Social Presence: Review and Suggested Criteria. In: Presence, October 2003, 12(5): Massachusetts Institute of Technology. Een robuuste en gedetailleerde theorie van sociale aanwezigheid kan bijdragen aan ons begrip van sociaal gedrag in gemedieerde omgevingen. Zij stelt onderzoekers in staat om de verschillen tussen media interfaces te voorspellen en te meten. En zij vormt een richtlijn voor het ontwerp van nieuwe sociale omgevingen en interfaces. De auteurs bespreken, classificeren en kritiseren bestaande theorieën en metingen van sociale aanwezigheid. Zij stellen een reeks criteria voor die kunnen helpen om de beperkingen van oudere theorieën en meetmethoden te overwinnen. Dunlap, Joanna C. / Lowenthal, Patrick R. [2009] Tweeting the night away: Using Twitter to enhance social presence’, Journal of Information Systems Education, 20(2). URL:http://www.patricklowenthal.com/publications/Using_Twitter_to_Enhance_Social_Presence.pdf Over gebruik van twitter in online leeromgevingen. Gunawardena, C. [1995] Social Presence Theory and Implications for Interaction and Collaborative Learning in Computer Conferences. In: International Journal of Educational Telecommunications. 1(2): Charlottesville, VA: AACE. Rice, Ronald E. [2006] Media Appropriateness. Using Social Presence Theory to Compare Traditional and New Organizational Media. In: Human Communication Research. Volume 19 Issue 4, pp Studie over het meten van de ‘appropriateness of media’ voor diverse vormen van organisationele communicatie. De media waren: face-to-face, telefoon, vergaderingen, destop video en videoconferentie, voice mail, tekst en . Sallnas, E.L., Rassmus-Grohn, K., & Sjostrom, C. [2000]. Supporting presence in collaborative environments by haptic force feedback. ACM Transactions on Computer-Human Interaction, 7(4): 461–476. Short, John / Williams, Ederyn / Christie, Bruce [1976]. The social psychology of telecommunications. London, England: John Wiley. Swan, Karen / Shih, Li Fang [2005] On the nature and development of social presence in online course discussions. Sociale aanwezigheid (de mate waarin participanten in computergemedieerde communicatie zich affectief met elkaar verbonden voelen) is een belangrijke factor in de satisfactie en het succes van studenten in online cursussen. Er wordt ook aandacht besteed aan de gepercipieerde aanwezigheid van docenten en andere studenten. De gepercipieerde aanwezigheid van docenten zou wel eens een belangrijker factor kunnen zijn voor de tevredenheid van de student dan de gepercipieerde aanwezigheid van andere studenten. Ook het ontwerp van de cursus heeft een significante invloed op de ontwikkeling van sociale aanwezigheid. Tu, Chih-Hsiung / McIsaac, Marina [2002] The Relationship of Social Presence and Interaction in Online Classes. In: American Journal of Distance Education, 16(3): Een studie over de sociale aanwezigheid in online leeromgevingen. Met behulp van kwantitatieve en kwalitatieve methoden worden de dimensies van sociale aanwezigheid onderzocht: sociale context, online communicatie, interactie. Bij de tevredenheid van online studenten speelde ook de privacy factor een belangrijke rol. Niveau van sociale aanwezigheid en niveau van online interactie hangen direct met elkaar samen.

17 MediumRijkdom CommunicatieMedium Medium Rijkdom Face-to-face Telefoon
Schriftelijk, persoonlijk (brieven, memo's) Schriftelijk, formeel (bulletins, documenten) Numeriek formeel (computer output) Hoogste Hoog Gemiddeld Laag Laagste Hoe minder communicatiekanalen beschikbaar zijn (bijvoorbeeld alleen audio versus audio plus video) des te beperkter is de capaciteit van het medium, en des te minder is het in staat om met onzekerheid en dubbelzinnigheid om te gaan. Mediacapaciteit neemt af van face-to-face naar teleconferencing, naar computergemedieerde tekstuele systemen zoals discussiefora en . Voor dubbelzinnige en complexe communicatietaken zijn face-to-face bijeenkomsten het meest geschikt. Voor ondubbelzinnige en eenvoudige taken kunnen slanke media zoals geschreven tekst worden gebruikt. Campbell, John [2006] Media Richness, Communication Apprehension and Participation in Group Videoconferencing In: Journal of Information, Information Technology, and Organizations (Volume 1, 2006). University of Canberra, Canberra, ACT, Australia. URL:

18 MediaCapaciteit: een geïntegreerde aanpak
MediaCapaciteit = informatieverwerkende + communicatieve capaciteiten Snelheid van communicatie over grote afstanden (laag bij f2f en gedrukt) Interactiviteit: (1) meerzijdigheid in communicatieverkeer snelheid van retourinformatie; (2) mate van synchroniciteit; (3) mate van controle Communiceren met meerdere signalen resp. meerdere kanalen: lichaamstaal, geluid, tekst, beeld, tast, geur.  Stimulusrijkdom. Rijkdom van taal: gebruik van natuurlijke taal i.p.v. symbolen/getallen Vermogen om direct gevoelens en emoties te uiten. Bereik: klein bij f2f en gedrukt, groot bij omroep en nieuwe media. Opslagcapaciteit: laag bij f2t en telefoon, hoger bij gedrukt en omroep, en hoog bij computernetwerken en nieuwe media. Nauwkeurigheid: exactheid van overgedragen informatie Selectiviteit: ongericht (folders, tv) of gericht (telefoon en 1-to-1 marketing) Complexiteit: geschiktheid voor complexe en dubbelzinnige activiteiten Privacy: bedreiging door verbinding van publieke en privésfeer Zie: Van Dijk [2003] De netwerkmaatschappij. Sociale aspecten van nieuwe media. Omgekeerde van tijdruimtelijke concentratie (industriële revolutiemodel) Diverse termen: Time-speace distantiation (Giddens), Time-space compression (Harvey) Collapsing of time and space (Brunn/Leinbach) Global Village (McLuhan)

19 Gemeenschappen & Netwerken
Interactienetwerken o.b.v. van elkaar aanvullende processen: Insluiting Exclusieve onderlinge relaties van de interactiegroep Uitsluiting Discriminerende relaties tot niet-leden of buitenstaanders Lidmaatschap van gemeenschap manifesteert zich in: Feitelijke participatie in de sociale interacties die typerend zijn voor betreffende gemeenschap. Men is lid in die mate dat men werkelijk deelneemt. Feitelijke acceptatie binnen de sociale relaties: wie tot een gemeenschap behoort wordt door andere leden van die gemeenschap als gelijke geaccepteerd (‘referentiegroep’) Warner’s deed onderzoek naar zwarte gemeenschappen in Chicago en het landelijke Zuiden, van een New England community (“Tankee City”) en een Midwestern community (“Jonesville”). William Lloyd Warner Leden van sociale gemeenschap hebben ‘intieme toegang tot elkaar’ en ‘intieme kennis van elkaar’.

20 Howard Rheingold: de pionier
Rheingold [1993:5] definieerde virtuele gemeenschappen als “social aggregations that emerge from the Net when enough people carry on those public discussions long enough, with sufficient human feeling, to form webs of personal relationships in cyberspace”.

21 Ratio van Rheingold Face-to-face ontmoeting is geen doorslaggevende voorwaarde voor gemeenschapsvorming. Groep moet duurzaam op een specifieke (fysieke of virtuele) ruimte aanwezig zijn voordat er enige vorm van gemeenschap kan ontstaan. Niet vasthouden aan de traditionele notie van gemeenschap: solidaire groepen van hecht verbonden buren die in een gemeenschappelijke geografische ruimte verkeren.

22 Definitie Online Gemeenschap
Versus nostalgisch beeld van gemeenschap Hechte banden Lokaal verankerd Onderlinge solidariteit (‘warmte’) Duurzaam: levenslang Van virtuele gemeenschap is sprake wanneer voldoende mensen regelmatig met elkaar interacteren (duurzaamheid van interactie) wanneer er groepsspecifieke betekenissen ontstaan (gedeelde symbolische systemen) wanneer er groepsspecifieke identiteiten ontstaan (groepsidentiteit) wanneer er genormeerde relatiepatronen ontstaan (gedeelde waarden en gemeenschappelijke gedragsregels)

23 Argumentatie Men moet in een gemeenschappelijke ruimte leven om deel te zijn van een gemeenschap. Maar deze ruimte hoeft niet per se in geografisch of fysiek opzicht afgebakend te zijn. Gemeenschap = netwerk van interpersoonlijke verbindingen die socialiteit, ondersteuning, een gevoel van verbondenheid (‘behoren bij’) en van sociale identiteit bieden en die niet per definitie beperkt zijn door geografische of fysieke grenzen.

24 Definiërende kenmerken van virtuele gemeenschap
Gemeen-schappelijke publieke ruimte Duurzaamheid van lidmaatschap Duurzame interacties Wederzijdse erkenning als gelijke Gemeenschappen worden gedefinieerd door: Regelmatigheid van interactie, d.w.z. minimum niveau van interactiviteit Wederzijdse erkenning als gelijke. Een gemeenschappelijke (fysieke en/of virtuele) publieke ruimte. Een minimaal niveau van duurzaamheid van lidmaatschap.

25 Inbedding in afgebakende virtuele ruimte
Kenmerkend voor virtuele gemeenschappen is niet: hun gebrek aan lokale verankering  er zijn ook virtuele buurt- en straatgemeenschappen hun vluchtigheid of losheid  er zijn ook duurzame en hechte virtuele gemeenschappen hun gebrek aan gemeenschapsgevoel  er zijn ook hele ‘warme’ online gemeenschappen waar deelnemers elkaar ondersteunen Kenmerkend = hun inbedding in een afgebakende virtuele ruimte.

26 Stelling De vitaliteit van virtuele gemeenschappen bestaat in het vermogen om het gevoel van nabijheid te genereren.

27 Netwerken en aggregatieniveaus van sociaal handelen
Netwerk begrip zelf is allesbehalve eenduidig Wordt vanuit diverse theoretische optieken gethematiseerd. Onderzoeksobject zelf is aanzienlijk van karakter veranderd. Revisie van netwerp-concept? Niveaus van sociale handelingsintegratie maatschappelijk organisationeel interactioneel

28 Niveaus van handelingsintegratie
Niveaus van maatschappijanalyse Systeemniveau Handelingsniveau Maatschappelijk niveau Omvattend sociaal systeem en subsystemen Maatschappelijk handelen Organisationeel niveau Organisaties en netwerken van organisaties Organisationeel handelen Interactioneel niveau Directe sociale interactiesystemen: dyadische sociale relaties & netwerken : Interactioneel of rolhandelen

29 HandelingsIntegratie
Interactioneel integratieniveau omvat sociale handelin-gen (dus interacties & communicaties) die zich voltrekken in directe - fysieke of computergemedieerde - sociale aanwezigheid van actoren: face-to-face interactie. Inbedding van sociaal handelen in netwerken van persoonlijke relaties is dus slechts één - en niet op voorhand het belangrijkste - niveau van handelings-integratie.

30 Kracht van zwakke verbindingen
Mensen krijgen hun baan of belangrijke info met hulp van personen die zij slechts oppervlakkig kennen. Geheim Hoe dichter je bij iemand staat, des te dichter sta je bij de mensen die deze kent: sterke verbindingen zijn redundant. Het zijn vaak de mensen die je het minst goed kent (waar je minder sterk mee verbonden bent) die hun invloed gebruiken om je naar nieuwe posities brengen of in contact brengen met mensen die je nog niet kent. Elk willekeurig persoon is slechts zes stappen ('handshakes') verwijderd van een ander willekeurig persoon. These van Stanley Milgram (sociaal-psycholoog) in 1976. De ervaring van de kleinheid van de wereld werd al langere tijd in de literatuur tot uiting gebracht. In 1929 publiceerde de Hongaarse auteur Frigyes Karinthy zijn bundel ‘Alles is anders’ (Minden masképpenvan). Daarin staat een kort verhaal ‘Ketens’ (Lácszemek) waarin hij suggereert dat twee willekeurige mensen op aarde met elkaar verbonden konden worden door vijf connecties. “Om te demonstreren dat mensen op aarde vandaag de dag veel dichter bij elkaar staan dan ooit, stelde een lid van de groep een test voor. Hij wilde wedden dat we een willekeurig persoon konden noemen uit de anderhalf miljard aardbewoners en dat hij zichzelf aan deze persoon kon verbinden via hoogstens vijf bekenden, waarvan hij er een persoonlijk kent.” It’s a small world  6 degrees of separation

31 Kracht van zwakke verbindingen
Eyan Bakshy [Rethinking Information Diversity in Networks ] concludeert: hoewel we meer informatie delen met onze naaste vrienden, delen we ook veel informatie via onze zwakke connecties; via deze links met onze zwakke connecties krijgen we de meeste nieuwe informatie. Meest omvangrijke studie ooit: gebaseerd op de informatie van 253 miljoen actieve gebruikers van Facebook. Deze schaal is ongehoord in academische sociologische studies. In technisch en praktisch opzicht een mijlpaal in de geschiedenis van de sociologie.

32 Notitie Conclusie = “The information we consume and share on Facebook is actually much more diverse in nature than conventional wisdom might suggest.  We are exposed to and spread more information from our distant contacts than our close friends.  Since these distant contacts tend to be different from us, the bulk of information we consume and share comes from people with different perspectives.” Zie ook Matthew Gentzkow & Jesse M. Shapiro [2011] Ideological segregation online and offline

33 Niveaus van netwerken Netwerken
via mensen die je al goed kent via sleutelfiguren - ‘hubs’ via de kracht van zwakke verbindingen Netwerken Zijn vrouwen minder goed in het benutten van de kracht van zwakke verbindingen? Hubs zijn mensen die veel andere mensen kennen: veel vitamine r. Feminiene voorkeur voor sterke verbindingen: warm, hecht, informeel, intiem, duurzaam.

34 Remediatie van het Ik Communicatievormen bepalen (mede) hoe we ons zelf presenteren en ervaren. Carnavaleske maskerade van online identiteitsspel. Remediatie van het ik: identiteit gestructureerd in & door het discours. Twee paradigma’s over online identiteit. als vlucht van of alternatief voor sociale werkelijkheid als deel van de reeds bestaande sociale werkelijkheid Geen epistemologische breuk tussen online en offline werkelijkheid. virtuele werkelijkheid is geen onwerkelijkheid of niet-reëel virtuele werkelijkheid is even reëel als magnetische velden

35 Identiteitsverrijking als probleem én uitdaging
Identiteit als lappendeken Naast meerdere identiteiten in de lokale wereld, nu ook de onbegrensde mogelijkheden van de virtuele wereld. Virtuele identiteit = normale conditie van ons dagelijks bestaan. Interrealiteit = Hybride geheel van lokale en virtuele werkelijkheid. Interidentiteit = Hybride geheel van lokale en virtuele identiteiten. Voor de internetgeneratie maakt het niet zoveel meer uit of de interacties waardoor zij zich laten beïnvloeden nu van de lokale of virtuele wereld komen. Zij zijn zich ervan bewust dat zij in SL niet alleen hun online persoonlijkheid cultiveren maar ook zichzelf –en misschien wel hun totale persoonlijkheid– transformeren. De grote vraag = in hoeverre mensen erin slagen om de lappendeken van hun gestolde lokale identiteiten én van hun vloeibare virtuele identiteiten bijeen te houden of minstens in een wankele balans te brengen? Dat is het nieuwe voer voor psychiaters, psychologen en therapeuten. Grensvervaging Grens tussen digitaal geconstrueerde identiteit(en) en voorkomen in de lokale werkelijkheid kan vervagen. Sommigen ervaren dit als probleem, anderen als uitdaging.


Download ppt "dr. Albert Benschop Universiteit van Amsterdam"

Verwante presentaties


Ads door Google