De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

UvA InternetSociologie 13 februari 2013 dr. Albert Benschop Universiteit van Amsterdam www.sociosite.net Virtualiteit van sociale relaties Grondslagen.

Verwante presentaties


Presentatie over: "UvA InternetSociologie 13 februari 2013 dr. Albert Benschop Universiteit van Amsterdam www.sociosite.net Virtualiteit van sociale relaties Grondslagen."— Transcript van de presentatie:

1

2 UvA InternetSociologie 13 februari 2013 dr. Albert Benschop Universiteit van Amsterdam Virtualiteit van sociale relaties Grondslagen van InternetSociologie Salvador Dali: A Couple with Their Heads Full of Clouds, 1936

3 Dagmenu Wat is virtueel? Thomas theorema revisited CoPresense en TelePresence Sociale Aanwezigheid: gevoel van nabijheid MediaRijkdom en MediaCapaciteit Online Gemeenschappen Wat is een gemeenschap? Howard Rheingold: de pionier Virtuele gemeenschappen Netwerken Aggregatie- en integratieniveaus Kracht van zwakke verbindingen Niveaus van netwerken Identiteitsverrijking Remediatie van het Ik Identiteit als lappendeken Grensvervaging Nomadisch Een sprong in het digitale diepe.

4 Wat is virtuele werkelijkheid? n‘Virtueel’ (Latijns vertus, waarheid) = iets dat op waarheid lijkt, het is iets dat niet helemaal waar is, maar wel waar lijkt: –Virtueel v.s echt of waarheid: als bijna echt/waar. –Virtueel v.s. actueel: als potentie –Virtueel v.s. onbemiddeld/direct: als gemedieerd –Virtueel v.s. lokaal/fysiek: als handelingen in cyberspace. n‘Echtheid’ van virtuele sociale relaties meestal afgemeten aan f2f-relaties. Vooronderstelling = –F2F-relaties zijn meest ‘echte’ relaties: niet door media bezoedeld. –Romantisch geïdealiseerd beeld van f2f-relaties. nInterRealiteit = HierNumaals + HierNaastmaals –Hybride geheel –Onlosmakelijk met elkaar verweven: wederzijds penetrerend en modificerend.

5 Het gaat om het gevoel van nabijheid Telepresence Gevoel van sociale aanwezigheid is voldoende voor opbouw van online gemeenschap en groepsgevoel.

6 Wat wel en niet gevirtualiseerd kan worden? nWel –Alles waarvoor we ons lichaam niet nodig hebben [Van Eeren] –Alle informationele activiteiten: onderzoeken, rapporteren, verslag doen [Nasim/Amin]. –Alles waardoor middle man wordt weggelaten [Talithia/Leonie]. –Sociale bewegingen [Selahattin] nNiet –Kopen van producten die je eerst wilt aanraken, ruiken [Nasim/Amin] –Sporten [Talitha/Leonie]; voetbal [Jakko] –Lijfelijke nabijheid [Van Eeren] – Fysieke contacten [Anna] –Bezoek tandarts & dokter [Mats] –Sensuele ervaring [Eduard] nAfweging –“Liever echt contact, maar bij gebrek aan alternatieven toch maar virtueel”. Maar niet “” dat affectieve menselijke interactie het gaat afleggen tegen virtueel contact” [Casper].

7 Thema’s van vertrouwen nDiginotar [Van Eeren]Diginotar nDigiD afgesloten vanwege lek (FD, ) [ Mingus]DigiD afgesloten vanwege lek nHacker Generations: hackers als criminelen? [Nasim/Amin].Hacker Generations nVoetbalspeler Manti Te’o [Talitha/Leonie]Voetbalspeler nMeldpunt Overheid [Anna]Meldpunt Overheid nTieners, ouders en internet (M. Duimel) [Iris, Jette, Anou]Tieners, ouders en internet nAnonimity as Culture (David Auerbach) [Jakko]Anonimity as Culture nFilmpje pikken wordt moeilijker [Mats]Filmpje pikken wordt moeilijker nVertrouwen in dr. Google_1 & 2 [Jim]Vertrouwen in dr. Google_1 2 nKlantvertrouwen op internet [Casper]Klantvertrouwen op internet nWaarschuwing tegen phishing [ Selahattin]Waarschuwing tegen phishing nMisbruik van televisie [Omar]Misbruik van televisie nRoyale nabijheid is … [Eduard]Royale nabijheid is …

8 Copresence volgens Goffman “Persons must sense that they are close enough to be perceived in whatever they are doing, including their experiencing of others and close enough to be perceived in this sensing of being perceived” Erving Goffman [1963:17] Behavior in public places.

9 Ervaring van nabijheid n“Persons must sense that they are close enough to be perceived in whatever they are doing, including their experiencing of others and close enough to be perceived in this sensing of being perceived" [Erving Goffmann 1963:17 – Behavior in public places]. n1e basisingrediënt van interactierituelen = twee of meer mensen in co-presence (gelijktijdige aanwezigheid in een ruimtelijk verband). Lokale, situationele ontmoetingen hebben een verklarende prioriteit omdat zij het fundament zijn van het sociale leven en de menselijke ervaring [Randall Collins 2004 – Interactions Ritual Chains].

10 nWe hebben behoefte aan een nieuwe sociologische theorie. Een theorie die zicht geeft op de eigenaardigheden van het sociale handelen van mensen in virtuele omgevingen. nCruciaal hierbij is basisdefinitie van ‘sociale relatie’, ‘netwerk’, ‘gemeenschap’ en ‘organisatie’. Ik sluit aan bij definitie van Erving Goffman. nEr is tot nu toe altijd van uitgegaan dat het interactionele niveau van handelingsintegratie fysieke nabijheid veronderstelt: persoonlijke interactie zou alleen maar mogelijk zijn wanneer er sprake is van een directe tijd-ruimtelijke verbinding tussen minstens twee personen (‘copresence’). Alleen in deze situatie zouden de twee kenmerkende eigenschappen van persoonlijke interactie volledig tot hun recht kunnen komen: rijkdom van informatiestroom (‘media richness’) en facilitatie van terugkoppeling (‘feedback’). In de klassieke formulering van Erving Goffmann werd deze conditie van ‘copresence’ als volgt geformuleerd: –“Persons must sense that they are close enough to be percieved in whatever they are doing, including their experiencing of others and close enough to be percieved in this sensing of being percieved" [Erving Goffmann 1963:17] nHet gevoel van sociale aanwezigheid en nabijheid is voldoende om voor de actoren zelf betekenisvolle sociale relaties te laten ontstaan. nEn niet zoals Randel Collins [Interaction Ritual Chains] die angstvallig vast houden aan de analytische prioriteit van lokale, situationele ontmoetingen omdat zij het fundament zijn van het sociale leven en de menselijke ervaring. nWaarom zo’n ongemene – en sterk reductionistische – concentratie op “de kleinschalige, de hier-en-nu van face-to-face interactie” ? [ongemeen traditioneel en onhoudbaar standpunt] Notitie

11 William Isaac Thomas [ ] Thomas theorema = fundamentele sociologische wet “If men define situations as real, they are real in their consequences” uit: Thomas, William I.& Thomas, Dorothy: The Child in America. [Alfred Knopf, 1929, 2nd ed., p. 572]

12 Thomas theorema revisited n“If people define virtual relations and networks as real, they are real in their consequences” [Benschop 1996]. nCyberspace is een consensuele hallucinatie  Nieuwe sociale werkelijkheid van elektronische communicatie is virtueel: ‘just like reality’.  Virtuele netwerkers delen dezelfde hallucinatie als álle andere bewoners van de internetgemeenschap.  Virtuele relaties en gemeenschappen bestaan echt. Voor sommige mensen hebben zij –op bepaalde domeinen– een veel grotere betekenis voor hun alledaagse doen en laten dan hun lokale persoonlijke relaties of traditionele gemeenschappen.

13 EenVelen Een Bilateraal een-op-een principe van persoonlijke communicatie. Klassiek: brief, telegraaf en telefoon. Modern: , skype, IM. Radiaal-centrifugaal een-op-velen principe van massacommunicatie Klassiek: boeken, kranten, tijdschriften, radio en tv. Modern: website, weblog, kennisbank Velen Radiaal-centripetaal velen-op- een principe, dat het levens- elixer is van democratische controle van politieke vertegen- woordigers en overheden. Klassiek: petitionnement, referendum. Modern: elektronisch protest, online referendum. Multilateraal velen-op-velen principe dat zo cruciaal is voor gemeenschapsvorming en voor democratische cultuur en politieke openbaarheid. Klassiek: vergaderen, demonstreren Modern: YouTube, Wikipedia, webfora, teleconference, Second Life, multi-player games.

14 Virtuele sociale relatie: telepresentie 1.Copresence = gelijktijdige aanwezigheid in een afgebakende fysieke ruimte Klassieke definitie van sociale relatie gaat uit van conditie van copresence. 2.Telepresentie = gevoel aanwezig te zijn op verwijderde plaats van handeling Internet genereert tele-aanwezigheid: presence technology. 3.Mediarijkdom = informatieverwerkende capaciteit. Gebaseerd op 4 criteria [Daft/Lengel]  Snelheid van retour-informatie: feedback  Communiceren met meerdere signalen: lichaamstaal, geluid, tekst, beeld etc.  Gebruik van natuurlijke taal i.p.v. symbolen/getallen  Vermogen om direct gevoelens en emoties te uiten. Internet stelt ons in staat onszelf te presenteren tegenover veel mensen die anders onze presentie niet zouden ervaren.

15 Telepresence - Cisco

16 Sociale Aanwezigheid Social Presence (in education) Alexandra Pickett-Associate Director, SUNY Learning Network, Competencies for Online Teaching Success Social Presence Theory [0:48] Een heel kleine demonstratie van (het gevoel van) sociale aanwezigheid. Volgens de theorie van sociale aanwezigheid heeft elk medium dat voor communicatie wordt gebruikt een specifieke kwaliteit. Face-to-face communicatie genereert de hoogste sociale aanwezigheid, terwijl diverse vormen van computer-gemedieerde communicatie dat minder hebben. Video is de nieuwe standaard van internetcommunicatie geworden vanwege het niveau van sociale aanwezigheid dat het genereert.

17 Sociale Aanwezigheid nVooronderstelling (‘mediacapaciteit’) Media hebben verschillende mogelijkheden om communicatieve signalen over te dragen. nSociale aanwezigheid De mate waarin een medium interpersoonlijk contact mogelijk maakt  Gevoel van Nabijheid nCentrale hypothese Communicatiemedia verschillen in hun mate van sociale aanwezigheid en deze variaties zijn belangrijk voor wijze waarop individuen interacteren. nDimensies –Nabij Afstandelijk –Persoonlijk Onpersoonlijk –Warm Koud –Sensitief Insensitief –Gezellig Ongezellig

18 MediumRijkdom CommunicatieMediumMedium Rijkdom Face-to-face Telefoon Schriftelijk, persoonlijk (brieven, memo's) Schriftelijk, formeel (bulletins, documenten) Numeriek formeel (computer output) Hoogste Hoog Gemiddeld Laag Laagste Hoe minder communicatiekanalen beschikbaar zijn (bijvoorbeeld alleen audio versus audio plus video) des te beperkter is de capaciteit van het medium, en des te minder is het in staat om met onzekerheid en dubbelzinnigheid om te gaan. Mediacapaciteit neemt af van face- to-face naar teleconferencing, naar computergemedieerde tekstuele systemen zoals discussiefora en e- mail. Voor dubbelzinnige en complexe communicatietaken zijn face-to- face bijeenkomsten het meest geschikt. Voor ondubbelzinnige en eenvoudige taken kunnen slanke media zoals geschreven tekst worden gebruikt.

19 MediaCapaciteit: een geïntegreerde aanpak MediaCapaciteit = informatieverwerkende + communicatieve capaciteiten  Snelheid van communicatie over grote afstanden (laag bij f2f en gedrukt)  Interactiviteit: (1) meerzijdigheid in communicatieverkeer snelheid van retourinformatie; (2) mate van synchroniciteit; (3) mate van controle  Communiceren met meerdere signalen resp. meerdere kanalen: lichaamstaal, geluid, tekst, beeld, tast, geur.  Stimulusrijkdom.  Rijkdom van taal: gebruik van natuurlijke taal i.p.v. symbolen/getallen  Vermogen om direct gevoelens en emoties te uiten.  Bereik: klein bij f2f en gedrukt, groot bij omroep en nieuwe media.  Opslagcapaciteit: laag bij f2t en telefoon, hoger bij gedrukt en omroep, en hoog bij computernetwerken en nieuwe media.  Nauwkeurigheid: exactheid van overgedragen informatie  Selectiviteit: ongericht (folders, tv) of gericht (telefoon en 1-to-1 marketing)  Complexiteit: geschiktheid voor complexe en dubbelzinnige activiteiten  Privacy: bedreiging door verbinding van publieke en privésfeer

20 Gemeenschappen & Netwerken Interactienetwerken o.b.v. van elkaar aanvullende processen: nInsluiting Exclusieve onderlinge relaties van de interactiegroep nUitsluiting Discriminerende relaties tot niet-leden of buitenstaanders Lidmaatschap van gemeenschap manifesteert zich in: nFeitelijke participatie in de sociale interacties die typerend zijn voor betreffende gemeenschap. Men is lid in die mate dat men werkelijk deelneemt. nFeitelijke acceptatie binnen de sociale relaties: wie tot een gemeenschap behoort wordt door andere leden van die gemeenschap als gelijke geaccepteerd (‘referentiegroep’) William Lloyd Warner Leden van sociale gemeenschap hebben ‘intieme toegang tot elkaar’ en ‘intieme kennis van elkaar’.

21 Howard Rheingold: de pionier Rheingold [1993:5] definieerde virtuele gemeenschappen als “social aggregations that emerge from the Net when enough people carry on those public discussions long enough, with sufficient human feeling, to form webs of personal relationships in cyberspace”.

22 Ratio van Rheingold  Face-to-face ontmoeting is geen doorslaggevende voorwaarde voor gemeenschapsvorming.  Groep moet duurzaam op een specifieke (fysieke of virtuele) ruimte aanwezig zijn voordat er enige vorm van gemeenschap kan ontstaan.  Niet vasthouden aan de traditionele notie van gemeenschap: solidaire groepen van hecht verbonden buren die in een gemeenschappelijke geografische ruimte verkeren.

23 Definitie Online Gemeenschap nVersus nostalgisch beeld van gemeenschap  Hechte banden  Lokaal verankerd  Onderlinge solidariteit (‘warmte’)  Duurzaam: levenslang nVan virtuele gemeenschap is sprake 1.wanneer voldoende mensen regelmatig met elkaar interacteren (duurzaamheid van interactie) 2.wanneer er groepsspecifieke betekenissen ontstaan (gedeelde symbolische systemen) 3.wanneer er groepsspecifieke identiteiten ontstaan (groepsidentiteit) 4.wanneer er genormeerde relatiepatronen ontstaan (gedeelde waarden en gemeenschappelijke gedragsregels)

24 Argumentatie nMen moet in een gemeenschappelijke ruimte leven om deel te zijn van een gemeenschap. Maar deze ruimte hoeft niet per se in geografisch of fysiek opzicht afgebakend te zijn. nGemeenschap = netwerk van interpersoonlijke verbindingen die socialiteit, ondersteuning, een gevoel van verbondenheid (‘behoren bij’) en van sociale identiteit bieden en die niet per definitie beperkt zijn door geografische of fysieke grenzen.

25 Definiërende kenmerken van virtuele gemeenschap Gemeen- schappelijke publieke ruimte Duurzaamheid van lidmaatschap Duurzame interacties Wederzijdse erkenning als gelijke

26 Inbedding in afgebakende virtuele ruimte nKenmerkend voor virtuele gemeenschappen is niet: –hun gebrek aan lokale verankering  er zijn ook virtuele buurt- en straatgemeenschappen –hun vluchtigheid of losheid  er zijn ook duurzame en hechte virtuele gemeenschappen –hun gebrek aan gemeenschapsgevoel  er zijn ook hele ‘warme’ online gemeenschappen waar deelnemers elkaar ondersteunen nKenmerkend = hun inbedding in een afgebakende virtuele ruimte.

27 Stelling De vitaliteit van virtuele gemeenschappen bestaat in het vermogen om het gevoel van nabijheid te genereren.

28 Netwerken en aggregatieniveaus van sociaal handelen nNetwerk begrip zelf is allesbehalve eenduidig –Wordt vanuit diverse theoretische optieken gethematiseerd. –Onderzoeksobject zelf is aanzienlijk van karakter veranderd. –Revisie van netwerp-concept? nNiveaus van sociale handelingsintegratie –maatschappelijk –organisationeel –interactioneel

29 Niveaus van handelingsintegratie Niveaus van maatschappijanalyse SysteemniveauHandelingsniveau Maatschappelijk niveauOmvattend sociaal systeem en subsystemen Maatschappelijk handelen Organisationeel niveauOrganisaties en netwerken van organisaties Organisationeel handelen Interactioneel niveauDirecte sociale interactiesystemen: dyadische sociale relaties & netwerken : Interactioneel of rolhandelen

30 HandelingsIntegratie nInteractioneel integratieniveau omvat sociale handelin- gen (dus interacties & communicaties) die zich voltrekken in directe - fysieke of computergemedieerde - sociale aanwezigheid van actoren: face-to-face interactie. nInbedding van sociaal handelen in netwerken van persoonlijke relaties is dus slechts één - en niet op voorhand het belangrijkste - niveau van handelings- integratie.

31 Kracht van zwakke verbindingen Mensen krijgen hun baan of belangrijke info met hulp van personen die zij slechts oppervlakkig kennen. Geheim –Hoe dichter je bij iemand staat, des te dichter sta je bij de mensen die deze kent: sterke verbindingen zijn redundant. –Het zijn vaak de mensen die je het minst goed kent (waar je minder sterk mee verbonden bent) die hun invloed gebruiken om je naar nieuwe posities brengen of in contact brengen met mensen die je nog niet kent. It’s a small world  6 degrees of separation

32 Kracht van zwakke verbindingen nEyan Bakshy [Rethinking Information Diversity in Networks ] concludeert:Rethinking Information Diversity in Networks –hoewel we meer informatie delen met onze naaste vrienden, delen we ook veel informatie via onze zwakke connecties; –via deze links met onze zwakke connecties krijgen we de meeste nieuwe informatie. nMeest omvangrijke studie ooit: gebaseerd op de informatie van 253 miljoen actieve gebruikers van Facebook. nDeze schaal is ongehoord in academische sociologische studies. In technisch en praktisch opzicht een mijlpaal in de geschiedenis van de sociologie.

33 Conclusie = “The information we consume and share on Facebook is actually much more diverse in nature than conventional wisdom might suggest. We are exposed to and spread more information from our distant contacts than our close friends. Since these distant contacts tend to be different from us, the bulk of information we consume and share comes from people with different perspectives.” Zie ook  Matthew Gentzkow & Jesse M. Shapiro [2011] Ideological segregation online and offline rch/echo_chambers.pdf Notitie

34 Niveaus van netwerken 1.via mensen die je al goed kent 2.via sleutelfiguren - ‘hubs’ 3.via de kracht van zwakke verbindingen Zijn vrouwen minder goed in het benutten van de kracht van zwakke verbindingen? Feminiene voorkeur voor sterke verbindingen: warm, hecht, informeel, intiem, duurzaam. Netwerken

35 Remediatie van het Ik 1.Communicatievormen bepalen (mede) hoe we ons zelf presenteren en ervaren. 2.Carnavaleske maskerade van online identiteitsspel. 3.Remediatie van het ik: identiteit gestructureerd in & door het discours. 4.Twee paradigma’s over online identiteit.  als vlucht van of alternatief voor sociale werkelijkheid  als deel van de reeds bestaande sociale werkelijkheid 5.Geen epistemologische breuk tussen online en offline werkelijkheid.  virtuele werkelijkheid is geen onwerkelijkheid of niet-reëel  virtuele werkelijkheid is even reëel als magnetische velden

36 Identiteitsverrijking als probleem én uitdaging nGrensvervaging –Grens tussen digitaal geconstrueerde identiteit(en) en voorkomen in de lokale werkelijkheid kan vervagen. –Sommigen ervaren dit als probleem, anderen als uitdaging. nIdentiteit als lappendeken –Naast meerdere identiteiten in de lokale wereld, nu ook de onbegrensde mogelijkheden van de virtuele wereld. –Virtuele identiteit = normale conditie van ons dagelijks bestaan.


Download ppt "UvA InternetSociologie 13 februari 2013 dr. Albert Benschop Universiteit van Amsterdam www.sociosite.net Virtualiteit van sociale relaties Grondslagen."

Verwante presentaties


Ads door Google