De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

4.4.Doorstroom Scheikunde H 3. Planning Vandaag: –Punten toets –Theorie hoofdstuk 3 –Huiswerk maken.

Verwante presentaties


Presentatie over: "4.4.Doorstroom Scheikunde H 3. Planning Vandaag: –Punten toets –Theorie hoofdstuk 3 –Huiswerk maken."— Transcript van de presentatie:

1 4.4.Doorstroom Scheikunde H 3

2 Planning Vandaag: –Punten toets –Theorie hoofdstuk 3 –Huiswerk maken

3 Hoofdstuk 3.1 Oxidatie Oxidatie wordt in het algemeen gebruikt als een deeltje met zuurstof reageert Dit is erg beperkt Koper blijkt aan de lucht te oxideren tot koper(II)oxide –Koper staat elektronen af en zuurstof neemt ze op Bij koper en chloor is dat hetzelfde

4 3.2 de reductor Atomen die elektronen afstaan zijn voornamelijk metalen Een uitzondering is waterstof Stoffen die elektronen afstaan noemen we reductoren

5 De reductor Wanneer een reductor een elektron afstaat krijgt het een andere lading

6 voorbeelden Na (s)  Na + + e - Zn (s)  Zn e - Al (s)  Al e -

7 3.3 de oxidator Stoffen die bij reacties elektronen opnemen noemt men oxidatoren Dit zijn de niet-metalen De oxidator zal dan een andere lading krijgen

8 Voorbeeld oxidator Chloor neemt 1 elektron op dus: Chloor komt in de natuur alleen voor als Cl 2 Dus: Cl 2 (s) + 2e -  2Cl -

9 Begrippen Reductie is het opnemen van elektronen door een deeltje Oxideren is het afstaan van elektronen door een deeltje Een reductor is een stof die bij een reactie elektronen afstaat Een oxidator is een stof die bij een reactie elektronen opneemt Dus een oxidator reduceert En een reductor oxideert

10 Huiswerk Maak opdracht 1 t/m 6 van de meerkeuze vragen en opdracht 1 t/m 6 van de open vragen

11 4.4.Doorstroom Scheikunde H 3

12 Planning Huiswerk nakijken Herhaling Nieuwe theorie Huiswerk maken

13 Huiswerk Meerkeuze 1 t/m 6 1. C 2. A 3. A 4. D 5. A 6. A

14 Huiswerk 1.Na +, Ca 2+, Al 3+ 2.K (s) en Ba (s) 3.Opnemen: O 2 (g), S (s), Br 2 (l) Afstaan: Mg (s), Fe (s), Sn (s) Stikstof

15 6.

16 Herhaling: Begrippen Reductie is het opnemen van elektronen door een deeltje Oxideren is het afstaan van elektronen door een deeltje Een reductor is een stof die bij een reactie elektronen afstaat Een oxidator is een stof die bij een reactie elektronen opneemt Dus een oxidator reduceert En een reductor oxideert

17 3.4 oxiden Oxiden zijn verbindingen met zuurstof Oxiden kun je in 2 groepen onderscheiden: –Oxiden van metalen –Oxiden van niet-metalen

18 3.4.1 oxiden van metalen Het vormen van oxiden gaat niet altijd even makkelijk Hiervoor kan het periodiek systeem gebruikt worden

19 Groep 1 en 2 reageren het beste. –Bij verwarming heftige reactieverschijnselen Bijv steekvlam, harde knal, fel licht –Onedele metalen De overige metalen reageren minder fel Sommige reageren niet of nauwelijks met zuurstof –Edele metalen –Au, Ag, Pt

20 Spontane reactie De spontane reactie van metalen met zuurstof wordt oxidatie genoemd Deze reacties gaan bij normale temperatuur gewoon door

21 Reactieschema Metaal + zuurstof  metaaloxide Bijv: 2 Mg (s) + O 2 (g)  2 MgO (s) 4 K (s) + O 2 (g)  2 K 2 O (s) Let op!!: 2 Fe (s) + O 2 (g)  2 FeO (s) –Ijzer(II)oxide 4 Fe (s) + 3 O 2 (g)  2 Fe 2 O 3 (s) –Ijzer(III)oxide

22 Corrosie Wanneer oxidatie niet gewenst is Metalen zijn aangetast Metalen verliezen geheel of gedeeltelijk hun functie –Dof worden van aluminium –Zwart worden van zilveren sieraden –Groen uitslaan van koperen daken –Doorroesten van auto onderdelen

23 Roest Ijzer in water: Fe (s)  Fe 2+ (aq) + 2e - Roestvorming: Fe 2+  Fe 3+ + e - De elektronen die vrijkomen worden opgenomen door zuurstof uit water Zink voorkomt roest bij ijzer

24 Roest O 2- en Fe 3+ ionen vormen de vaste stof Fe 2 O 3 (roest) Bij roesten is altijd nodig: –Zuurstof –Water –metaal Zout werkt als katalysator en zorgt voor sneller roesten

25 3.4.2 Corrosiebescherming Om corrosie tegen te gaan worden verschillende manieren gebruikt: 1.Afsluitende deklaag aanbrengen Op metaal van niet-metallische aard Op metaal van metallische aard 2.Legeren 3.Kathodische bescherming

26 afsluitende deklaag op metalen van niet metallische aard Vetten en oliën –Machine onderdelen en gereedschap Bitumen –Aardolieproducten bij olietanks en leidingen Kunststoffen –Beschermen van gereedschappen

27 –Huishoudelijke voorwerpen Fosfaten –Auto-industrie Anodiseren –Oxide laagje bij aluminium en magnesium –huishoudelijke voorwerpen

28 afsluitende deklaag op metalen van metallische aard Metallische aard: metalen die zelf een corrosiehuid aan kunnen maken Thermische methode –Onderdompelen in vloeibaar zink, tin of lood Galvaniseren –Verzinken van metalen –Bij metalen die niet zo warm mogen worden

29 Legeren 2 metalen mengen Belangrijkste eigenschappen worden benadrukt Bijvoorbeeld: Staal in combinatie met chroom of nikkel (of combinatie hiervan) –Roestvrij staal

30 Kathodische bescherming Polijsten –Slijpen met bijv diamantpoeder of glaspoeder Ontvetten Beitsen –Voorwerpen onderdompelen in een zuur –Metaaloxiden worden verwijderd Stralen –Krachtige straal zand op voorwerp –Oneffenheden en verontreinigingen weg

31 3.4.4 Oxiden van niet-metalen Niet-metalen reageren ook met zuurstof maar niet spontaan Verbranding Groep 18 reageert niet met zuurstof Niet-metaal + zuurstof  niet-metaaloxide Oxiden van niet-metalen zijn slecht voor het milieu

32 telwoorden Mono  één Di  twee Tri  drie Tetra  vier Penta  vijf Hexa  zes Hepta  zeven Octa  acht Nona  negen Deca  tien

33 Huiswerk Lees paragraaf 3.4. door

34 4.4.Doorstroom Scheikunde H 3

35 Planning Herhaling Nieuwe theorie Huiswerk maken

36 Herhaling: Begrippen Reductie is het opnemen van elektronen door een deeltje Oxideren is het afstaan van elektronen door een deeltje Een reductor is een stof die bij een reactie elektronen afstaat Een oxidator is een stof die bij een reactie elektronen opneemt Dus een oxidator reduceert En een reductor oxideert

37 3.5 Redoxreacties Redox reductoroxidator staat af elektronenneemt op

38 Hoe herken je een redoxreactie Ladingen veranderen –Pb  Pb 2+ reductor –Cl 2  2 Cl - Oxidator Dit noemt men halfreacties! Elementen ontstaan of verdwijnen + 2e -

39 voorbeelden Pb (s) + Cl 2 (g)  PbCl 2 (s) Ca 2+ (aq) + CO 3 2- (aq)  CaCO 3 (s) 2H 2 (g) + O 2 (g)  2 H 2 O (l) 2 Ag 2 O (s)  4Ag (s) + O 2 (g) ladingsverschil Geen ladingsverschil en geen elementen verandering Geen ladingsverschil maar elementen verdwijnen Ladingsverschil en elementen ontstaan 1+ 2-

40 Halfreacties Al (s) H + (aq) + Cl - (aq) Al (s)  Al 3+ (aq) + 3e - Reductor (staat 3 e af) 2H + (aq) + 2e -  H 2 (g) oxidator

41 Halfreacties Al (s)  Al 3+ (aq) + 3e - x2 2H + (aq) + 2e -  H 2 (g)x3 Elektronen moeten gelijk worden!!! 2 Al (s)  2 Al 3+ (aq) + 6e - 6H + (aq) + 6e -  3H 2 (g)+ 2Al (s) + 6H + (aq)  2 Al 3+ (aq) + 3H 2 (g)

42 Voorbeeld Cu 2+ (aq) + 2 NO 3 2- (kopernitraat) Pb (s) Cu 2+ (aq) +2e -  Cu (s) Pb (s)  Pb 2+ (aq) +2e - + Cu 2+ (aq) + Pb (s)  Cu (s) + Pb 2+ (aq) Elektronen zijn al gelijk!

43 Tabel 48

44 Oxidatoren Reductors Sterkte van oxidatoren en reductors Wanneer reageren de stoffen met elkaar –De oxidator moet boven de reductor staan

45

46 Huiswerk Meerkeuze vragen: 8, 9, 11 t/m 18 Open vragen: 7 t/m 13 Als je klaar bent: –ga verder met vraag 14 t/m 21

47 4.4.Doorstroom Scheikunde H 3

48 Planning Huiswerk nakijken Herhaling Nieuwe theorie Huiswerk maken

49 Huiswerk nakijken 8. D 16. C 9. D17. C 11. A18. B 12. B 13. D 14. D 15. A

50 7. Het beschermende oxide laagje wordt verwijderd en dan kan de pan weer oxideren. Hierdoor ontstaat een nieuw oxide laagje maar de pan wordt dunner. 8.a. HgS (s) + Cu (s)  Hg (l) + CuS(s) b. Cu heeft elektronen afgestaan 9. ZnO (s) + C (s)  Zn (s) + CO (g) 10. CuO (s) + H 2 (g)  Cu (s) + H 2 O (l) 11.Fe 3 O 4 (s) + 4CO (g)  3Fe(s) + 4CO 2 (g)

51 12.a. Ca (s)  Ca e - 2H + + 2e -  H 2 (g) Totaal:Ca (s) + 2H +  Ca 2+ + H 2 (g) b. Na (s)  Na+ + e- 2H + + 2e -  H 2 (g) Totaal:2Na (s) + 2H +  2 Na + + H 2 (g) c.Al (s)  Al3+ + 3e- 2H + + 2e -  H 2 (g) Totaal:2Al (s) + 6 H +  2 Al 3+ 3H 2 (g) 13.a. waterstofgas b. Aansteken, je hoort dan een knal

52 3.6 elektrische cellen Bij de reactie van zink met een oplossing van koper(II)chloride wordt zink bedekt met een laagje koper Cu 2+ (aq) + 2e -  Cu (s) Zn (s)  Zn 2+ (aq) + 2e - Totaal: Cu 2+ (aq) + Zn(s)  Cu(s) + Zn 2+ (aq) Hierbij wordt stroom opgewekt wanneer er een geleidende stof stof aanwezig is

53 Cu 2+ (aq) + Zn(s)  Cu(s) + Zn 2+ (aq) Hierbij wordt stroom opgewekt wanneer er een geleidende stof stof aanwezig is Dit noemt men een cel

54 Een cel heeft een plus en min pool Cu 2+ (aq) + Zn(s)  Cu(s) + Zn 2+ (aq) Zink staat elektronen af dus is de – pool Koper neemt elektronen op dus is de + pool

55 3.7 Batterijen Wanneer een cel in een vast voorwerp zit noemen we dat een batterij Een batterij bestaat uit: –Oxidator –Reductor –Stroomgeleidende tussenstof (elektrolyt)

56 Batterij Er zijn verschillende soorten zoals: –Loodaccu Accu van auto’s –Zinkbatterij De batterij die we standaard kennen –Kwikcel Kleine batterijen voor bijv. pacemakers en hoorapparaten Heel slecht voor het milieu!!

57 3.8 Elektrolyse Reactie onder stroom https://www.youtube.com/watch?v=Vj1rkla _iU8https://www.youtube.com/watch?v=Vj1rkla _iU8 https://www.youtube.com/watch?v=1e8K6 oaH-p8https://www.youtube.com/watch?v=1e8K6 oaH-p8

58 Huiswerk Meerkeuze vragen: 22, 24, 26, 27 Open vragen: 14 t/m 24, 27

59 4.4.Doorstroom Scheikunde H 3

60 Planning Huiswerk nakijken Herhaling Vragen uurtje

61 Huiswerk nakijken 22. B 24. B 26. B 27. D 14. a. Ca b. Ca 2+ en Br Mg (s) + Cu 2+  Cu (s) + Mg 2+

62 16.a. Fe b. Pb 2+ c. Fe (s) + Pb 2+  Fe 2+ + Pb (s) 17.a. K b. Cl 2 c. 2K (s) + Cl 2 (g)  2KCl (s) 18. Het ijzer zal reageren met de H+ ionen van het zuur. Het zal dus gaan lekken 19.a. Cu b. Cl 2 c. Cu(s) + Cl 2 (g)  CuCl 2 (s)

63 20.a. Cu b. Hg 2+ c. Cu (s) + Hg 2+  Hg + Cu 2+ (s) d. Cu 2+ is opgelost in water blauw 21.a. Fe b. Cl 2 c. 2 Fe(s) + 3Cl 2 (g)  2 FeCl 3 (s) 22.a. Pb b a. Mg (s) + Zn2+  Mg2+ + Zn (s) b. Zn2+ c. 2

64 24.a. Cu b. Zn 2+ + Cl - c. Zn d. De blauwe kleur van de oplossing verdwijnt 27. a1. Zn(s)  Zn 2+ (aq) + 2e - a2. De zinkstaaf wordt steeds dunner b. De koperstaaf wordt steeds dikker c. Cu 2+ (aq) + 2e -  Cu (s) d. Het leidingwater zorgt voor de stroomgeleiding in de oplossing

65 Volgende week! Toets Hoofdstuk 3!!! Vandaag vragen uurtje!!!


Download ppt "4.4.Doorstroom Scheikunde H 3. Planning Vandaag: –Punten toets –Theorie hoofdstuk 3 –Huiswerk maken."

Verwante presentaties


Ads door Google