De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Klik nu op de titel van dia 2 om verder te gaan

Verwante presentaties


Presentatie over: "Klik nu op de titel van dia 2 om verder te gaan"— Transcript van de presentatie:

1 De knoppen onderin het scherm kun je gebruiken om diverse elementen weer te geven of te verbergen.
Klik nu op de titel van dia 2 om verder te gaan. Klik daarna telkens op dit scherm om verder te gaan Succes met leren! Hier links zie je een overzicht van alle dia’s met hun titels Als je naar de volgende (of een andere dia) wil klik je op de titel Klik nu nogmaals hier!! Hieronder zie je aantekeningen en mogelijk uitleg bij de dia’s Verder staan er regelmatig voorbeelden. Klik nogmaals hier!! KLIK HIER!!! In dit vak staan vaak aantekeningen, uitleg of notities. Het helpt bij het begrijpen van de stof. Lees het helemaal, vergeet eventueel niet door de scrollen. Met de schuifbalk aan de rechterkant van dit vak.

2 Reactievergelijkingen
Les in drie onderdelen Molecuulformules Reactievergelijkingen Zouten We zullen de komende lessen stilstaan bij deze drie onderdelen. Aansluitend volgt een combinatieopdracht van deze drie onderdelen.

3 Onderdeel 1: molecuulformules
Op de achtergrond zie je een stukje van een model van menselijk DNA. Het erfelijke materiaal in de celkernen. Deze lessenserie gaat over moleculen en reacties. Aan het einde van deze serie moet je in staat zijn om de volgende leerdoelen te beheersen Algemene leerdoelen Van stoffen molecuulformules op kunnen stellen Kloppende reactievergelijkingen in molecuulformules kunnen opstellen Formules van zouten kunnen opstellen Verder zul je de betekenis moeten kennen van de volgende begrippen: Molecuul Periodiek systeem Atoom Coëfficiënt Index Reactie Neerslagreactie Zouten Ionen Samengestelde ionen De betekenis van deze begrippen kun je eventueel opzoeken in de begrippenlijst (http://www.aphelder.nl/scheikunde/begrippenlijst.htm) Over deze serie wordt een overhoring gegeven. Deze telt 1 keer. Omdat het boek niet goed voorziet in leerstof hierover kun je alles (online) bekijken via Kijk dan bij lessen-scheikunde.

4 Onderdeel 1: Molecuulformules
Inhoud onderdeel 1 Noodzaak Herhaling vorig jaar Uitleg moleculen Voorbeelden Opdrachten maken Dit zijn de punten die ik behandel in het eerste onderdeel. Elk onderdeel wordt afgesloten met een serie opdrachten die natuurlijk ook weer nagekeken worden. Onderdeel 1: Molecuulformules

5 Noodzaak Goede Basis Uitgangspunt boek derde klas
Hst 6 niet helemaal af Waarom doen we dit op deze manier?? Omdat vorige jaar door tijdgebrek hoofdstuk 6 niet behandeld is, is er een kleine een ‘achterstand’ ontstaan. De schrijvers van het vierde klas boek gaan ervan uit dat de leerlingen alle lesstof beheersen uit de derde klas. Vandaar deze extra lessenserie voordat we aan het echte boek beginnen.

6 Onderdeel 1: Molecuulformules
Herhaling vorig jaar Elementen of atoomsoorten (binas) in het Periodiek Systeem Verbinding Niet-ontleedbare stof Scheiden Ontleden Metalen fasen Je moet van al deze begrippen de betekenis al kennen. Deze zijn in de derde klas behandeld. Wanneer je de betekenis niet kent kun je eventueel kijken op de begrippenlijst (http://www.aphelder.nl/scheikunde/begrippenlijst.htm) Wat betreft het periodiek systeem: er staat in Binas ook een periodiek systeem. Binas mag je trouwens met toetsen erbij gebruiken. Onderdeel 1: Molecuulformules

7 Onderdeel 1: Molecuulformules
Uitleg moleculen Opgebouwd uit atomen Verschillende atomen  ontleedbaar Zelfde atomen  niet-ontleedbaar Aantal atomen zeer belangrijk Index en coëfficiënt De bouwstenen van de moleculen zijn de atomen. Van deze atomen zijn er zo’n 100 soorten. Deze staan in het Periodiek Systeem. Je hoeft niet van alle soorten de afkorting te kennen. Wel is het handige om de belangrijkste uit je hooft te kennen (H, C, O, N, S, P, Cl, Ag, Na enz…) Je kunt deze eventueel opzoeken in Binas. Wanneer de moleculen van een stof bestaan uit verschillende soorten atomen is deze stof ontleedbaar. Wanneer de moleculen van een stof bestaan uit dezelfde atoomsoort, dan is deze stof niet-ontleedbaar. Voorbeelden van deze stoffen zijn: Zuurstof, Broom, Chloor, Stiktof, Natrium enz. Het aantal atomen in een molecuul is heel belangrijk. Een molecuul met een ander aantal atomen is ook een andere stof. De begrippen index en Coëfficiënt komen aan de orde bij de uitleg. De index is het aantal moleculen. Dit getal staat voor de molecuulformule. De coëfficiënt is het aantal atomen in een molecuul. Dit getal ‘hangt onder’ het symbool. (zie voorbeeld dia 7) Onderdeel 1: Molecuulformules

8 Onderdeel 1: Molecuulformules
Voorbeelden Vier Water moleculen Verbinding waterstof en zuurstof-atomen H,O (l) (kommaformule) H2O (l) (molecuulformule) Twee atomen waterstof en één atoom zuurstof Hoe weet je nou in welke volgorde je de symbolen moet zetten? Dit is in ieder geval géén alfabetische volgorde. Het is vooral een kwestie van ervaring en inzicht. Een mogelijk hulpmiddel van zijn: Volgorde van elementen in een molecuulformule: Metalen C H N S O Deze bovenstaande 6 omvatten verreweg de meeste moleculen. Voor alle andere moleculen zul je moeten vertrouwen op inzicht. De coëfficient is het getal dat voor de molecuulformule staat. Het getal geeft weer in welke verhouding de stoffen met elkaar reageren. De index geeft weer hoeveel atomen van één soort het molecuul bevat. 4 H2O Geen index coëfficient Index Onderdeel 1: Molecuulformules

9 Onderdeel 1: Molecuulformules
Voorbeelden drie Koolstofdioxide-moleculen Verbinding zuurstof en waterstof C,O (g) (kommaformule) CO2 (g) (molecuulformule) Één atoom koolstof en twee atomen zuurstof In moleculaire stoffen (verbindingen zonder metalen!) komen de voglende ‘getallen’ voor. Deze staan altijd vóór het element. En geven aan hoeveel atomen van een bepaald atoomsoort in het molecuul zitten. Deze moet je uit je hoofd kennen. Mono = 1 Di = 2 Tri = 3 Terta = 4 Penta = 5 Zie ook voorbeeld dia 10 3 CO2 coëfficient Index Onderdeel 1: Molecuulformules

10 Onderdeel 1: Molecuulformules
Voorbeelden Een molecuul methaan (hoofdbestanddeel aardgas) Verbinding van koolstof en waterstof C,H(g) (kommaformule) CH4(g) (molecuulformule) Één atoom koolstof en 4 atomen waterstof De formules van methaan moet je uit je hoofd kennen. CH4 Coëfficient?? Index Onderdeel 1: Molecuulformules

11 8 P2O5 Voorbeelden 8 moleculen Difosforpentaoxide
Verbinding van fosfor en zuurstof P,O(s) (kommaformule) P2O5 (s) (molecuulformule) Twee fosfor-atomen en vijf zuurstof atomen In moleculaire stoffen (verbindingen zonder metalen!) komen de volgende ‘getallen’ voor. Deze staan altijd vóór het element. En geven aan hoeveel atomen van een bepaald atoomsoort in het molecuul zitten. Deze moet je uit je hoofd kennen. Mono = 1 Di = 2 Tri = 3 Terta = 4 Penta = 5 In dit voorbeeld staat ‘di’ vóór fosfor. Dat betekent dat er twee atomen fosfor in het molecuul zitten. Zo weet je dus direct de index voor P. In dit voorbeeld staat ‘penta’ vóór zuurstof. Dat betekent dat er vijf atomen zuurstof in het molecuul zitten. Zo weet je dus direct de index voor O. 8 P2O5 coëfficient Index

12 Onderdeel 1: Molecuulformules
Moleculen als model Alcohol Verbinding van Waterstof (witte bolletjes) Koolstof (zwarte bolletjes) Zuurstof (rode bolletjes) 4 C2H6O betekent hier dat er vier alcohol moleculen zijn. Elk molecuul bevat twee atomen kooltof (C), zes atomen waterstof (H) en één atoom zuurstfof (O). Om moleculen weer te geven in plaatjes of medellen bestaan Er zijn zeer veel verschillende modellen. Dit zijn allemaal voorstellingen van de werkelijkheid. Er zijn altijd echt altijd dingen die niet werkelijk zo ook zijn. Atomen hebben bijvoorbeeld géén kleur. Het plaatje dat je hier ziet is een bekend model. In de volgende dia zie je nog andere mogelijk modellen. 4 C2H6O (l) Onderdeel 1: Molecuulformules

13 Onderdeel 1: Molecuulformules
Moleculen als model Een aantal voorbeelden over hoe een voorstellen gemaakt kan worden van hoe moleculen eruit zien. Zie ook de vorige dia. Onderdeel 1: Molecuulformules

14 Opdrachten maken Zie stencil (bladzijde 1)
Klik hier om de opdrachten te downloaden Van onderdeel 1 worden een aantal opdrachten gemaakt. Deze zal ik de volgende les bespreken. Voor deze opdrachten zie het papier dat ik uitgedeeld heb of download het eventueel door op het word-icoontje te klikken Wanneer we de vragen in de les besproken hebben zijn de antwoorden hier te downloaden. Onderdeel 1: Molecuulformules

15 Onderdeel 2: reactievergelijkingen
Van komma naar getal Onderdeel 2: reactievergelijkingen In de derde klas heb je gewerkt met reactievergelijkingen in woorden en symbolen. Tot nu toe waren die symbolen alleen in komma-notatie. Vanaf deze les wordt deze komma-notatie vervangen door de notatie met molecuulformules. De reactievergelijkingen in woorden moet je nog steeds kunnen opstellen.

16 Onderdeel 2: reactievergelijkingen
Inhoud onderdeel 2 Nieuwe stoffen maken Herhaling vorig jaar Uitleg reactievergelijkingen stappenplan Opdrachten… veel opdrachten De inhoud van onderdeel 2. Met dit onderdeel zal het vooral het stappenplan belangrijk zijn. Verder moet je met het maken van reactievergelijkingen gewoon heel veel oefenen en nog eens oefenen. Dat is de beste manier om dit te leren. Onderdeel 2: reactievergelijkingen

17 Onderdeel 2: reactievergelijkingen
Herhaling vorig jaar Chemische reactie is een proces waarbij stoffen verdwijnen en nieuwe stoffen ontstaan. Voor de pijl beginsstoffen Na de pijl eindstoffen Totale massa vóór en ná de reactie gelijk Één beginstof is een ontleding Fasen tussen haakjes Het eerste punt moet je vooral weten. Als je dit vergeten was heb je een achterstand opgelopen die je snel zal moeten gaan inhalen. Het vierde punt bevat eignelijk de wet van behoud van massa. Deze heb ik vorig jaar uitvoerig behandeld. Ken je nog de drie fasen-aanduidingen? Vast (s) Vloeibaar (l) Gasvormig (g) Onderdeel 2: reactievergelijkingen

18 Onderdeel 2: reactievergelijkingen
Herhaling vorig jaar Fasen Vast (s) Vloeibaar (l) Gasvormig (g) In woorden en symbolen Voorbeeld Water (vloeibaar)  zuurstof (gas) + waterstof (gas) H,O(l) O(g) + H(g) Om een reactievergelijking in formules op te kunnen stellen moet je natuurlijk weten met welke stoffen je te maken hebt. Eén manier om daar achter te komen is gewoon naar de naam van de stof te kijken. Deze naam vertelt altijd wel met welke moleculen je te maken hebt. Een fout die snel gemaakt wordt is dat leerlingen vaak voor de vloeibare fase een ‘v’ invullen. Dat is niet nodig. Onderdeel 2: reactievergelijkingen

19 Stappenplan reactievergelijking
Stel het reactieschema in woorden op Maak het reactieschema met formules Maak het reactieschema met formules kloppend Controleer of de reactievergelijking kloppend is. Dit stappenplan is allene bedoeld om je een beetje op weg te helpen. Je zult merken dat als je dit een paar keer gedaan hebt, het allemaal vanzelf loopt. het gaat natuurlijk niet om het stappenplan op zich maar om het gebruik daarvan (zie één van de leerdoelen op dia 1). Onderdeel 2: reactievergelijkingen

20 Onderdeel 2: reactievergelijkingen
Uitleg kloppend maken Reacties vanaf nu met molecuulformules Reacties worden kloppend gemaakt Aantal atomen voor en na de pijl van één atoomsoort gelijk Totaal aantal atomen voor en na de pijl gelijk Kloppend maken? Hoe gaat dat? uitleg drie voorbeelden In een reactieschema met formules moeten links en rechts van de pijl evenveel atomen staan. Dit moet je doen door voor de formules getallen te plaatsen. Hoe je dat doet zie je hieronder. De formules zelf mag je nooit veranderen.!!!!!!! Een andere formule stelt immers een andere stof voor. Het wordt dan eigenlijk een kwestie van een beeje puzzelen. Voorbeeld: De verbranding van waterstof H2(g) + O2(g)  H2O (l) Stap 1: O-atomen: vóór de reactie 2, na reactie 1 Zet voor H2O(l) een 2. Stap 2: het reactieschema in formules wordt dan: H2(g) + O2(g)  2 H2O(l) Stap 3: H-atomen: Vóór reactie 2, na reactie 4. Zet voor H2(g) een 2 Het reactieschema in formule wordt nu: 2H2(g) + O2(g)  2 H2O(l) Stap 4: controle : voor reactie 4 H en 2 O Na reactie 4 H en 2 O. Klopt Onderdeel 2: reactievergelijkingen

21 Voorbeeld 1 kloppend maken
___Mg(s) + ___O2 (s)  ___MgO(s) Aan de molecuulformules mag je niets veranderen Aantal atomen van één soort moeten voor en na de pijl gelijk zijn. 2 2 Welke getallen horen op de plek van de streepjes te staan, zodat de reactievergelijking klopt? Probeer het stappenplan van dia 18 hierbij toe te passen., Wanneer er volgens de regels het getal 1 voor een molecuulformule zou moeten staan laten we gewoon weg. O2 betekent immers gewoon al één molecuul zuurstof. Getal 1 wordt niet genoteerd Onderdeel 2: reactievergelijkingen

22 Voorbeeld 2 kloppend maken
3 2 2 ___C2H4 (g) + ___O2(g)  ___CO2(g) + ___H2O(g) Getal 1 wordt niet genoteerd Deze is wat lastiger. Probeer er eerst zelf uit te komen voordat je verder gaat klikken. Vraagje tussendoor: waarom is hier sprake van volledige verbranding? Aan de molecuulformules mag je niets veranderen Aantal atomen van één soort moeten voor en na de pijl gelijk zijn. Onderdeel 2: reactievergelijkingen

23 Voorbeeld 3 kloppend maken
__FeO(s) + __Al(s)  __Fe(s) + __Al2O3(s) 3 2 3 Getal 1 wordt niet genoteerd Klik niet meteen door om het goede antwoord te zien. Wanneer je zelf oefent, leert je het best. Aan de molecuulformules mag je niets veranderen Aantal atomen van één soort moeten voor en na de pijl gelijk zijn. Onderdeel 2: reactievergelijkingen

24 Opdrachten Gewoon veel oefenen! Zie stencil bladzijde 2
Klik hier om de opdrachten te downloaden Veel oefenen is de beste manier om dit onderdeel te leren. Dit is één van de belangrijkste onderdelen van het examenprogramma, dus zet ‘m op! Wanneer we de vragen in de les besproken hebben zijn de antwoorden hier te downloaden. Onderdeel 2: reactievergelijkingen

25 Onderdeel 2: reactievergelijkingen
Handige rijtjes element Molecuulformule Waterstof H2 Zuurstof O2 Stikstof N2 Fluor F2 Chloor Cl2 Broom Br2 jood I2 -ide omschrijving chloride Cl Verbinding met chloor oxide O Verbinding met zuurstof sulfide S Verbinding met zwavel Fluoride F Verbinding met fluor Bromide Br Verbinding met Broom jodide I Verbinding met Jood Deze dia kan een goed hulpmiddel zijn bij het maken van de opdrachten van alle onderdelen. Deze twee tabellen moet je uit je hoofd kennen. De linker tabel geeft een overzicht van moleculen de uit twee dezelfde atomen bestaan. (zijn deze moleculen ontleedbaar of niet-ontleedbaar??) De rechter tabel geeft een overzicht van namen van stoffen die eindigen op –ide. Een voorbeeld van zo’n stof is natriumoxide. Met deze tabel weet je dus dat dit een verbinding is van natrium met zuurstof. Onderdeel 2: reactievergelijkingen

26 Van komma naar getal onderdeel 3: zouten
Voor het begrijpen van onderdeel drie is het van groot belang dat je onderdeel 1 en 2 geod beheerst. Ga niet verder met leren van onderdeel 3 voordat je onderdeel 1 en 2 beheerst.

27 Inhoud les 3 Begrip ‘zouten’ Voorbeelden Reactie’s (demonstratie)
Reactie’s (Binas) Reactie’s (opschrijven) Practicum??? Opdrachten maken Dit zijn de punten die aan bod komen voor onderdeel 3 Onderdeel 3: zouten

28 demonstratie Elektrolyse koperchloride oplossing Voorraad zouten
Neerslagreacties met lood Er bestaan zeer veel verschillende zouten. Bijna alle combinaties zijn wel mogelijk. Zeker als je bedenkt dat er al een groot aantal metalen zijn is het aantal zouten ook zeer groot. In de les is er aandacht voor een aantal zouten. Aan bod komen de stofeigenschappen van zouten, geleidbaarheid van elektrische stroom en de zogenaamde neerslagreacties. Bij deze reacties worden twee (of meer) oplossingen van verschillende zouten bij elkaar gevoegd. Daarbij ontstaat een neerslag (zoek maar op in de begrippenlijst als je niet weet wat een neerslag is) Onderdeel 3: zouten

29 zouten Een zout is een verbinding van een metaal en een (aantal) niet-metalen. Bestaan uit ionen (geladen deeltjes) Hoog smeltpunt Vaste zouten geleiden geen elektrische stroom Vloeibare (gesmolten) zouten geleiden wel elektrische stroom Opgeloste zouten geleiden wel elektrische stroom Het eerste punt is de definitie van een zout. Lees hier niet te snel zomaar overheen, zonder het op je in te laten werken zodat je het begrijpt. De laatste 4 punten zijn stofeigenschappen van zouten. Daar kun je zouten dus aan herkennen. Onderdeel 3: zouten

30 Keukenzout Bekendste zout Natriumchloride
Bestaat uit natriumdeeltjes die we natriumionen noemen en chloordeeltjes die we chloorionen noemen. Ionen zijn gerangschikt in een ionrooster Dit plaatje dient om te illustreren hoe een zout is opgebouwd en hoe die ionen dan gerangschikt zijn. Dit is overigens bij veel zouten op een andere manier. Het begrip ionrooster moet je kennen. Onderdeel 3: zouten

31 Ca2+ K+ Na+ Ag+ Fe2+ Cu2+ Fe3+ Al3+ Positieve Ionen
Metaal ionen zijn positief geladen Notatie van lading bij het symbool Lading 1+, 2+ of 3+ (4+) Ca2+ K+ Na+ Ag+ Alle metaal-ionen hebben een positieve lading. (zie ook BINAS) Voor de studiepikkies: de positieve lading ontstaat doordat er een tekort is aan elektronen. (elektronen hebben een negatieve lading, een molecuul is altijd netraal, wanneer er negatieve lading weggaat in de vorm van elektronen, blijft er positieve lading over. Het is dus een vorm van evenwicht) Fe2+ Cu2+ Fe3+ Al3+ Onderdeel 3: zouten

32 O2- Br- Cl- I- Negatieve ionen
Ionen van niet-metalen zijn negatief geladen Lading 1- , 2- of 3- O2- Br- Cl- De halogenen hebben vergelijkbare eigenschappen. De ionen van halogenen hebben een lading van 1-. I- Onderdeel 3: zouten

33 Bijzondere ionen Waterstof (H+) Hydroxide (OH-)
Zure oplossing Komt voor in zoutzuur, citrioenzuur, zwavelzuur enz. Hydroxide (OH-) Basische oplossing Komt voor in natronloog, kaliloog, calciumhydroxideoplossing Aan de orde in hoofdstuk 7 (eerste hoofdstuk) Deze ionen gaan we nu niet uitgebreid behandelen. Na het afwerken van deze introductie zullen we beginnen aan hoofdstuk 7. Daarin komen deze bijzondere ionen veel aan bod. Onderdeel 3: zouten

34 Samengestelde ionen Ionen die uit verschillende elementen bestaan.
Worden gezien als één deeltje Voorbeelden Sulfaat (SO42-) Carbonaat (CO32-) Nitraat (NO3-) Onderdeel 3: zouten

35 Leer deze uit je hoofd!!! Ionen op een rij Positief negatief Na+
Natrium-ion Cl- chloride-ion K+ Kalium-ion Br- Bromide-ion Ag+ Zilver-ion I- Jodide-ion Mg2+ Magnesium-ion S2- Sulfide-ion Al3+ Aluminium-ion O2- Zuurstof-ion Ca2+ Calcium-ion NO3- Nitriaat-ion Fe2+ of Fe3+ Ijzer(II)ion of ijzer(III)ion SO42- Sulfaat-ion Zn2+ Zink-ion CO32- Carbonaat-ion Cu2+ Koper-ion OH- Hydroxide-ion Ba2+ Barium-ion PO43- Fosfaat-ion Hg+ of Hg2+ Kwik(I)-ion of kwik(II)-ion SO32- Sulfiet-ion Pb2+ Lood-ion NH4+ Ammonium-ion H+ Waterstof-ion Je duizelt nu misschien wel een beetje van alle ionen. Het is zeer aan te raden om deze tabel uit je hoofd te leren. Hij staat ook in binas maar mijn ervaring (en die van vele leerlingen voor jou) is dat het echt heel erg helpt. Ionen worden veel gevraagd in examens. Leer deze uit je hoofd!!!

36 Formule van calciumchloride
Calciumionen Chloride-ionen Ca2+ Cl- Ca2+Cl- CaCl2 Welke ionen? Welke lading? Verhouding van ionen? Totaal neutraal

37 Binas tabel Een zout heeft totaal een neutrale lading
Overzicht van belangrijkste ionen Oplosbaarheid van zouten Een zout heeft totaal een neutrale lading Onderdeel 3: zouten

38 Formules van zouten opstellen
Zoutformules maken Voorbeeld: De formule van magnesiumchloride 1 Noteer de naam van het zout. Naam: magnesiumchloride 2 Zet de ionen in symbolen. In symbolen: Mg2+Cl 3 Zet de verhouding van de ionen in het zout eronder. De totale lading moet nul zijn. Verhouding: 1 : 2 4 Noteer de verhoudingsformule. Zet de ionen tussen haakjes. De aantallen in de verhoudingsformule schrijf je rechtsonder. Verhoudingsformule: (Mg2+)1(Cl)2 5 Laat het cijfer 1 weg. Kijk of de haakjes nodig zijn. Deze zijn eventueel alleen nodig bij samengestelde ionen. Vereenvoudigen: Mg2+(Cl)2 Haakje bij Mg2+ kan weg. 6 Schrijf de formule zonder ladingen. Zonder ladingen: MgCl2

39 Nog een voorbeeld Voorbeeld: De formule van aluminiumoxide 1 2 3 4 5 6
Zoutformules maken Voorbeeld: De formule van aluminiumoxide 1 Noteer de naam van het zout. Naam: aluminiumoxide 2 Zet de ionen in symbolen. In symbolen: Al3+O2- 3 Zet de verhouding van de ionen in het zout eronder. De totale lading moet nul zijn. Verhouding: 2 : 3 4 Noteer de verhoudingsformule. Zet de ionen tussen haakjes. De aantallen in de verhoudingsformule schrijf je rechtsonder. Verhoudingsformule: (Al3+)2(O2-)3 5 Laat het cijfer 1 weg. Kijk of de haakjes nodig zijn. Deze zijn eventueel alleen nodig bij samengestelde ionen Vereenvoudigen: Al3+2O2-3 Haakjes kunnen weg. 6 Schrijf de formule zonder ladingen. Zonder ladingen: Al2O3

40 Opdrachten Leren door te doen Zie stencil bladzijde 3
Klik hier om de opdrachten te downloaden Wanneer we de vragen in de les besproken hebben zijn de antwoorden hier te downloaden. Onderdeel 2: reactievergelijkingen

41 onderdeel 4 vragen stellen en gemengde opdrachten
Van komma naar getal onderdeel 4 vragen stellen en gemengde opdrachten

42 Opdrachten Leren door te doen Zie stencil
Klik hier om de opdrachten te downloaden Wanneer we de vragen in de les besproken hebben zijn de antwoorden hier te downloaden. Onderdeel 2: reactievergelijkingen


Download ppt "Klik nu op de titel van dia 2 om verder te gaan"

Verwante presentaties


Ads door Google