De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

12-7-20141 Warmtebronnen  Als je iets wil verwarmen heb je een warmtebron nodig.  Een warmtebron levert warmte.

Verwante presentaties


Presentatie over: "12-7-20141 Warmtebronnen  Als je iets wil verwarmen heb je een warmtebron nodig.  Een warmtebron levert warmte."— Transcript van de presentatie:

1 Warmtebronnen  Als je iets wil verwarmen heb je een warmtebron nodig.  Een warmtebron levert warmte

2 Voorbeelden warmtebronnen  Cv-ketel  Gasfornuis  Strijkijzer  Koffiezetapparaat

3 Warmtebronnen verbruiken:  Chemische energie of  Elektrische energie

4 Chemische energie  Dit is de energie die in brandstoffen zit

5 Voorbeelden van brandstoffen (chemische energie)  Gas  Olie  Kolen  Hout

6 Elektrische energie wordt geleverd door bijvoorbeeld:  Stopcontact  Batterij  Accu  Dynamo  zonnecel

7 Gasverbruik  Het gasverbruik in huis wordt gemeten door de gasmeter.  De gasmeter zit in de meterkast.

8 De cv-installatie

9 De cv-installatie

10 De cv-installatie  Warmtewisselaar  Pomp  Expansievat  Radiatoren

11 Verbranding in cv-ketel  Ethaan wordt als aardgas voornamelijk gebruikt voor verwarming door verbranding.  Ethaan is onder normale omstandigheden een kleur- en reukloos gas. Het is naast methaan een bestandeel van aardgas. methaanaardgasmethaanaardgas  Het verbrandt onder ideale omstandigheden met zuurstof tot kooldioxide en water. zuurstofkooldioxidewater zuurstofkooldioxidewater  2 C2H6 + 7 O2 → 4 CO2 + 6 H2O

12 Bij verbranding van gas ontstaan verbrandingsgassen.  Waterdamp (H 2 O)  Koolstofdioxide (CO 2 )

13 Aantonen waterdamp  Laten condenseren

14 Aantonen koolstofdioxide  Met kalkwater  Kalkwater is helder, maar wordt troebel als er koolstofdioxide bijkomt

15 Volledige verbranding aardgas  Bij volledige verbranding ontstaat alleen waterdamp en koolstofdioxide.  Deze gassen zijn ongevaarlijk.

16 Onvolledige verbranding  Bij een onvolledige verbranding wordt er niet genoeg zuurstof (O 2 ) toegevoerd.  In dat geval ontstaat er geen koolstofdioxide, maar roet en koolstofmono-oxide (CO).

17 Koolstofmono-oxide  koolstofmono-oxide wordt ook wel koolmonoxide of kolendamp genoemd.  koolstofmono-oxide kun je niet zien of ruiken.  koolstofmono-oxide is een zeer giftig gas.

18 Warmte transport  Door geleiding  Door stroming  Door straling

19 Geleiding  Bij geleiding verplaatst de warmte zich door een stof. Bijvoorbeeld het staal van een radiator.

20 Goede warmtegeleiders  Alle metalen, zoals:  Aluminium  IJzer  Koper

21 Slechte warmtegeleiders  Vloeistoffen  Gassen  Kunststoffen  Hout

22 Stroming  Bij stroming verplaatst de warmte zich samen met de stof (bijvoorbeeld lucht of water).  De warmte verplaatst zich altijd van de plaats met de hoogst temperatuur naar de plaats met de laagste temperatuur.

23 Stroming in lucht  Als lucht warm wordt, zet de lucht uit.  De warme lucht wordt daardoor lichter.  De “lichte” warme lucht stijgt omhoog.

24 Straling  Bij straling verplaatst de warmte zich zonder tussenstof.  De zon straalt in alle richtingen licht uit. Het zonlicht vervoert zo de warmte van de zon naar de aarde. Dit is straling.

25 Uitzenden en absorberen  Een voorwerp kan warmte afstaan door straling uit te zenden.  Een voorwerp kan warmte opnemen door straling te absorberen.

26 Uitzenden en absorberen Straling  Lichte, glanzende voorwerpen absorberen maar weinig warmte: het grootste deel van straling wordt teruggekaatst.  Donkere, doffe voorwerpen absorberen veel warmte.


Download ppt "12-7-20141 Warmtebronnen  Als je iets wil verwarmen heb je een warmtebron nodig.  Een warmtebron levert warmte."

Verwante presentaties


Ads door Google