De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Sing-in: Opwekking 32 (2x) 1 Dit is de dag, dit is de dag, die de Heer ons geeft, die de Heer ons geeft. Wees daarom blij, wees daarom blij en zingt verheugd,

Verwante presentaties


Presentatie over: "Sing-in: Opwekking 32 (2x) 1 Dit is de dag, dit is de dag, die de Heer ons geeft, die de Heer ons geeft. Wees daarom blij, wees daarom blij en zingt verheugd,"— Transcript van de presentatie:

1 Sing-in: Opwekking 32 (2x) 1 Dit is de dag, dit is de dag, die de Heer ons geeft, die de Heer ons geeft. Wees daarom blij, wees daarom blij en zingt verheugd, en zingt verheugd. Dit is de dag die de Heer ons geeft. Wees daarom blij en zingt verheugd. Dit is de dag, dit is de dag, die de Heer ons geeft.

2 Sing-in: Opwekking Stil, mijn ziel, wees stil en wees niet bang voor de onzekerheid van morgen. God omgeeft je steeds, Hij is erbij in je beproevingen en zorgen.

3 Sing-in: Opwekking Refrein: God, U bent mijn God en ik vertrouw op U en zal niet wank’len. Vredevorst, vernieuw een vaste geest binnenin mij, die rust in U alleen.

4 Sing-in: Opwekking Stil, mijn ziel, wees stil en dwaal niet af; dwars door het dal zal Hij je leiden. Stil, vertrouw op Hem en hef je schild tegen de pijlen van verleiding.

5 Sing-in: Opwekking Refrein: God, U bent mijn God en ik vertrouw op U en zal niet wank’len. Vredevorst, vernieuw een vaste geest binnenin mij, die rust in U alleen.

6 Sing-in: Opwekking Stil, mijn ziel, wees stil en laat nooit los de waarheid die je steeds omarmd heeft. Wacht, wacht op de Heer; de zwartste nacht verdwijnt wanneer het daglicht doorbreekt.

7 Sing-in: Opwekking Refrein (2x): God, U bent mijn God en ik vertrouw op U en zal niet wank’len. Vredevorst, vernieuw een vaste geest binnenin mij, die rust in U alleen.

8 Sing-in: kinderlied “Gods volk wordt uitgeleid” (2x) 8 Gods volk wordt uitgeleid, zij gaan met vreugde voort en de bergen en de heuv’len juichen rondom haar. Alles zingt erbij, zelfs de bomen zijn blij en zij klappen voor hun God. En de bomen in het veld zullen klappen voor Hem, en de bomen in het veld zullen klappen voor Hem, en wij gaan vrolijk voort.

9 Sing-in: Opwekking 430 (2x) 9 Heer, ik prijs uw grote naam, heel mijn hart wil ik U geven, want U bent de weg gegaan, die mij redding bracht en leven. U daalde neer van uw troon om mens te zijn, van de stal naar het kruis droeg U mijn pijn. Van het kruis naar het graf, uit het graf weer opgestaan. Heer, ik prijs uw grote naam.

10 Zondag 6 januari Psalm 122 : 1, 2 Psalm 84 : 1, 2, 3 Psalm 25 : 3, 6 Psalm 116 : 1, 2, 6, 8 Gezang 328 Gezang 20 : 1, 2, 7 Genesis 4, Handelingen 2 : 21 en 24 (HSV)

11 11 Welkom in deze ochtenddienst Voorganger:Ds. B. Witzier

12 Welkom en mededelingen

13 Hoe sprong mijn hart hoog op in mij, toen men mij zeide: “Gord u aan om naar des HEREN huis te gaan! Kom ga met ons en doe als wij!" Jeruzalem, dat ik bemin, wij treden uwe poorten in, u, Godsstad, mogen wij ontmoeten! Jeruzalem, van ver aanschouwd, wel saamgevoegd en welgebouwd, o schone stede, die wij groeten. 13 Psalm 122 : 1, 2

14 Hoe zijn de stammen opgegaan! Hier gingen ons de voeten voor der pelgrims, die de HEER verkoor, hier, waar uw heilge muren staan! Jeruzalem, dat ik bemin, wij treden uwe poorten in naar 's HEREN woord, om zijns naams ere! Zo is het Israël gezegd: hier zijn de zetels van het recht, de troon waar David zal regeren! 14 Psalm 122 : 1, 2

15 Stil gebed, votum, groet 15

16 Psalm 84 : 1, 2, 3 16 Hoe lieflijk, hoe goed is mij, HEER, het huis waar Gij uw naam en eer hebt laten wonen bij de mensen. Hoe brand ik van verlangen om te komen in uw heiligdom. Wat zou mijn hart nog liever wensen dan dat het juichend U ontmoet die leven zijt en leven doet.

17 Psalm 84 : 1, 2, 3 17 Het heil dat uw altaar omgeeft beschermt en koestert al wat leeft. De mus, de zwaluw vindt een woning. Haar jongen zijn in veiligheid. Mij is een schuilplaats toebereid in het paleis van U, mijn Koning. Heil hen die toeven aan uw hof en steeds zich wijden aan uw lof.

18 Psalm 84 : 1, 2, 3 18 Welzalig die uit uw kracht leeft, die naar uw tempel zich begeeft, zijn hart wijst hem de rechte wegen. Zij trekken op van overal en, gaat het door het dorre dal, dan valt op hen een milde regen. Ja, in het hart van de woestijn ontspringt een heldere fontein.

19 10 geboden 19

20 Psalm 25 : 3, 6 20 Denk aan 't vaderlijk meedogen, HEER, waarop ik biddend pleit: milde handen, vriendlijk' ogen zijn bij U van eeuwigheid. Denk toch aan de zonde niet van mijn onbedachte jaren! HEER, die al mijn ontrouw ziet, wil mij in uw goedheid sparen.

21 Psalm 25 : 3, 6 21 Wie heeft lust de HEER te vrezen, 't allerhoogst en eeuwig goed? God zal zelf zijn leidsman wezen, leren hoe hij wandlen moet. Wie het heil van Hem verwacht zal het ongestoord verwerven, en zijn zalig nageslacht zal 't gezegend aardrijk erven.

22 Gebed

23 23 We lezen uit de Herziene Statenvertaling: Genesis 4 Handelingen 2 : 21 en 42

24 1 En Adam had gemeenschap met Eva, zijn vrouw, en zij werd zwanger en baarde Kaïn, en zei: Ik heb een man van de HEERE gekregen! 2 En zij baarde opnieuw: zijn broer Abel. Abel werd herder van kleinvee en Kaïn werd bewerker van de aardbodem. 3 En het gebeurde na verloop van dagen dat Kaïn van de opbrengst van de aardbodem aan de HEERE een offer bracht. 24 Genesis 4

25 4 Ook Abel bracht een offer, van de eerstgeborenen van zijn kleinvee en van hun vet. De HEERE nu sloeg acht op Abel en op zijn offer, 5 maar op Kaïn en op zijn offer sloeg Hij geen acht. Toen ontstak Kaïn in grote woede en liet hij zijn hoofd zakken. 6 En de HEERE zei tegen Kaïn: Waarom bent u in woede ontstoken en waarom heeft u uw hoofd laten zakken? 25

26 7 Is het niet zo dat u, als u het goede doet, uw hoofd kunt opheffen? Maar als u niet het goede doet, ligt de zonde aan de deur. Naar u gaat zijn begeerte uit, maar ú moet over hem heersen. 8 En Kaïn sprak met zijn broer Abel. En het gebeurde, toen zij op het veld waren, dat Kaïn zijn broer Abel aanviel en hem doodde. 9 En de HEERE zei tegen Kaïn: Waar is Abel, uw broer? En hij zei: Ik weet het niet; ben ik de hoeder van mijn broer? 26

27 10 En Hij zei: Wat hebt u gedaan! Er is een stem van het bloed van uw broer, dat van de aardbodem tot Mij roept. 11 Nu dan, u bent vervloekt, weg van de aardbodem, die zijn mond heeft opengedaan om het bloed van uw broer uit uw hand op te nemen. 12 Als u de aardbodem bewerkt, zal die u zijn volle opbrengst niet meer geven; u zult dolend en dwalend over de aarde gaan. 27

28 13 En Kaïn zei tegen de HEERE: Mijn misdaad is te groot om vergeven te worden. 14 Zie, U verdrijft mij heden van het aangezicht van de aardbodem en ik zal voor Uw aangezicht verborgen zijn en dolend en dwalend over de aarde gaan; en het zal zo zijn dat al wie mij tegenkomt, mij zal doden. 15 Maar de HEERE zei tegen hem: Daarom zal al wie Kaïn doodt zevenvoudig gewroken worden! 28

29 En de HEERE merkte Kaïn met een teken, zodat niemand die hem tegenkwam, hem zou doden. 16 Toen ging Kaïn weg van het aangezicht van de HEERE; en hij woonde in het land Nod, ten oosten van Eden. 17 En Kaïn had gemeenschap met zijn vrouw, en zij werd zwanger en baarde Henoch. Kaïn was een stad aan het bouwen, en hij noemde de naam van die stad naar de naam van zijn zoon, Henoch. 29

30 18 En bij Henoch werd Hirad geboren; en Hirad verwekte Mechujaël; en Mechujaël verwekte Methusaël; en Methusaël verwekte Lamech. 19 Lamech nam voor zichzelf twee vrouwen; de naam van de ene was Ada, en de naam van de andere Zilla. 20 Ada baarde Jabal; die werd de vader van wie tenten bewonen en vee houden. 21 En de naam van zijn broer was Jubal. Deze werd de vader van allen die harp en fluit kunnen bespelen. 30

31 22 Ook Zilla baarde: Tubal Kaïn, een smid, vader van alle koper- en ijzerbewerkers; en de zuster van Tubal Kaïn was Naëma. 23 En Lamech zei tegen zijn vrouwen: Ada en Zilla, luister naar mijn stem, vrouwen van Lamech, hoor mijn woorden aan: Voorzeker! Ik doodde een man om mijn wond en een jongen om mijn striem! 24 Want Kaïn wordt zevenvoudig gewroken, maar Lamech zeventig maal zevenmaal. 31

32 25 En Adam had opnieuw gemeenschap met zijn vrouw en zij baarde een zoon, en zij gaf hem de naam Seth. Want, zei ze, God heeft mij ander nageslacht gegeven in de plaats van Abel; Kaïn heeft hem immers gedood. 26 En ook bij Seth werd een zoon geboren, en hij gaf hem de naam Enos. Toen begon men de Naam van de HEERE aan te roepen. 32

33 En het zal zo zijn dat ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zalig zal 33 Handelingen 2 : 21

34 En zij volhardden in de leer van de apostelen en in de gemeenschap, in het breken van het brood en in de gebeden. 34 Handelingen 2 : 42

35 God heb ik lief, want die getrouwe HEER nam, toen ik riep, met toegenegen oren mijn woorden aan. Hij zal mij blijven horen en levenslang ben ik niet eenzaam meer. 35 Psalm 116 : 1, 2, 6, 8

36 Toen de benauwdheid dreigend op mij viel en angsten voor het doodsrijk mij bekropen, heb ik de naam des HEREN aangeroepen en weende: HEER mijn God, bewaar mijn ziel. 36 Psalm 116 : 1, 2, 6, 8

37 Hoe zal ik naar geloften, toen gedaan, nu danken voor de redding van mijn leven? Ik heb de kelk van 's HEREN heil geheven en noem voor heel het volk zijn grote naam. 37 Psalm 116 : 1, 2, 6, 8

38 Voor 't oog van al de zijnen zal ik Hem offers van dank naar mijn beloften brengen, in 's HEREN voorhof mijn gejubel mengen met uw lofprijzingen, Jeruzalem. 38 Psalm 116 : 1, 2, 6, 8

39 De kinderen van 4-12 jaar kunnen nu naar de bijbelklas. Onderwerp: “Abraham door God geroepen” Genesis 12 :

40 Verkondiging

41 Here Jezus, om uw woord zijn wij hier bijeengekomen. Laat in 't hart dat naar U hoort uw genade binnenstromen. Heilig ons, dat wij U geven hart en ziel en heel ons leven. 41 Gezang 328 : 1, 2, 3

42 Ons gevoel en ons verstand zijn, o Heer, zo zonder klaarheid, als uw Geest de nacht niet bant, ons niet stelt in 't licht der waarheid. 't Goede denken, doen en dichten moet Gij zelf in ons verrichten. 42 Gezang 328 : 1, 2, 3

43 O Gij glans der heerlijkheid, licht uit licht, uit God geboren, maak ons voor uw heil bereid, open hart en mond en oren, dat ons bidden en ons zingen tot de hemel door mag dringen. 43 Gezang 328 : 1, 2, 3

44 Gebeden

45 De kinderen komen terug uit de bijbelklas De collecten zijn vandaag voor: 1.Diaconie 2.Kerk 45 Collecten

46 Laat ons nu vrolijk zingen! Komt, heft uw liedren aan voor Hem, wie alle dingen altijd ten dienste staan. Ik wil de Heer daarboven lofprijzen hier op aard, ja, Hem van harte loven, die veilig mij bewaart. 46 Gezang 20 : 1, 2, 7

47 Hoe goed is 't hun die bouwen op Isrels vaste rots, hun die zich toevertrouwen de trouwe handen Gods. Zij hebben 't heil verkregen, de allerschoonste schat; God leidt hen op zijn wegen, hun voet wordt moe noch mat. 47 Gezang 20 : 1, 2, 7

48 Ik arme en geringe, hoe zou ik voor uw troon U lof en dank toezingen? Gij zijt zo groot, zo schoon. Maar omdat Gij mijn leven duldt voor uw aangezicht, mag ik, o Heer, U geven de weerglans van uw licht. 48 Gezang 20 : 1, 2, 7

49 49 Zegen Te beantwoorden met

50 Eerstvolgende kerkdienst 50 Vanmiddag om 17 uur met ds. J. van Langevelde


Download ppt "Sing-in: Opwekking 32 (2x) 1 Dit is de dag, dit is de dag, die de Heer ons geeft, die de Heer ons geeft. Wees daarom blij, wees daarom blij en zingt verheugd,"

Verwante presentaties


Ads door Google