De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Noord versus Zuid. Inhoud 1.De taalattitudes van Nederlanders en Vlamingen 2.Verschillen tussen het Nederlands in Nederland en in Vlaanderen ‘Gemengde.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Noord versus Zuid. Inhoud 1.De taalattitudes van Nederlanders en Vlamingen 2.Verschillen tussen het Nederlands in Nederland en in Vlaanderen ‘Gemengde."— Transcript van de presentatie:

1 Noord versus Zuid

2 Inhoud 1.De taalattitudes van Nederlanders en Vlamingen 2.Verschillen tussen het Nederlands in Nederland en in Vlaanderen ‘Gemengde gevoelens. Verschillen tussen Noord- en Zuidnederlands; Vlamingen en Nederlanders over hun eigen taal en die van hun buren.‘ In: Jan W. de Vries, Roland Willemyns & Peter Burger, Het verhaal van het Nederlands. Negen eeuwen Nederlands. Amsterdam, 1995.

3 1. Taalattitude

4 Inleiding  ‘Nederland en Vlaanderen zijn kinderen uit hetzelfde gezin, die gescheiden zijn opgegroeid. De rijksgrens tussen Nederland en België is daardoor niet alleen te zien, maar ook te horen. De verschillen zijn te constateren in de woorden, de klanken en de grammatica (cf. infra), maar bovenal in de betekenis van de taal voor degenen die haar gebruiken.’ (De Vries 1995: 187)

5 Wederzijdse vooroordelen  ‘Het onbegrip, en daardoor de vooroordelen, zijn wederzijds. De Vlaming verwijt de Nederlander dat die zoveel Franse woorden gebruikt (zoals bonbon); de Nederlander verbaast zich over de Vlamingen die tijdens de strijd om de vernederlandsing van de Leuvense universiteit ‘Walen buiten!’ schreeuwen – ‘Walen eruit!’ zou hij zelf zeggen – maar toch zoveel Franse woorden gebruiken (zoals praline).’ (De Vries 1995: 222)

6 Nederland  De spraakmakende gemeente woont in de Randstad  Verschil in taalattitude: de Randstad versus de rest van Nederland

7 Vlaanderen Twee spraakmakende gemeentes:  De spraakmakende gemeente in Nederland (de Randstad) --- een buitenlandse standaard  De spraakmakende gemeente in Vlaanderen (Antwerpen, Brabant) --- een binnenlandse standaard

8 VL (vs) NL  ‘Typisch Noordnederlandse klanken worden er [in Vlaanderen] weinig geïmiteerd en in het noorden ontstane vernieuwingen als de schraperige g wekken zelfs afschuw. Als er iets is dat de Vlamingen tegenstaat in het ‘Hollands’, is dat wel de uitspraak’. (De Vries 1995: 189)

9 Z NL (vs) Randstad  ‘Ik spreek de g niet uit alsof er iemand met een platte schop over de stoeptegels schuurt en maak als een beschaafd mens onderscheid tussen g en ch, terwijl er verder in mijn vocalen wel eens een toonhoogtewissel wil vigeren die volgens mij nogal aardig afsteekt bij de betonnen klanken die elders te beluisteren zijn.’ (De in Limburg geboren auteur Pé Hawinkels, geciteerd in De Vries 1995: 187)

10 VL(vs) NL  ‘Vlamingen zijn vaak genoeg vergast op imitaties van hun zachte g om te weten dat hun uitspraak afwijkt van die van Noordnederlanders. Weinig Nederlanders beseffen echter hoe hun spraak klinkt voor een Vlaming.’ (De Vries 1995: 190)

11 VL(vs) NL  ‘Luister u met de journalist en dichter Geert van Istendael, die zijn land voor Nederlanders verklaarde in Het Belgisch labyrint (1989), naar een vrouw die ‘met een enorme randstedelijke tongval’ over de Nederlandse School in Brussel spreekt: “Ik vind dat de kinderen zo mooi praten daar, ook de Belgische, helemaal zonder accent. Maar ja, de leerkrachten hebben ook geen accent.” In Mijn oren klinkt dat ongeveer zo: “Ik fin dat de kindru soow mooi prate daaju, hejlemaal sonjder uksent. Maju ja, de leejukwaCHtu hebbe oowk CHejn useknt.” Die CH schrijf ik hoofdletters om het oorpijnigende en langgerekte geschraap bij benadering aan te geven.’ (De Vries 1995: 190)

12 NL(vs) VL  ‘De houding van Nederlanders tegenover het Algemeen Nederlands van Vlamingen schommelt tussen afwijzing (‘geen echt Nederlands, maar de manier waarom Vlamingen denken dat Nederlands wordt gesproken’) en neerbuigende vriendelijkheid (‘zo’n sappig, kleurrijk taaltje’). Een meerderheid reageert nu eenmaal zelden positief op het taalgebruik van een minderheid.’ (De Vries 1995: 194)

13 NL(vs) VL  ‘Bovendien weten de Nederlanders te weinig van de Vlaamse taalsituatie om het taalgebruik van Vlamingen op waarde te schatten. Maar al te vaak wordt in het noorden Belgisch Beschaafd of de regionale omgangstaal, soms zelfs dialect beschouwd als een Vlaamse poging om algemeen Nederlands te spreken. Sommige Nederlanders denken dat iedereen met een zachte g dialect spreekt; een misvatting die ze pas inzien als ze een Westvlaming met een familielid het dialect van zijn geboortestreek horen spreken en geloven een onbekende Scandinavische taal te beluisteren.’ (De Vries 1995: 194)

14 VL + NL t.o.v. ST en DIA  Op de solidariteitsschaal scoren dialecten het hoogst  Associatie met kwaliteiten als loyaliteit, vriendelijkheid, betrouwbaarheid en openhartigheid  Op de statusschaal scoort de standaardtaal het hoogst  Geassocieerd met kwaliteiten als intelligentie, zelfvertrouwen, ambitie en bekwaamheid  Krantje: Dom en gezellig?

15 NL(vs) VL  ‘In Vlaanderen scoort het Algemeen Nederlands zoals het in het noorden wordt gesproken, erg hoog op de statusschaal. Maar aan de ‘Hollander’, en dus ook aan zijn taal, worden eveneens de minder positieve kanten van status toegeschreven, zoals superioriteitsgevoel en arrogantie. Zulke geluiden zij ook te horen in de oostelijke en zuidelijke provincies van Nederland.’ (De Vries 1995: 194)

16 2. Taalverschillen

17 De standaardtaal in Nederland (versus) in Vlaanderen De noordelijke (versus) de zuidelijke norm A

18 Inleidend  “De keuze van integrationisten en kleine burgerij voor een grote eenheid met het noordelijke Standaardnederlands betekende niet dat de wil aanwezig was voor een volledige overname van het Noord-Nederlands.”  “De standaardtaal die in de loop van de 20 ste eeuw in Vlaanderen tot stand is gekomen, is dan ook het resultaat van een ruime, maar niet volledige aanpassing aan het noordelijke Nederlands, in combinatie met autonoom zuidelijke standaardiseringsprocessen.’ (Janssens 2005: 152)

19 Opdracht  Analyse van een Nederlandse en een Vlaamse nieuwsuitzending  => bevindingen?

20 Uitspraakverschillen  Uitspraak  + zinsmelodie en ritme!  Bij de opbouw van de standaardtaal in VL vrij veel aandacht aan de uitspraak  Fonetische standaardisatie: een autonoom zuidelijk verloop  Brabantse expansie  Televisie  Spellinguitspraak

21 Uitspraakverschillen  De uitspraak van de  De uitspraak van en  Diftongering van,,  Soms een andere klemtoon (onderwijs vs. onderwijs)  Etc.

22 Lexicale verschillen  Niet veel meer dan 5% van de woordenschat  Strijd tegen het Frans, purismen (bijv. duimspijker i.p.v. punaise)  Strijd tegen de dialecten, exogenismen (bijv. reeds i.p.v. al)  Brabantse expansie!  Lexicale convergentie NL en VL (toegenomen contact)

23 Lexicale verschillen  Referentiële Belgicismen  Standaardtalig Belgisch Nederlands Frequentie- en stijlverschillen!

24 Voorbeelden  zoenen (vs) kussen  goesting (vs) zin  Zenden, zeer, gans  Lopen, middag, poep  hartstikke, enig --- leuk, gezellig (NL => VL)  friet, betoging, prestigieus (VL => NL)  vijgen na Pasen (vs) mosterd na de maaltijd  oma en opa (vs) opa en oma

25

26

27

28

29

30

31

32

33

34

35

36

37

38

39

40

41

42

43

44

45 Grammaticale verschillen  De minste verschillen

46 Grammaticale verschillen Bijv. pronominale verwijzing  De deur, ze staat open.  De deur, hij staat open.

47 Grammaticale verschillen Bijv. doorbreking van de werkwoordelijke eindgroep  Ik vind dat ze eerst maar eens moeten Nederlands leren.  Ze zegt dat hij het niet kan gedaan hebben.

48 AN in VL? “Door de geleidelijke verdwijning van het Frans uit het openbare leven in Vlaanderen, door de verbetering van de beheersing van het Nederlands door onderwijzers en leraren, door het verlengen van de leerplicht, de democratisering van het middelbaar en hoger onderwijs en door de gunstige invloed en voorbeeldfunctie van radio en televisie heeft het Standaardnederlands, vooral vanaf de jaren ’50 en ’60, een ruimere verspreiding gekregen.” (Janssens 2005: 159)

49 AN in VL? “Toch blijft Vlaanderen in dit opzicht ver bij Nederland ten achter. Vrijwel iedereen begrijpt de standaardtaal wel, maar enkel of vooral de hoger opgeleiden beheersen die (redelijk) goed. Bovendien is het Standaardnederlands voor de meeste Vlamingen die het spreken een ‘zondagspak’ gebleven, dat wil zeggen dat het haast alleen in formele situaties wordt gebruikt en dus enkel een vrij formeel register kent. Veel Vlamingen voelen zich onwennig in dat zondagse pak. Het Standaardnederlands blijft een vreemde taal voor ze, een taal die ze op een later moment in hun leven verplicht en met meer of minder succes hebben geleerd.” (Janssens 2005: 159)

50

51 2. Taalverschillen De informele omgangstaal in Nederland (versus) die in Vlaanderen (vooral TUSSENTAAL) B

52 Voorbeeld  Q0 02:12 Q0  Ik dacht dat je na gisterenavond op me uitgekeken was.  Echt waar? Hoezo? Vond je ‘t niet leuk?  Ja, ik wel. Maar je was zo afstandelijk vanochtend.  O? Nee, ik vond ‘t gisterenavond echt geweldig, eigenlijk…

53 Voorbeeld  Q&feature=related 07:14 Q&feature=related  Dus, ge zij weggelopen omda Femke juist uit de praktijk kwam? Ja, ma, Aïscha, seg, zou ga’t nooit lukken, hé, met Joessoef [?] as g’u bij de minste twijfel laat afschrikken.  Ja, nie iedereen eeft et geluk dat er een notaris hals over kop voor aar valt, è. Ja, nie me mij, é, Sofie Bastiaens. ’t Sta op uw gezicht te lezen. En op da van em.  Is ’t echt zo opvallend?  Van vuurwerk gesproken.  Allez, ‘k zal ’t dan maar toegeven zeker.

54 Inleidend  Tussentaal  Tussentaaltje  Verkavelingsvlaams  Soap-Vlaams  Schoonvlaams  Oenoemdegij-taal  Sloddertaal  Koetervlaams  Krantje: Vlotte omgangstaal wint overal terrein Stigma-termen

55 Opdracht  Analyse van een Nederlandse en een Vlaamse soap (Goede tijden, slechte tijden (versus) Thuis)  => bevindingen?

56 Enkele kenmerken tussentaal  Fonetisch:  h-procope (bijv. ik eb (heb))  Apocope en syncope bij korte functiewoorden (bijv. da (dat) en as (als)) Kenmerken: zie lijst variabelen Geeraerts e.a., “Taalgebruik in Vlaamse soaps”. In: Gillis e.a., Met taal om de tuin geleid, Antwerpen, 2000,

57 Enkele kenmerken tussentaal  Morfologisch:  Lidwoorden den, ne(n) (bijv.: den bakker, ne mens)  Afwijkende verbuiging van de adjectieven (bijv. ne kleinen bakker, een klein tafel)  Afwijkende verbuiging van bezittelijke en aanwijzende voornaamwoorden (bijv.: mijne stoel, diejen bakker)  Het gij-systeem  Andere afwijkende pronomina zoals em, ekik, zelle, welle,…  Werkwoordvormen als ik zien, ik staan, gij ga niks  Diminuering met –ke en –ske

58 Enkele kenmerken tussentaal  Syntactisch:  Dubbele negatie (bijv.: ik hoor nie goe nie meer)  Redundant en versterkend gebruik van dat bij voegwoorden (bijv: ik weet niet wanneer dat … of dat … wie dat …)  Doorbreking van de werkwoordelijke eindgroep Kenmerken: zie lijst variabelen Geeraerts e.a., “Taalgebruik in Vlaamse soaps”. In: Gillis e.a., Met taal om de tuin geleid, Antwerpen, 2000,

59 Enkele kenmerken tussentaal  Lexicaal:  Onomasiologische alternatieven van het type schoon (i.p.v. mooi), klappen (i.p.v. praten), seffens (i.p.v. dadelijk)  (onomasiologie = leer van de naamgeving)  Kenmerken: zie lijst variabelen Geeraerts e.a., “Taalgebruik in Vlaamse soaps”. In: Gillis e.a., Met taal om de tuin geleid, Antwerpen, 2000,

60 Voorbeeld  HmK0&NR=1 HmK0&NR=1  (Wijf)  Zagen  Kuisen  Ik kuis nie graag  Da ga nie  Allez

61 Tussentaal in VL soaps  Onderzoek Thuis versus Familie  Script (vs) wijzigingen acteurs  Dat lijkt me een leuk idee => Da vind ik nu eens een goe gedacht ze  Straks breek ik mijn benen nog => seffens breek ik mijn pikkels nog  Ik kan niet tegen die mensen zeuren => ik kan niet tegen die mensen zagen  Omdat Kristien uw brief aan Harry had gevonden => omdat Kristien uwen brief aan den Harry had gevonden

62  ‘ t is al goe.  Ma, Martine, ‘ t is ‘ t moment om te laten zien da ge da nie zijt.

63  Au contraire, ik trek me dad aan, ulle toestand, da ge nie staat te travakken voor niets.

64  Ma, Martine, ‘ t is ‘ t moment om te laten zien da ge da nie zijt.  Ik kan gewoon nie geloven dat ij Marian daarvoor in vertrouwen eeft genomen.  Au contraire, ik trek me dat aan, ulle toestand, dat ge nie staat te travakken voor niets.

65  Ik kan gewoon nie geloven dat ij Marian daarvoor in vertrouwen heeft genomen.  Oe kunde da nu zeggen?  Nu kom ik elemaal over als een bitch.

66  Maar ge zijt dus nie blij.  Ma, Martine, ‘ t is ‘ t moment om te laten zien da ge da nie zijt.  Gij hebt uw roeping gemist, gij.  Ge hebt u weer blazen laten wijsmaken.

67 Morfologische verschillen: Diminutiefvorm: ‘ -ke ’ i.p.v. ‘ -je ’  Ik ga hem vragen om mij ook zo ’ n briefke te schrijven. /  En een koffietje, alsjeblieft.

68 Lexicale verschillen  De tafels en de toog moeten ‘ s avonds worden proper gemaakt. [schoon]  Och, kloefkappers, g ’ ebt u weer blazen laten wijsmaken. [iemand iets wijsmaken]  Een zeer groot project, m ’ n gat.  Allez, ‘ k zal ‘ t dan maar toegeven, zeker.

69 Tot slot  code-switching!  Mensen maken gebruik van verschillende taalvariant, in verschillende gesprekssituaties, maar ook in een zelfde gesprekssituatie

70 2. Taalverschillen Regiolecten en dialecten in NL & VL C => Ander college


Download ppt "Noord versus Zuid. Inhoud 1.De taalattitudes van Nederlanders en Vlamingen 2.Verschillen tussen het Nederlands in Nederland en in Vlaanderen ‘Gemengde."

Verwante presentaties


Ads door Google