De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Hfdst 21 Onderzoek aan lichaam of kleding Blz. 223-231.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Hfdst 21 Onderzoek aan lichaam of kleding Blz. 223-231."— Transcript van de presentatie:

1 Hfdst 21 Onderzoek aan lichaam of kleding Blz

2 De wet kent verschillende bevoegdheden om te fouilleren: Opsporingsfouillering: een onderzoek aan lichaam en kleding om bewijsmateriaal te vinden. Dit kun je terugvinden in Sv en een aantal bijzondere wetten. Identiteitsfouillering: een onderzoek aan kleding een meegevoerde voorwerpen om de identiteit vast te stellen. Dit kun je terugvinden in Sv. Veiligheidsfouillering: een onderzoek aan de kleding om ervoor te zorgen dat de persoon die wordt overgebracht geen gevaarlijke voorwerpen bij zich draagt. Dit staat in de Politiewet Arrestantenfouillering: een onderzoek aan de kleding van een arrestant naar gevaarlijke voorwerpen, voordat hij wordt ingesloten in een politiecel. Dit staat in de Ambtsinstructie voor de politie, KMar en BOA. Fouilleren

3 Opsporingsfouillering Art. 56 Sv: Lid 1) De (h)OvJ voor wie de verdachte wordt geleid of die zelf de verdachte heeft aangehouden, kan, bij het bestaan van ernstige bezwarentegen deze, in het belang van het onderzoek bepalen dat deze aan zijn lichaam of kleding zal worden onderzocht. Lid 2) De OvJ kan bij het bestaan van ernstige bezwaren tegen de verdachte, in het belang van het onderzoek bepalen dat deze in zijn lichaam wordt onderzocht. Onder onderzoek in het lichaam wordt verstaan: Het uitwendig schouwen van openingen en holten van het onderlichaam, röntgenonderzoek, echografie en het inwendig manueel onderzoek van de openingen en holten van het lichaam. Dit onderzoek wordt gedaan door een arts. Als het om bijzondere geneeskundige redenen niet wenselijk is, wordt het niet gedaan.

4 Vervolg opsporingsfouillering Art. 56 Sv: Lid 3) De onderzoeken in lid 1 en 2 worden zover mogelijk op een besloten plaats en door iemand van hetzelfde geslacht als e verdachte gedaan. Lid 4) De overige opsporingsambtenaren zijn bevoegd de aangehoudene tegen wie ernstige bezwaren bestaan aan zijn kleding te onderzoeken. Ernstige bezwaren= meer dan een redelijk vermoeden, een zware verdenking, het is zeer waarschijnlijk dat de verdachte het feit heeft gepleegd.

5 Identiteitsfouillering Art 55b Sv: Lid 2) De ambtenaren bedoeld in het 1 e lid, oefenen de bevoegdheid uit het 1 e lid, alleen uit in het openbaar als dit redelijkerwijs noodzakelijk is om wegmaking of beschadiging van voorwerpen waaruit de identiteit zou kunnen blijken te voorkomen. Ambtenaren 1 e lid: algemeen opsporingsambtenaren en aangewezen BOA Bevoegdheid 1 e lid: onderzoek in en aan de kleding en meegedragen voorwerpen (=identiteitsfouillering) Geldt voor staandegehouden en aangehouden verdachten, verdacht van strafbare feiten (misdrijven en overtredingen)

6 Veiligheidsfouillering Politiewet 2012 Art. 7: Lid 3) De ambtenaar van politie, genoemd in het 1 e lid, is bevoegd tot onderzoek aan de kleding van personen bij de uitoefening van hem wettelijk toegekende bevoegdheid of bij de handeling ter uitvoering van de politietaak, indien uit feiten of omstandigheden blijkt dat er onmiddellijk gevaar dreigt voor hun leven of veiligheid of die van een de ambtenaar zelf of die van derden, en dit onderzoek noodzakelijk is ter afwending van dit gevaar. Lid 4) De (h)OvJ voor wie aangehouden of rechtens hun vrijheid beroofde verdachten of veroordeelden worden geleid, is bevoegd te gelasten dat deze aan hun lichaam worden onderzocht, indien uit feiten of omstandigheden blijkt dat gevaar dreigt voor hun leven of veiligheid of voor die van de ambtenaar, en dit onderzoek noodzakelijk is ter afwending van dit gevaar.

7 Vervolg veiligheidsfouillering Lid 5) De uitoefening van de bevoegdheden genoemd in lid 1 t/m 4 dient in verhouding tot het beoogde doel redelijk en gematigd te zijn. BELANGRIJK: Art. 7 lid 3 Politiewet (onderzoek aan kleding) Is politiebevoegdheid, dus alleen ambtenaren van politie, KMar, en aangewezen BOA (staat in akte, art 142 Sv). Mag toegepast worden bij alle personen. Mag toegepast worden bij alle feiten Moet noodzakelijk zijn ter afwending van gevaar Zoveel mogelijk door ambtenaar van hetzelfde geslacht Moet direct aan meerdere gemeld worden

8 Veiligheidsfouillering aan het lichaam (art. 7 lid 4 Pw) BELANGRIJK: Bevoegd is de (h)OvJ voor wie de verdachte/veroordeelde wordt geleid Ter afwending van onmiddellijk gevaar Geldt alleen voor een aangehouden of van zijn vrijheid beroofde verdachte of veroordeelde Zoveel mogelijk door ambtenaar van hetzelfde geslacht gedaan Direct aan meerdere melden

9 Arrestantenfouillering Wanneer: voordat een arrestant wordt ingesloten in een politiecel Doel: voorkomen dat hij zichzelf iets aandoet, dat hij kan vluchten of het bureau in gevaar brengt. Hoe: aftasten en doorzoeken van kleding (wil je de arrestant zich om laten kleden dan moet er toestemming hOvJ zijn. Zoveel mogelijk ambtenaar van hetzelfde geslacht. Waar: Ambtsinstructie voor de politie, Kmar en andere oa.

10 Preventief fouilleren Op grond van art. 151b lid 1 van de Gemeentewet, kan de burgemeester een bepaald gebied als veiligheidsrisicogebied aanwijzen. In een veiligheidsrisicogebied mag de OvJ op basis van art. 52 WWM gelasten dat iedereen in dat gebied aan zijn kleding wordt onderzocht op wapens en munitie. Dit bevel is maximaal 12 uur van kracht.

11 Opdracht Werk in groepjes van 3 personen. Zoek op internet bij iedere fouillering een filmpje waaruit duidelijk blijkt dat het om de betreffende fouillering gaat. Geef aan waarom het om de betreffende fouillering gaat en waar staat dat deze fouillering is toegestaan en door wie hij mag worden uitgevoerd. Zorg dat je de volgende les de filmpjes bij je hebt.


Download ppt "Hfdst 21 Onderzoek aan lichaam of kleding Blz. 223-231."

Verwante presentaties


Ads door Google