De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Economische groei.  Solow groeimodel doorzien  Leren hoe het spaargedrag en de bevolkingsgroei de economische groei beinvloeden.  “Golden rule” gebruiken.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Economische groei.  Solow groeimodel doorzien  Leren hoe het spaargedrag en de bevolkingsgroei de economische groei beinvloeden.  “Golden rule” gebruiken."— Transcript van de presentatie:

1 Economische groei

2  Solow groeimodel doorzien  Leren hoe het spaargedrag en de bevolkingsgroei de economische groei beinvloeden.  “Golden rule” gebruiken

3  K is niet meer een vast gegeven  L is niet meer een vast gegeven  Geen overheidsbestedingen of belastingen in dit model

4  Y = F(L,K)  Bij constante schaalopbrengsten: zY = F(zK, zL) Alles delen door L (dan krijgen we het per arbeider) Y/L = F(K/L, 1) y = F(k,1) (y en k is per arbeider) y = f(k) het inkomen per arbeider dus een functie van de hoeveelheid kapitaal per arbeider EERST: ARBEID IS NOG CONSTANT:

5 5 MPK = f ( k + 1) – f ( k )yk f( k ) Er is sprake van een dalend marginaal product voor kapitaal en arbeid. 1 MPK

6  Y = C + I (Er waren geen overheidsbestedingen) Dan wordt het omgezet in termen per arbeider:  y = c + i Met y = Y/L en c = C/L en i = I/L

7  Net als in hoofdstuk 3 geldt dus: I = S In termen per arbeider dus: i = sy (s is de spaarquote) De spaarquote bepaalt dus de verdeling tussen consumptie en investeringen.

8  Output per arbeider  inkomen per arbeider (y = k 1/2 ) kapitaal per arbeider Stel de productiefunctie luidt: Y = K 0,5 L 0,5 Indien we de productiefunctie per arbeider willen schrijven krijg je: Y = K 0,5 L 0,5  y = K 0,5 K/L = k dus: y = k 0,5 L L L

9  Invest./ afschr. per arbeider  afschrijvingen invest. per arbeider (i = 0,2 k 0,5 )  kapitaalgoederenvoorraad blijft gelijk kapitaal per arbeider Dus de productiefunctie luidt: y = k 0,5  Als er bv.20% van het inkomen wordt gespaard en i=s (per hoofd) I =0,2 k 0,5 Afschrijvingen zijn een vast deel van de kapitaalgoederenvoorraad bv: 0,1 Afschrijvingen = 0,1k  De steady-state wordt dan: 0,1k = 0,2 k 0,5  k/ k 0,5 = 2  k = 4

10  Invest./ afschr. per arbeider  afschrijvingen invest. per arbeider (i = ¼ k 0,5 )  kapitaal per arbeider De economie tendeert naar de steady state: stel de kaptaal per arbeider ligt onder de steady-state. Aangezien de investeringen groter zijn dan de afschrijvingen stijgt de kapitaalgoederen voorraad per arbeider. Hierdoor stijgen de afschrijvingen en investeringen tot steady state

11  Invest./ afschr. per arbeider  afschrijvingen invest. per arbeider (i = 0,2 k 0,5 )  kapitaal per arbeider De hoogte van de steady-state is afhankelijk van de spaarquote. Als de spaarquote stijgt dan gaat de steady-state omhoog: Spaarquote was 0,2: Stel de spaarquote 0,25 wordt: De steady-state wordt dan: 0,1k = 0,25 k 0,5  k/ k 0,5 = 2,5  k = 6,25 De steady state ligt dus afhankelijk van de spaarquote ergens op de afschrijvingen

12  De vraag is bij welke steady-state is de consumptie het hoogst? Steady-state output Steady state output steady state k Investeringen/afschrijvingen in steady state De output bij de verschillende hoogtes van k wordt beschreven door:

13 Steady-state output steady state output consumptie steady-state Investeringen/afschrijvingen in steady state Maximale consumptie

14  De consumptie is het hoogst waar de afgeleide van de productiefunctie gelijk is aan de afgeleide van de afschrijvingen: Productiefunctieafschrijvingen y = k ½ y’ = ½ k - ½ δ = 0,1k (10% wordt afgeschreven) δ' = 0,1 ½ k - ½ = 0,1 5 =k ½ k = 25 y = 5 De consumptie is maximaal bij een inkomen van 5. De afschrijvingen (investeringen) zijn dan 2,5. Aangezien in de steady-state de besparingen gelijk zijn aan de investeringen moet de spaarquote 0,5 zijn.

15  De consumptie is het hoogst waar de afgeleide van de productiefunctie gelijk is aan de afgeleide van de afschrijvingen: Productiefunctieafschrijvingen y = k 0,6 δ = 0,05k (5% wordt afgeschreven) 0,6 k -0,4 = 0,05 12 =k 0,4 k = 499 y = 41,6 De consumptie is maximaal bij een inkomen van 41,6. De afschrijvingen (investeringen) zijn dan 25. Aangezien in de steady-state de besparingen gelijk zijn aan de investeringen moet de spaarquote 0,6 zijn. y’ = 0,6 k - 0,4 δ' = 0,05

16 Steady-state output steady state output consumptie steady-state Investeringen/afschrijvingen in steady state Investeringen/afschrijvingen in steady state met bevolkingsgroei

17  Er verandert dus in het model niets behalve dat de afschrijvingen als volgt worden:  δ = (0,1+ n)k  n = bevolkingsgroei.  Oftewel de hoeveelheid kapitaal per arbeider daalt niet alleen meer door de afschrijvingen maar ook door de bevolkingsgroei

18  H7: Opgave 1,3,7 


Download ppt "Economische groei.  Solow groeimodel doorzien  Leren hoe het spaargedrag en de bevolkingsgroei de economische groei beinvloeden.  “Golden rule” gebruiken."

Verwante presentaties


Ads door Google