De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Stemmingsstoornissen

Verwante presentaties


Presentatie over: "Stemmingsstoornissen"— Transcript van de presentatie:

1 Stemmingsstoornissen

2 Stemmingsstoornissen
Pas in de laatste decennia is er sprake van een toenemende belangstelling voor depressie bij kinderen (en jeugdigen). In de kinder-en jeugdpsychiatrische literatuur zijn verschillende meningen te onderscheiden omtrent het bestaan en de aard van depressies bij kinderen. A. Volgens een aantal auteurs komen depressies bij kinderen niet voor door : Persoonlijkheidsstructuur te onrijp en te weinig gedifferentieerd Stabiel gevoel van eigenwaarde en eigen identiteit pas aan eind adolescentie voltooid B. Iedere depressie op de kinderleeftijd wordt gemaskeerd door andere klachten of symptomen : het concept gemaskeerde depressie > is men van afgestapt omdat het voor grote onduduidelijkheid en verwarring zorgde C. Er bestaat geen echt verschil tussen de kinderdepressie en de depressie op volwassen leeftijd : in de DSM IV is wel een beperkt aantal leeftijdsafhankelijke critaria en symptoomwijzigingen voor kinderen ingevoerd D. Depressies komen bij kinderen (relatief) frequent voor, kunnen veroorzaakt worden door zowel psychosociale als biologische factoren en hebben specifieke symptomen, afhankelijk van leeftijd en ontwikkelingsniveau van het kind Depressieve gevoelens zijn inherent aan de normale ontwikkeling van het kind. Slechts wanneer deze schommelingen in de stemming of depressieve gevoelens abnormaal lang van duur of een ongewone intensiteit vertonen kan men spreken over een depressieve stemmingsstoornis. Er is dan sprake van een depressieve grondhouding.

3 Agenda Begripsbepaling DSM IV classificatie
Verschijningsvormen / raakvlakken Oorzaken Behandeling en begeleiding Prognose

4 Begripsbepaling Depressieve episode
Dystyme stoornis (milder maar hardnekkiger) Bipolaire stoornis (manisch depressief) De DSM IV criteria voor de depressieve episode en dystyme stoornis zijn goed bruikbaar voor kinderen en jeugdigen. De criteria voor de bipolaire stoornis zijn vooral bij jeugdigen toepasbaar. Gegevens over het voorkomen van depressies bij kinderen en jeugdigen zijn variabel en afhankelijk van de de leeftijd en samenstelling van de onderzochte groep en vooral van de definitie van het begrip depressie en de afgrenzing hiervan ten aanzien van normale stemmingsschommelingen. Verschillende onderzoekers hanteren diverse diagnostische criteria. Uit enkele onderzoeken worden de volgende cijfers genoemd : kinderen tot 5 jaar > ca. 1% , kinderen in de basisschoolleeftijd > ca. 2% en adolescenten > ca. 5-8%

5 DSM IV Depressieve episode
Depressieve of prikkelbare stemming Verlies aan interesse of plezier Gewichtsverandering Slapeloosheid Bewegingsonrust- of armoede Moeheid / verlies energie Gevoelens van waardeloosheid/schuldgevoel Verminderd denk-of concentratievermogen Terugkerende gedachten aan de dood Tenminste 5 van de volgende symptomen moeten tijdens eenzelfde periode van 2 weken aanwezig geweest zijn en tevens een verandering inhouden van het het vroegere functioneren. Daarbij moet tenmiste een van deze vijf symptomen zijn ofwel een depressieve stemming of verlies van plezier of interesse. Er zijn niet tegelijkertijd manische en depressieve symptomen aanwezig ( gemengde episode ) Bij kinderen kunnen kortdurende, voorbijgaande en in principe milde depressieve klachten en symptomen optreden als gevolg van chronische stresssituaties en overbelasting. Volgens de DSM classificatie spreekt men dan over een aanpassingsstoornis met depressieve kenmerken. Mede door de beperkte duur en relatieve mildheid kunnen deze verschijnselen onderscheiden worden van de depressieve episode of dystyme stoornis. De symptomen veroorzaken duidelijk lijden of vormen een belemmering in het functioneren op sociaal gebied en bij dagelijkse bezigheden De symptomen zijn niet te wijten aan de directe gevolgen van de inname van bepaalde stoffen (drugs, medicijnen) of van een lichamelijke ziekte De symptomen zijn geen uitingen van rouw.

6 Verschijningsvormen Baby’s : huil- en protestgedrag
Kleuters/jonge kinderen : verdriet, prikkelbaarheid, opgewondenheid, angst Adolescenten : droefheid, prikkelbaarheid, abnormale somberheid, lusteloosheid, ongeinteresseerdheid Volwassenen : lusteloosheid, mat en leeg gevoel Er kan, naast de basale symptomen van de depressie een onderscheid gemaakt worden tussen alarm-of afweersymptomen die worden opgebouwd om met de depressie te kunnen leven : vluchtgedrag en vechtgedrag. Ontwikkelingsfase en leeftijd, persoonlijkheidsstructuur van het kind, het geslacht (meisjes vaker vluchtgedrag) en de reactie van de ouders en de omgeving zijn medebepalend voor de keuze tussen vlucht- of vechtgedrag. In het algemeen overheersen in de beginfase van de depressie de symptomen van vechtgedrag (alarmfunctie) en later wordt vluchtgedrag overwogen. Baby’s : vertraagde ontwikkeling van bewegingen, groeistoornissen, vermindering van eetlust, sociale interacties en initiatief, slaapproblemen, apathie Kleuters, jonge kinderen : agressie iof overaangepast gedrag, afhankelijk gedrag, vermindering interesse in spel, onzekerheid, teruggetrokken gedrag, vermindering leerprestaties, concentratieproblemen, dwangsymptomen, somatische klachten

7 Raakvlakken / comorbiditeit
Gedragsstoornissen (ODD en CD) ADHD Angststoornissen Hechtingsstoornis Somatische ziekten Depressieve stoornissen bij kinderen treden frequent op in combinatie met diverse andere stoornissen, zowel met internaliserende stoornissen (bijv. angststoornissen) als externaliserende stoornissen (bijv. gedragsstoornissen) zodat het beeld complex van aard is. Gedragsstoornissen : denk aan depressieve stoornis wanneer gedrag gevolg is van scheiding geliefd persoon of stressvolle gebeurtenis / gewetensfunctie is bij kinderen met depressieve stoornis in mindere mate gestoord ADHD : kijken naar andere depressieve symptomen / nagaan of er een aanleiding is voor het ontstaan van een stemmingsstoornis Angststoornissen : abnormale scheidingsangst en aanklampend gedrag kunnen uitingen zijn van een depressieve stoornis maar zijn centrale symptomen van een separatieangst stoornis. Bij deze stoornis in principe geen andere duidelijke depressieve symptomen. Ook andere angststoornissen komen voor in combinatie met depressieve stoornissen en het onderscheid is moeilijk te maken. Hechtingsstoornissen : ontwikkelingsgeschiedenis kan verhelderend werken, ernstige en langdurige affectieve verwaarlozing staat bij hechtingsstoornissen centraal Somatische ziekten : hoofdpijn, buikpijn, moeheid, slaapstoornissen, vermindering of vermeerdering van eetlust. Bepaalde somatische aandoeningen kunnen verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van een depressieve stemming. Depressie onderscheiden van de in de puberteit normaal optredende stemmingswisselingen : abnormaal lange duur of ongewone intensiteit van depressieve stemming.

8 Oorzaken Biologische factoren (individueel niveau)
Psychologische, cognitieve factoren (niveau van de levengeschiedenis) Systeemfactoren (niveau van de omgeving) Deze facoren beinvloeden elkaar en bepalen het ontstaan en voortbestaan van een depressie.

9 Oorzaken – individueel niveau
Genetische kwetsbaarheid Temperamentsverschillen Zieke en somatisch zieke kinderen A, Rol van genetische factoren in het ontstaan van depressieve stoornissen bij kinderen is nog onduidelijk. Mogelijk hebben kinderen van wie een ouder depressief is of een psychische ziekte heeft meer kans om depressief te worden. B. Onduidelijk C. Gebleken is dat depressies eerder voorkomen bij zieke en somatisch zieke kinderen. Hormonale factoren kunnen ook een rol spelen. Biologisch-psychiatrisch onderzoek gebeurt bij kinderen en jeugdigen nog (te) weinig.

10 Oorzaken - levensgeschiedenis
Ervaring met verlies door dood, echtscheiding of verhuizing Traumatisering door ongeval of ramp Discrimintatie op grond van ras, sexe of culturele achtergrond Depressie wordt in het cognitieve model opgevat als een denkstoornis. Vroege negatieve ervaringen veroorzaken de vorming van schema’s over zichzelf en de wereld die depressieve gevoelens kunnen oproepen. Deze schema’s worden gebruikt om de waarneming te organiseren en het gedrag van iemand te sturen. Bijvoorbeeld depressief worden na een afwijzing als het cognitieve schema inhoudt ‘geliefd zijn is essentieel om gelukkig te worden’.

11 Oorzaken - omgeving Ouder met depressie
Ouder met lichamelijke ziekte of handicap Opvoedingsstijl / hechtingsprobleem Sexueel misbruik of mishandeling Gepest worden Ouder met depressie : meer conflicten, afwijzing, communicatieproblemen en minder emotionele ondersteuning. Samanhang met ontregeling van het gezin ten gevolge van huwelijksproblemen, economische en gezondheidsproblemen. Voorkomen van depressieve stoornissen bij deze kinderen en jeugdigen zou liggen tussen 11% en 50 %.

12 Behandeling en begeleiding
Causaal – wegnemen van de oorzaken Ambulant Psycho-educatie Gedragstherapie Medicatie Psychomotorische therapie A. Psycho-educatie : voorlichting aan de belangrijke opvoeders rondom het kind > ouders, broers en zussen ( ouderbegeleiding /gezinstherapie) en de school. Informatie over aangeleerde hulpeloosheid, secundaire ziektewinst (aandacht, niet naar school hoeven) en geen positieve bekrachtiging vanuit omgeving. B. Denkfouten die depressieve gedachten in stand houden identificeren en wijzigen. Ook zelfcontrole-technieken van kinderen wijzigen en zelf-monitoring aanleren > vooral letten op positieve acties, eigenschappen en resultaten. Verder het verbeteren van de zelfevaluatie > reele normen aanleggen en zichzelf belonen voor eigen inzet en prestaties. C. In kinder-en jeugdpsychiatrie is weinig ervaring opgedaan met antidepressiva voor kinderen. Dit heeft te maken met de onduidelijkheid omtrent het bestaan van depressieve stoornissen bij kinderen en jeugdigen. Men is daarnaast van mening dat het gebruik van medicijnen slechts symptomen bestrijdt en de oorzaken van de depressie verhult. Medicatie heeft dus niet de voorkeur, maar kan wel voorgeschreven worden aan kinderen vanaf 7 jaar wanneer de depressie ernstige vormen aanneemt. Dit moet wel gecombineerd worden met andere behandelingsmethoden en kan het kind hiervoor toegankelijker maken. D. Leren omgaan met spanning en ontspanning, agressie uiten op een goede manier > kan een positief stimulerende werking hebben op het beleven van zichzelf.

13 Prognose (samenhang met…)
Ontstaansgeschiedenis Kwaliteit van de omgeving Genetische, biologische factoren Comorbiditeit met gedrags-en of angststoornissen Grote kans op herhaling Leerproblemen Depressieve stoornissen zijn ernstige stoornissen met een relatief ongunstige prognose. Ze lijken op steeds jongere leeftijd te beginnen en blijven vaak bestaan tot in de volwassenheid. Ontstaansgeschiedenis : opeenstapeling van blokkades in de ontwikkeling of bijvoorbeeld enkel verlies van geliefd persoon. Bijvoorbeeld aanwezigheid van een depressieve ouder, veel conflicten in het gezin > hoger risico op terugkeren depressiviteit Genetische, biologische factoren Hoe hoger de comorbiditeit , hoe meer risico Grote kans op herhaling en chronisch verloop > 40% binnen twee jaar en 70% binnen 5 jaar / onderzoek naar groep depressieve kinderen na 6,5 jaar > de helft vertoonde nog steeds een depressieve stoornis Kinderen met leerproblemen (dyslexie) lopen aanzienlijk groter risico op stemmingsstoornis ( spanning, faalangst, onvoldoende zelfvertrouwen) en aanpak moet ook op leerproblemen gericht zijn.

14 Stemmingsstoornis en autisme
Simon geeft een toelichting

15 Casussen Lees de casus Formuleer een aantal vragen voor de ouders en voor de leerkracht Gebruik hierbij het overzicht met aandachtspunten voor aanpak

16 Stemmingsstoornissen
Pas in de laatste decennia is er sprake van een toenemende belangstelling voor depressie bij kinderen (en jeugdigen). In de kinder-en jeugdpsychiatrische literatuur zijn verschillende meningen te onderscheiden omtrent het bestaan en de aard van depressies bij kinderen. A. Volgens een aantal auteurs komen depressies bij kinderen niet voor door : Persoonlijkheidsstructuur te onrijp en te weinig gedifferentieerd Stabiel gevoel van eigenwaarde en eigen identiteit pas aan eind adolescentie voltooid B. Iedere depressie op de kinderleeftijd wordt gemaskeerd door andere klachten of symptomen : het concept gemaskeerde depressie > is men van afgestapt omdat het voor grote onduduidelijkheid en verwarring zorgde C. Er bestaat geen echt verschil tussen de kinderdepressie en de depressie op volwassen leeftijd : in de DSM IV is wel een beperkt aantal leeftijdsafhankelijke critaria en symptoomwijzigingen voor kinderen ingevoerd D. Depressies komen bij kinderen (relatief) frequent voor, kunnen veroorzaakt worden door zowel psychosociale als biologische factoren en hebben specifieke symptomen, afhankelijk van leeftijd en ontwikkelingsniveau van het kind Depressieve gevoelens zijn inherent aan de normale ontwikkeling van het kind. Slechts wanneer deze schommelingen in de stemming of depressieve gevoelens abnormaal lang van duur of een ongewone intensiteit vertonen kan men spreken over een depressieve stemmingsstoornis. Er is dan sprake van een depressieve grondhouding.


Download ppt "Stemmingsstoornissen"

Verwante presentaties


Ads door Google