De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

1 Methodologie & Statistiek I Toetsen van proporties 7.1.

Verwante presentaties


Presentatie over: "1 Methodologie & Statistiek I Toetsen van proporties 7.1."— Transcript van de presentatie:

1 1 Methodologie & Statistiek I Toetsen van proporties 7.1

2 2 U kunt deze presentatie ook op uw eigen PC afspelen! Gebruikmaken van internet:  Education  Health sciences  Presentations of lectures “op dit moment ……. beschikbaar Opening --- Hoofdstuk 5 (Principes van …) --- Powerpointviewer downloaden”

3 3 Deze diapresentatie werd vervaardigd door Tjaart Imbos & Michel Janssen van de Capaciteitsgroep Methodologie en Statistiek. De presentatie mag alleen worden gecopieerd voor eigen gebruik door studenten en medewerkers van de Universiteit Limburg in Maastricht. Met eventuele op- en aanmerkingen kunt u terecht bij: Universiteit Maastricht Capaciteitsgroep M&S Tjaart Imbos Postbus MD

4 4 Methodologie & Statistiek I Toetsen van proporties 7.1

5 5 Tot nu toe gebruikte toetsen: z-toets en t-toets. De toetsingsgrootheid was z-verdeeld of t-verdeeld Beide verdelingen zijn continue verdelingen: alle z-waarden (of t-waarden) zijn mogelijk Enkele situaties onderscheiden: een steekproef twee gepaarde steekproeven twee onafhankelijke steekproeven

6 6 De interesse ging steeds uit naar het gemiddelde. Ook in de definities van H 0 en H A Andere interesses: Het aantal meisjes in een gezin van vier kinderen Het aantal goede antwoorden op een MC-toets Het aantal met succes uitgevoerde operaties Het aantal …… Er is in populatie en steekproef steeds sprake van twee mogelijke uitkomsten: jongen - meisje goed - fout geslaagd - mislukt

7 7 Er is sprake van het aantal ‘successen’ in een steekproef van bepaalde omvang uit een populatie die bestaat uit ‘successen’ en ‘defecten’ in een bepaalde, vaste, verhouding. Vaak worden successen gecodeerd met 1 en defecten met 0

8 8 Ook voor deze variabele (het aantal successen in een steekproef) is er een goed omschreven kansverdeling: de BINOMIALE verdeling Goed getabelleerd, SPSS en voor niet al te grote steekproefomvang ook zelf te berekenen Voorbeeld: Een meerkeuze toets die bestaat uit vijf vragen met telkens drie mogelijke antwoorden. Hoe groot is de kans dat iemand die gokt alle vragen (=5) goed beantwoordt?

9 9 Het model, als sprake is van gokken: Populatie met 1/3 goede antwoorden en 2/3 foute antwoorden. Uit die populatie worden ‘alle’ steekproeven van omvang 5 getrokken. Als je goede antwoorden zou coderen met 0 en foute antwoorden met 1, zou je ook nu kunnen spreken over gemiddelde en stdev van steekproef en populatie. Nu geinteresseerd in aantal goede antwoorden Algemeen: aantal successen

10 10 n= 5omvang steekproef  = 1/3kans op succes in populatie (1-  )= 2/3kans op defect in populatie Kans op 5 goed in steekproef van 5: P(GGGGG)= (1/3) 5 = 1/243= De kans dat iemand op zo’n MC-toets vijf antwoorden goed gokt is 0.411% De kans op 4 keer goed gokken? P(GGGGF)= (1/3) 4 (2/3) 1 = 2/243= En P(GFGGG)?? Er zijn 5 rangschikkingen van 4G en 1F P(4 goed en 1 fout)= 5* =

11 11 Zo kan de kans worden uitgerekend op 0, 1, 2, 3, 4 en 5 goede antwoorden P(x=0)= P(x=1)= P(x=2)= P(x=3)= P(x=4)= P(x=5)= formule 7.5 boek Beschikbare formule:

12 12 n!= (n)(n-1)(n-2)(n-3)…(3)(2)(1) 5!= 5x4x3x2x1= 120 Let op!

13 13 Tabellenboek: Cumulatieve tabel P(X kleiner of gelijk x) Zie tabel in boek nx  =1/ P(X<3) = P(x=2) = P(x<2)-P(x<1)= = 0.329

14 14 Met CDF van SPSS

15 15 Binomiale verdeling: n= 5 en p= 1/3 P(x=0)= P(x=1)= P(x=2)= P(x=3)= P(x=4)= P(x=5)=0.0041

16 16 VOORBEELD: Een leraar geeft een MC-toets die uit 5 vragen met elk drie mogelijke antwoorden bestaat. Hij verdenkt Piet er van dat die bij alle vragen puur gokt. In zo’n situatie verwacht hij 5/3 goede antwoorden van Piet. Intuitief neemt hij aan dat zijn verdenking NIET terecht is als Piet 4 of 5 goede antwoorden produceert. Hoe groot is de kans dat hij zijn verdenking ten onrechte inslikt?

17 17 Er is sprake van ten onrechte inslikken als: Piet wel gokt (  = 1/3) en er sprake is van 4 of 5 goede antwoorden. We zagen eerder de binomiale verdeling met n=5 en  = 1/3: De kans op 4 of 5 goede antwoorden bij  = 1/3 is gelijk aan 1- P(x<3)= = nx  =1/

18 18 Een meer formele aanpak van dit toetsingsprobleem…. H 0 :  = 1/3 en H A :  > 1/3   = 0.05 Toetsingsgrootheid: (aantal goede antwoorden) is binomiaal verdeeld met n=5 en  = 1/3 nx  =1/ De kritieke waarde ligt bij het 95ste percentiel Kritieke gebied 3, 4 en 5 4 en 5 of ???

19 19 De binomiale verdeling heeft twee parameters: de steekproefgrootte (=n) en de kans op succes (=  ) de verwachtingswaarde  = n x  de variantie  2 = n x  x (1-  ) Onder bepaalde voorwaarden kan de binomiale verdeling worden benaderd door de normale verdeling met dezelfde  en  n > 20 en n  > 5 en n(1-  ) > 5

20 20 Bij dat benaderen doet zich een probleem voor: de binomiale verdeling is een discrete verdeling de normale verdeling is een continue verdeling. De waarde ‘4’ uit een binomiale verdeling komt overeen met het gebied 3.5 tot 4.5 van de normale verdeling. De waarden 3 en groter van de binomiale verdeling komen overeen met de waarden > 2.5 van de normale verdeling De waarden kleiner dan 6 van de binomiale verdeling komen overeen met de waarden < 5.5 van de normale verdeling

21 21 Bij dat benaderen doet zich een probleem voor: de binomiale verdeling is een discrete verdeling de normale verdeling is een continue verdeling. De waarde ‘4’ uit een binomiale verdeling komt overeen met het gebied 3.5 tot 4.5 van de normale verdeling. De waarden 3 en groter van de binomiale verdeling komen overeen met de waarden > 2.5 van de normale verdeling De waarden kleiner dan 6 van de binomiale verdeling komen overeen met de waarden < 5.5 van de normale verdeling

22 22 Tot nu toe het aantal successen (X) als toetsingsgrotheid gebruikt. Vaak wordt ook de proportie successen (P) gebruikt. Die is gelijk aan: (aantal successen)/n Vergelijk de situatie bij Steekproefgemiddelde en Steekproefsom P(P=p) = P(P=x/n) = P(X=x) P heeft een getransformeerde BV ?  (P)=  (X)/n =  ?  2 (P)=  2 (X)/n =  (1-  )/n

23 23 Binomiaal experiment…… Er is een populatie die slechts 2 uitkomsten kent (geslaagd-mislukt, kop-munt, jongen-meisje, ….. Er zijn n herhalingen (5 toetsvragen, 10 gezinnen, 7 worpen met munt, … P(succes)=  P(mislukking)= 1-   is voor elke herhaling hetzelfde De binomiale toevalsvariabele (random variable) R Is de som van het aantal successen in n herhalingen

24 24 Bij het toetsen van gemiddelde kwamen twee soorten fouten aan de orde: fout van de eerste soort (  ) fout van de tweede soort (  ) Terug in de tijd………

25 25

26 26 Deel van verdeling onder H 0 in kritieke gebied Deel van verdeling onder H A in acceptatie gebied

27 27 Iemand wil met behulp van een steekproef van 10 stuks toetsen of de fractie successen in de populatie gelijk is aan 0.70 (onder H 0 geldt  = 0.70) Hij definieert de alternatieve hypothese (  = 0.20) en gebruikt een  van 5%. Bepaal kritieke waarde en kritieke gebied.

28 28 kritieke gebied ligt links/rechts ????  = 0.7

29 29 Linker-overschrijdingskans van 5: Linker-overschrijdingskans van 4:0.047 Linker-overschrijdingskans van 3:0.011 Kritieke waarde?? Kritieke gebied?? bij  = 5%  = 0.7

30 30 Hoe groot is, onder H A, de kans op 5 of meer successen in een steekproef van 10????  = 0.7

31 31 De kans op 5 of meer successen is dus hoe groot is  ? hoe groot is 1-  ? hoe groot is de ‘power’?  = 0.2

32 32 In dat geval wordt de H 0 ten onrechte niet verworpen: fout van de tweede soort  -fout

33 33 Het probleem nog eens. oplossen met de tabel (zie boek) nxp= 0.2p=

34 34

35 35


Download ppt "1 Methodologie & Statistiek I Toetsen van proporties 7.1."

Verwante presentaties


Ads door Google