De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

V.Z.W. ‘t Appelboomke 25 jaar R.I.Z.I.V.-conventie Jubileumcongres 2006 De verbazing voorbij… Vroegbehandeling bij autismespectrumstoornissen Vrijdag,

Verwante presentaties


Presentatie over: "V.Z.W. ‘t Appelboomke 25 jaar R.I.Z.I.V.-conventie Jubileumcongres 2006 De verbazing voorbij… Vroegbehandeling bij autismespectrumstoornissen Vrijdag,"— Transcript van de presentatie:

1 V.Z.W. ‘t Appelboomke 25 jaar R.I.Z.I.V.-conventie Jubileumcongres 2006 De verbazing voorbij… Vroegbehandeling bij autismespectrumstoornissen Vrijdag, 13 oktober 2006

2 V.Z.W. ‘t Appelboomke 25 jaar R.I.Z.I.V.-conventie Jubileumcongres 13 oktober 2006 Verwelkoming Prof. dr. Jean Steyaert

3 V.Z.W. ‘t Appelboomke 25 jaar R.I.Z.I.V.-conventie Jubileumcongres 13 oktober 2006 Getuigenis uit de mond van een ouder Mevr. Elly Lauwers

4 V.Z.W. ‘t Appelboomke 25 jaar R.I.Z.I.V.-conventie Jubileumcongres 13 oktober 2006 Van de Wilde van Aveyron tot een scala van behandelingsmethoden Prof. dr. I.A. van Berckelaer-Onnes

5 Waar begon het allemaal ? Behandeling

6 De Wilde van Aveyron ( ) Kasper Hauser ( ) 18e – 19e eeuw: retrospectie

7

8

9

10

11 Aandacht voor: Nosologie Etiologie Autisme van 1943 tot 1960

12 Autisme in Nederland/België 1952 Van Krevelen ‘een geval van e.i.a.’ 1953 Kamp ‘les psychoses chez l’enfant’ 1954 Grewel et al. ‘Infantiel Autisme’ (zuster Gaudia Behandeling) 1955 Plenter ‘Ziekte van Kanner’

13 a. Psychogenetische verklaringstheorieën b. Organische verklaringstheorieën c. Combinatie van a. en b. Etiologie → behandeling

14 Behandeling 1960 psychogenetische benadering Psychodynamische benadering (Bethelheim 1967) Behavioristische benadering (Ferster 1961, Hewett 1965) Ethologische benadering (Tinbergen 1972)

15 Behandeling 1970 Interdisciplinaire invalshoeken Psycholinguistische benadering (Churchill 1970) Sensomotorische benadering Cognitieve benadering (Hermelin & O’Connor 1970) (Ornitz 1971)

16 Strategieën 1 (Schopler et al. 1978) TEACCH-principes: visualisering Duidelijkheid in ruimte Duidelijkheid in tijd Duidelijkheid in activiteiten Duidelijkheid in benadering Ouders: co-therapeuten (1971)

17 Strategieën 2 (Howlin & Rutter 1985) Gezinsgerichte strategie - Vermindering draaglast Kindgerichte strategie - Stimulering van de normale ontwikkeling - Vermindering van specifieke autistische gedragingen - Eliminatie van non-spectrumgedragingen

18 Strategieën 3 (Van Berckelaer-Onnes & Van Engeland 1986) Geïntegreerd behandelingsbeleid Eerste graadsstrategie Tweede graadsstrategie Derde graadsstrategie Gebaseerd op Kok 1972

19 Eerstegraads strategie Ouderbegeleiding –Inzicht in autisme –Inzicht in hun kind met autisme –Inzicht in opvoedkundige competentie Familiebijeenkomst –Gezin –Familie (grootouders, ooms, tantes) Hometraining –Ondersteunende communicatie

20 Tweedegraads strategie Communicatietraining Logopedie Fysiotherapie Psychomotore training Sensorische integratie therapie Speltraining Sociale vaardigheidstraining Etc.

21 Derdegraads strategie Eigenheid van het kind –Angstig –Hyperactief –Passief –Motorisch gehandicapt

22 Matrix van twee assen Kok Rutter 1e 2e 3e Gezin/omg. Norm.Ontw. Red.S.Probl. Elim.NS.Probl.

23 Autismespectrum Opvoeding Eerstegraadsstrategie Onderwijs Behandeling Training Tweedegraadsstrategie Individualiteit eigenheid Derdegraadsstrategie alternatief regulier

24 Alternatief - Dolfijnentherapie - Bloesemtherapie Regulier - Logopedie - Sensorische integratietherapie - Speltraining Sonrise/Kaufman Facilitated Communication Alternatief - Regulier

25 ? ? Behandeling: autisme Etiologie Symptomen Discipline Cognitie Neurobiologie Behandeling bepaald door:

26 De verbazing en het pionieren voorbij Evidence based: gestuurd door gedrag of cognitie

27 Autisme Onderzoek Gedragsniveau Cognitief niveau Neurobiologisch niveau

28 Gedrag: triade van Wing Van gedrag naar cognitie: Sociale interacties Communicatie Verbeelding

29 Achterliggend defect? Beperkte intentionaliteit Beperkte symboolvorming

30 Behandeling begrensd ?? Intentionaliteit imitatie, spel Symboolvorming communicatie, spel, taal

31 Cognitie: mogelijke verklaringstheorieën Theory-of-Mind Executieve Functies Zwakke Centrale Coherentie

32 TOM: abnormale socialisatie, communicatie en verbeelding C.C.: abnormale perceptie en verwerking van contextuele informatie E.F.: repetitief gedrag en cognitieve inflexibiliteit G AB F E D C

33 Cognitie en behandeling ToMToM-trainingen EFstructuur, planning CCbetekenisverlening

34 ToM training

35 Zwakke centrale coherentie perceptie betekenisverlening sociale interactie communicatie verbeelding

36 Succesfactoren bij jonge kinderen Dawson et al.; Van Berckelaer et al. Lage ratio kind-behandelaar Communicatie gericht op betekenisverlening Imitatie: functioneel en contextgericht Sociale interactie: in alledaagse situaties

37 De Verbazing voorbij Van pionierswerk naar evidence-based interventies Van gedrag naar cognitie van cognitie naar gedrag

38 V.Z.W. ‘t Appelboomke 25 jaar R.I.Z.I.V.-conventie Jubileumcongres 13 oktober 2006 Koffiepauze

39 V.Z.W. ‘t Appelboomke 25 jaar R.I.Z.I.V.-conventie Jubileumcongres 13 oktober 2006 Gedragsproblemen In-Zicht Dr. Y.M. Dijkxhoorn

40 Gedragsproblemen InZicht Yvette Dijkxhoorn Ambulatorium Universiteit Leiden

41 Begrip voor probleemgedrag omdat: Elk gedrag (een poging tot) communicatie is ‘Probleemgedrag’ onderdeel uitmaakt van de normale ontwikkeling De specifieke problemen van kinderen met autisme gevolgen hebben voor hun gedrag

42 Probleemgedrag en autisme Probleemgedrag zeer veel voorkomend bij mensen met autisme Aanwezigheid VB duidelijk risico-verhogend Probleemgedrag neemt af, als de ontwik- keling,met name de communicatie, toeneemt Probleemgedrag neemt in mindere mate af als de leeftijd toeneemt Probleemgedrag meest belemmerende factor voor deelname en integratie

43 Gedragsproblemen aannames: Subjectief gegeven Vinden plaats in interactie Komen bij iedereen voor Hebben een functie voor het individu Hebben verschillende oorzaken en reageren niet allemaal op dezelfde interventies

44 Vormen van probleemgedrag Rutter theoretisch Specifiek Niet-specifiek Kraijer statistisch Specifiek Half-specifiek Niet-specifiek

45 Indeling gericht op inzicht Specifiek of geassocieerd probleemgedrag Probleemgedrag dat gerelateerd is aan autisme Bijkomende problematiek

46 Specifiek Probleemgedrag Problemen met Sociale interactie Problemen met Communicatie Problemen met Verbeelding Specifiek Probleemgedrag Weerstand tegen veranderingen Beperkt patroon aan interesses en bezigheden Stereotiep gedrag Dwangmatig gedrag

47 Specifiek probleemgedrag Vaak de eerste vorm die wordt geconstateerd Gaat vaak opvallen vanaf het moment dat kinderen gaan lopen Toename na ontstaan object- permanentie: –weerstand tegen veranderingen –vasthouden aan patronen –beperkt repertoire aan interesses

48 Coping-strategie Specifiek probleemgedrag lijkt een reactie op de complexe omgeving Zelfstimulerend gedrag bij onderprikkeling Regulerend/sluizend bij overprikkeling Vorm van het probleemgedrag: persoonsafhankelijk

49 Tijd Activiteit hyper alert neutraal kalm hypo

50 Oorzaak? Beperkte intentionaliteit en symbool- vorming  beperkt repertoire (ook aan copingstrategieën) Geen verband sensorische problemen en probleemgedrag aangetoond maar…

51 Temple Grandin ‘Verschillende stimuli die voor de meeste mensen onbelangrijk zijn, veroorzaken bij mij een ernstige stress-reactie’

52 Gerelateerde problematiek bijvoorbeeld Triade van stoornissen Onbegrip communicatie Problemen verbeelding Onbegrip sociale situatie Reactie: agressie, automutilatie, eetproblemen, slaapproblemen, destructie, gillen/schreeuwen etc. etc.

53 Gerelateerd probleemgedrag Is een per individu verschillende reactie op het niet begrijpen van de communicatie, de sociale interactie, de eisen, de opdracht, de omgeving enz.

54 Problemen met de Executieve functies Verband met externaliserend gedrag als agressie, hyperactiviteit: tekort aan controle op het gedrag Verband met gebrek aan flexibiliteit: weerstand tegen veranderingen, dwanghandelingen

55 Gevolgen van gebrek aan Theory of Mind Gedrag nemen zoals het zich voordoet Niet begrijpen van achterliggende oorzaken en motieven Geen verwachtingen over gedrag van anderen Mensen met autisme zijn ‘behavioristen’

56 Stimuli voelen proeven ruiken zien horen Letterlijke & fragmentarische betekenisverlening Problemen met de Centrale Coherentie

57 Zwakke Centrale Coherentie Fragmentarische waarneming Geen integratie Geen transfer Problemen met betekenisverlening Niet onze perceptie CHAOS

58 Sluitende verklarende theorieën voor gedragsproblemen? Theory of Mind Executive Functions Centrale Coherentie Sociale problemen janee+/- Communica- tieproblemen +/-, pragmatiek neeja GedragAlleen sociaal Gebrek aan flexibiliteit Angst, chaos, stress

59 Bijkomende problematiek Neurologische problemen Psychiatrische problemen Sensorische problemen Opvoedingsproblematiek Acceptatieproblemen

60 Interactie Autisme Bijkomende problematiek Gedragsproblemen als uiting van onderliggende problematiek

61 Risicofactoren Verhoogde kwetsbaarheid Andere uitingsvormen Problemen met onder woorden brengen klachten Overlappende symptomen Extreme reactie op relatief geringe stressor

62 Risicofactoren: Biologisch Algemene medische oorzaken (pijn, jeuk enz.), epilepsie Metabole ziektes verband probleem-gedrag en ASS Specifieke subgroepen (Rett, Heller, Prader Willi, bepaalde syndromen) Medicatie, bijverschijnselen Voeding en stimulantia Extreme sensorische problemen Inhibitieproblemen

63 Protectieve factoren: biologisch Goede gezondheid Gemakkelijk temperament Gekende oorzaak van de problematiek

64 Risicofactoren: Psychologisch Discrepantie: –grote communicatiedrag/weinig middelen –drang tot sociale interactie, maar niet kunnen/geen grenzen hebben –discrepantie sterk cognitief en zwak sociaal en communicatief functioneren (m.n. receptief) –discrepantie sterk motorisch en zwak communicatief (met name expressief)

65 Risicofactoren II Waarnemingsproblemen Ordeningsproblemen Aangeleerde patronen

66 Protectieve factoren: psychologisch Passieve type Positieve grondhouding Relatief goede communicatieve en sociale vaardigheden of geringe drang Relatief harmonisch ontwikkelingsniveau Relatief goed inzicht in eigen mogelijkheden en beperkingen

67 Risicofactoren: Pedagogisch Gebrek aan structuur/duidelijkheid Insteken op cognitief niveau Omgeving Niet aangepaste begeleidingsintensiteit Grote verschillen tussen leefwerelden Verkeerde structuur: middel en doel

68 Protectieve factoren: Pedagogisch Een begrijpende en realistische omgeving Goed evenwicht bieden van mogelijkheden en inzicht in beperkingen Duidelijk perspectief

69 Aanpak van gedragsproblemen Indicatiestelling Behandelingsstrategie –1e graads –2e graads –3e graads Evaluatie

70 Indicatiestelling I Voorgeschiedenis Huidig functioneren –de triade van Wing (1996); –de mogelijkheden en beperkingen; –het zintuiglijk functioneren en de betekenisverlening; –gezondheid; –activiteitsniveau

71 Indicatiestelling II Gedragsproblemen onderzoek de achtergronden en beschrijf het probleemgedrag; breng de geschiedenis van de persoon, zijn familie en de huidige staat van zorg in kaart; breng de medische en biologische factoren in kaart en laat eventueel onderzoek plaatsvinden; analyseer de huidige omgeving(en) waarin de persoon verblijft; onderzoek oorzakelijke en in stand houdende factoren;

72 Indicatiestelling III Contextfactoren –interactie tussen de specifieke behoeften en de opvoedings- en begeleidingsstrategieën vanuit de omgeving –bejegening –behoefte aan fysieke en psychische ruimte, intensiteit van begeleiding, gebruik van ruimte.

73 Behandelstrategieën: specifiek probleemgedrag Primair: eerstegraadsstrategie –Bv. SPELL-curriculum (NAS, 2003) Structuur Positief (zowel in benadering als verwachtingen) Empathie Lage arousal ‘Links’

74 Behandelstrategieën: specifiek probleemgedrag II Daarna: is specifieke behandeling noodzakelijk –Voornamelijk gedragsmodificerende technieken fading relaxatie ritualiseren aanleren alternatief gedrag –Niet: straffen en negeren

75 Behandelstrategieën gerelateerd probleemgedrag Aanscherpen eerstegraadsstrategie m.n. evenwicht: –Inspanning/rust –Bevragen/laten –Alleen doen/samen doen –Uitlokken/beschermen Vergroten inzicht opvoeders

76 Behandelstrategieën gerelateerd probleemgedrag II Individugerichte interventies op indicatie –Individuele communicatietraining –SoVatraining, ToM-training, Social Stories, speltraining, peer-group, enz. –Fysiotherapie, SI-therapie, muziektherapie enz. –Medicatie

77 Behandelstrategieën: bijkomende problematiek Op indicatie, de passende protocollen bij de problematiek Autisme niet vergeten Vaak autistisch beeld pregnanter nadat bijkomende problematiek verminderd is

78 Inzicht in probleemgedrag Begeleiden IS begrijpen Problemen aanpakken zonder de achtergrond te weten  BEHEERSEN

79 V.Z.W. ‘t Appelboomke 25 jaar R.I.Z.I.V.-conventie Jubileumcongres 13 oktober 2006 Getuigenis zelfstandig wonen uit de mond van een persoon met ASS Mevr. Tess Van Deynse

80 tess van deynse walenstraat hasselt  0499/ geboren op 14 januari 1983 te leuven ik werk als vrijwilligster in de provinciale bibliotheek van hasselt en in het cultuurcentrum Z33 mijn hobby’s zijn schrijven, reizen, schilderen,… ik houd van cinefiele films en je komt me geregeld tegen op concerten en festivals

81 V.Z.W. ‘t Appelboomke 25 jaar R.I.Z.I.V.-conventie Jubileumcongres 13 oktober 2006 Lunchpauze

82 V.Z.W. ‘t Appelboomke 25 jaar R.I.Z.I.V.-conventie Jubileumcongres 13 oktober 2006 Ouderbegeleiding bij autismespectrumstoornissen Wat helpt ouders om adviezen uit te voeren? Dhr. Wilfried Peeters

83 Opzet Uitgangspunt: een aanzienlijk deel van alle ouderbegeleidingen mislukt Vraag: waarom? Doel: leren uit mislukkingen

84 Weten we te weinig over (de aanpak van) kinderen met autisme? Aanpak: bronnen en technieken TEACCH: visuele verduidelijking en auti-didactiek gedragstherapie: leerstrategieën cognitieve therapie: scripts en analyseschemata Conclusie: voldoende kennis voorhanden Cf. toepassing kennis over aanpak in een auti-setting werkt

85 Waarom werken adviezen die effectief zijn in een auti-setting, thuis niet? Belangrijke oorzaak van falen ouderbegeleiding: niet: advies werkt niet bij kind wel: ouders voeren advies niet of met onvoldoende overtuiging uit lang genoeg volhouden consequent handhaven zonder tegenstrijdige lichaamssignalen Conclusie: niet: het is de fout van de ouders wel: cruciale taak van de ouderbegeleider is ouders motiveren om adviezen uit te voeren

86 Hoe ouders motiveren om adviezen uit te voeren? Wàt adviseren: stem adviezen niet enkel af op het kind met autisme, maar op het hele gezinssysteem sluit aan bij voorkeuren en sterkten van het gezin houd rekening met impact adviezen op het hele gezin stem advies af op de aanpassingsfase van het gezin Hoè adviseren: ouders tot actie bewegen

87 Sluit aan bij voorkeuren en krachten … … van individuele gezinsleden: vaardigheden (vb. organisatietalent) karaktersterktes (vb. rustig, geduldig) interessen (vb. in schoolwerk) … van het gezin als geheel: structuur: organisatie en hiërarchie relaties: afgrenzing, expressie, conflicten en conflictoplossend vermogen normen en waarden afgrenzing tegenover buitenwereld flexibiliteit

88 Houd rekening met de impact van adviezen op het hele gezin

89 Stem adviezen af op de aanpassingsfase waarin het gezin zich bevindt Fase van gezinsaanpassing Hoofddoel van de ouderbegeleiding Fase 1: uitputtingademruimte scheppen Fase 2: machteloosheidcontrole herstellen Fase 3: evenwichtgoodness of fit realiseren

90 Fase 1: uitputting  schep ademruimte vergroot draagkracht: ondersteunend netwerk formeel en informeel netwerk emotionele en praktische steun verminder draaglast: feitelijke belasting: verlaag (tijdelijk) de eisen subjectieve belasting: verander de beleving van het probleemgedrag vb. niet elk ongewoon gedrag is storend vb. observeer hoe vaak en lang (g)een probleemgedrag optreedt vb. kind met autisme viseert vertrouwenspersoon

91 Fase 2: machteloosheid  herstel controle Gedragsexperimenten: Doel: haalbare inspanning van ouders (‘doe minder’)  hoge kans op succes Opbouw: selecteer één klein en afgebakend concreet probleemgedrag spreek aanpak af: combineer  eisen verlagen  omgeving verduidelijken  gewenst gedrag aanleren, fysiek begeleiden en bekrachtigen  storend gedrag voorkomen of negeren oefen in: mogelijke reacties van kind en ouders laat ouders effect kwantitatief registreren Vraag naar uitzonderingen: wat lukt wél en hoe? als niets lukt: hoe houden jullie dat toch vol? (copingvraag)

92 Fase 3: balans  bewerkstellig goodness of fit bekrachtig ouders: bevestig dat ze het goed doen bevraag het bereikte evenwicht: hoe beleeft elk gezinslid dit? is het bestand tegen veranderingen in het gezin? interventies: naar een flexibeler evenwicht voor het hele gezin aanpassen of veranderen  veranderen door aanpassen doelen en middelen scheiden: zoek de gedeelde doelen

93 Wat zet ouders aan tot actie? motiveer: vanuit autistisch denken leg uit (inleving, samenhangdenken, strategieverandering) gebruik beelden praat vanuit het kind vanuit ieders voordeel bespreek concreet gedrag, geen algemene houding: oa. wat doen in plaats van wat niet doen onderliggende boodschap: aanpak moet voor kind met autisme kristalhelder zijn wat je doet telt, niet wat je bedoelt details zijn van belang

94 Wat zet ouders aan tot actie? oefen in: overloop mogelijke scenario’s en anticipeer op mogelijke reacties geef iedereen wat te doen vraag of en wanneer ze dit kunnen geloof er zelf in: haalbare opdracht: beter 1 concrete taak dan 10 suggesties wat als het niet lukt?

95 Besluit Vergeet de ouders niet!

96 V.Z.W. ‘t Appelboomke 25 jaar R.I.Z.I.V.-conventie Jubileumcongres 13 oktober 2006 Ouderbegeleiding in systeem Mevr. Helga Nulens

97 UITGANGSPUNT Ouderbegeleiding = steeds werken IN & MET het systeem rondom het kind

98

99 UITGANGSPUNT Ouderbegeleiding = steeds werken IN & MET het systeem rondom het kind

100 OUDERBEGELEIDING IN ‘T APPELBOOMKE Specifieke kenmerken van de gezinnen en de consequenties Ouderbegeleiding als proces doorheen de behandeling in ‘t Appelboomke

101 SPECIFIEKE KENMERKEN Jonge ouders

102 SPECIFIEKE KENMERKEN Jonge ouders Niet-communicatieve kinderen

103 SPECIFIEKE KENMERKEN Jonge ouders Niet-communicatieve kinderen Semi-residentieel karakter van de opvang

104 Semi-residentieel karakter Kennis van het kind

105 Semi-residentieel karakter Kennis van het kind Het hele team is ouderbegeleider

106 Semi-residentieel karakter Kennis van het kind Het hele team is ouderbegeleider Relatie met de ouders

107 OUDERBEGELEIDING ALS PROCES

108 Kennismakingsbezoek

109 OUDERBEGELEIDING ALS PROCES Kennismakingsbezoek Intake + inschrijvingsgesprek

110 OUDERBEGELEIDING ALS PROCES Kennismakingsbezoek Intake + inschrijvingsgesprek Oudergesprekken

111 OUDERBEGELEIDING ALS PROCES Kennismakingsbezoek Intake + inschrijvingsgesprek Oudergesprekken Ouderavonden

112 OUDERBEGELEIDING ALS PROCES Kennismakingsbezoek Intake + inschrijvingsgesprek Oudergesprekken Ouderavonden Open dagen

113

114 V.Z.W. ‘t Appelboomke 25 jaar R.I.Z.I.V.-conventie Jubileumcongres 13 oktober 2006 Afsluiting plenaire zitting Dr. Georges Vereecke

115 Workshops Communicatie Dhr. L. Breesch, groepschef Mevr. L. Ceulemans, logopediste V.Z.W. ‘t Appelboomke Medicatie Prof. Dr. J. Steyaert, kinderpsychiater Mevr. K. Lantin, opvoedster V.Z.W. ‘t Appelboomke TEACCH Mevr. H. Nulens, psychologe Mevr. S. Mottart, opvoedster V.Z.W. ‘t Appelboomke Imitatietraining Mevr. M. Vanvuchelen licentiate kinesitherapie UZ Leuven Docent PHL

116 Met dank aan… En Greet Bosschaert


Download ppt "V.Z.W. ‘t Appelboomke 25 jaar R.I.Z.I.V.-conventie Jubileumcongres 2006 De verbazing voorbij… Vroegbehandeling bij autismespectrumstoornissen Vrijdag,"

Verwante presentaties


Ads door Google