De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Membranen en transport van moleculen. EXTERNE - INTERNE MILIEU Eencelligen  celmembraan scheiding met omgeving  buiten cel : externe milieu Meercelligen.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Membranen en transport van moleculen. EXTERNE - INTERNE MILIEU Eencelligen  celmembraan scheiding met omgeving  buiten cel : externe milieu Meercelligen."— Transcript van de presentatie:

1 Membranen en transport van moleculen

2 EXTERNE - INTERNE MILIEU Eencelligen  celmembraan scheiding met omgeving  buiten cel : externe milieu Meercelligen  groot aantal cellen (dieper) niet meer contact met externe milieu Wel intern milieu = weefselvloeistof en bloedplasma Celmembraan is selectief permeabel  bepaalde moleculen gaan cel wel in, andere niet

3 celmembraan 2 lagen fosfolipiden waarin eiwitten zijn ingebed CO2 en O2 diffunderen gemakkelijk door fosfolipidenlaag heen Cytoplasma= water + opgeloste stoffen Fosfolipiden= vetachtige stoffen  goede barrière voor in water oplosbare stoffen die minder in vet oplosbaar zijn moleculen  kunnen niet zomaar door celmembraan doel  concentratieverschillen tussen cytoplasma en extern milieu handhaven

4 Transport door celmembraan Water en opgeloste stoffen passeren het celmembraan via eiwitten ( met water gevulde porie)  doorgang water en kleine moleculen Ook transportenzymen  glucosemolecuul  CL-ionen  Na+ ionen  K+ ionen Transport van water door osmose Celmembraan semipermeabel

5 transportenzymen Ene kant membraan molecuul of ion gebonden  binding verandert transportenzym van vorm  molecuul of ion wordt naar andere kant van membraan verplaatst  binding tussen transportenzym en molecuul of ion verbroken  transportenzym neemt weer oorspronkelijke vorm aan.

6 tramsportenzymen Contact ion/ molecuul en transportenzym door diffusie Kan alleen met concentratieverval mee (van hoog naar laag)  Kost geen energie Bij enkele stoffen ook tegen concentratieverval in (van laag naar hoog)  andere transportenzymen Kost energie geleverd door ATP-moleculen uit mitochondriën in cel, O 2 nodig  Actief transport Glucosemoleculen Ca++, Na+ en K+

7 Vreemde eiwitten

8 DE CEL 1.Nucleus (celkern) 2.ribosomen 3.blaasje 4.Ruw endoplasmatisch reticulum 5.Golgi-apparaat 6.Microtubuli 7.Glad endoplasmatisch reticulum 8.Mitochondriën 9.Peroxisoom 10.Nucleolus (celkernlichaampje) 11.Cytoplasma 12.Lysosoom 13.Centriolen

9 Stoffentransport binnen een cel Soms stoffen opgenomen door cel, ingesloten in blaasje  fagocytose (+ vaste stoffen vb bacterie of virus)  pinocytose (alleen vloeistof)  o.a. bij pantoffeldiertje aan blaasje worden verteringsenzymen toegevoegd door versmelting lysosoom  verteringsproducten worden door actief transport opgenomen in cytoplasma. Exocytose (als stoffen weer geloosd worden in het externe milieu)

10 Enzymen en membranen

11


Download ppt "Membranen en transport van moleculen. EXTERNE - INTERNE MILIEU Eencelligen  celmembraan scheiding met omgeving  buiten cel : externe milieu Meercelligen."

Verwante presentaties


Ads door Google