De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

5 Plantaardige en dierlijke cellen Bouw cel.  Cytoplasma = grondplasma + organellen  Organel = Elk deel van cel met eigen functie  Kern met kernplasma.

Verwante presentaties


Presentatie over: "5 Plantaardige en dierlijke cellen Bouw cel.  Cytoplasma = grondplasma + organellen  Organel = Elk deel van cel met eigen functie  Kern met kernplasma."— Transcript van de presentatie:

1 5 Plantaardige en dierlijke cellen Bouw cel

2  Cytoplasma = grondplasma + organellen  Organel = Elk deel van cel met eigen functie  Kern met kernplasma  Grondplasma = stroperige vloeistof  Water  Opgeloste stoffen  Zouten,  eiwitten,  vetachtige stoffen

3 celmembraan  Buitenste laag cytoplasma = celmembraan Buitenste laag kernplasma is het kernmembraan  Cel- en kernmembraan bestaan uit fosfolipiden  Vetzuren (apolair)  Fosfor (polair)  Fosfor richt zich naar de cytoplasmakant  fosfor aan buitenkant van membraan  ene_1 ene_1

4 Dierlijke cel  Geen celwand

5 plantencel  In het grondplasma kunnen zich vacuolen bevinden  Vacuole =  “blaasje “gevuld met vocht  Omgeven door vacuolemembraan  Jonge plantencel vak meerdere kleine vacuolen  Oudere plantencel 1 grote centrale vacuole   stevigheid van plant  Cytoplasma ligt in dun laagje tegen celwand aan   wandstandig cytoplasma Dierlijke cel weinig of geen kleine vacuolen

6 waterpest

7 vacuole  Vacuolevocht:  Water, opgeloste stoffen, zouten, glucose, reservestoffen, afvalstoffen,kleurstoffen  Kleurstoffen  kleur aan planten en bloemen en vruchten  bv anthocyanen  roze, rood, blauw en paars ( rode ui, rode roos, tomaat, aardbei)  ml#Scene_1 ml#Scene_1

8 plastiden  In jonge plantencel proplastiden  Ontwikkelen zich tot plastiden:  Gekleurde plastiden:  Chloroplasten (bladgroenkorrels)  fotosynthese  Chromoplasten (kleurstofkorrels)  Bevatten gele, oranje en rode kleurstoffen(pigmenten)  Chloro- en chromoplasten kunnen in elkaar overgaan : tomaat van groen  rood  Leukoplasten kleurloos  opslag reservestoffen, eiwitten, vetten of zetmeel  Amyloplasten (zetmeelkorrels)  zetmeel wordt opgeslagen 

9 Onder invloed van het licht ontstaat uit een proplastide een bladgroenkorrel

10 celwand  Cytoplasma van plantaardige cel vormt stevige celwand om de cel heen  Celwand = tussencelstof, behoort niet tot de cel  Functie = stevigheid bv stro  Tussen celwanden  intercellulaire ruimten  Gevuld met water of lucht 


Download ppt "5 Plantaardige en dierlijke cellen Bouw cel.  Cytoplasma = grondplasma + organellen  Organel = Elk deel van cel met eigen functie  Kern met kernplasma."

Verwante presentaties


Ads door Google