De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Richtlijn bipolaire stoornis. Indeling richtlijn Verantwoording Inleiding Organisatie van de zorg Diagnostiek Voorlichting en psycho-educatie Zelfmanagement.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Richtlijn bipolaire stoornis. Indeling richtlijn Verantwoording Inleiding Organisatie van de zorg Diagnostiek Voorlichting en psycho-educatie Zelfmanagement."— Transcript van de presentatie:

1 Richtlijn bipolaire stoornis

2 Indeling richtlijn Verantwoording Inleiding Organisatie van de zorg Diagnostiek Voorlichting en psycho-educatie Zelfmanagement Psychotherapie Farmacotherapie Somatische aspecten Kinderwens, zwangerschap, bevalling en kraambedperiode

3 Verantwoording Is geen standaard Gedragslijn en leidraad Handvat Opvolger van –Richtlijn farmacotherapie bipolaire stoornissen, 1998 –Richtlijn bipolaire stoornissen 2001 Geldigheidsduur van 5 jaar

4 Inleiding Doelstelling –Leidraad voor diagnostisch en therapeutisch handelen om de patiënt met een bipolaire stoornis optimale zorg te bieden Richtlijngebruikers –In eerste instantie psychiaters en psychiaters in opleiding Samenstelling commissie –7 psychiaters, 1verpleegkundige en 1 ervaringsdeskundige

5 Inleiding Werkwijze en wetenschappelijke onderbouwing –Systematische reviews en meta analyse –(gecontroleerde) individuele studies –Expert opinions Implementatie en evaluatie –Daadwerkelijke uitvoerbaarheid Adviezen in 3 niveaus –Richtlijn (R), aanbeveling (A) en optie (O)‏ Juridische betekenis van richtlijnen: geen Herziening van deze richtlijn: uiterlijk 2012

6 Organisatie van de zorg Eerste lijn versus tweede lijn –Bij voorkeur door specialistische team in 2e lijn Nadere diagnostiek en advies Ernstige en/of herhaaldelijke ontregeling en complexe problematiek Voor verdere behandeling –Eventueel door huisarts Stabiele stoornis Normaal functioneren Geen complexe medicatie Voldoende ervaring van huisarts Eens per 2-3 jaar beoordeling door psychiater

7 Organisatie van de zorg Medische verantwoordelijkheid –Psychiater en AIOS –Ook voor somatische zorg Advies: nauwe samenwerking: internist huisarts, diëtist en prikdienst Samenwerking met andere disciplines: –SPV,verpleegkundigen, psychologen vaktherapeuten en maatschappelijkwerkenden –Duidelijkheid wie de hoofdbehandelaar is en wie de regie functie heeft Continuïteit van zorg –Vaste psychiater of casemanager die patiënt meerdere jaren kan vervolgen

8 Organisatie van de zorg Behandelmodulen – Noodzakelijke modulen Voorlichting en psycho-educatie Zelfmanagmentinterventies Farmacotherapie –Optionele modulen Psychotherapie Steunende, structurerende begeleiding en rehabilitatie aan de hand van gestructureerde inventarisatie van zorgbehoefte

9 Organisatie van de zorg Evaluatie van de behandeling –Meet instrumenten –Inventarisatie van zorgbehoefte Onvoldoende effect van de behandeling –Onjuiste of onvolledige diagnostiek Somatische en/of psychiatrische comorbiditeit –Niet accepteren van de diagnose door patiënte of omgeving –Een niet optimaal uitgevoerde behandeling –Gebrek aan therapie trouw

10 Organisatie van de zorg De patiënt en zijn omgeving –Positief effect op patiënt –Bevordert ziekte inzicht en acceptatie –Psycho-educatie groepen Vereniging voor Manisch Depressieven en Betrokkenen (VMDB)‏ –Voorlichting, steun en belangenbehartiger –Ervaringsdeskundige ondersteuning –Isolement en taboes doorbreken –Samenwerking met behandelaars –Nationale en internationale contacten –Stimuleren van wetenschappelijk onderzoek

11 Organisatie van de zorg Kwaliteitstoetsing –Kwaliteit van zorg Vaste behandelaar Regulier contact met betrokkenen Regulier contact met VMBD Gebruik van meetinstrumenten Psycho-educatie Noodplan Farmacotherapie –Effect van de behandeling Remissie Ernst van de rest symptomen en comorbide problemen

12

13 Diagnostiek Inleiding –Diagnostiek Anamnese Heteroanamnese Observatie huidige stemmingsepisode Reconstructie voorafgaande ziekte beloop –10-20% alleen unipolaire depressie –Lifetime prevalentie 1,9% –Bipolaire I stoornis man= vrouw –Bipolaire II stoornis vrouw>man

14 Diagnostiek –Hoogste incidentie tussen levensjaar –10 jaar tussen eerste stemmingsverschijnselen en diagnose Bipolaire spectrum –Aanbeveling: blijf DSM criteria gebruiken Het stellen van de diagnose –Manische episode Kernsymptomen, lastig bij psychotische en of gemengde episode –Hypomane episode Voorgeschiedenis en heteroanamnese

15 Diagnostiek Het stellen van de diagnose – Het luxeren van een hypomane/manische episode door gebruik van antidepressivum mag niet leiden tot de diagnose bipolaire stoornis. Dergelijke episodes kunnen wel bijdragen aan de diagnostiek –Gemengde episoden Differentiële diagnostiek –Psychotische stoornissen –Schizoaffectieve stoornis –Borderline persoonlijkheidsstoornis –Alcohol en drugsgebruik

16 Diagnostiek Comorbiditeit –Misbruik en afhankelijkheid van alcohol 3x verhoogd risico –Misbruik en afhankelijkheid van drugs 5x verhoogd risico –Persoonlijkheidsstoornissen: 20-60% –Eetstoornissen –ADHD –Somatische aandoeningen

17 Diagnostiek Meet instrumenten –Screening (O)‏ Mood disorder questionnaire (MDQ-NL)‏ –Classificatie Composite international diagnostic interview (CIDI)‏ Structured clinical interview for DSM-IV axis I (SCID-1)‏ –Beloop Lifechart methode (LCM)‏ (A)‏

18 Diagnostiek Meet instrumenten –Ernst (A)‏ Clinical global impression scale, bilopair version (CGI-BP)‏ Inventory for depressive symptomes (IDS)‏ Hamilton rating scale for depression (HRSD)‏ Montgomery Asberg depression rating scale (MADRS)‏ Young mania rating scale (YMRS)‏ Bech-Rafaelsen mania scale (BRMAS)‏

19 Diagnostiek Meet instrumenten –Lijsten voor co-morbide symptomen –Zorgbehoefte –Meetinstrumenten bij jongeren Kiddie lifechart (K-LCM)‏ >16 jaar: YMRS

20 Voorlichting en psycho-educatie Voorlichting –Goede informatie over de stoornis –WGBO Adequate voorlichting over de behandeling en eventuele alternatieven Voorlichtingsmateriaal of persoonlijke voorlichting Psycho-educatie –Effectieve interventie betreffende therapie trouw en ter voorkoming of beperking van terugval(R)‏ –Effectief getoetste cursus van 6 sessie (O)‏

21 Voorlichting en psycho-educatie Lotgenoten contact (O)‏ –Steun en herkenning via uitwisseling van ervaringen Aanbevolen folders en boeken

22 Zelfmanagement Inleiding –Goede therapeutische relatie –Individueel vermogen om te gaan met symptomen, behandeling, lichamelijke en psychosociale consequenties en leefstijlveranderingen inherent aan het leven met een chronisch gezondheidsprobleem Zelfmanagmenttaxatie Zelfmanagmentinterventies

23 Zelfmanagement Zelfmanagementtaxatie –Life chart methode LCM –Zorgbehoefte peiling Meet instrumenten –Noodplan (A)‏ –Dag-en-nacht ritme (A)‏ Sociaal ritme meter

24 Zelfmanagement Zelfmanagementinterventies –Handelen volgens het noodplan en incidentmanagement (A)‏ –Onderhouden noodplan (O)‏ –Bevordering van coping (O)‏ –Contragedrag (O)‏ –Organiseren van sociale steun en/of actief hulp zoeken/vragen (O)‏ –Leefstijl en omgaan met life events (O)‏ –Bewaken van somatische gezondheid (O)‏ –Therapie trouw bevorderen (A)‏ –Rehabilitatie (O)‏ –Stigma vermindering (O)‏ –ACT- strategieën (A)‏

25

26 Psychotherapie Inleiding –Werkzame therapieën Cognitieve gedragstherapie Interpersoonlijke en sociaalritmetherapie Gezinstherapie –Geadviseerd bij mn Patiënten die ondank zowel medicatie als psycho- educatie onvoldoende stabiel zijn, of restsymptomen ondervinden.(A)‏ Patiënten die “lijden” onder de diagnose (O)‏ Psychosociale problemen (relatie problemen) (O)‏

27 Psychotherapie Psychotherapievormen –Cognitieve gedragstherapie Stemming, gedachten en gedrag onlosmakelijk met elkaar verbonden Vroege herkenning Disfunctionele gedachten, bv ideeën over stigmatisatie Medicatietrouw Zelf monitoring en zelfregulatietechnieken Omgaan met stress en en verbetering van tijdsindeling Risico situatie (bv alcoholgebruik)‏

28 Psychotherapie –Interpersoonlijke en sociaalritmetherapie Verbanden levensgebeurtenissen en stemmingswisseling Regelmatige dagstructuur Identificatie en hanteren van vroege symptomen van terugval Kiezen focus: vaak rouw over het feit van de diagnose van een chronisch psychiatrische ziekte Beginfase: wekelijks, daarna maandelijks –Gezinstherapie Aversieve omgeving kan het beloop van de bipolaire stoornis negatief beïnvloeden

29 Farmacotherapie

30 Inleiding –Uitgangspunten voor farmacotherapie Essentieel onderdeel van de behandeling (R)‏ Afstemming op de individuele patient(O)‏ Familie anamnese (O)‏ De aard van de stoornis (O)‏ Aantal middelen specifiek geregistreerd –Lithium, carbamazepine, aripripazol, olanzapine, klassieke antipsycotica –De rest is off-label De term wordt niet meer gebruikt stemmingstabilisator omdat er geen eenduidige definitie is Eenmalig doseren heeft voordelen voor de therapie trouw (O) en bij lithium voor de nieren (A)‏

31 Farmacotherapie Farmacotherapie bij jeugdigen –Weinig onderzoek –Alleen bij bipolaire I stoornis volgens de DSM –Extra allert ivm bijwerkingen Farmacotherapie bij ouderen –Interacties –Gevoeliger voor bijwerkingen –Start slow, go slow, but go all the way –Verwijzing naar Oostervink en van Gerven (2008)‏

32 Farmacotherapie

33

34 Farmacotherapie: onderhoudsbehandeling: indicatie stelling

35 Farmacotherapie

36

37 Keuze tussen diverse middelen –Indicaties –Toepasbaarheid –Contra-indicaties en mogelijke complicaties –Interacties

38 Aanbevolen bloedspiegels van lithium, carbamazepine en valproinezuur

39

40 Somatische aspecten

41

42

43

44

45

46

47 Kinderwens, zwangerschap, bevalling en kraamperiode Inleiding –Zwangerschap en postpartum juist risicovol –50% kans op recidief –Postpartum psychose als eerste episode –Met onderhoudsmedicatie 25% kans op recidief –Zonder onderhoudsmedicatie 70% kans op recidief –Uitgebreide voorlichting (O)‏

48 Kinderwens, zwangerschap, bevalling en kraamperiode Kinderwens –Wel of niet zwanger worden Risico voor het kind

49

50 Kinderwens, zwangerschap, bevalling en kraamperiode Kinderwens –Wel of niet zwanger worden Risico voor het kind –Prevalentie bij kinderen van een ouder met een biplolaire stoornis 10-20% Risico voor de moeder –Wel of niet stoppen met psychofarmaca Langzaam afbouwen voor of na conceptie Voorkeur voor lithium –Beperkt gebruik van medicatie

51 Kinderwens, zwangerschap, bevalling en kraamperiode Wat te doen bij zwangerschap –Verwijzing naar gynaecoloog –Overleg gynaecoloog en kinderarts Recidief tijdens zwangerschap –Steunende gesprekken en psychotherapie –Voorkeur voor medicatie welke in verleden effectief is gebleken –ECT Borstvoeding –Consult kinderarts of informatie via RIVM

52 Kinderwens, zwangerschap, bevalling en kraamperiode Aandacht voor de partner –Stress preventie, voorkomen van slaaptekort, bewustwording van rol-en structuurverandering in het gezin en het ontstaan van manische en eventueel depressieve gevoelens van het vaderschap herkend en besproken te worden

53 Richtlijn bipolaire stoornis Bedankt voor uw aandacht

54 Vraag 1 Een 32-jarige vrouw wordt opgenomen met een acute manie. Ze heeft een blanco psychiatrische voorgeschiedenis. –Een enkele manische episode is voldoende voor het stellen van de diagnose bipolaire stoornis, type 1

55 Vraag 1 Een 32-jarige vrouw wordt opgenomen met een acute manie. Ze heeft een blanco psychiatrische voorgeschiedenis. –Een enkele manische episode is voldoende voor het stellen van de diagnose bipolaire stoornis, type 1 –juist

56 Vraag 2 Een 32-jarige vrouw wordt opgenomen met een acute manie. Ze heeft een blanco psychiatrische voorgeschiedenis. –Het medicamenteuze beleid is het voorschrijven van lithium, 2 daags 400mg Priadel voor een snel effect

57 Vraag 2 Een 32-jarige vrouw wordt opgenomen met een acute manie. Ze heeft een blanco psychiatrische voorgeschiedenis. –Het medicamenteuze beleid is het voorschrijven van lithium, 2 daags 400mg Priadel voor een snel effect –onjuist

58 Vraag 3 Een 32-jarige vrouw wordt opgenomen met een acute manie. Ze heeft een blanco psychiatrische voorgeschiedenis. –Na 2 dagen bepaalt U de bloedspiegel en die bedraagt 1.2 mEq/L. het aangewezen beleid bij deze bloedspiegel is het verlagen van de dosering Priadel

59 Vraag 3 Een 32-jarige vrouw wordt opgenomen met een acute manie. Ze heeft een blanco psychiatrische voorgeschiedenis. –Na 2 dagen bepaalt U de bloedspiegel en die bedraagt 1.2 mEq/L. het aangewezen beleid bij deze bloedspiegel is het verlagen van de dosering Priadel –onjuist

60 Vraag 4 Een 32-jarige vrouw wordt opgenomen met een acute manie. Ze heeft een blanco psychiatrische voorgeschiedenis. –Patiënte is ondanks de lithium toenemend depressief geworden. Haar lithium spiegel is nu 0.8 mEq/L bij een dosering van 400 mg Priadel per dag. Het aangewezen beleid is de lithium te verhogen naar 600 mg Priadel per dag.

61 Vraag 4 Een 32-jarige vrouw wordt opgenomen met een acute manie. Ze heeft een blanco psychiatrische voorgeschiedenis. –Patiënte is ondanks de lithium toenemend depressief geworden. Haar lithium spiegel is nu 0.8 mEq/L bij een dosering van 400 mg Priadel per dag. Het aangewezen beleid is de lithium te verhogen naar 600 mg Priadel per dag. –juist

62 Vraag 5 Een 32-jarige vrouw wordt opgenomen met een acute manie. Ze heeft een blanco psychiatrische voorgeschiedenis. –De toestand van pt is na 2 weken onveranderd. U besluit venlavaxine toe te voegen. Venlavaxine geeft, in tegenstelling tot TCA’s geen verhoogd risico op de inductie van een manie.

63 Vraag 5 Een 32-jarige vrouw wordt opgenomen met een acute manie. Ze heeft een blanco psychiatrische voorgeschiedenis. –De toestand van pt is na 2 weken onveranderd. U besluit venlavaxine toe te voegen. Venlavaxine geeft, in tegenstelling tot TCA’s geen verhoogd risico op de inductie van een manie –onjuist.

64 Vraag 6 In families van patiënten met een bipolaire 1 stoornis wordt een verhoogde prevalentie gezien van zowel de bipolaire als de unipolaire depressie

65 Vraag 6 In families van patiënten met een bipolaire 1 stoornis wordt een verhoogde prevalentie gezien van zowel de bipolaire als de unipolaire depressie juist

66 Vraag 7 Bij de behandeling van een depressieve episode in het kader van een bipolaire I stoornis is er GEEN indicatie voor monotherapie met een antidepressivum

67 Vraag 7 Bij de behandeling van een depressieve episode in het kader van een bipolaire I stoornis is er GEEN indicatie voor monotherapie met een antidepressivum Juist

68 Vraag 8 De Steven-Johnson rash die bij lamotrigine kan voorkomen, kan ook nog na maanden gebruik debuteren

69 Vraag 8 De Steven-Johnson rash dia bij lamotrigine kan voorkomen, kan ook nog na maanden gebruik debuteren juist

70 Vraag 9 Valproaat heeft beter antimanische dan antidepressieve effecten

71 Vraag 9 Valproaat heeft beter antimanische dan antidepressieve effecten Juist

72 Vraag 10 In het algemeen kan men bij vrouwen die lithium gebruiken overgaan op valproaat indien zij zwanger willen worden

73 Vraag 10 In het algemeen kan men bij vrouwen die lithium gebruiken overgaan op valproaat indien zij zwanger willen worden Onjuist

74 Vraag 11 In tegenstelling tot gewone NSAID’s kunnen Cox-2 remmers bij lithiumgebruik zonder aanpassingen worden voorgeschreven

75 Vraag 11 In tegenstelling tot gewone NSAID’s kunnen Cox-2 remmers bij lithiumgebruik zonder aanpassingen worden voorgeschreven onjuist

76 Vraag 12 Cognitieve functie stoornissen kunnen ontstaan door het gebruik van lithium

77 Vraag 12 Cognitieve functie stoornissen kunnen ontstaan door het gebruik van lithium juist

78 Vraag 13 Bij het invullen van een life-chart van het afgelopen jaar blijkt dat een 40 jarige vrouw, bekend met een bipolaire stoornis 4 maal een hypomane episode heeft doorgemaakt. Hier is sprake van een rapid cycling patroon

79 Vraag 13 Bij het invullen van een life-chart van het afgelopen jaar blijkt dat een 40 jarige vrouw, bekend met een bipolaire stoornis 4 maal een hypomane episode heeft doorgemaakt. Hier is sprake van een rapid cycling patroon juist

80 Vraag 14 Carbamazepine verkleint de kans op suïcide bij bipolaire aandoeningen meer dan lithium

81 Vraag 14 Carbamazepine verkleint de kans op suïcide bij bipolaire aandoeningen meer dan lithium onjuist

82 Vraag 15 Een toegenomen uitscheiding van zout (bv door heftige transpiratie) kan leiden tot een verlaagde lithium spiegel

83 Vraag 15 Een toegenomen uitscheiding van zout (bv door heftige transpiratie) kan leiden tot een verlaagde lithium spiegel onjuist

84 Vraag 16 Antidepressiva zijn gecontraïndiceerd bij patiënten met een bipolaire stoornis

85 Vraag 16 Antidepressiva zijn gecontraïndiceerd bij patiënten met een bipolaire stoornis onjuist

86 Vraag 17 Gemiddeld zijn de lithium doseringen bij ouderen 50% lager dan die aan volwassenen geven worden. Er is echter een grote inter-individuele variatie

87 Vraag 17 Gemiddeld zijn de lithium doseringen bij ouderen 50% lager dan die aan volwassenen geven worden. Er is echter een grote inter-individuele variatie juist


Download ppt "Richtlijn bipolaire stoornis. Indeling richtlijn Verantwoording Inleiding Organisatie van de zorg Diagnostiek Voorlichting en psycho-educatie Zelfmanagement."

Verwante presentaties


Ads door Google