De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

[ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ]

Verwante presentaties


Presentatie over: "[ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ]"— Transcript van de presentatie:

1 [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ]

2 Inleiding tot het recht
2006 – 2007 Prof.dr. Frank Fleerackers [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

3 [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ]
► algemene inleiding ► deel I : structuren en instellingen ► deel II : privaatrechtelijk procesrecht ► deel III : burgerlijk recht [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

4 [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ]
► algemene inleiding ► deel I : structuren en instellingen ► deel II : privaatrechtelijk procesrecht ► deel III : burgerlijk recht [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

5 1. Wat is recht ? ♦ Recht is de georganiseerde ordening
Algemene inleiding – 1. Wat is recht ? 1. Wat is recht ? ♦ Recht is de georganiseerde ordening van het menselijk handelen in de samenleving * Subjectief recht : het recht vanuit het eigen (subjectief) standpunt bekeken (”ik heb daar recht op”) * Objectief recht : het geheel van de rechtsregels (los van een toepassing op een concreet geval) Onze samenleving is multi-moreel en multi-individueel. Individuen hebben afwijkende overtuigingen en hun onderlinge verschillen geven aanleiding tot geschillen en conflicten. Vermits geen eenduidige moraal voorhanden is, wordt de positie van het recht als georganiseerde ordening alsmaar complexer en vervullen juristen steeds meer een centrale rol voor het welslagen van menselijk samen-leven. Waar voorheen gemakkelijker ter staving doorverwezen kon worden naar gedeelde morele normen, verliest het recht gaandeweg deze rugdekking en weegt de taak van de jurist steeds zwaarder. Daarenboven viert het rechtspositivisme hoogtij, waarbij recht inderdaad als onafhankelijk van moraal werd geconcipieerd. Paradoxaal blijkt dat, net nu deze verzelfstandiging institutioneel bereikt werd, het autonome recht de gesegmenteerde multi-morele samenleving bezwaarlijk aankan. Bijgevolg dienen juristen meer dan ooit de verschillende overtuigingen en morele posities te analyseren, die de huidige samenlevingsconflicten ten grondslag liggen. [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

6 2. De indelingen van het recht
Algemene inleiding – 2. de indelingen van het recht 2. De indelingen van het recht * privaat recht / publiek recht * nationaal recht / grensoverschrijdend recht publiek privaat nationaal Staatsrecht Administratief recht Fiscaal recht Strafrecht Strafprocesrecht Burgerlijk recht Handelsrecht Vennootschapsrecht Sociaal recht Privaatrechtelijk procesrecht grens-overschrijdend Volkenrecht Internationaal privaatrecht [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

7 2.1.1. (Nationaal) Privaatrecht
Algemene inleiding – 2. de indelingen van het recht 2.1. Nationaal recht (Nationaal) Privaatrecht * verhouding tussen burgers onderling ♦ “subjectieve rechten” - welke rechten heeft men ? - welke kan men verkrijgen ? - hoe kan men ze verkrijgen ? - hoe kan men ze laten gelden (afdwingen) ? * in principe ‘aanvullend recht’ - de burgers leggen naar eigen goeddunken hun rechten en verplichtingen vast (vb. in contracten) - de wet vult slechts aan voor zover dit niet of onvolledig gebeurt * uitzondering: ‘dwingend recht’ - regels die verplicht moeten worden nagevolgd [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

8 2.1.1. (Nationaal) Privaatrecht
Algemene inleiding – 2. de indelingen van het recht 2.1. Nationaal recht (Nationaal) Privaatrecht 2.1.1.A. Burgerlijk Recht - regelt een aantal elementaire verhoudingen tussen de burgers (bv. huwelijk, eigendom, contract)  Burgerlijk Wetboek (1804) belangrijke (relatief recente) wijzingen: - huwelijksvermogensrecht (1976) - erfrecht (1981) veel afzonderlijke, aanvullende wetten [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

9 2.1.1. (Nationaal) Privaatrecht
Algemene inleiding – 2. de indelingen van het recht 2.1. Nationaal recht (Nationaal) Privaatrecht 2.1.1.B. Handelsrecht - regelt : handelsdaden & statuut der handelaren  “handelsdaden” – onderscheid : * objectieve handelsdaden : opgesomd in het Wetboek van Koophandel (bv. zaken kopen om te verkopen) * subjectieve handelsdaden: andere rechtshandelingen, gesteld door een handelaar in het kader van zijn beroepsactiviteit (bv. de aankoop van een computer door een schrijnwerker voor zijn bedrijf)  “handelaar” : persoon die beroepshalve objectieve handelsdaden stelt  Wetboek van Koophandel + afzonderlijke wetten [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

10 2.1.1. (Nationaal) Privaatrecht
Algemene inleiding – 2. de indelingen van het recht 2.1. Nationaal recht (Nationaal) Privaatrecht 2.1.1.C. Vennootschapsrecht regelt : - vennootschappen algemeen - vennootschappen in het bijzonder bijzondere vormen o.m. : . naamloze vennootschap (N.V.) . besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (B.V.B.A.) . coöperatieve vennootschap (C.V.) . vennootschap onder firma (V.O.F.) - doel : handelsactiviteit of niet commercieel  Wetboek van Vennootschappen (1999) (niet: verenigingen, bv. V.Z.W.) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

11 2.1.1. (Nationaal) Privaatrecht
Algemene inleiding – 2. de indelingen van het recht 2.1. Nationaal recht (Nationaal) Privaatrecht 2.1.1.D. Sociaal recht  arbeidsrecht * individueel arbeidscontract (tussen 1 werkgever en 1 werknemer) * collectieve arbeidsovereenkomst (C.A.O.) (per bedrijf, per sector, etc.)  sociaal zekerheidsrecht geen Wetboek  zeer veel afzonderlijke wetten [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

12 2.1.1. (Nationaal) Privaatrecht
Algemene inleiding – 2. de indelingen van het recht 2.1. Nationaal recht (Nationaal) Privaatrecht 2.1.1.E. Procesrecht (privaatrechtelijk) - regelt : - organisatie van het gerecht - procedure  Gerechtelijk Wetboek (1967) en wijzigingen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

13 2.1.2. (Nationaal) Publiek recht
Algemene inleiding – 2. de indelingen van het recht 2.1. Nationaal recht (Nationaal) Publiek recht - regelt : organisatie van de overheid verhouding tussen burger en overheid (met bevoorrechte positie voor de overheid) - verhouding burger - overheid - publiekrechtelijk (bv. onteigening) - privaatrechtelijk (bv. koopcontract) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

14 2.1.2. (Nationaal) Publiek recht
Algemene inleiding – 2. de indelingen van het recht 2.1. Nationaal recht (Nationaal) Publiek recht 2.1.2.A. Grondwettelijk recht (= staatsrecht) regelt : - inrichting van de staat - fundamentele rechten en vrijheden  Grondwet (1831) belangrijke wijzingen: - kiesrecht - staatshervorming (federalisering) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

15 2.1.2. (Nationaal) Publiek recht
Algemene inleiding – 2. de indelingen van het recht 2.1. Nationaal recht (Nationaal) Publiek recht 2.1.2.B. Administratief recht - regelt : inrichting en werking van de administratie (uitvoerende macht) - onteigening / stedenbouw / ruimtelijke ordening  Geen ‘wetboek’  talrijke nationale en plaatselijke wetten en verordeningen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

16 2.1.2. (Nationaal) Publiek recht
Algemene inleiding – 2. de indelingen van het recht 2.1. Nationaal recht (Nationaal) Publiek recht 2.1.2.C. Fiscaal recht - regelt : - de vestiging en - de inning van belastingen  diverse fiscale wetboeken : - inkomstenbelastingen - btw - successierechten - registratierechten  talrijke nationale en plaatselijke wetten en verordeningen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

17 2.1.2. (Nationaal) Publiek recht
Algemene inleiding – 2. de indelingen van het recht 2.1. Nationaal recht (Nationaal) Publiek recht 2.1.2.D. Strafrecht - regelt : welke handelingen strafbaar zijn en welke straffen daarop van toepassing zijn  gevangenisstraffen / geldboetes  geen retroactiviteit (art. 14 G.W.)  enge interpretatie (in voordeel van beklaagde)  Strafwetboek (1867) talrijke wijzigingen en vele andere strafrechtelijke bepalingen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

18 2.1.2. (Nationaal) Publiek recht
Algemene inleiding – 2. de indelingen van het recht 2.1. Nationaal recht (Nationaal) Publiek recht 2.1.2.E. Strafprocesrecht - regelt : - organisatie strafgerechten - strafprocedure  Wetboek van Strafvordering (1808) en talrijke wijzigingen bv. Wet ‘Franchimont’ (1998) over de rechten van slachtoffers en betichten tijdens het onderzoek [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

19 2.2.Grensoverschrijdend recht
Algemene inleiding – 2. de indelingen van het recht 2.2.Grensoverschrijdend recht Internationaal Privaatrecht * bevat geen gedragsregels * bepaalt enkel welk nationaal privaatrecht van toepassing is op een concrete ‘internationale’ (privaatrechtelijke) rechtsverhouding * is niet internationaal geregeld en verschilt dus van land tot land : zuiver nationaal recht  recente codificatie in België  internationale verdragen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

20 2.2.Grensoverschrijdend recht
Algemene inleiding – 2. de indelingen van het recht 2.2.Grensoverschrijdend recht Volkenrecht (Internationaal Publiek recht) - regelt : betrekkingen tussen staten en tussen staten en instellingen organisatie van internationale instellingen  internationale verdragen - internationale politieke instellingen (bevoegd om zelf rechtsregels tot stand te brengen) - nieuwe rechtstak : Europees recht (formeel nog volkenrecht, inhoudelijk vooral privaatrecht) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

21 3. De bronnen van het recht
Algemene inleiding – 3. de bronnen van het recht 3. De bronnen van het recht 3.1. Internationale rechtsbronnen verdragen  verordeningen van internationale organisaties waarvan België lid is De internationale rechtsbronnen hebben, bij eventuele tegenstrijdigheid met het nationale recht, voorrang op de nationale rechtsbronnen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

22 3.2. Belgische Federale wetgeving Wetgevend Uitvoerend Grondwet
Algemene inleiding – 3. de bronnen van het recht 3.2. Belgische Federale wetgeving Wetgevend Uitvoerend Grondwet Federaal Wet Koninklijk besluit Ministerieel besluit Regionaal Decreet Ordonnantie (Brussel) Besluit van Gewest- of Gemeenschaps-regering Provinciaal Provinciaal reglement (provinciaal reglement) Gemeentelijk Gemeentelijk reglement (gemeentelijk reglement) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

23 3.2. Belgische Federale wetgeving
Algemene inleiding – 3. de bronnen van het recht 3.2. Belgische Federale wetgeving Hiërarchie binnen de federale wetgeving Grondwet (G.W.) Wet (W.) Decreet (Decr.) of Ordonnantie (Ord.) Koninklijk Besluit (K.B.) Besluit van een gewest- of gemeenschapsregering Provinciaal reglement (Prov.Regl.) Ministerieel Besluit (M.B.) Gemeentelijk reglement (Gem.Regl.) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

24 3.2. Belgische Federale wetgeving
Algemene inleiding – 3. de bronnen van het recht 3.2. Belgische Federale wetgeving Publicatie - Belgisch Staatsblad (federaal en regionaal) - Bestuursmemoriaal (provinciaal) - Aanplakking (gemeentelijk) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

25 3.2. Belgische Federale wetgeving
Algemene inleiding – 3. de bronnen van het recht 3.2. Belgische Federale wetgeving Interpretatie - door de wetgever zelf : ‘authentiek’ (bindend) - door de rechter : niet authentiek (niet bindend: geen precedentenrecht) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

26 - bepaalde gevestigde gebruiken - betrekkelijk belang
Algemene inleiding – 3. de bronnen van het recht 3.3. Gewoonterecht - bepaalde gevestigde gebruiken - betrekkelijk belang [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

27 - van groot praktisch belang
Algemene inleiding – 3. de bronnen van het recht 3.4. Rechtspraak - van groot praktisch belang vooral : vaste rechtspraak : vele gelijklopende beslissingen van verschillende rechters cassatierechtspraak - beïnvloed door rechtsleer (indirecte rechtsbron) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

28 3.5. Algemene rechtsbeginselen
Algemene inleiding – 3. de bronnen van het recht 3.5. Algemene rechtsbeginselen ongeschreven algemene rechtsprincipes die niet uitdrukkelijk in de wetgeving te vinden zijn, maar algemeen aanvaard worden door de (hoogste) rechters [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

29 Algemene inleiding – 4. Rechtsdocumentatie
4. Enkele methodologische wenken voor het opzoeken van rechtsdocumentatie blz. 52 t.e.m. 72 [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

30 [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ]
► algemene inleiding ► deel I : structuren en instellingen ► deel II : privaatrechtelijk procesrecht ► deel III : burgerlijk recht [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

31 [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ]
► deel I : structuren en instellingen 1. Inleiding 2. De politieke instellingen in het federale België 3. De supranationale instellingen 4. De Belgische gerechtelijke instellingen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

32 1. Inleiding Staatsstructuren : – liberale democratie – 19de eeuw
Deel I – Structuren en Instellingen 1. Inleiding Staatsstructuren : – liberale democratie – 19de eeuw [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

33 1. Inleiding 1.1. Rechtsstaat
Deel I – Structuren en Instellingen 1. Inleiding 1.1. Rechtsstaat * bescherming van individuele [grond]rechten van de burger * ondergraven door staatsinmenging - belastingen - reglementaire beperkingen * eerder 'wetstaat' dan rechtsstaat [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

34 1. Inleiding 1.2. Democratie  kiesrecht 1830 : censitair enkel
Deel I – Structuren en Instellingen 1. Inleiding 1.2. Democratie  kiesrecht 1830 : censitair enkel 1893 : algemeen, meervoudig mannelijke 1921 : algemeen, enkelvoudig kiezers 1947 : mannen + vrouwen > 21 jaar 1982 : vanaf 18 jaar  werking van de democratie : rol van de media [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

35 1. Inleiding 1.3. Scheiding der machten wetgevende macht rechterlijke
Deel I – Structuren en Instellingen 1. Inleiding 1.3. Scheiding der machten wetgevende macht rechterlijke macht uitvoerende macht - onverenigbaarheid van een parlementair mandaat met een ministerfunctie - scheiding wordt uitgehold door : - politieke partijen - politieke benoemingen in magistratuur - rol van de ministeriële kabinetten [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

36 1. Inleiding 1.4. Eenheidsstaat en federalisering
Deel I – Structuren en Instellingen 1. Inleiding 1.4. Eenheidsstaat en federalisering sterk centraal gezag in de 19de eeuw (ruime autonomie voor de gemeenten) - geleidelijke regionalisering grondwetsherzieningen: 1970 1980 1988/89 1993 [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

37 [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ]
► deel I : structuren en instellingen 1. Inleiding 2. De politieke instellingen in het federale België 3. De supranationale instellingen 4. De Belgische gerechtelijke instellingen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

38 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.1. De federale wetgevende macht : het Parlement volheid van bevoegdheid voor alles bevoegd, tenzij de grondwet uitdrukkelijk een bevoegdheid aan andere instellingen toekent Parlement - Kamer : politiek beslissingscentrum - Senaat : “reflectiekamer” . evenredige vertegenwoordiging [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

39 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.1. De federale wetgevende macht : het Parlement . parlementaire onverantwoordelijkheid uitspraken in het parlement kunnen nooit als 'belediging' strafbaar geacht of vervolgd worden . parlementaire onschendbaarheid strafrechtelijke vervolging of aanhouding slechts mogelijk mits akkoord van de Kamer . legislatuur (4 jaar) . zitting (werkjaar) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

40 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.1. De federale wetgevende macht : het Parlement Samenstelling K A M E R 80 Vlaanderen Brussel + Halle-Vilvoorde 48 Wallonië S E N A A T Vlaanderen Brussel + Halle-Vilvoorde 4 Wallonië 40 rechtstreeks verkozenen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

41 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.1. De federale wetgevende macht : het Parlement Samenstelling Vlaams Parlement 10 Franse Gemeenschapsraad 10 Raad v/d Duitstalige Gemeenschap 1 21 aangeduid door de Gemeenschapsraden 10 gecoöpteerde senatoren + Prins Filip, prinses Astrid, prins Laurent senatoren van rechtswege [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

42 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.1. De federale wetgevende macht : het Parlement Bevoegdheden van Kamer en Senaat taakverdeling - in principe : de Kamer - Senaat = 'reflectiekamer'  kan wetsontwerpen van de Kamer amenderen, maar de Kamer beslist  adviserende bevoegdheid voor belangenconflicten tussen de regio's - Kamer en Senaat treden samen op, met een gelijke bevoegdheid, bij zeer belangrijke zaken (bv. grondwetsherziening) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

43 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.1. De federale wetgevende macht : het Parlement Wetgeving : de parlementaire procedure Een wetgevend initiatief kan uitgaan van een parlementslid of van de regering Regering Kamerlid Senator wetsontwerp wetsvoorstel wetsvoorstel verplicht advies Raad van State Kamer (of Senaat) Kamer Senaat [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

44 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.1. De federale wetgevende macht : het Parlement Wetgeving : de parlementaire procedure inoverwegingneming behandeling in de Kamer (resp. Senaats) commissie Plenaire vergadering Kamer (resp. Senaat) (indien goedgekeurd en geen behandeling in de Senaat: ) (ondertekening door de) Koning (publicatie in het) Belgisch Staatsblad [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

45 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.1. De federale wetgevende macht : het Parlement Wetgeving : de parlementaire procedure Wet goedgekeurd door de Kamer 15 dagen Senaat evocatie 60 dagen amendering ja neen ja neen Koning Staatsblad Kamer verwerping of aanvaarding van de amendementen (indien nieuwe wijzigingen door de Kamer dan gaat het wetsontwerp terug naar de Senaat) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

46 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.1. De federale wetgevende macht : het Parlement Wetgeving : de parlementaire procedure Parlementaire commissies * voeren de werkelijke discussie ten gronde over wetsvoorstellen en wetsontwerpen * samengesteld uit een beperkt aantal parlementsleden (meestal 22 à 23) * representatief verdeeld over alle partijen (behalve de kleinste) * vaste commissies (parallel met de overeenstemmende ministeries, bv. justitie, economie, ...) aantal : 11 * indien nodig ook bijzondere commissies [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

47 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.1. De federale wetgevende macht : het Parlement Controle op de regering - stemmen van de begroting : door voor een bepaald beleid al dan niet gelden ter beschikking te stellen van de regering kan het parlement, in principe, dit beleid determinerend bepalen vragen : informatieve vragen aan een minister, vaak gesteld met het oog op een latere interpellatie - interpellaties : kritische vragen waarbij een minister of de regering ter verantwoording geroepen wordt m.b.t. het gevoerde beleid [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

48 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.1. De federale wetgevende macht : het Parlement Controle op de regering - moties : van wantrouwen [een stemming wordt uitgelokt met het oog op het doen vallen van de regering (alleen in de Kamer en mits voordracht van een nieuwe eerste minister)] of van vertrouwen [een stemming wordt uitgelokt met het oog op het bevestigen van de steun van de meerderheid van de Kamer in de regering - onderzoekscommissies : (bv.: Dioxine, Dutroux) - onderzoeken structurele tekorten in het beleid - met bevoegdheden zoals een onderzoeksrechter - maar mogen zich niet mengen in een concreet strafonderzoek of vervolgingen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

49 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.2. De federale uitvoerende macht : koning en regering De Koning - politiek onbekwaam : voor elke handeling met politieke draagwijdte dient een minister de verantwoordelijkheid te nemen - politiek onverantwoordelijk : bij kritiek op het optreden van de koning is (zijn) enkel de betrokken minister(s) verantwoordelijk - onschendbaar : de Koning kan noch privaatrechtelijk noch strafrechtelijk voor een rechtbank gedaagd worden [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

50 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.2. De federale uitvoerende macht : koning en regering De Koning * kabinet van de koning : persoonlijke adviseurs die geen enkele politieke verantwoordelijkheid dragen * civiele lijst : - jaarlijkse dotatie aan de Koning - wordt beheerd door de administrateur van de civiele lijst * de Koning is : - lid van de wetgevende macht - hoofd van de uitvoerende macht [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

51 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.2. De federale uitvoerende macht : koning en regering De Belgische federale regering 2.2.2.A. Samenstelling * Eerste minister + ministerraad 7 N ministers en met 7 F ministers 15 ministers (waaronder 1 of meer vice-eerste ministers) + ev. staatssecretarissen * Regeringsvorming : - informateur - formateur - goedkeuring parlement (Kamer) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

52 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.2. De federale uitvoerende macht : koning en regering De Belgische federale regering 2.2.2.B. Structuur . ministerraad + staatssecretarissen = regeringsraad . ministercomités = samenwerking tussen ministers . ministeriële kabinetten = medewerkers van de ministers [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

53 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.2. De federale uitvoerende macht : koning en regering De Belgische federale regering 2.2.2.C. Bevoegdheden uitvoering van de wetten - Koninklijke besluiten (minister(s) + Koning) - ministeriële besluiten (minister alleen) - kaderwetten : parlement bepaalt algemene structuur, concrete invulling door de regering - opdrachtwetten : het parlement delegeert aan de regering de taak een bepaalde wet te maken - volmachtwetten : het parlement draagt in een bepaald domein en voor een bepaalde tijd haar wetgevende bevoegdheid over aan de regering [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

54 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.2. De federale uitvoerende macht : koning en regering De Belgische federale regering 2.2.2.C. Bevoegdheden verordenende bevoegdheid beheer openbare diensten buitenlands beleid * * * Ministers : - politiek verantwoordelijk (t.o.v. parlement) - strafrechtelijk onschendbaar (vervolging enkel mogelijk via de Kamer) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

55 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.3. Gemeenschappen en Gewesten Structuren 4 taalgebieden - Nederlands - Frans - Tweetalig (Brussel-hoofdstad) - Duits  geen politieke structuren wel op het niveau van de - Gewesten - Gemeenschappen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

56 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.3. Gemeenschappen en Gewesten Structuren REGIO PARLEMENT REGERING Vlaams Gewest Vlaams Vlaamse Parlement Regering Vlaamse Gemeenschap Waals Waalse Waalse Gewest Gewestraad Gewestregering . Brussels Brusselse Brusselse Hoofdstedelijk Hoofdstedelijke Hoofdstedelijke Gewest Raad Regering .../... [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

57 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.3. Gemeenschappen en Gewesten Structuren REGIO PARLEMENT REGERING .../... Franse Franse Franse Gemeenschap Gemeenschaps- Gemeenschaps- raad regering Duitse Duitse Duitse raad regering [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

58 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.3. Gemeenschappen en Gewesten Bevoegdheden en werking G E W E S T bevoegdheden territoriaal gebonden : - ruimtelijke ordening - leefmilieu - openbare werken - openbaar vervoer G E M E E N S C H A P sbevoegdheden Persoonsgebonden : [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

59 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.3. Gemeenschappen en Gewesten Bevoegdheden en werking G E M E E N S C H A P sbevoegdheden Persoonsgebonden : - cultuur bejaardenzorg - onderwijs taalgebruik IMPLICIETE bevoegdheden : niet toegekende bevoegdheden, die evenwel noodzakelijk zijn om de eigenlijke bevoegdheden te kunnen uitoefenen (bv. strafsancties) RESIDUAIRE bevoegdheden : in principe bij de regionale parlementen, maar voorlopig nog bij het federale parlement [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

60 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.3. Gemeenschappen en Gewesten Bevoegdheden en werking Vlaams Parlement * 118 rechtstreeks in Vlaanderen verkozen leden + 6 leden aangeduid door de Nederlandse taalgroep in de Brusselse Hoofdstedelijke Raad * verkiezing om de 5 jaar * oefent de gewestelijke bevoegdheden uit in Vlaanderen * oefent de gemeenschapsbevoegdheden uit voor alle Vlamingen in Vlaanderen en Brussel Vlaamse Regering * 11 leden, waarvan minimum 1 uit Brussel [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

61 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.3. Gemeenschappen en Gewesten Bevoegdheden en werking Brusselse Hoofdstedelijke Raad * 75 leden * verkiezing om de 5 jaar * oefent alle gewestelijke en provinciale bevoegdheden uit in Brussel (19 gemeenten) Brusselse Hoofdstedelijke Regering * 3 Franstaligen + 2 Nederlandstaligen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

62 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.3. Gemeenschappen en Gewesten Bevoegdheden en werking 1 Staat 1 Staat 3 gewesten 9 provincies 10 provincies + 1 Hoofdstedelijk Gewest 2675 gemeenten 580 gemeenten [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

63 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.4. Het provinciaal niveau Provincieraad : parlement op provinciaal niveau volheid van bevoegdheid Bestendige Deputatie : regering op provinciaal niveau Gouverneur : 'eerste minister' op provinciaal niveau en tevens vertegenwoordiger van de hogere overheid voor het 'administratief toezicht' binnen de provincie  De provincie is ingedeeld in (gemiddeld 4) bestuurlijke arrondissementen, met een arrondissements-commissaris die toezicht uitoefent op de gemeenten [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

64 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.5. Het gemeentelijk niveau De gemeenteraad Gemeenteraad - gemeentelijk parlement vaste legislatuur (6 jaar) - volheid van bevoegdheid - onder administratief toezicht [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

65 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.5. Het gemeentelijk niveau Het college van burgemeester en schepenen College van Burgemeester en Schepenen - gemeentelijke regering - beslist steeds gezamenlijk - kent o.m. de bouwvergunningen toe [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

66 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.5. Het gemeentelijk niveau De burgemeester Burgemeester - voorzitter van het College B & S - met tevens een eigen bevoegdheid (i.h.b. ordehandhaving) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

67 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.5. Het gemeentelijk niveau Enkele gemeentelijke ambtenaren - gemeentesecretaris - gemeenteontvanger - gewestelijk ontvanger (bij kleine gemeenten) - politiecommissaris [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

68 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.5. Het gemeentelijk niveau Intercommunale verenigingen contractuele samenwerking tussen gemeenten en/of provincies en/of privé-bedrijven bv. voor de aanleg van een autosnelweg of voor de watervoorziening - zuivere intercommunale enkel overheidsinstellingen - gemengde intercommunale : ook privé-bedrijven [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

69 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.5. Het gemeentelijk niveau Volksraadpleging * artikelen 41 G.W. en 318–329 Gemeentewet * initiatief : gemeente of inwoners * niet bindend [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

70 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.6. De controlerende instellingen Administratief toezicht = de controle van hogere op lagere administratieve overheden bijzonder toezicht : sommige beslissingen (bv. van de provincieraad) worden pas rechtsgeldig na goedkeuring door de hogere overheid (bv. de Vlaamse regering) algemeen toezicht : de gouverneur kan steeds beslissingen schorsen wegens onwettigheid of strijdigheid met het algemeen belang. Nadien wordt deze beslissing door de bevoegde regering vernietigd of bekrachtigd. [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

71 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.6. De controlerende instellingen De Raad van State juridisch controleorgaan A. Afdeling wetgeving * geeft advies bij nationale en regionale wetgeving (wetten, decreten, K.B.'s, M.B.'s, e.d.) * verplicht bij wetsontwerpen of wanneer 1/3 van de parlementsleden er om vraagt * het advies is niet bindend B. Afdeling administratie [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

72 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.6. De controlerende instellingen De Raad van State B. Afdeling administratie Bevoegdheden :  nietigverklaren van akten en reglementen  administratief cassatierechter  administratief rechter in hoger beroep [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

73 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.6. De controlerende instellingen De Raad van State  vernietiging van akten of reglementen van een administratieve overheid - kan gevraagd worden door elke belanghebbende - mits voorafgaande uitputting van de beschikbare procedures voor lagere instanties (bv. hoger beroep) - wegens : - schending van de wet, decreet of GW - overschrijding van bevoegdheid - niet naleving van substantiële of op straf van nietigheid voorgeschreven vorm- vereisten - machtsafwending [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

74 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.6. De controlerende instellingen De Raad van State * indien vernietiging : de nieuwe beslissing is te nemen door de betrokken administratieve overheid * schorsing van de akte of het reglement kan gevraagd worden als voorlopige maatregel [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

75 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.6. De controlerende instellingen Het Grondwettelijke Hof (voorheen Arbitragehof) * regelt conflicten tussen: wet decreet decreet * als grondwettelijk hof : toetsing van het gelijkheidsbeginsel * arrest : - vernietiging - geheel of gedeeltelijk - schorsing (max. 3 maand) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

76 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.6. De controlerende instellingen Het Grondwettelijke Hof (voorheen Arbitragehof) * beantwoorden van prejudiciële vragen advies in het kader van een gewone procedure, gevraagd door een rechter aan het Arbitragehof m.b.t. de grondwettigheid van een wet, decreet of ordonnantie advies is bindend voor alle rechters die eventueel later nog deze zaak zullen moeten beoordelen (m.i.v. het Hof van Cassatie) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

77 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.6. De controlerende instellingen Het Rekenhof  boekhoudkundig controle-orgaan controle parlement regering * regio's informatie * provincies * instellingen van Rekenhof openbaar nut (boekhoudkundige controle) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

78 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.6. De controlerende instellingen Het Rekenhof boekhoudkundig controle op : - werkelijkheid facturen, betalingsbewijzen ? - wettelijkheid binnen het budget en op het juiste begrotingskrediet ? regelmatigheid volgens de juiste boekhoudkundige en financiële procedures ? van de uitgaven [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

79 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.6. De controlerende instellingen Het Rekenhof  rechtsmacht t.a.v. de rekenplichtigen (al wie verantwoordelijkheid draagt voor overheidsgelden) doet uitspraak over de verantwoordelijkheid wanneer de rekeningen niet kloppen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

80 2. De politieke instellingen in het federale België
Deel I – Structuren en Instellingen 2. De politieke instellingen in het federale België 2.6. De controlerende instellingen De Hoge Raad voor Justitie * advies aan de minister van Justitie i.v.m. benoeming magistraten (depolitisering) - niet bindend - Benoemings- en Aanwijzingscommissie * advies i.v.m. wetgeving op de werking van de rechterlijke orde ; onderzoek van klachten van burgers ; bijzonder onderzoek naar eventuele disfuncties in het gerecht - ook opportuniteitsoordeel - Advies- en Onderzoekscommissie [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

81 [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ]
► algemene inleiding ► deel I : structuren en instellingen ► deel II : privaatrechtelijk procesrecht ► deel III : burgerlijk recht [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

82 [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ]
► algemene inleiding ► deel I : structuren en instellingen ► deel II : privaatrechtelijk procesrecht ► deel III : burgerlijk recht [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

83 [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ]
► deel I : structuren en instellingen 1. Inleiding 2. De politieke instellingen in het federale België 3. De supranationale instellingen 4. De Belgische gerechtelijke instellingen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

84 [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ]
► deel I : structuren en instellingen 1. Inleiding 2. De politieke instellingen in het federale België 3. De supranationale instellingen 4. De Belgische gerechtelijke instellingen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

85 [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ]
► deel I : structuren en instellingen 1. Inleiding 2. De politieke instellingen in het federale België 3. De supranationale instellingen 4. De Belgische gerechtelijke instellingen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

86 Deel I – Structuren en Instellingen 3. De supranationale instellingen
- weinig ontwikkeld - vooral overlegorganen voor staten - veelheid van rechtsordes 3.1. Verenigde Naties (UNO) 3.2. Raad van Europa 3.3. Europese Unie [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

87 Deel I – Structuren en Instellingen 3. De supranationale instellingen
3.1. De Verenigde Naties (UNO)  doelstellingen : . vrede en veiligheid . zelfbeschikkingsrecht . rechten van de mens . ...  organen : 1. politiek : * Algemene Vergadering - elk land heeft 1 stem - nauwelijks bevoegdheden [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

88 Deel I – Structuren en Instellingen 3. De supranationale instellingen
3.1. De Verenigde Naties (UNO) (politieke organen) * Veiligheidsraad - 5 permanente leden met vetorecht USA, Russ.fed., China, UK & Fr. + 10 leden verkozen door de A.V. voor 2 jaar - beslissingsorgaan in de UNO 2. gerechtelijk : Internationaal Gerechtshof geschillen tussen staten Den Haag [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

89 *** Het Internationaal Strafhof ***
Deel I – Structuren en Instellingen *** Het Internationaal Strafhof *** niet te verwarren met het Internationaal Gerechtshof beide met zetel in Den Haag www. icc-cpi.int Het Internationaal Strafhof  is een onafhankelijke instelling  die als permanent rechtscollege  uitspraak doet over de bestraffing van natuurlijke personen vervolgd wegens genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

90 Deel I – Structuren en Instellingen 3. De supranationale instellingen
3.2. De Raad van Europa - verenigt de meeste (democratische) Europese landen - doelstellingen :  bescherming mensenrechten  ontwikkeling van cultuur en wetenschap -  Europees verdrag voor de rechten van de mens Rome 1950 [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

91 Deel I – Structuren en Instellingen 3. De supranationale instellingen
3.2. De Raad van Europa Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens 45 lidstaten Raad van Europa  Straatsburg - schending grondrechten door overheidsorganen - klacht enkel mogelijk bij schending van a) grondrechten b) door een publiekrechtelijke instantie & c) mits voorafgaande uitputting van de nationale rechtsmiddelen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

92 Deel I – Structuren en Instellingen 3. De supranationale instellingen
3.3. De Europese Unie Doelstellingen  Verdrag van Maastricht (1992)  verruiming van vroegere EEG tot een politieke unie naast economie (EEG) ook sociale zaken, strafrechtbeleid, immigratiebeleid, onderwijs, e.d.  subsidiariteitsbeginsel = wat even goed of beter op nationaal niveau kan, blijft nationaal [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

93 Deel I – Structuren en Instellingen 3. De supranationale instellingen
3.3. De Europese Unie Historiek 1951 : EGKS België, Nederland, 1957 : EEG Luxemburg, Frankrijk, Euratom Italië, Duitsland 1973 : + Denemarken, Ierland, U.K. 1981 : + Griekenland 1986 : + Spanje en Portugal 1989 : + nieuwe Duitse Länder (Oost-Duitsland) 1995 : + Oostenrijk, Finland, Zweden 2004 : + 10 nieuwe landen Estland, Letland, Lithouwen, Polen, de Tsjechische Republiek, Slovakije, Hongarije, Slovenië, Malta en Cyprus [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

94 Deel I – Structuren en Instellingen 3. De supranationale instellingen
3.3. De Europese Unie De Europese politieke instellingen A. Het Europees Parlement  weinig beslissingsbevoegdheid  rechtstreeks verkozen om de 5 jaar [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

95 Deel I – Structuren en Instellingen 3. De supranationale instellingen
3.3. De Europese Unie De Europese politieke instellingen B. De Raad van de Europese Unie de voormalige ‘Ministerraad’  belangrijkste beslissingsorgaan  samengesteld uit de betrokken nationale ministers  vaardigen normen uit (enkel) op voorstel van de Europese Commissie  soorten normen : - verordeningen (algemeen) - richtlijnen (concrete wetgeving uit te werken door de lidstaten) - beschikkingen (individueel) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

96 Deel I – Structuren en Instellingen 3. De supranationale instellingen
3.3. De Europese Unie De Europese politieke instellingen C. De Europese Raad  zesmaandelijkse vergadering van de staatshoofden en eerste ministers + voorzitter Europese Commissie  bespreekt het algemeen beleid en toekomstige ontwikkelingen ≠ De Raad van de Europese Unie (3.3.3.D.) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

97 Deel I – Structuren en Instellingen 3. De supranationale instellingen
3.3. De Europese Unie De Europese politieke instellingen D. De Europese Commissie (a) permanent orgaan (b) onafhankelijk van de nationale regeringen (c) monopolie voor wetgevende initiatieven en opstellen ontwerpteksten  beslissingen dienen evenwel (meestal) genomen te worden door de Raad van de Europese Unie [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

98 Deel I – Structuren en Instellingen 3. De supranationale instellingen
3.3. De Europese Unie De Europese gerechtelijke instellingen A. Het Europees Gerecht van Eerste Aanleg  dubbele aanleg sinds 1989  ruime bevoegdheid in eerste aanleg  hoger beroep bij het Hof van Justitie enkel mogelijk voor juridische geschilpunten, niet voor beslissingen over feiten  kan o.m. handelingen nietig verklaren wegens strijdigheid met de Europese regels [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

99 Deel I – Structuren en Instellingen 3. De supranationale instellingen
3.3. De Europese Unie De Europese gerechtelijke instellingen B. Het Europees Hof van Justitie  taak : - doet uitspraak in eerste (en laatste) aanleg in geschillen waarvoor het Gerecht van Eerste Aanleg niet bevoegd is - beantwoordt prejudiciële vragen i.v.m. geldigheid of interpretatie van Europese rechtsregels - hoger beroep tegen uitspraken van het Gerecht van Eerste Aanleg  Straatsburg [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

100 [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ]
► deel I : structuren en instellingen 1. Inleiding 2. De politieke instellingen in het federale België 3. De supranationale instellingen 4. De Belgische gerechtelijke instellingen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

101 Deel I – Structuren en Instellingen
4. De Belgische gerechtelijke instellingen 4.1. Algemene beginselen De eenheid van de rechtspraak Om de eenheid van interpretatie en toepassing van het recht te waarborgen is de gerechtelijke organisatie piramidaal opgebouwd, met bovenaan het Hof van Cassatie [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

102 Deel I – Structuren en Instellingen
4. De Belgische gerechtelijke instellingen 4.1. Algemene beginselen De dubbele aanleg  in principe kan men tegen elk vonnis in hoger beroep gaan  maar nooit meer dan 1 keer Specialisatie van de rechtbanken  taakverdeling tussen de rechtbanken volgens de aard van de betwisting Territoriale organisatie van de rechtbanken  elke rechtbank is slechts bevoegd voor een bepaald grondgebied [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

103 schema op pagina 130 Deel I – Structuren en Instellingen
4. De Belgische gerechtelijke instellingen 4.2. Structuur van de gerechtelijke organisatie schema op pagina 130 [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

104 schema op pagina 130 Deel I – Structuren en Instellingen
4. De Belgische gerechtelijke instellingen 4.2. Structuur van de gerechtelijke organisatie schema op pagina 130 [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

105 Deel I – Structuren en Instellingen
4. De Belgische gerechtelijke instellingen 4.3. Samenstelling en bevoegdheid van de rechtbanken en hoven op het nationale niveau Burgerlijke en handelszaken A. De Vrederechter  één per gerechtelijk kanton (187)  bevoegd voor :  alle burgerlijke en handelsrechtelijke geschillen waarvan waarde ≤ €  voor welbepaalde geschillen, ongeacht de waarde [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

106 Deel I – Structuren en Instellingen
4. De Belgische gerechtelijke instellingen 4.3. Samenstelling en bevoegdheid van de rechtbanken en hoven op het nationale niveau Burgerlijke en handelszaken 4.3.1.B. De rechtbank van eerste aanleg  één per gerechtelijk arrondissement (27)  ieder met 3 afdelingen met eigen bevoegdheid :  burgerlijke rechtbank [volheid van bevoegdheid – één of drie rechters]  jeugdrechtbank [minderjarigen - alleenzetelend]  correctionele rechtbank W. 23 maart 1999  fiscale rechtbank (niet in elk arrondissement)  ieder bevoegd in hoger beroep (waarde > €) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

107 Deel I – Structuren en Instellingen
4. De Belgische gerechtelijke instellingen 4.3. Samenstelling en bevoegdheid van de rechtbanken en hoven op het nationale niveau Burgerlijke en handelszaken C. De rechtbank van koophandel  één per gerechtelijk arrondissement (27)  bevoegd voor alle handelszaken … in eerste aanleg (objectieve en subjectieve daden van koophandel & welbepaalde geschillen, bv. i.v.m. faillissement) bevoegd voor handelszaken met waarde > € in hoger beroep  1 beroepsmagistraat + 2 rechters in handelszaken [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

108 Deel I – Structuren en Instellingen
4. De Belgische gerechtelijke instellingen 4.3. Samenstelling en bevoegdheid van de rechtbanken en hoven op het nationale niveau Burgerlijke en handelszaken D. De arrondissementsrechtbank  één per gerechtelijk arrondissement (27)  enige taak : uitspraak over bevoegdheidsgeschillen verwijst de zaak naar de bevoegde rechtbank zonder dat hiertegen beroep mogelijk is  samenstelling : de voorzitters van de rechtbank van eerste aanleg, rechtbank van koophandel en arbeidsrechtbank [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

109 Deel I – Structuren en Instellingen
4. De Belgische gerechtelijke instellingen 4.3. Samenstelling en bevoegdheid van de rechtbanken en hoven op het nationale niveau Burgerlijke en handelszaken 4.3.1.E. Het hof van beroep  vijf hoven (Gent, Antwerpen, Brussel, Luik & Bergen)  elk met kamers voor burgerlijke en handelszaken, jeugdzaken en strafzaken  1 of 3 raadsheren  zaak kan bij het hof van beroep nooit in eerste aanleg aanhangig gemaakt  tegen vonnissen die in eerste aanleg geveld werden kan hoger beroep ingesteld bij het hof van beroep [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

110 Deel I – Structuren en Instellingen
4. De Belgische gerechtelijke instellingen 4.3. Samenstelling en bevoegdheid van de rechtbanken en hoven op het nationale niveau Burgerlijke en handelszaken 4.3.1.F. Het hof van cassatie  één hof van cassatie (Brussel)  hoogste rechtscollege  kamers voor burgerlijke en handelszaken, sociale zaken en strafzaken  vijf raadsheren – uitspraak = arrest [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

111 Deel I – Structuren en Instellingen
4. De Belgische gerechtelijke instellingen 4.3. Samenstelling en bevoegdheid van de rechtbanken en hoven op het nationale niveau Burgerlijke en handelszaken 4.3.1.F. Het hof van cassatie  geen uitspraak over het geschil * geen derde aanleg wel uitspraak over het juist interpreteren en toepassen van de wet (ook procedurefouten e.d.)  alleen voor vonnissen of arresten in laatste aanleg  indien het hof verbreekt dan verwijst het de zaak voor behandeling ten gronde naar “eenzelfde” rechtscollege  een gerechtelijke uitspraak in dezelfde zaak na een tweede verbreking op dezelfde cassatiegrond moet het standpunt van het hof van cassatie volgen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

112 Deel I – Structuren en Instellingen
4. De Belgische gerechtelijke instellingen 4.3. Samenstelling en bevoegdheid van de rechtbanken en hoven op het nationale niveau Arbeidszaken 4.3.2.A. De arbeidsrechtbank  één per gerechtelijk arrondissement (27)  bevoegd voor sociaalrechtelijke geschillen (bv. arbeidsovereenkomsten, vergoeding van arbeidsongevallen)  samenstelling : 1 beroepsmagistraat + 2 rechters in sociale zaken [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

113 Deel I – Structuren en Instellingen
4. De Belgische gerechtelijke instellingen 4.3. Samenstelling en bevoegdheid van de rechtbanken en hoven op het nationale niveau Arbeidszaken B. Het arbeidshof  vijf arbeidshoven (Gent, Antwerpen, Brussel, Luik & Bergen)  1 raadsheer + 2 raadsheren in sociale zaken  bevoegd in graad van beroep te oordelen over alle zaken in eerste aanleg beoordeeld door de arbeidsrechtbank ongeacht de waarde van het geschil [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

114 Deel I – Structuren en Instellingen
4. De Belgische gerechtelijke instellingen 4.3. Samenstelling en bevoegdheid van de rechtbanken en hoven op het nationale niveau Arbeidszaken C. Het hof van cassatie zie F.  één hof van cassatie (te Brussel), hoogste rechtscollege, kamers voor burgerlijke en handelszaken, sociale zaken en strafzaken, elk bestaand uit vijf raadsheren  geen uitspraak over het geschil als dusdanig, wel over het juist interpreteren en toepassen van de wet, …  alleen voor vonnissen of arresten in laatste aanleg  het hof verbreekt en verwijst naar eenzelfde rechts- college dat ten gronde de zaak zal beoordelen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

115 Deel I – Structuren en Instellingen
4. De Belgische gerechtelijke instellingen 4.3. Samenstelling en bevoegdheid van de rechtbanken en hoven op het nationale niveau Fiscale zaken A. De fiscale rechtbank  bevoegd voor alle geschillen betreffende de toepassing van de belastingwet  op voorwaarde dat de voorafgaande administratieve procedure is uitgeput [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

116 Deel I – Structuren en Instellingen
4. De Belgische gerechtelijke instellingen 4.3. Samenstelling en bevoegdheid van de rechtbanken en hoven op het nationale niveau Fiscale zaken 4.3.3.B. Het hof van beroep  bevoegd in graad van beroep te oordelen over alle belastingsgeschillen in eerste aanleg beoordeeld door de fiscale rechtbank ongeacht de waarde van het geschil [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

117 Deel I – Structuren en Instellingen
4. De Belgische gerechtelijke instellingen 4.3. Samenstelling en bevoegdheid van de rechtbanken en hoven op het nationale niveau Strafzaken 4.3.4.A. De politierechtbank  één per gerechtelijk arrondissement (27) maar sommige tellen er twee of drie  bevoegd voor  kleine misdrijven (max. 7 d. gevangenisstraf)  alle misdrijven inzake wegverkeer zelfs samenhangend met zwaardere misdrijven  beroep tegen administratieve sancties door Gemeenten ingeschreven in reglementen en verordeningen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

118 Deel I – Structuren en Instellingen
4. De Belgische gerechtelijke instellingen 4.3. Samenstelling en bevoegdheid van de rechtbanken en hoven op het nationale niveau Strafzaken 4.3.4.B. De correctionele rechtbank  een afdeling van de rechtbank van eerste aanleg  bevoegd om te oordelen  in eerste aanleg over “gewone” misdrijven met uitsluiting van de lichtere en de zwaarste misdrijven en van verkeersmisdrijven  in hoger beroep over misdrijven waarover in eerste aanleg uitspraak werd gedaan door de politierechter [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

119 Deel I – Structuren en Instellingen
4. De Belgische gerechtelijke instellingen 4.3. Samenstelling en bevoegdheid van de rechtbanken en hoven op het nationale niveau Strafzaken C. Het hof van beroep  strafkamers  misdrijven waarover in eerste aanleg uitspraak is gedaan door de correctionele rechtbank zie E. [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

120 Deel I – Structuren en Instellingen
4. De Belgische gerechtelijke instellingen 4.3. Samenstelling en bevoegdheid van de rechtbanken en hoven op het nationale niveau Strafzaken 4.3.4.D. Het hof van assisen  is geen vaste rechtsmacht zetelt niet permanent – geen eigen magistraten  12 juryleden (loting) + 3 beroepsmagistraten (per zitting aangeduid uit hof van beroep & rechtbank van eerste aanleg)  zetelt in de hoofdplaats van elke provincie uitzondering : Limburg  Tongeren  zware misdrijven, politieke en drukpersmisdrijven  arresten steeds in eerste en laatste aanleg geen hoger beroep, wel cassatie mogelijk [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

121 Deel I – Structuren en Instellingen
4. De Belgische gerechtelijke instellingen 4.3. Samenstelling en bevoegdheid van de rechtbanken en hoven op het nationale niveau Strafzaken 4.3.4.E. Het hof van cassatie zie F.  één hof van cassatie (te Brussel), hoogste rechtscollege, kamers voor burgerlijke en handelszaken, sociale zaken en strafzaken, elk bestaand uit vijf raadsheren  geen uitspraak over het geschil als dusdanig, wel over het juist interpreteren en toepassen van de wet, …  alleen voor vonnissen of arresten in laatste aanleg  het hof verbreekt en verwijst naar eenzelfde rechts- college dat ten gronde de zaak zal beoordelen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

122 Deel I – Structuren en Instellingen
4. De Belgische gerechtelijke instellingen 4.4. Administratieve en tuchtrechtelijke rechtscolleges burgerlijke rechten politieke rechten  “gewone” rechtbanken  administratieve en hoven rechtscolleges (bv. Raad van State) tuchtcolleges  sanctioneren de overtreding van deontologische regelen binnen publiekrechtelijke beroepscorporaties (bv. Orde van Geneesheren)  Gerechtelijk Wetboek niet toepasselijk  fundamentele beginselen wel (bv.: onpartijdigheid van de rechter) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

123 Deel I – Structuren en Instellingen
4. De Belgische gerechtelijke instellingen 4.5. Arbitrage  voorafgaande scheidsrechterlijke overeenkomst vereist  kan NIET voor regels van openbare orde  procedure geregeld in Gerechtelijk Wetboek   voor de gedwongen uitvoering is een ‘exequatur’ van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg noodzakelijk [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

124 [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ]
► algemene inleiding ► deel I : structuren en instellingen ► deel II : privaatrechtelijk procesrecht ► deel III : burgerlijk recht [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

125 [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ]
► algemene inleiding ► deel I : structuren en instellingen ► deel II : privaatrechtelijk procesrecht ► deel III : burgerlijk recht 1. Procedure 2. Bewijs [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

126 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht
[ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

127 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.1. Eerste aanleg Dagvaarding  dagvaarding : betekening door gerechtsdeurwaarder aan de woonplaats van de gedaagde  kan altijd, moet meestal  verzoekschrift : ondertekend door advocaat neergelegd op griffie rechtbank  kan in bepaalde gevallen  akte van vrijwillige verschijning : ondertekend door beide partijen (of hun advocaten) neergelegd op griffie  kan vrijwel altijd [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

128 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.1. Eerste aanleg Dagvaarding  bij inleiding van de zaak met dagvaarding is er een minimumtermijn : betekening minstens 8 dagen voor de (inleidende) zitting van de rechtbank [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

129 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.1. Eerste aanleg Inleidende zitting ♦ de zaak komt voor de eerste keer voor de rechter op plaats, dag en uur bepaald in de dagvaarding één partij is afwezig partijen aanw./vertegenw. behandeling uitstel vonnis bij verstek is mogelijk 2 mogelijkheden 2 mogelijkheden 2 mogelijkheden vaste datum onbepaald “rol” [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

130 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.1. Eerste aanleg Inleidende zitting mits * beide partijen aanwezig of vertegenwoordigd (door advocaten) + akkoord tussen partijen of beslissing rechtbank : “korte debatten” (= geen ernstige betwisting) eventueel : aanstelling deskundige op inleidende zitting (= “tussenvonnis”) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

131 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.1. Eerste aanleg Besluiten ♦ partijen zorgen ervoor de zaak in staat te stellen om gepleit te worden ♦ partijen wisselen (staving)stukken en conclusies uit geschreven uiteenzetting van argumentatie, toelichting van vordering en/of verweer ♦ verweerder stelt als eerste een conclusie op ♦ origineel (ondertekend) ➙ griffie ♦ kopie ➙ andere partij(en) ♦ binnen de maand ♦ eiser antwoordt (conclusie) ♦ binnen de maand ♦ eventuele aanvullende conclusies ♦ telkens binnen de maand [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

132 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.1. Eerste aanleg Besluiten ♦ art. 751 Ger.W. ▪ griffie bepaalt rechtsdag ten vroegste 1, ten hoogste 2 maand na verstrijken van termijn om te concluderen ▪ datum wordt medegedeeld ▪ 2 maanden om conclusies neer te leggen ▪ sanctie : conclusie wordt uit de debatten geweerd [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

133 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.1. Eerste aanleg Pleidooien ♦ bewijsstukken en conclusies werden gewisseld en het origineel van de conclusies werd neergelegd ♦ indien nog geen pleitdatum verleend werd (na uitstel voor onbepaalde duur), moeten de partijen via de griffie een verzoek indienen om “rechtsdag” te bekomen ; de griffie brengt de partijen schriftelijk op de hoogte ♦ pleidooien en neerlegging van de stukken soms advies Openbaar Ministerie ♦ de rechtbank sluit de debatten en neem de zaak in beraad [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

134 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.1. Eerste aanleg Vonnis ♦ zelden onmiddellijk na de pleidooien, wel na beraad : in beginsel binnen de maand ; de facto soms later uitstel van uitspraak is mogelijk na 6 maand is er misschien “rechtsweigering” ♦ elk vonnis moet behoorlijk gemotiveerd zijn zoniet vatbaar voor cassatie ♦ eerst uitspraak over de ontvankelijkheid van de vordering (kan de rechtbank deze vordering behandelen zoals deze is ingesteld door deze perso(o)n(en) ?) dan pas, indien ontvankelijk, volgt uitspraak over de gegrondheid (wie heeft gelijk ?) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

135 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.2. Rechtsmiddelen = procedures tegen rechterlijke uitspraken om deze ongedaan te maken en/of te wijzigen  bij dezelfde rechtsmacht : verzet, derdenverzet, herroeping van gewijsde, intrekking  bij een hogere rechtsmacht : hoger beroep, cassatie, verhaal op de rechter ook mogelijk tegen een tussenvonnis (voorlopige en/of gedeeltelijke uitspraak)  eindvonnis (wanneer niets meer onbeslist blijft) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

136 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.2. Rechtsmiddelen rechtsmiddelen kunnen niet (meer) aangewend [a] na de wettelijke termijn … ° vanaf betekening ! : verzet 1 maand beroep 1 maand cassatie 3 maand [b] na een akkoord tussen partijen [c] na (uitdrukkelijke of stilzwijgende) berusting [d] bij bepaalde louter procedurele beslissingen bv.: uitstel van de zaak [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

137 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.2. Rechtsmiddelen Verzet ● tegen vonnis bij verstek (afwezigheid van verweerder) ● voor dezelfde rechter ● binnen 1 maand na betekening van het verstekvonnis ● via dagvaarding met standpunt en argumenten ● partijen : eiser op verzet (oorspronkelijk verweerder) verweerder op verzet (oorspronkelijk eiser) ● een verstekvonnis verliest zijn rechtskracht indien het niet binnen het jaar betekend wordt ● geen verzet tegen verstekvonnis op verzet [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

138 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.2. Rechtsmiddelen Hoger beroep ● kan onmiddellijk na uitspraak, ook voor betekening, in elk geval binnen 1 maand na betekening ● tegen elk vonnis houdende veroordeling of afwijzing ● terminologie : vonnis a quo of bestreden vonnis ● uitzondering : vonnis is steeds in laatste aanleg indien geschil met geringe inzet : < € 1.860,00 (Rb. & Kh.) < € 1.240,00 (Vred. & Pol.) ! vonnis arbeidsrechtbank altijd vatbaar voor beroep ● vorm : verzoekschrift ● hogere rechtsmacht ● procedureverloop : ongeveer zoals in eerste aanleg [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

139 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.2. Rechtsmiddelen Cassatie - enkel tegen beslissingen in laatste aanleg - enkel wegens * wetsovertreding * verkeerde wetsinterpretatie * schending van substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen = controle door het Hof van Cassatie op de juridische kwaliteit van vonnissen en arresten maar geen eigenlijke beoordeling van de zaak [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

140 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.2. Rechtsmiddelen Cassatie bevestiging of verbreking aangevochten beslissing verwijzing naar eenzelfde wordt definitief rechtscollege in een ander rechtsgebied (rechtbank/hof) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

141 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.2. Rechtsmiddelen Derdenverzet ● iemand die geen partij is in het geding – een derde – ● die meent dat zijn rechten geschonden werden ● vordert de vernietiging van de beslissing [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

142 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.2. Rechtsmiddelen Herroeping van het gewijsde ● de oorspronkelijke rechter herroept een in kracht van gewijsde gegane beslissing ● enkel mogelijk in bij wet bepaalde gevallen m.n. wanneer “beslissende” elementen onjuist zijn bv. valse getuigenissen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

143 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.2. Rechtsmiddelen Verhaal op de rechter ● in te leiden bij het Hof van Cassatie ● indien de rechter zich schuldig maakte aan bedrog of nalaat een beslissing te nemen (rechtsweigering) ● het hof kan een uitspraak vernietigen en schade- vergoedingen toekennen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

144 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.2. Rechtsmiddelen Intrekking van het vonnis ● wanneer het Arbitragehof de wet vernietigt waarop de rechterlijke beslissing steunde en de uitspraak in kracht van gewijsde is getreden ● bij dagvaarding ● binnen 6 maand na bekendmaking arrest in B.S. [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

145 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.3. Enkele bijzondere procedures Kort geding * voorlopige maatregelen in dringende aangelegenheden * behandeld door de voorzitter van de normaal bevoegde rechtbank * korte of zeer korte dagvaardingstermijn * rechterlijke uitspraak = “beschikking” [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

146 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.3. Enkele bijzondere procedures Summiere rechtspleging om betaling te bevelen voor kleine, niet echt betwiste, schulden enkel voor de Vrederechter en wanneer de vordering gestaafd lijkt door een geschrift van de verweerder (bv. bestelbon) inleiding van de zaak bij verzoekschrift, voorafgegaan door een aanmaning van de schuldenaar (bij deurwaarder of per aangetekende brief) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

147 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.3. Enkele bijzondere procedures Verzoening  een verzoeningspoging is altijd mogelijk, behalve bij zaken die de openbare orde raken, maar soms verplicht, bv. bij echtscheiding  geen formaliteiten : (mondeling of schriftelijk) verzoek aan de griffier van de bevoegde rechtbank  de griffier roept partijen op (bij gewone brief) samenkomst bij de rechter bij akkoord : uitvoerbaar (akkoord)vonnis indien geen akkoord : gewone procedure [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

148 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.3. Enkele bijzondere procedures Bevoegdheidsbetwistingen de bevoegdheid van een rechtbank wordt bepaald door de volgende regels : materiële bevoegdheid (van openbare orde) * aard van de vordering (bv. arbeidsgeschillen  arbeidsrechtbank) * waarde van de vordering (bv. geldschulden) * hoedanigheid van partijen (bv. geschillen tussen handelaren  rechtbank van koophandel) * bij kort geding  het spoedeisend karakter van de vordering [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

149 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.3. Enkele bijzondere procedures Bevoegdheidsbetwistingen (b) territoriale bevoegdheid (niet van openbare orde) de eiser heeft meestal de keuze tussen de rechters van * de woonplaats van (een van) de verweerder(s) * de woonplaats gekozen voor de uitvoering van de akte * de plaats waar : - de verbintenis is ontstaan (bv. ondertekening van het contract, de plaats van het ongeval) - de verbintenis moet uitgevoerd worden [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

150 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.3. Enkele bijzondere procedures Bevoegdheidsbetwistingen elke betwisting van bevoegdheid moet opgeworpen worden voor elk ander verweermiddel … met vermelding van de volgens verweerder bevoegde rechter eiser kan het standpunt van verweerder aanvaarden  de zaak kan verwezen worden (b) verwijzing vragen naar de arrondissementsrechtbank  die beslist en de zaak verwijst (c) de rechtbank zelf laten beslissen  verwerping van het verweer, vervolg procedure  aanvaarding van het verweer, vordering wordt onontvankelijk verklaard [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

151 eiser verweerder hoofdeis aanvullende eis tegeneis
Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure 1.3. Enkele bijzondere procedures Tussenvordering hoofdeis eiser verweerder tussenvorderingen aanvullende eis “verweerder op tegenvordering” “eiser op tegenvordering” tegeneis eis in tussenkomst door of tegen een derde [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

152 eis in tussenkomst door of tegen een derde
Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure 1.3. Enkele bijzondere procedures Tussenkomst eis in tussenkomst door of tegen een derde een derde wordt bij het proces betrokken - vrijwillig (legt zelf een verzoekschrift neer) of - gedwongen (wordt door een van de procespartijen gedagvaard) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

153 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.3. Enkele bijzondere procedures Hervatting van het geding bv. na overlijden van een procespartij - vrijwillig door de erfgenamen van de procespartij via neerlegging op de griffie van een “akte van hervatting van geding” - gedwongen tegen de erfgenamen van de procespartij via dagvaarding(en) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

154 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.3. Enkele bijzondere procedures De uitvoering van een vonnis * betekening van een uitvoerbare uitgifte van het vonnis * na verstrijken van termijn voor rechtsmiddel(len) betekening van een bevel tot betaling * indien geen betaling beslag op goederen * indien nog geen betaling openbare verkoop - opbrengst  (a) kosten en dan (b) schuldeiser(s) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

155 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.3. Enkele bijzondere procedures De uitvoering van een vonnis  voorlopige tenuitvoerlegging van het vonnis is mogelijk, mits - gevraagd & - toegestaan in het vonnis  kantonnement blokkering van gelden om tenuitvoerlegging tegen te houden [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

156 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.3. Enkele bijzondere procedures Het beslag  uitvoerend beslag  bewarend beslag  beslag op roerende  onroerende goederen  beslag onder derden beslag onder derden A C (bv. werkgever van B) schuld schuld B  beslagrechter : beslecht betwistingen i.v.m. beslag bv. de moeder beweert eigenares te zijn van de in beslag genomen televisie  niet alle goederen zijn vatbaar voor beslag aan de beslagene wordt steeds een ‘minimum’ gelaten (meubilair en inkomen) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

157 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.3. Enkele bijzondere procedures Collectieve schuldenregeling  de (beslag)rechter kan op verzoek van een persoon met veel schulden een schuldbemiddelaar aanstellen die ervoor zorgt dat * deze persoon de gelden recupereert die hij nog ergens tegoed zou hebben * dat deze en andere beschikbare gelden verdeeld worden onder de schuldeisers  vanaf het bericht van collectieve schuldenregeling * wordt elke uitvoerende beslagprocedure stopgezet * moet alles gebeuren via de schuldbemiddelaar  uitzonderlijk kan deze procedure ook leiden tot een gedeeltelijke kwijtschelding van schulden [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

158 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.3. Enkele bijzondere procedures Samenloop van strafvordering en burgerlijke vordering strafrechtbank (strafvordering) O.M. beklaagde (burgerlijke vordering) burgerlijke partij de burgerlijke vordering is ondergeschikt aan de strafvordering : [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

159 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.3. Enkele bijzondere procedures Samenloop van strafvordering en burgerlijke vordering de burgerlijke vordering is ondergeschikt aan de strafvordering : * bij vrijspraak verklaart de strafrechter zich onbevoegd om er kennis van te nemen (een procedure voor de burgerlijke rechter blijft mogelijk) * “le criminel tient le civil en état” zolang een strafprocedure loopt wordt de burger- lijke vordering geschorst (bv. een echtscheidings- procedure wegens slagen en verwondingen blijft geschorst zolang de strafprocedure tegen de beweerd gewelddadige echtgenoot loopt) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

160 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.3. Enkele bijzondere procedures Bemiddeling  een minder conflictuele procedure bv. in familiezaken  bij conflicten die dading toelaten  vrijwillig of gerechtelijk  kan contractueel voorzien worden : eerst bemiddeling  kan een uitvoerbare titel opleveren  door federale bemiddelingscommissie erkende bemiddelaars  een akkoord kan aan de rechter voorgelegd ter homologatie [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

161 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
Reeds behandelde hoofdstukken : 1.1. Eerste aanleg 1.2. Rechtsmiddelen 1.3. Enkele bijzondere procedures Wat volgt : 1.4. Enkele algemene principes van het procesrecht 1.5. Gerechtelijke functies [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

162 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.4. Enkele algemene principes van het procesrecht Het recht van verdediging bescherming van het recht van verdediging * dagvaarden voor de 'natuurlijke' rechter van verweerder [die van de woonplaats] * [minimum]termijnen in diverse procedure- stadia (dagvaarding, besluiten, rechtsmiddelen) * betekening vereist in minstens 3 stadia : 1) dagvaarding, 2) vonnis, 3) intentie uitvoerend beslag te leggen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

163 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.4. Enkele algemene principes van het procesrecht Het recht van verdediging bescherming van het recht van verdediging * art 751 Ger.W. * verzet, beroep (>< willekeur/ vergissing rechter) * cassatieberoep : jur. fouten * mededeling van bewijsstukken [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

164 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.4. Enkele algemene principes van het procesrecht Openbaarheid van de rechtspraak bescherming van partijen * zowel zittingen als uitspraak openbaar (G.W.) * idee : controle door ruimer publiek dan partijen > zorgvuldigheid rechters [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

165 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.4. Enkele algemene principes van het procesrecht Voorkomen van willekeurige vorderingen en willekeurig verweer bescherming van partijen * voorwaarden voor ontvankelijkheid rechtsvordering : hoedanigheid [genots- en handelingsbekwaam  jur. en feit. geschikt] belang [baat - ook ernstige bedreiging toekomstig recht] * tegeneis (schadevergoeding) wegens 'tergende en roekeloze vordering' – manifest ongegrond en te kwader trouw ook mogelijk : willekeurig verweer [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

166 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.4. Enkele algemene principes van het procesrecht Voorkomen van willekeurige vorderingen en willekeurig verweer * nietigheden enkel indien wettekst, soms enkel mits bewijs belangen geschaad door het verzuim/onregel- matigheid, in te roepen bij het begin van de procedure voor elk ander verweermiddel * rechtspraak sanctioneert nog bepaalde vormen van willekeurig verweer als misbruik van (proces)recht . meest bruikbaar criterium : onevenwicht tussen ▪ voordeel van titularis van het recht ▪ nadeel dat derden hierdoor lijden * geldboetes wegens tergend of roekeloos hoger beroep (t.v.v. de Staat), ongeacht eventuele schadevergoeding [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

167 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.4. Enkele algemene principes van het procesrecht Taak van de rechter * accusatoir karakter van het procesrecht - passieve rol van de rechter - partijen nemen initiatief / maken zaak aanhangig / rechter kan enkel toekennen (of afwijzen) wat wordt gevraagd - ook in het STRAFprocesrecht (onderzoek en in beschuldiging stellen door het parket) - beperkt aantal gevallen van initiatief : bevel bepaalde stukken voor te leggen, aan parket vragen inlichtingen in te winnen in sommige familiezaken, ambtshalve op te werpen nietigheden - rechter is enkel VERPLICHT om een vonnis te vellen -  inquisitoriaal procesrecht [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

168 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.5. Gerechtelijke functies Rechter * beroepsrechter : jurist benoemd voor het leven onafzetbaar (tenzij via tuchtprocedure) niemand kan richtlijnen of bevelen geven * lekenrechter : tijdelijk benoemd in de regel geen jurist * ‘zittende magistratuur’ [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

169 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.5. Gerechtelijke functies Openbaar ministerie * openbaar ministerie of parket vertegenwoordigt de belangen van de gemeenschap * vooral een rol bij strafvervolging bij privaatrechtelijke rechtscolleges vnl. adviserend * hiërarchisch gestructureerd (top = Min.v.Justitie) dus wel bevelen aan lager geplaatste leden, maar ter zitting kan elke parketmagistraat mondeling in alle vrijheid een eigen standpunt innemen (bv. vrijspraak vragen) * ‘staande magistratuur’ * parketmagistraten zijn juristen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

170 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.5. Gerechtelijke functies Griffier * gerechtelijk ambtenaar * akteert schriftelijk de beslissingen * op de griffie worden processtukken neergelegd, rechtsdagen aangevraagd, e.d. [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

171 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.5. Gerechtelijke functies Gerechtsdeurwaarder * gerechtelijk ambtenaar - door de Koning voor het leven benoemd - onder toezicht van de procureur des Konings - aantal is wettelijk beperkt - oefenen hun beroep uit zoals een zelfstandige * taak - betekenen van gerechtelijke akten - gedwongen uitvoeren van gerechtelijke beslissingen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

172 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.5. Gerechtelijke functies Gerechtsdeskundige * geen ambtenaar geen vaste band met het gerecht * aangesteld met opdracht in een concrete zaak * taak de rechtbank technisch voorlichten vanuit zijn/haar specialisatie (architect, accountant, ingenieur, dokter, psychiater, antiquair, e.d.) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

173 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.5. Gerechtelijke functies Advocaat * jurist * geen ambtenaar * onafhankelijk zelfstandige * moet ingeschreven zijn aan de balie [vereniging van de advocaten op het niveau van het gerechtelijk arrondissement] [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

174 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 1. Procedure
1.5. Gerechtelijke functies Advocaat * in de praktijk is het meestal nodig een beroep te doen op een advocaat voor een proces, ook al mag men in principe zelf optreden : - bepaalde stukken kunnen alleen door een advocaat ondertekend - in de regel kan alleen een advocaat een partij vertegenwoordigen om te pleiten - pleitmonopolie doorbroken voor arbeidsgerechten – representatieve organisaties – en soms voor andere rechtbanken – familieleden – steeds mits volmacht - ‘advocaten bij het hof van cassatie’ (16) moeten geraadpleegd voor cassatieprocedure, behalve in strafzaken [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

175 [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ]
► algemene inleiding ► deel I : structuren en instellingen ► deel II : privaatrechtelijk procesrecht ► deel III : burgerlijk recht 1. Procedure 2. Bewijs [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

176 [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ]
► algemene inleiding ► deel I : structuren en instellingen ► deel II : privaatrechtelijk procesrecht ► deel III : burgerlijk recht de bewijslast & de bewijsmiddelen 1. Procedure 2. Bewijs [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

177 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 2. Bewijs 2.1. De bewijslast
 bij betwisting, moet men het bewijs leveren van het bestaan en/of de omvang van het recht dat men beweert te hebben  wie moet een bepaald beweerd feit bewijzen ? deze partij draagt de bewijslast  doorslaggevend voor het verloop van de procedure [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

178 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 2. Bewijs 2.1. De bewijslast
 principes 1) rechter = passief, beperkt zich tot het beoordelen van het bewijsmateriaal dat hem wordt voorgelegd, maar kan een partij wel bevelen het bewijsmateriaal dat zij bezit over te leggen 2) wie iets beweert moet dit bewijzen - kan ook de verwerende partij zijn ! - soms wettelijke vermoedens die bewijslast omkeren 3) enkel bewijs van feiten en rechtshandelingen * rechtsregels moet men nooit bewezen, want ieder wordt geacht de wet te kennen, ook de rechter * algemeen bekende feiten evenmin [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

179 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 2. Bewijs
2.1. De bewijsmiddelen onderscheid algemene bewijsmiddelen middelen beschikbaar buiten een procedure (schriftelijk bewijs, getuigenbewijs, buitengerechtelijke bekentenis, vermoedens) procedurele bewijsmiddelen bewijsmiddelen die pas worden gecreëerd in het kader van een proces (gerechtelijke bekentenis, deskundig onderzoek, eed, verhoor van partijen, plaatsopneming) onsplitsbaar een bewijs moet in zijn geheel genomen worden [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

180 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 2. Bewijs
2.1. De bewijsmiddelen Algemene bewijsmiddelen A. Het schriftelijk bewijs A. 1. Bij rechtshandelingen hét bewijsmiddel bij uitstek bij rechtshandelingen in principe vereist (≥ € 375,00) uitzondering : alle bewijsmiddelen zijn toegelaten - inzake koophandel & arbeidsovereenkomsten - indien geschrift verloren door overmacht - in geval van “morele onmogelijkheid” (bv. tussen familieleden) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

181 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 2. Bewijs
2.1. De bewijsmiddelen Algemene bewijsmiddelen A. Het schriftelijk bewijs A. 1. Bij rechtshandelingen 3 soorten geschreven bewijs : ♦ authentieke akten akten opgesteld in door wet voorziene vorm door een bevoegd openbaar ambtenaar (notaris, ambtenaar burgerlijke stand) ♦ onderhandse akten uitgaand van 1 of meer personen bv. ook telegram, telefax, e-post ♦ niet-ondertekende documenten bv. kasregister, notaboekjes [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

182 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 2. Bewijs
2.1. De bewijsmiddelen Algemene bewijsmiddelen A. Het schriftelijk bewijs A. 1. Bij rechtshandelingen bewijskracht is verschillend ten aanzien van de betrokken partijen en ten aanzien van derden A Bewijskracht tussen de partijen ♦ authentieke akte : volledig bewijs, maar … onderscheid in de bewijskracht - feiten/handelingen door de ambtenaar zelf verricht of vastgesteld : absoluut bewijs (tenzij valsheid in geschrifte door de ambtenaar) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

183 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 2. Bewijs
2.1. De bewijsmiddelen Algemene bewijsmiddelen A. Het schriftelijk bewijs A. 1. Bij rechtshandelingen A Bewijskracht tussen de partijen ♦ authentieke akte : volledig bewijs, maar … - feiten/handelingen waarvan de ambtenaar de echtheid niet heeft kunnen vaststellen : vatbaar voor tegenbewijs ♦ onderhandse akte : idem, voor zover de authenticiteit niet betwist wordt (mogelijkheid tot legalisatie handtekening, registratie van de akte) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

184 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 2. Bewijs
2.1. De bewijsmiddelen Algemene bewijsmiddelen A. Het schriftelijk bewijs A. 1. Bij rechtshandelingen A Bewijskracht tussen de partijen ♦ onderhandse akte : - wederkerige overeenkomsten, moeten in zoveel originelen als partijen + vermelding aantal (sanctie : nietigheid, akte geldt hoogstens als “begin van schriftelijk bewijs” dat moet/kan aangevuld) - een eenzijdige akte (één partij bindt zich), moet handgeschreven zijn, minstens bedrag/hoeveelheid voluit in letters en voorafgegaan door “goed voor” [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

185 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 2. Bewijs
2.1. De bewijsmiddelen Algemene bewijsmiddelen A. Het schriftelijk bewijs A. 1. Bij rechtshandelingen A Bewijskracht tussen de partijen ♦ niet-ondertekende documenten i.h.b. ● de regelmatig gehouden boekhouding van handelaren bij een geschil tussen handelaren wegens handelsdaden (tegen een niet-handelaar vormt de boekhouding slechts een vermoeden) ● de (stilzwijgend) door een handelaar aanvaarde facturen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

186 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 2. Bewijs
2.1. De bewijsmiddelen Algemene bewijsmiddelen A. Het schriftelijk bewijs A. 1. Bij rechtshandelingen A Bewijskracht t.a.v. derden  tegenstelbaarheid aan derden : de bewezen overeenkomst moet als feit erkend onderscheid  door de ambtenaar zelf verrichte/vastgestelde feiten/handelingen in een authentieke akte  kunnen ook door derden enkel betwist via een valsheidsprocedure [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

187 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 2. Bewijs
2.1. De bewijsmiddelen Algemene bewijsmiddelen A. Het schriftelijk bewijs A. 1. Bij rechtshandelingen A Bewijskracht t.a.v. derden  andere vermeldingen of vermeldingen in onder- handse akte en andere geschreven documenten  kunnen betwist met alle bewijsmiddelen (derden moeten een geschreven bewijs niet met een geschreven tegenbewijs weerleggen) tegenbrieven tussen partijen zijn niet tegenstelbaar aan derden die er zich wel op kunnen steunen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

188 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 2. Bewijs
2.1. De bewijsmiddelen Algemene bewijsmiddelen A. Het schriftelijk bewijs A. 1. Bij rechtshandelingen A Bewijskracht t.a.v. derden de datum van een rechtshandeling – het probleem van mogelijk bedrog door antidateren . onderhandse datum steeds betwistbaar door derden . vaste datum niet een datum die via een formaliteit of gebeurtenis een onbetwistbare bewijskracht heeft (registratie, overlijden, opname in authentieke akte, publiciteit in de registers van de hypotheekbewaarder) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

189 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 2. Bewijs
2.1. De bewijsmiddelen Algemene bewijsmiddelen A. Het schriftelijk bewijs A. 2. Bij feiten * uiteraard doorgaans niet te bewijzen door een geschrift wel door getuigen, vermoedens, e.d. [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

190 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 2. Bewijs
2.1. De bewijsmiddelen Algemene bewijsmiddelen B. Het getuigenbewijs * toegelaten voor - burgerlijke verbintenissen met waarde < € 375,00 - handelsverbintenissen ongeacht hun waarde * de rechter beoordeelt soeverein de geloofwaardigheid van de getuigenverklaringen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

191 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 2. Bewijs
2.1. De bewijsmiddelen Algemene bewijsmiddelen B. Het getuigenbewijs * een getuigenverhoor - kan slechts toegelaten of bevolen door een rechter - andere partij kan een tegenverhoor vragen van andere getuigen * een getuige mag alleen verklaringen afleggen - over zaken die hij persoonlijk kent - over feiten niet over de interpretatie van die feiten [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

192 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 2. Bewijs
2.1. De bewijsmiddelen Algemene bewijsmiddelen C. De vermoedens * vermoedens zijn : gevolgtrekkingen die de wet of de rechter afleidt uit een bekend feit om te besluiten tot een onbekend feit * onderscheid ♦ wettelijke vermoedens onderscheid ▪ vermoedens juris et de jure ▪ vermoedens juris tantum ♦ feitelijke vermoedens [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

193 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 2. Bewijs
2.1. De bewijsmiddelen Algemene bewijsmiddelen C. De vermoedens ♦ wettelijke vermoedens – door de wet voorzien – bevoordeelde moet het onbekende niet bewijzen ▪ wettelijke vermoedens juris et de jure andere partij mag geen tegenbewijs leveren bv. gezag van (rechterlijk) gewijsde ▪ wettelijke vermoedens juris tantum andere partij mag tegenbewijs leveren bv. vaderschap [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

194 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 2. Bewijs
2.1. De bewijsmiddelen Algemene bewijsmiddelen C. De vermoedens ♦ feitelijke vermoedens indien het getuigenbewijs toegelaten is, mag de rechter “gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende” vermoedens aanvaarden [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

195 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 2. Bewijs
2.1. De bewijsmiddelen Algemene bewijsmiddelen D. De buitengerechtelijke bekentenis * het toegeven van feiten die hem nadelig zijn * buitengerechtelijk : buiten een procedure, niet voor de rechter * in geval van procedure moet de buitengerechtelijke bekentenis bewezen worden het is dus zelf eerder een feit dan een bewijsmiddel * kan niet worden herroepen, tenzij bij dwaling omtrent de feiten [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

196 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 2. Bewijs
2.1. De bewijsmiddelen Procedurele bewijsmiddelen  bij onenigheid zullen ook de procedurele bewijsmiddelen uiteindelijk door een rechter beoordeeld worden [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

197 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 2. Bewijs
2.1. De bewijsmiddelen Procedurele bewijsmiddelen A. De gerechtelijke bekentenis * gedaan in het kader van een procedure het verschil met de buitengerechtelijke bekentenis is dat de bekentenis gedaan wordt voor de rechter, zodat ze niet meer bewezen moet worden * schriftelijk of mondeling [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

198 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 2. Bewijs
2.1. De bewijsmiddelen Procedurele bewijsmiddelen B. Het deskundig onderzoek * bij een betwisting op technisch gebied die de rechter als leek in het betrokken vakgebied moeilijk kan beoordelen, zal hij beroep doen op een onafhankelijke deskundige voor - bepaalde vaststellingen en/of - technisch (nooit juridisch) advies * aanstelling bij tussenvonnis of in kort geding (los van een lopend proces) * het deskundig verslag is voor de rechter niet bindend [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

199 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 2. Bewijs
2.1. De bewijsmiddelen Procedurele bewijsmiddelen C. Het verhoor van de partijen * meestal worden partijen vertegenwoordigd door een advocaat * soms nuttig : persoonlijke ondervraging door de rechter of confrontatie met tegenpartij of met getuigen * rechter kan het altijd bevelen * van de verklaringen wordt door de griffier een P.V. opgemaakt dat nadien kan gelden als schriftelijk bewijs [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

200 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 2. Bewijs
2.1. De bewijsmiddelen Procedurele bewijsmiddelen D. De plaatsopneming * soms is het nuttig dat de rechter zich ter plaatse van de situatie vergewist (bv. erfdienstbaarheid van uitzicht) * partijen krijgen kans aanwezig te zijn en opmerkingen te maken * rechter kan partijen bevelen aanwezig te zijn * de plaatsopneming kan ook in afwezigheid van partijen doorgaan (hier geldt geen verstek) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

201 Deel II – Privaatrechtelijk procesrecht 2. Bewijs
2.1. De bewijsmiddelen Procedurele bewijsmiddelen E. De eed noodoplossing onderscheid ♦ de gedingbeslissende eed vraag van ene partij aan andere de juistheid van ingeroepen feiten onder eed te bevestigen ♦ de ambthalve opgelegde eed op voorwaarde dat er begin van bewijs is voor de feiten die onder eed bevestigd moeten worden [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

202 [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ]
► algemene inleiding ► deel I : structuren en instellingen ► deel II : privaatrechtelijk procesrecht ► deel III : burgerlijk recht [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

203 [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ]
► algemene inleiding ► deel I : structuren en instellingen ► deel II : privaatrechtelijk procesrecht ► deel III : burgerlijk recht [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] boek : blz. 179 [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

204 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen
1.1. Subjectief recht en rechtssubject subjectief recht subjectief standpunt “ik heb daar recht op” = een in het rechtssysteem erkende bevoegdheid om handelingen te stellen omtrent : zichzelf, een bepaalde zaak, een aanspraak, politieke inspraak ♦ subjectieve rechten worden geput uit het objectief recht = de rechtsregelen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

205 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen
1.1. Subjectief recht en rechtssubject subjectief recht rechtssubject = persoon of groep van personen titularis van subjectieve rechten en (juridische) plichten twee soorten “juridische personen” : 1. natuurlijke persoon  mens van vlees en bloed 2. rechtspersoon  groeperingen, instellingen, stichtingen, vennootschappen, e.d. [de rechtspersoon is meer dan de som van haar leden, die natuurlijke personen zijn] [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

206 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen
1.1. Subjectief recht en rechtssubject Politieke rechten subjectieve politieke rechten = rechten van burger tegenover overheid ▪ politieke vrijheden (bv. vrije meningsuiting)  plicht overheid : zich onthouden van inmenging ▪ participatierechten – politieke rechten in enge zin – participatie in het overheidsbeleid (bv. kiesrecht) ▪ sociaal-economische rechten  vordering van burger op overheid tot financiële tegemoetkoming of dienst (bv. gratis onderwijs)  gefinancierd door burger zelf via belastingen (vorm van herverdeling van vermogens) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

207 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen
1.1. Subjectief recht en rechtssubject Civiele rechten civiele rechten = rechten van burger tegenover medeburger  soms kan overheid die mede-burger zijn ▪ persoonlijkheids- en familierechten bv. fysische en psychische integriteit, privacy bv. niet-patrimoniale rechten uit afstamming niet verkoop- of overdraagbaar, eindigen met de dood ▪ zakelijke rechten bv. eigendom, bv. vruchtgebruik gehele of gedeeltelijke heerschappij op een goed [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

208 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen
1.1. Subjectief recht en rechtssubject Civiele rechten civiele rechten ▪ vorderingsrechten bevoegdheid van een ander uitvoering te eisen van verbintenis(sen) te doen, te geven of te laten ▪ intellectuele rechten heerschappij op een intellectueel concept, los van de materiële uitdrukking ervan  zakelijke, vorderings- en intellectuele rechten betreffen patrimoniale rechten  verhandelbaar en gaan meestal over op erfopvolgers subjectieve rechten ontstaan/verdwijnen door rechtsfeiten en/of rechtshandelingen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

209 [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ]
– inhoud – Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen 1.1. Subjectief recht en rechtssubject 1.2. Rechtsfeit 1.3. Rechtshandeling 1.4. Geldigheid & nietigheid v. rechtshandelingen 1.5. Staat 1.6. Verjaring 1.7. Rechtsmisbruik [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

210 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen 1.2. Rechtsfeit
* = elk feit (gebeurtenis, toestand of handeling) waaraan het objectief recht rechtsgevolgen koppelt tot stand brengen, wijzigen of laten verdwijnen van subjectieve rechten * bv. geboorte  persoonlijkheidsrechten bv. overlijden  ” verdwijnen / patrimoniale rechten gaan over op erfgenamen bv. leeftijd van 18  juridisch handelingsbekwaam bv. verkeersongeval met schade  vorderingsrecht (burgerrechtelijke en eventueel strafrechtelijke aansprakelijkheid) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

211 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen 1.3. Rechtshandeling
* = elke handeling die bewust wordt gesteld met het oog op de rechtsgevolgen (zie hoger) eraan verbonden door het objectief recht zoniet  rechtsfeit * onbewust handelen – bv. een onhandig manoeuvre & verkeersongeval * bewust, maar zonder intentie de rechtsgevolgen te veroorzaken – bv. vechtpartij (bewust, maar vergoedingsplicht en straf zij niet beoogd) * indeling volgens diverse criteria  [aard & aantal auteurs, rechtsgevolg, vormvereisten] [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

212 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen 1.3. Rechtshandeling
Indeling naar de auteurs van de rechtshandeling A. Aard van de auteurs  publiekrechtelijke * normerende bv. uitvaardiging van een wet * individuele bv. onteigening * gerechtelijke bv. vonnis  privaatrechtelijke bv. testament B. Aantal betrokken partijen  eenzijdige bv. erkenning kind, opstellen testament, dagvaarding  meerzijdige bv. huurovereenkomst, C.A.O. [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

213 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen 1.3. Rechtshandeling
Indeling naar de rechtsgevolgen vestigende brengen nieuw recht tot stand bv. huwelijk, adoptie overdragende dragen bestaand recht over bv. verkoop, huur aanwijzende bevestigen bestaand recht bv. verdeling van nalatenschap, schriftelijke bevestiging van een mondeling akkoord [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

214 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen 1.3. Rechtshandeling
Indeling naar de vormvereisten  vormelijkheid = de uitzondering  toch vormelijke vereisten voor sommige privaatrechtelijke rechtshandelingen = de plechtige rechtshandelingen bv. huwelijk, adoptie, hypotheek, E.O.T. [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

215 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen
1.4. Geldigheid en nietigheid van rechtshandelingen Geldigheid van rechtshandelingen ♦ bestaansvoorwaarden van de rechtshandeling : A. wilsuiting B. voorwerp C. oorzaak ♦ bijkomende geldigheidsvoorwaarden (wetgever) vnl. 2 soorten : D. bekwaamheid E. conformiteit met het imperatief recht [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

216 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen
1.4. Geldigheid en nietigheid van rechtshandelingen Geldigheid van rechtshandelingen ♦ bestaansvoorwaarden van de rechtshandeling : A. wilsuiting ▪ reële wil rechtsgevolgen tot stand te brengen ▪ vrije, bewuste en ernstige wil v/e normaal mens ▪ vrij van wilsgebreken : A.1. dwaling onopzettelijke misleiding A.2. bedrog opzettelijke misleiding A.3. geweld psychische of fysische dwang [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

217 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen
1.4. Geldigheid en nietigheid van rechtshandelingen Geldigheid van rechtshandelingen ♦ bestaansvoorwaarden van de rechtshandeling : A. wilsuiting A.1. dwaling omtrent  de zelfstandigheid van de zaak essentiële hoedanigheid bv. nieuwe vs. tweedehandswagen  de persoon enkel bij rechtshandeling waarbij identiteit van de betrokkene essentieel/doorslaggevend is bv. zaak toevertrouwen aan deurwaarder in de foutieve mening dat hij advocaat is [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

218 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen
1.4. Geldigheid en nietigheid van rechtshandelingen Geldigheid van rechtshandelingen ♦ bestaansvoorwaarden van de rechtshandeling : A. wilsuiting dwaling bedrog geweld doorslaggevend X verschoonbaar kwaadaardig (X) indruk maken uitgaand van betrokken partij onrechtmatig A.1. dwaling omtrent  de zelfstandigheid van de zaak essentiële hoedanigheid bv. nieuwe vs. tweedehandswagen  de persoon enkel bij rechtshandeling waarbij identiteit van de betrokkene essentieel/doorslaggevend is bv. zaak toevertrouwen aan deurwaarder in de foutieve mening dat hij advocaat is [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

219 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen
1.4. Geldigheid en nietigheid van rechtshandelingen Geldigheid van rechtshandelingen A. wilsuiting A.2. bedrog  opzettelijk gecreëerde dwaling omtrent een essentieel/doorslaggevend feit  door een (zelfs onrechtstreeks) betrokken partij [zoniet, kan er nog sprake zijn van dwaling, maar deze leidt minder makkelijk tot nietigverklaring]  kwaadaardig (bv. niet voor herkenbare reclame- en verkooptechnieken)  “hoofdbedrog” : zonder het bedrog was de rechts- handeling niet gesteld  nietigheid [geen hoofd- bedrog  enkel aanpassing rechtshandeling] [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

220 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen
1.4. Geldigheid en nietigheid van rechtshandelingen Geldigheid van rechtshandelingen A. wilsuiting dwaling bedrog geweld doorslaggevend X verschoonbaar kwaadaardig (X) indruk maken uitgaand van betrokken partij onrechtmatig A.2. bedrog  opzettelijk gecreëerde dwaling omtrent een essentieel/doorslaggevend feit  door een (zelfs onrechtstreeks) betrokken partij [zoniet, kan er nog sprake zijn van dwaling, maar deze leidt minder makkelijk tot nietigverklaring]  kwaadaardig (bv. niet voor herkenbare reclame- en verkooptechnieken)  “hoofdbedrog” : zonder het bedrog was de rechts- handeling niet gesteld  nietigheid [geen hoofd- bedrog  enkel aanpassing rechtshandeling] [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

221 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen
1.4. Geldigheid en nietigheid van rechtshandelingen Geldigheid van rechtshandelingen A. wilsuiting A.2. geweld  fysiek of moreel uitvoering of dreiging met aanzienlijk kwaad t.a.v. betrokkene of naaste verwanten  ook indien door een niet betrokken partij  4 voorwaarden voor nietigverklaring [zie tabel ] [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

222 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen
1.4. Geldigheid en nietigheid van rechtshandelingen Geldigheid van rechtshandelingen A. wilsuiting dwaling bedrog geweld doorslaggevend X verschoonbaar kwaadaardig (X) indruk maken & onmidd. vrees voor aanzienlijk kwaad uitgaand van betrokken partij onrechtmatig A.2. geweld  fysiek of moreel uitvoering of dreiging met aanzienlijk kwaad t.a.v. betrokkene of naaste verwanten  ook indien door een niet betrokken partij  4 voorwaarden voor nietigverklaring [zie tabel] [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

223 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen
1.4. Geldigheid en nietigheid van rechtshandelingen Geldigheid van rechtshandelingen ♦ bestaansvoorwaarden van de rechtshandeling : A. wilsuiting B. voorwerp C. oorzaak ♦ bijkomende geldigheidsvoorwaarden (wetgever) vnl. 2 soorten : D. bekwaamheid E. conformiteit met het imperatief recht [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

224 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen
1.4. Geldigheid en nietigheid van rechtshandelingen Geldigheid van rechtshandelingen B. voorwerp = het beoogde concrete rechtsgevolg  aan het beoogde subjectieve recht moet een voorwerp beantwoorden bv. niet : koop van onbestaand huis  het voorwerp moet voldoende bepaald zijn bepaalbaar zijn volstaat bv. verkoop van “mijn (enige) huis”  het voorwerp moet enig nut hebben nodig opdat het rechtsgevolg zou intreden bv. niet : notariëel huwelijkscontract waarin enkel het wettelijk stelsel wordt opgenomen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

225 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen
1.4. Geldigheid en nietigheid van rechtshandelingen Geldigheid van rechtshandelingen C. oorzaak = de doorslaggevende “juridische beweegreden”  gericht op de normale rechtsgevolgen van de rechtshandeling bv. niet : onverschuldigde betaling  geen oorzaak bv. niet : een (schijn)huwelijk aangegaan om nationaliteit te verwerven  valse oorzaak [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

226 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen
1.4. Geldigheid en nietigheid van rechtshandelingen Geldigheid van rechtshandelingen ♦ bestaansvoorwaarden van de rechtshandeling : A. wilsuiting B. voorwerp C. oorzaak ♦ bijkomende geldigheidsvoorwaarden (wetgever) vnl. 2 soorten : D. bekwaamheid E. conformiteit met het imperatief recht [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

227 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen
1.4. Geldigheid en nietigheid van rechtshandelingen Geldigheid van rechtshandelingen D. bekwaamheid – zie verder – E. conformiteit met het imperatief recht – 3 cat. – E.1. openbare orde  essentiële belangen van de staat of gemeenschap of juridische grondslagen van economische en morele orde van de maatschappij – bv. huwelijk E.2. goede zeden  algemeen aanvaarde regels van sociale moraal en maatschappelijk fatsoen – bv. heersende moraal i.v.m. oorlogspropaganda, seksualiteit [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

228 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen
1.4. Geldigheid en nietigheid van rechtshandelingen Geldigheid van rechtshandelingen D. bekwaamheid – zie verder – E. conformiteit met het imperatief recht – 3 cat. – E.3. imperatieve belangenbescherming regelen van dwingend recht  raken niet de fundamenten van de samenleving, toch dwingend opgelegd om bepaalde categorieën personen te beschermen – bv. huurders (op voor-hand afstand doen van minimumopzegtermijn)  aanvullend/suppletief recht voorziet regeling, maar afwijking kan door adequate rechtshandeling– bv. erfrecht (afwijking d.m.v. testament) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

229 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen
1.4. Geldigheid en nietigheid van rechtshandelingen Nietigheid van rechtshandelingen = sanctie verbonden aan de geldigheidsvoorwaarden rechtshandeling vernietigbaar door een rechtbank tot de vernietiging is er schijn van geldigheid waarop gedrag te goeder trouw afgestemd kan worden de meeste takken van het privaatrecht laten de rechter toe om in uitzonderlijke gevallen nietigheid uit te spreken zonder uitdrukkelijke wettekst Ger.W. bepaalt evenwel : ▪ geen nietigheid zonder uitdrukkelijke wettekst ▪ geen nietigheid zonder geschaad belang [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

230 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen
1.4. Geldigheid en nietigheid van rechtshandelingen Nietigheid van rechtshandelingen A. Soorten nietigheid A.1 absolute nietigheid en relatieve nietigheid ♦ beschermt openbare orde & goede zeden ♦ kan door ieder ingeroepen, ook ambtshalve door rechter, op elk moment i/d procedure ♦ nietige rechtshandeling kan nooit bekrachtigd ♦ nietigheid verjaart niet of pas na 30 jaar ♦ beschermt private belangen ♦ kan enkel ingeroepen door beschermde partij (niet door rechter), enkel bij het begin van een procedure ♦ nietige rechtshandeling kan door beschermde partij bekrachtigd ♦ verjaring mogelijk [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

231 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen
1.4. Geldigheid en nietigheid van rechtshandelingen Nietigheid van rechtshandelingen A. Soorten nietigheid A.2 verplichte nietigheid en facultatieve nietigheid ♦ moet door de rechter uitgesproken worden bij een relatieve nietigheid : pas na verzoek daartoe ♦ de rechter oordeelt vrij of de nietigheid uitgesproken moet worden bv. na onderzoek of de minderjarige door de ongeldige rechtshandeling benadeeld werd [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

232 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen
1.4. Geldigheid en nietigheid van rechtshandelingen Nietigheid van rechtshandelingen B. Gevolgen van nietigverklaring van rechtshandelingen  volledig verdwijnen van alle rechtsgevolgen met terugwerkende kracht uitz. - verzachtingen & correcties door W, RS en RL : ▪ mogelijk behoud van sommige rechtsgevolgen bv. putatief huwelijk (partner te goeder trouw) ▪ herstel van oude situatie soms onaanvaardbaar gelet op eigen schuld aan de nietigheidsgrond bv. geen terugbetaling op grond van een over- eenkomst in strijd met de goede zeden ▪ gedeeltelijke nietigheid : nietigheid beperkt tot een clausule, indien geen onverbreekbaar geheel bv. testament [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

233 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen 1.5. Staat
de “staat” van een persoon ♦ duidt de hoedanigheden aan die de rechtstoestand van die persoon bepalen ♦ plaatst die persoon in een bepaalde categorie waardoor zijn rechts- en handelingbekwaamheid worden omschreven ♦ wordt verkregen vanaf de geboorte ♦ verandert in de loop van het leven onderscheid - staat “in de familie” afstamming, huwelijk - staat “in de natie” nationaliteit, woonplaats, handelingsbekwaamheid [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

234 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen 1.5. Staat
publiciteit de staat van een persoon is relevant voor derden die met die persoon rechtsbetrekkingen hebben/wensen bv. woonplaats (dagvaarding) verwantschap (erfgenamen) nationaliteit (benoeming tot ambtenaar) informatie via publiciteit in de akten en registers van de “burgerlijke stand” [zie hoofdstuk 2.1.7] [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

235 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen 1.6. Verjaring
 legalisering van een lang bestaande feitelijke situatie  door het louter verloop van tijd  is men bevrijd van een verbintenis bevrijdende verj.  verkrijgt men bepaalde rechten verkrijgende verj.  algemene verjaringstermijnen  30 jaar voor zakelijke vorderingen  10 jaar voor persoonlijke vorderingen uitz. :  sommige vorderingen zijn onverjaarbaar bv. deze m.b.t. de staat van personen  kortere termijnen bepaald door de wet bv. 5 j.: huurgeld, interest bij lening, schade bv. 3 j.: verzekeringsovereenkomst bv. 1 j.: handelaar c. niet handelaar (levering) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

236 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen 1.6. Verjaring
 onderbreking van het verloop van de termijn door een omstandigheid, gebeurtenis of handeling  stuiting van de verjaring de verlopen verjaringstermijn vervalt volledig bv. aanmaning, dagvaarding, inbeslagname, erkenning van een schuld  schorsing van de verjaring tijdelijke onderbreking bv. tijdens de minderjarigheid, tijdens het afwachten van de vervulling van een voorwaarde bij een voorwaardelijke verbintenis [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

237 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen 1.7. Rechtsmisbruik
Definitie ♦ het op onaanvaardbare/onrechtmatige wijze gebruik maken van een recht dat men ogenschijnlijk bezit bv. afbraak vorderen van een huis dat jaren eerder te goeder trouw door de buurman enkele centimeters over de scheidingslijn werd gebouwd RS : afgewezen wegens rechtsmisbruik, omdat nadeel van eigenaar huis buiten verhouding staat tot voordeel van eigenaar grond (buur) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

238 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen 1.7. Rechtsmisbruik
Definitie ♦ onderscheid (RL) : rechtsmisbruik bij ... * doelgebonden bevoegdheden (welomschreven grenzen) bv. ouderlijk gezag bij deze bevoegdheden is de mogelijkheid tot rechtsmisbruik het grootst * discretionaire bevoegdheden (willekeur) bv. verdeling nalatenschap zuiver discretionaire bevoegdheden bestaan in werkelijkheid niet : beperkt door publiek recht + regels van openbare orde & goede zeden * bevoegdheden die noch (volledig) doelgebonden, noch (volledig) discretionair zijn bv. gebruik van proceduremiddelen/technieken [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

239 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen 1.7. Rechtsmisbruik
Rechtsmisbruikcriteria een zestal criteria worden gehanteerd in RS (gesystematiseerd in RL) : A. oogmerk om te schaden determinerend opzet, geen bijbedoeling of neveneffect bv. valse schoorsteen bouwen enkel en alleen om het uitzicht van de buur te hinderen B. afwezigheid van belang keuze van de uitoefening die meest nadelig is bv. grotere lichtreclame plaatsen die de reclame van de buur verbergt, terwijl plaatsing zonder hinder kon aan de andere kant van het handelspand [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

240 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen 1.7. Rechtsmisbruik
Rechtsmisbruikcriteria C. overdreven benadeling criterium aangewend wanneer aan A en B niet voldaan bv. afbraak vorderen van een huis dat jaren eerder te goeder trouw door de buurman enkele centimeters over de scheidingslijn werd gebouwd RS : schadevergoeding i.p.v. afbraak D. overdreven verbreking van belangenevenwicht  enerzijds afwezigheid van voldoende belang/ voordeel bij de ene en anderzijds schade/nadeel bij de andere  afweging van de respectieve belangen  criterium D is een meer volledige herformulering van A, B en C [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

241 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen 1.7. Rechtsmisbruik
Rechtsmisbruikcriteria E. afwijking van het doel van een recht ▪ handelen met onrechtmatige bij- bedoelingen ▪ criterium E wordt vooral toegepast bij doelgebonden bevoegdheden F. schokken van legitieme verwachtingen bv. een huiseigenaar geeft de huurder toestemming tot verbeteringswerken op kosten van de huurder en zegt kort na de werken de huur- overeenkomst op [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

242 Deel III – Burgerlijk recht 1. Algemene begrippen 1.7. Rechtsmisbruik
Sancties  RS hanteert algemeen de foutaansprakelijkheid [art B.W.] de rechter bepaalt soeverein de meest aangepaste vorm van schadeloosstelling [zie hoofdstuk 4.4] in principe : herstel in natura indien niet mogelijk : geldelijke vergoeding  andere vorm van sanctionering : afwijzing van de vordering gesteund op een recht waarvan misbruik wordt gemaakt [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

243 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Bestaan van personen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

244 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Bestaan van personen aanvang = geboorte uitz.: wordt soms als persoon beschouwd : ♦ de ongeboren vrucht in het belang van de toekomstige persoon op voorwaarde dat het kind levend en levensbaar ter wereld komt bv. erkend worden bv. erfgenaam zijn [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

245 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Bestaan van personen einde = lichamelijke dood uitz.: wordt soms als persoon beschouwd : ♦ de overledene in het belang van derden bv. erkend worden indien men zelf afstammelingen heeft bv. failliet verklaard worden in het belang van de schuldeisers [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

246 ben even weg Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen
2.1. Natuurlijke personen Bestaan van personen de procedure inzake afwezigheid ▪ in geval van onzekerheid omtrent het bestaan van een natuurlijke persoon (bv. een soldaat die niet terugkeert na oorlog) ▪ zijn nalatenschap valt niet open zijn goederen blijven onbeheerd ▪ wie belang heeft bij het vermogen (bv. erfgenaam) kan naar de rechtbank voor een regeling - op korte termijn  beheer van het vermogen - op lange termijn  bezit van de goederen ben even weg [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

247 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Bekwaamheid rechtsbekwaamheid handelingsbekwaamheid of genotsbekwaamheid = geschiktheid subjectieve = geschiktheid rechten & rechten te hebben plichten zelf uit te oefenen  in principe is iedereen volledig rechtsbekwaam uitz.: rechtspersonen en vreemdelingen  in principe is iedereen ook handelingsbekwaam uitzonderingen enkel indien voorzien bij wet meestal pas na een gerechtelijk procedure  handelingsbekwaamheid impliceert rechtsbekwaamh. niet vice versa  gehele of gedeeltelijke handelingsonbekwaamheid [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

248 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Bekwaamheid  elke rechtshandeling vergt handelingsbekwaamheid  daden van beschikking - ingrijpende wijzigingen, bv. verkoop  daden van beheer - minder ingrijpend, bv. verhuur  daden van behoud - bewarende maatregelen, bv. dringende herstelling [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

249 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Bekwaamheid  onderscheid : vertegenwoordiging / bijstand iemand treedt op in de plaats van een volledig handelingsonbekwame bv. ouders/voogd van een minderjarige iemand treedt op samen met de gedeeltelijk handelingsonbekwame bv. curator van ontvoogde minderjarigen bv. gerechtelijk raadsman van een licht mentaal gehandicapte [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

250 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Bekwaamheid  machtiging ▪ in geval van beperkte onbevoegdheid (een) bepaalde rechtshandeling(en) te stellen moet ▪ vooraf toelating verleend worden bv. door de Vrederechter voor de voogd van een minderjarige die een nalatenschap wil aanvaarden/verwerpen  homologatie ▪ bekrachtiging achteraf van een reeds gestelde rechtshandeling bv. door de jeugdrechtbank/rechtbank van eerste aanleg voor een notariële adoptieakte [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

251 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Algemene handelingsonbekwaamheden 2.1.3.A. Minderjarigen alle personen die de volle leeftijd van 18 jaar nog niet bereikt hebben zijn handelingsonbekwaam, maar er zijn verschillen - in de breedte : voor welke rechtshandeling - in de diepte : volledig of gedeeltelijk [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

252 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Algemene handelingsonbekwaamheden 2.1.3.A. Minderjarigen A.1. Categorieën (drie) A.1.1. minder dan 15 jaar  onbekwaam voor alle rechtshandelingen  vertegenwoordiging door ouders/voogd  nietigverklaring enkel op verzoek van de vertegenwoordiger (niet van een derde) A.1.2. tussen 15 en 18 jaar onderscheid al naargelang de aard van de rechtshandeling (drie subcategorieën ) A.1.3. ontvoogde minderjarigen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

253 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Algemene handelingsonbekwaamheden 2.1.3.A. Minderjarigen A.1.2. tussen 15 en 18 jaar (3 subcategorieën) A persoonlijke rechtshandelingen  volledig bekwaam ! bv. testament (16), erkenning kind, toe- stemming erkend te worden (15), toe- stemming vragen aan jeugdrechtbank om te huwen, arbeidsovereenkomst mits instemming van ouders/voogd [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

254 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Algemene handelingsonbekwaamheden 2.1.3.A. Minderjarigen A.1.2. tussen 15 en 18 jaar (3 subcategorieën) A belangrijke en/of risicodragende rechtshandelingen  vernietigbaar wegens onbekwaamheid  relatieve nietigheid, d.w.z. enkel in het voordeel van de minderjarige bv. koop/verkoop onroerend goed, huur/ verhuur voor meer dan 9 jaar, aangaan van een lening, aanvaarden/verwerpen van een erfenis [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

255 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Algemene handelingsonbekwaamheden 2.1.3.A. Minderjarigen A.1.2. tussen 15 en 18 jaar (3 subcategorieën) A andere rechtshandelingen  facultatieve nietigheid : vernietigbaar indien benadeling van de minderjarige o.m. abnormaal onevenwicht tussen de verbintenissen, bv. zeer hoge prijs of prijs die de moge- lijkheden van de minderjarige te boven gaat [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

256 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Algemene handelingsonbekwaamheden 2.1.3.A. Minderjarigen A.1. Categorieën A.2. Beheer van het vermogen van de minderjarige niet-ontvoogde minderjarige = principieel 100% handelingsonbekwaam  vertegenwoordiging * ouder(s) * voogd [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

257 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Algemene handelingsonbekwaamheden 2.1.3.A. Minderjarigen A.2. Beheer van het vermogen A.2.1. Ouders  gehuwde ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit over de persoon van hun kind, ook bij (echt-) scheiding – de ouders beheren gezamenlijk de goederen en zijn gezamenlijk vertegenwoordiger  indien geen gezamenlijk ouderlijk gezag, dan treedt de ouder met het gezag alleen op en heeft de andere ouder toezicht  bij meningsverschil, beslist de jeugdrechter in het belang van het kind [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

258 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Algemene handelingsonbekwaamheden 2.1.3.A. Minderjarigen A.2. Beheer van het vermogen A.2.1. Ouders  voor een derde te goeder trouw worden daden van beheer door de ene ouder geacht te zijn gesteld met instemming van de andere  voor zeer belangrijke rechtshandelingen is de machtiging nodig van de rechtbank van eerste aanleg (daden van beschikking, aangaan lening)  gekoppeld aan het beheer, hebben/heeft de ouder(s) het wettelijk genot van de goederen = recht op de opbrengsten – bv. interesten, huur [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

259 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Algemene handelingsonbekwaamheden 2.1.3.A. Minderjarigen A.2. Beheer van het vermogen A.2.2. Voogdij  opdracht die de wet aan de voogd toevertrouwt om voor de persoon van een minderjarige te zorgen, zijn goederen te besturen en hem te vertegenwoor- digen bij civielrechtelijke handelingen  valt open (1) na dood van beide ouders of wanneer geen ouder het ouderlijk gezag kan uitoefenen, (2) in de wettelijke woonplaats van de minderjarige  territoriale bevoegdheid vrederechter die de voogdij organiseert en controleert [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

260 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Algemene handelingsonbekwaamheden A Voogdijorganen  voogd, toeziende voogd en vrederechter - vrijwillig & kosteloos - permanente organen  voogd ▪ het werkende orgaan ▪ aangesteld * door de ouder(s) de langstlevende kan keuze maken bij testament, voor notaris of voor vrederechter – na overlijden en in geval van aanvaarding wordt de aanwijzing door de rechter gehomologeerd [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

261 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Algemene handelingsonbekwaamheden * door de vrederechter indien niemand door de ouder(s) aangesteld, kiest hij een persoon uit de naaste familie (aanstelling enkel in geval van aanvaarding) kind(eren) gehoord indien > 12 jaar, net als bloedverwanten in opgaande lijn en meerderjarige broers en zussen  toeziende voogd ▪ benoemd door de vrederechter, bij voorkeur uit de andere familietak dan die van de voogd ▪ houdt toezicht op de handelingen van de voogd & vervangt deze indien strijdigheid van belangen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

262 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Algemene handelingsonbekwaamheden A Bevoegdheid van de voogd  staat in voor de persoon én voor de goederen opvoeding overeenkomstig de eventuele keuze van de ouders als een “goede huisvader” aansprakelijk voor fouten in het bestuur uitzonderlijk kan de vrederechter twee voogden aanstellen : één voor ieder taak  conflicten i.v.m. voogdij worden beoordeeld door de vrederechter [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

263 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Algemene handelingsonbekwaamheden 2.1.3.A. Minderjarigen 2.1.3.B. Geesteszieken 2.1.3.C. Mentaal gehandicapten 2.1.3.D. Verkwisters [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

264 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Algemene handelingsonbekwaamheden 2.1.3.B. Geesteszieken ♦ rechtshandelingen van geesteszieken zijn slechts vernietigbaar wegens onbekwaamheid na voorlopige of definitieve gerechtelijke maatregelen zonder deze maatregelen, hoogstens gebrek aan toestemming [onvolwaardige wilsuiting] aanstelling van een voorlopig bewindvoerder  door de vrederechter (verblijfplaats) op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve  de rechter bepaalt de bevoegdheden  in principe vertegenwoordiging [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

265 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Algemene handelingsonbekwaamheden definitieve maatregelen 1. gerechtelijke onbekwaamverklaring - van meerderjarigen met een erge geestesziekte - door de rechtbank van eerste aanleg - op verzoek van ouder, echtgeno(o)t(e), bloedverwant of procureur des koning - na psychiatrisch advies - 100% handelingsonbekwaam  vertegenwoordiging door echtgeno(o)t(e) of een voogd 2. aanstelling van een gerechtelijk raadsman - bij minder ernstige geestesziekte - gedeeltelijke handelingsonbekwaamheid - bijstand [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

266 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Algemene handelingsonbekwaamheden 2.1.3.C. Mentaal gehandicapten ♦ rechtshandelingen van mentaal gehandicapten (van licht debiel tot volledig idioot) zijn slechts vernietigbaar wegens onbekwaamheid na specifieke juridische maatregelen  aanstelling van een voorlopig bewindvoerder  definitieve maatregelen 1. verlengde minderjarigheid - bij zware mentale handicap: - vertegenwoordiging door ouders of een voogd 2. aanstelling van een gerechtelijk raadsman - bij lichte mentale handicap - bijstand [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

267 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Algemene handelingsonbekwaamheden 2.1.3.D. Verkwisters ♦ indien de uitgaven de inkomsten zodanig overtreffen dat zij het kapitaal van het vermogen aantasten en indien de persoon geleid wordt door grilligheid en onredelijkheid dan kan de rechtbank de verkwister onder een gerechtelijk raadsman stellen de verkwister wordt hierdoor gedeeltelijk handelings- onbekwaam [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

268 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Bestaan van personen Bekwaamheid Algemene handelingsonbekwaamheden Beperkte handelingsonbekwaamheden Naam Woonplaats Nationaliteit Burgerlijke stand Bescherming van de persoonlijke levenssfeer [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

269 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Beperkte handelingsonbekwaamheden  sommige strafrechtelijk veroordeelden worden levenslang of tijdelijk ontzet uit sommige politieke en burgerlijke rechten bv. verkozen worden bv. beheerder zijn van een vennootschap  andere beperkte handelingsonbekwaamheden : bv. geneesheren, apothekers en priesters hebben niet het recht een schenking of legaat te aan- vaarden van zij die zij hebben behandeld of bijgestaan tijdens de ziekte waaraan zij zijn overleden bv. curatoren van gefailleerden kunnen geen goederen kopen uit de boedel [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

270 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Naam identiteit van de persoon in de moderne samenleving zijn vele betrekkingen anoniem  identificeren van personen vereist een algemeen-juridische en formele regeling omtrent een aantal minimale identificatiegegevens vnl. naam, woonplaats en nationaliteit aard van de naam ▪ woord(en) om personen te onderscheiden in de maatschappelijke omgang ▪ sommige zijn geregeld (voor/familienaam, handels- naam, schuilnaam), andere niet (bv. spotnaam) ▪ openbare orde  absolute nietigheid van contrac- tuele afwijkingen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

271 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Naam C. soorten 1. Familienaam – onderscheid tussen families –  verkrijging ervan hangt samen met afstamming  de naam van de vader wanneer de afstamming van vaders- en moederszijde tegelijk vaststaat of alleen afstamming van vaderszijde vaststaat  de naam van de moeder wanneer de gehuwde overspelige man het kind erkent of alleen de afstamming van moederszijde vaststaat  de geadopteerde krijgt de familienaam van de adoptant - indien door echtpaar, naam van man  de gehuwde vrouw behoudt haar familienaam * gevestigde gewoonte : gebruik naam van man toegelaten [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

272 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Naam C. soorten 2. Voornaam – onderscheid binnen families –  wordt gegeven in de geboorteakte  door de vader/moeder die de aangifte doet  vrije keuze van beide ouders, voor zover geen verwarring of schade aan kind/derden 3. Handelsnaam  naam gegeven aan handelszaak/bedrijf  kan een familienaam zijn of een fantasienaam  beschermd : vonnis kan staking bevelen (oneerlijke mededinging ) + schadevergoeding  zuiver patrimoniaal recht  vervreemdbaar [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

273 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Naam naamsverbetering en naamsverandering ▪ openbare orde  geen wijziging op eigen initiatief alleen ▪ verbetering – bv. vergissing in geboorteakte  procedure van naamsverbetering rechtbank van eerste aanleg ▪ verandering – bv. belachelijke of onterende naam  aanvraag bij Minister van Justitie  zowel voor familienaam (mits gegronde reden) als voornaam (afwezigheid van nadeel voor betrokkene of derden volstaat)  van de naamsverandering wordt melding gemaakt in de rand van de geboorteakte [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

274 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Woonplaats A. Begrip en belang woonplaats (domicilie) in juridisch zin = hoofdverblijf waar een persoon geacht wordt te verblijven voor het uitoefenen van zijn rechten en het nakomen van zijn verplichtingen  niet noodzakelijk de feitelijke verblijfplaats  juridische gevolgen gekoppeld aan de woonplaats : bv. betekening van akten bv. territoriale bevoegdheid van de rechtbank bv. plaats waar de nalatenschap openvalt bv. huwelijk [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

275 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Woonplaats B. Keuze van woonplaats  de keuze/wijziging van woonplaats is vrij  grondwettelijk principe van de persoonlijke vrijheid  bij betwisting beslist de rechter soeverein  de vermelding in het bevolkingsregister heeft geen volstrekte bewijskracht ! C. Bijzondere gevallen - wettelijke of verplichte woonplaats (bv. voor een notaris) - woonplaats 'ad hoc' (contractueel gekozen) - echtelijke verblijfplaats (kan verschillen van de woonplaats van één of van beide echtgenoten) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

276 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Woonplaats C. Bijzondere gevallen 1. de wettelijke of verplichte woonplaats bv. notarissen, niet-ontvoogde minderjarigen 2. de woonplaats 'ad hoc' contractueel gekozen voor de uitoefening van bepaalde verbintenissen de echtelijke verblijfplaats plaats waar echtgenoten de huwelijksplichten jegens elkaar en hun kinderen nakomen  gezamenlijk gekozen, zoniet door vrederechter bepaald in het belang van het gezin  kan verschillen van de woonplaats van één of beiden [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

277 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Nationaliteit  = juridische band tussen een persoon en een staat waarbij de persoon geniet van de politieke en de burgerlijke rechten voorzien in het rechtssysteem van de staat  vreemdeling = persoon die verblijft in het staats- territorium zonder de nationaliteit van die staat  vreemdeling heeft geringere rechtsbekwaamheid ▪ heeft geen politieke rechten in enge zin (participatierechten) : kiezen/verkozen worden uitz.: niet-Belgische EU-onderdanen (gemeenteraad) ▪ heeft wel de grondwettelijke gewaarborgde rechten en vrijheden – Min.v.Just. kan hem wel terugwijzen of het land uitzetten [openbare orde of veiligheid] [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

278 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Nationaliteit ▪ geniet in principe alle burgerlijke rechten dit geldt zeker voor de EU-onderdanen en vreemdelingen ‘gemachtigd tot vestiging' in België  toekenning en verkrijging van de B. nationaliteit ten gevolge van een feit of rechtshandeling ten gevolge van rechtshandelingen en procedures uitdrukkelijk gericht op het verwerven ervan [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

279 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Nationaliteit A. toekenning van de Belgische nationaliteit A.1. o.g.v. nationaliteit van vader of moeder afstammingsband moet vaststaan voor 18 jaar oud A.2. o.g.v. adoptie wanneer de geadopteerde minderjarig is, onder welbepaalde voorwaarden A.3. o.g.v. geboorte in België  ouder is in België geboren en heeft er in de loop v. 10 jaar voor de geboorte 5 jaar hoofdverblijf gehad bv. automatisch voor het grootste deel van de migranten van de derde generatie  zonder bezit van vreemde nationaliteit (t.e.m. 18 j.)  vondeling wordt geacht in België geboren te zijn [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

280 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Nationaliteit B. verkrijging van de Belgische nationaliteit B.1. door nationaliteitsverklaring  door ouder/adoptant [met hoofdverblijf in België sedert ≥10 j.] van kind <12 j. en hier geboren  door vreemdeling ≥18 j. - hier geboren & met hoofdverblijf sedert geboorte - in buitenland geboren van wie een ouder Belg is bij de verklaring - met ≥7 jaar hoofdverblijf in België die bij de verklaring gemachtigd/toegelaten tot verblijf van onbeperkte duur  voor de ambtenaar van de burgerlijke stand + melding aan het parket voor advies [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

281 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Nationaliteit B. verkrijging van de Belgische nationaliteit B.2. door nationaliteitskeuze  door persoon tussen 18 en 22 j. die in België zijn hoofdverblijf heeft gehad gedurende 12 mnd. voor de keuze & tussen 14 en 18 j. of gedurende 9 jaar  voor in België geboren kinderen  voor niet in België geboren kinderen van wie een * adoptant Belg is op ogenblik van de keuze * ouder/adoptant Belg (geweest) is op ogenblik van de geboorte  voor kinderen die voor hun 6 j. minstens 1 j. hun hoofdverblijfplaats in België hebben gehad samen met hij/zij die het wettelijk gezag uitoefende B.3. door de vreemde echtgenoot van een Belg * B.4. door naturalisatie B.5. door het bezit van staat van Belg B.6. verlies van de Belgische nationaliteit [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

282 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Nationaliteit B. verkrijging van de Belgische nationaliteit B.3. door de vreemde echtgenoot van een Belg  voor vreemdeling die huwt met Belg of met andere vreemdeling die gedurende het huwelijk de Belgische nationaliteit verkrijgt  via de procedure voor nationaliteitskeuze  moet ≥ 3 j. in België met Belgische echtgenoot samengeleefd hebben & moet er nog samenleven  indien vreemdeling reeds ≥ 3 j. wettig in België dan 6 maand i.p.v. 3 j.  rechtbank (van eerste aanleg) kan uitspraak max. 2 j. uitstellen voor beoordeling van de integratiewil B.4. door naturalisatie * B.5. door het bezit van staat van Belg B.6. verlies van de Belgische nationaliteit [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

283 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Nationaliteit B. verkrijging van de Belgische nationaliteit B.4. door naturalisatie persoon ≥18 j. met ≥3 j. hoofdverblijf in België B.5. door het bezit van staat van Belg onafgebroken gedurende ≥10j. * * * B.6. verlies van de Belgische nationaliteit o.m. door vrijwillige verkrijging van een vreemde nationaliteit [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

284 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Burgerlijke stand  Begrip en belang ▪ rechtsverkeer vereist informatie over personen en goederen  publiciteitsregelingen ▪ m.b.t. bestaan, staat en bekwaamheid van personen  publiciteit via de burgerlijke stand gemeentelijke dienst o.l.v. de ambtenaar van de burgerlijke stand belast met opmaken & geven van publiciteit aan  Akten van burgerlijke stand ▪ dienend tot authentiek bewijs van rechtsfeiten of –handelingen m.b.t. alleen aan te vechten via valsheid [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

285 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Burgerlijke stand ▪ de belangrijkste akten van burgerlijke stand zijn de akte van geboorte (gemeente van bevalling), de akte van huwelijk en de akte van overlijden (gemeente van overlijden)  Publiciteit ▪ de akten worden gebundeld in de registers van b.s. ▪ iedereen mag uittreksels vragen (een samenvatting zonder vermelding van de afstamming) ▪ betrokkene, de echtgeno(o)t(e), een bloedverwant in opgaande lijn, erfgenaam, zijn notaris of advocaat mogen eensluidend afschriften vragen [anderen moeten blijk geven van een belang] ▪ rekening houden met de privacywetgeving [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

286 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Bescherming van de persoonlijke levenssfeer * toename informatie- en communicatiemogelijkheden  groot potentieel risico voor de privacy  wettelijke maatregelen, ook in Europees verband  Wet Verwerking Persoonsgegevens 1998 * principe : verbod op verwerking en stockering van persoonsgegevens uitz.(Wet) : o.a. mits (evt. stilzwijgende) toestemming van betrokkene, bij wettelijke verplichting (bv. fiscus of sociale zekerheid, indien noodzakelijk voor het sluiten van een contract (bv. medische informatie voor een levensverzekering) ook dan gereglementeerd  [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

287 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.1. Natuurlijke personen
Bescherming van de persoonlijke levenssfeer  finaliteitsprincipe : stockering en verwerking beperkt tot doel waarvoor toegelaten  niet langer dan nodig bewaren  verwerking steeds verboden m.b.t. seksuele voorkeuren en gedragingen, etnische afkomst, politieke en levensbeschouwelijke opvattingen, gezondheid, gerechtelijke gegevens uitz.: wettelijke verplichting  informatieplicht t.a.v. betrokkene (inzage en verbetering) en t.a.v. de Commissie ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer (vooraf te informeren) * bescherming geldt niet voor rechtspersonen, alleen voor natuurlijke [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

288 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.2. Rechtspersonen
de rechtspersoonlijkheid – de rechtspersoonstechniek wordt aangewend wanneer het nuttig/nodig is om een groepering of vermogen als geïndividualiseerde autonome entiteit te erkennen, gelet op de intensiteit van de verhouding van de leden of de doelgebondenheid v/h vermogen – niet voor alle collectiviteiten (bv. gemeenschappelijk vermogen van echtgenoten, vakbeweging) – soms beperkte rechtspersoonlijkheid voor specifieke doeleinden bv. vakbeweging met oog op sluiten C.A.O. (beperkte actieve rechtspersoonlijkheid) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

289 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.2. Rechtspersonen
– alleen rechtspersoonlijkheid indien voorzien door de wet  het wettelijkheids- of legaliteitsbeginsel – een vennootschap verwerft alleen rechtspersoonlijk- heid indien een uittreksel uit oprichtingsakte neer- gelegd wordt op de griffie [rechtbank van koophandel] – tal van verenigingen en groeperingen genieten geen rechtspersoonlijkheid  de leden stellen rechtshandelingen in eigen naam en zijn persoonlijk aansprakelijk voor de verb.  de vereniging zelf kan niet optreden in een gerechte- lijke procedure bv. studentenvereniging, sportclub [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

290 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.2. Rechtspersonen
Soorten rechtspersonen twee soorten : publiek– en privaatrechtelijke A. publiekrechtelijke rechtspersonen  de overheidsorganen zelf of instellingen met een deel van het staatsgezag bekleed  A.1. territoriale publiekrechtelijke rechtspersonen ▪ oefenen het openbaar gezag uit in het hele of in een deel van het staatsterritorium (de Staat zelf, gewesten, provinciën, gemeenten) ▪ vermogen = goederen uit het openbaar domein (niet vatbaar voor private toe-eigening) en uit het private domein [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

291 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.2. Rechtspersonen
Soorten rechtspersonen A.2. openbare instellingen ▪ bevoegdheid is niet territoriaal bepaald, maar berust op dienstgewijze specialisatie bv. R.V.A., R.S.Z., O.C.M.W. ▪ publiekrechtelijk, zelfs met deel privaat kapitaal ▪ een zekere bestuurlijke autonomie & een eigen vermogen, maar onder toezicht van overheid en Rekenhof B. privaatrechtelijke rechtspersonen  groeperingen of instellingen van privaat initiatief geen rechtstreeks overheidstoezicht  voornaamste types (4) : [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

292 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.2. Rechtspersonen
Soorten rechtspersonen B.1. vennootschappen ▪ onderscheid i.f.v. het doel : handelsvennoot- schappen of burgerlijke vennootschappen die de vorm van een handelsvennootschap aannamen ▪  Wetboek van Vennootschappen VOF, gewone commanditaire vennootschap, NV, commanditaire vennootschap op aandelen, BVBA, CV, het economisch samenwerkingsverband en de Europese vennootschap ▪ recent type: de vennootschap met sociaal oogmerk - neemt de vorm van een handelsvennootschap - commerciële activiteit, doch zonder winstoogmerk voor leden [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

293 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.2. Rechtspersonen
Soorten rechtspersonen B.2. beroepsverenigingen ▪ groeperingen opgericht met oog op studie en bescherming van beroepsbelangen van de leden ▪ rechtspersoonlijkheid door bekrachtiging van de statuten door de R.v.St. & publicatie in B.S. B.3. verenigingen zonder winstoogmerk (V.Z.W.) ▪ geen commerciële of industriële activiteit leden streven geen materiële winst na bv. culturele, artistieke, gezelligheidsverenigingen B.4. stichtingen ▪ verpersoonlijkt vermogen van een individu dat met goedkeuring van de regering tot openbaar nut wordt besteed [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

294 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.2. Rechtspersonen
Gevolgen van rechtspersoonlijkheid  verkrijging van een 'staat' (in de natie) en van bekwaamheid - nationaliteit, naam & woonplaats - geen familierechten (huwelijk, echtscheiding, afstamming), geen politieke rechten in enge zin - beperkte vermogensrechten (enkel die rechten die noodzakelijk zijn voor het doel) - handelingsbekwaamheid uitgeoefend via de organen natuurlijke personen die zich binnen hun functie met de rechtspersoon identificeren bv. bestuurder, zaakvoerder [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

295 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.2. Rechtspersonen
Gevolgen van rechtspersoonlijkheid positie van de organen ≠ die van vertegenwoordiger of aangestelde  bij overeenkomst belast met bepaalde verantw.  zonder identificatie met de rechtspersoon verschil o.m. w.b. burgerlijke aansprakelijkheid foutief optreden van orgaan = fout van de rechtspersoon foutief optreden van aangestelde = hoogstens enige aansprakelijkheid als werkgever  rechtspersonen kunnen ook strafrechtelijk verantwoordelijk gesteld worden (sedert 1999) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

296 Deel III – Burgerlijk recht 2. Personen 2.2. Rechtspersonen
Einde van de rechtspersoon  rechtspersonen kunnen theoretisch eeuwig blijven bestaan  publiekrechtelijke rechtspersonen kunnen alleen aan hun einde komen door een wettelijke of grond- wettelijke beslissing  privaatrechtelijke rechtspersonen door vrijwillige of gedwongen ontbinding [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

297 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.1. Indeling van de goederen 3.2. Zelfstandige zakelijke rechten 1. Eigendom 5. Erfdienstbaarheid 2. Vruchtgebruik 6. Recht van opstal 3. Recht van gebruik 7. Erfpacht 4. Recht van bewoning 3.3. Intellectuele Rechten 1. Auteursrecht 5. Kwekersrecht 2. Octrooi 3. Merkenrecht 4. Tekeningen en modellen 3.4. Zekerheden 1. Zakelijke zekerheden (hypotheek, pand, voorrechten) 2. Persoonlijke zekerheden (borgtocht) [slides 2005] [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

298 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.1. Indeling van de goederen Lichamelijke en onlichamelijke goederen  lichamelijke  onlichamelijke tastbaar, waarneem- onstoffelijk baar ideeën - abstract geheel voorwerpen van goederen planten, dieren - rechten zakenrecht intellectuele rechten + zakenrecht [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

299 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.1. Indeling van de goederen Onroerende en roerende goederen  - historisch-economisch bepaald A. Onroerende goederen drie soorten (B.W.) 1.uit hun aard (niet verplaatsbaar zonder schending) - gronden, gebouwen, bomen 2.door bestemming (roerende goederen door wet als onroerend beschouwd wegens horend bij… - voor exploitatie bv. vee/boerderij, machine/ fabriek - blijvend ermee verbonden bv. voltapijt)  band tussen goederen van dezelfde persoon 3.door het voorwerp (rechten op onroerende goederen) - onroerende zakelijke rechten - onroerende vorderingen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

300 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.1. Indeling van de goederen Onroerende en roerende goederen B. Roerende goederen • alle goederen die niet onroerend zijn • onderscheid (B.W.) * roerend uit hun aard (verplaatsbaar) * roerend door wetsbepaling - roerende rechten - sommige onroerende goederen bv. aandelen, fruit en groenten 6 weken voor de oogst (fiscaal relevant) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

301 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.1. Indeling van de goederen Gebruiks- en verbruiksgoederen  gebruiksgoed  verbruiksgoed verdwijnt niet verdwijnt bij eerste normaal bij eerste normaal gebruik gebruik zelfde goed terug te gelijkaardig goed geven bij lening terug te geven bij lening [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

302 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.1. Indeling van de goederen Vervangbare en niet-vervangbare goederen  vervangbaar  niet-vervangbaar slechts naar de geïndividualiseerd soort bepaald verbintenis tot verbintenis tot levering blijft bestaan levering verdwijnt bij verdwijning bij verdwijning van het goed van het goed  vervangbaarheid zal afhangen van de bedoeling van partijen, eerder dan van de aard v/h goed [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

303 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Kenmerken (onderscheiden zakelijke rechten van vorderingsrechten)  onmiddellijke macht op een goed vorderingsrechten : rechtsband tussen > personen  absoluut (tegenstelbaar aan iedereen, maar soms moet aan publiciteitsvereisten voldaan zijn)  geven volgrecht  geeft recht van voorrang (t.o.v. schuldeisers van de feitelijke bezitter)  aantal is limitatief beperkt (geen aan eenieder tegenwerpelijke nieuwe rechten bij overeenkomst) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

304 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Twee categorieën a) Zelfstandige zakelijke rechten - geen noodzakelijke band met een ander recht - eigendom + afgeleide rechten b) Zakelijke zekerheidsrechten - onzelfstandige rechten - enkel als bijkomende recht bij vorderingsrecht - zekerheid tot waarborg v/e vorderingsrecht - hypotheek, pand - steeds minstens 2 titularissen van een zakelijk recht op hetzelfde goed Voorbeeld  [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

305 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten bv. : Jan leent geld van de bank voor de aankoop van een huis lening Jan Bank zakelijke eigendomsrecht zekerheid (hypotheek) huis (als waarborg voor de lening) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

306 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Eigendom A. Omvang van het eigendomsrecht (B.W.) het recht om op de meest volstrekte wijze van een zaak genot te hebben en daarover te beschikken, (zie A.1.) mits men er geen gebruik van maakt dat strijdig is met de wetten en met de ver- ordeningen (zie A.2.) A.1. Bevoegdheden van de eigenaar  genotsrecht : materiële opbrengsten (bv. fruit) en financiële opbrengsten (bv. huurgelden, intresten)  beheersrecht : (bv. verhuren, uitlenen)  beschikkingsrecht : materieel (bv. vernietiging) en juridisch (bv. verkoop, hypotheek) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

307 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Eigendom A.2. Beperkingen A.2.1. Privaatrechtelijke - rechten van anderen eerbiedigen (art B.W.) - rechtsleer & rechtspraak : (1) evenwichtleer (tussen eigendomsrechten) burenhinder = overschrijden van de gewone buurschapsnadelen – ook zonder ‘fout’ (2) rechtsmisbruik [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

308 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Eigendom A.2.2. Publiekrechtelijke  door de overheid in functie van publieke belangen * onteigening (enkel in het algemeen belang en mits billijke en voorafgaande schadevergoeding) * opeising (bij noodtoestand, zonder voorafgaande schadevergoeding) - wetgeving op stedenbouw en ruimtelijke ordening - administratieve vergunning voor gevaarlijke of hinderlijke inrichtingen - milieuwetgeving - erfdienstbaarheden van openbaar nut bv. kabels voor elektriciteit e.d. [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

309 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Eigendom B. Eigendomsverwerving normaal “afgeleide” eigendomsverwerving : - vrijwillig (verkoop, schenking), - eenzijdig door overheidsingreep (onteigening) of - t.g.v. een rechtsfeit (erfenis e.d.) wordt eigendomsrecht overgedragen van de ene naar de andere titularis van het eigendomsrecht  Zie verder (overeenkomsten en erfrecht) uitzonderlijk “oorspronkelijke” eigendomsverwerving  [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

310 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Eigendom B.1. Toe-eigening Men eigent zich als eerste een goed toe dat (a) geen eigenaar heeft, en (b) niet tot het openbaar domein behoort bv. water in de zee (desaffectatie is mogelijk)  er zijn ook goederen behorend tot het privaat domein van de overheid bv. schelpen op het strand [komt vrijwel niet meer voor] [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

311 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Eigendom B.2. Verloren voorwerpen op privaat domein : de vinder wordt eigenaar, indien eigenaar niet bekend op publiek domein (bv. de openbare weg) : de gemeente wordt na 6 maand eigenaar, indien oorspronkelijke eigenaar onbekend blijft [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

312 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Eigendom B.3. Achtergelaten voorwerpen bv.: droogkuis, fietshersteller : speciale regeling onder bepaalde voorwaarden kan tot gedwongen verkoop overgegaan worden door de hersteller (e.d.) wanneer het goed na een zekere tijd (meestal 1 jaar, 6 maand voor motorvoertuigen) niet werd afgehaald [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

313 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Eigendom B.4. Natrekking De eigenaar van een zaak wordt automatisch eigenaar (a) van alles wat deze voortbrengt bv. fruit van fruitbomen, jongen van huisdieren (b) van alles wat er als bijzaak mee verenigd wordt bv. grond die afkalft aan de ene oever en aanslibt aan de andere oever; verf van de gebuur per vergissing gebruikt om de gevel te schilderen Bij betwisting inzake roerende goederen oordeelt de rechter naar billijkheid ; soms zal de eigenaar van de bijzaak recht hebben op een vergoeding [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

314 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Eigendom B.5. Bezit B.5.1. Omschrijving 1) feitelijke, materieel bestanddeel : het stellen van handelingen, het uitoefenen van een feitelijke macht door een persoon over een zaak zoals de titularis van het zakelijk recht dat zou doen (zonder titularis te zijn van het recht) 2) intentioneel bestanddeel : met het inzicht dit te doen voor zichzelf en voor eigen rekening ; zich gedragen als eigenaar van de zaak  detentie (houderschap) bv. huur [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

315 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Eigendom B.5.2. Bezit te goeder en te kwader trouw * verschillende rechtsgevolgen te goeder trouw bezitter heeft overtuiging titularis te zijn van de zaak bv.: een dochter vindt in de nalatenschap van haar vader goederen waarvan zij denkt dat hij er eigenaar van was, terwijl het om geleende zaken gaat te kwader trouw bezitter wist of behoorde te weten dat hij geen titularis is – bv. de dief/heler van een gestolen goed * bewijsrecht : vermoeden van goede trouw [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

316 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Eigendom B.5.3. Rechtsgevolgen van bezit van onroerende goederen verkrijgende verjaring na 10 of 20 jaar (goede trouw) of na 30 jaar (kwade trouw), mits : voortdurend, vreedzaam, openbaar, niet dubbelzinnig bezit B.5.4. Rechtsgevolgen van bezit van roerende goederen 1. vermoeden van eigendom (tegenbewijs mogelijk) 2. verkrijgende verjaring (maar bij diefstal of verlies, kan terugvordering van bezitter te goeder trouw gedurende 3 jaar) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

317 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Eigendom C. Mede-eigendom  onverdeeld mede-eigendomsrecht van verschillende personen op een zelfde zaak of geheel van zaken  geen enkele mede-eigenaar heeft een exclusief indi- vidueel recht op een deel of het geheel – elke mede- eigenaar is voor een breukdeel gerechtigd i/h geheel  (1) t.g.v. rechtshandeling (vrijwillig) bv. aankoop door ongehuwd samenwonenden (2) t.g.v. rechtsfeit (door omstandigheden) bv. erfenis (gedwongen) bv. gemeenschappelijke delen van een appartementsgebouw  B.W. : rechtsvordering uit onverdeeldheid te treden  er zijn uitz. [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

318 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Eigendom C.1. Vrijwillige mede-eigendom  door overeenkomst  verbod van eeuwige onverdeeldheid : maximum 5 jaar, maar (onbeperkt) hernieuwbaar  belangrijkste suppletieve regelen : - aandelen vermoed gelijk te zijn - elke eigenaar heeft genots- en beschikkingsrecht over zijn aandeel maar niet over het goed zelf - m.b.t. de zaak zelf zullen in de regel alle mede- eigenaars samen moeten optreden [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

319 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Eigendom (a) worden collectief uitgeoefend (door alle mede-eigenaars samen) - het materieel beschikkingsrecht (bv. het verbouwen van een huis) - daden van beheer die het geheel van het goed raken (bv. het verhuren van het huis) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

320 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Eigendom (b) worden privatief uitgeoefend (door elke mede-eigenaar apart) - het juridisch beschikkingsrecht over zijn eigen eigendomsaandeel - het genotsrecht (bv. de huuropbrengst in verhouding tot zijn aandeel) - daden van behoud (bv. de herstelling van de auto in mede-eigendom, die defect is) - daden van voorlopig beheer (bv. het opnieuw te huur stellen van het appartement, wanneer de huidige huurder de huur opzegt) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

321 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Eigendom C.2. Gedwongen mede-eigendom C.2.1. Mede-eigendom in gebouwen  collectieve delen van (kantoor- of appartements-) gebouwen met ≥ 2 eigenaars van privé-gedeelten  bij de oprichting (of opsplitsing/samenvoeging) :  notariële basisakte (wat is gemeenschappelijk ? wat privatief ? aandeel van elke kavel)  notarieel reglement van mede-eigendom (rechten/plichten van mede-eigenaars en syndicus welke meerderheid kan wat beslissen ?) beide zijn tegenstelbaar aan derden (bv. huurders) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

322 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Eigendom  + uitgebreide wettelijke regeling van dwingend recht (B.W.)  de vereniging van mede- eigenaars heeft rechts- persoonlijkheid  het onverdeeld aandeel kan niet afzonderlijk vervreemd worden  het is niet mogelijk uit onverdeeldheid te treden [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

323 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Eigendom C.2. Gedwongen mede-eigendom (vervolg) C.2.2. Gemene muur (haag, gracht,...)  muur aan de grenslijn tussen twee eigendommen  indien de muur door één van de eigenaars, op zijn kosten en op zijn grond werd opgericht, kan de buur er mede-eigenaar van worden, mits betaling van de waarde van de (helft van de) muur (en van de grond waarop deze staat)  het is niet mogelijk uit onverdeeldheid te treden [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

324 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Vruchtgebruik VRUCHTGEBRUIK genot (bv. huur- (levenslang genotsrecht) inkomsten) & beheer NAAKTE EIGENDOM enkel beschikkingsrecht (beschikkingsrecht) samen vormen ze een VOLLE EIGENDOM [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

325 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Vruchtgebruik  ontstaan van vruchtgebruik  door een rechtshandeling (overeenkomst, testament,...)  soms wettelijk voorzien (ouders op goederen van niet-ontvoogde minderjarige kinderen ; langstlevende echtgenoot bij wettelijke erfopvolging) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

326 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Vruchtgebruik  verplichtingen van de vruchtgebruiker  inventaris roerende en staat onroerende goederen (niet voor de langstlevende echtgenoot)  borgstelling (meestal)  gebruik en beheer als een “goede huisvader”, o.a. behoorlijk onderhoud en herstellingen, maar belangrijke herstellingen (bv. vernieuwen van CV, dakgoten) blijven ten laste van de naakte eigenaar  teruggave in de staat waarin het zich normaal moet bevinden [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

327 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Vruchtgebruik  einde van het vruchtgebruik natuurlijke personen * overeenkomst, maar maximum = levenslang (tot het overlijden van de vruchtgebruiker) * tenietgaan van het voorwerp van het vrucht- gebruik * verjaring en onbruik * vervallenverklaring (rechtbank – in geval van beschadiging van het erf of degradatie door gebrek aan onderhoud) rechtspersonen : maximum 30 jaar [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

328 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Recht van gebruik  = vorm van beperkt vruchtgebruik : recht op de vruchten voor zover nodig voor zijn persoonlijk gebruik of voor de behoeften van zijn gezin [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

329 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Recht van bewoning  = specifieke vorm van het recht van gebruik recht op een onroerend goed voor titularis en zijn gezin [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

330 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Erfdienstbaarheid  Omschrijving last op een 'lijdend' erf tot gebruik en tot nut van een 'heersend erf' dat aan een andere eigenaar toebehoort (of tot algemeen nut) rechtsverhouding tussen erven, niet tussen personen bv.: recht van uitweg  schema [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

331 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Erfdienstbaarheid spoorweg 8 heersend erf lijdend erf Oei ! Hoe kom ik in mijn huis op perceel 8 ? Via de erfdienstbaarheid, beste. Maak gebruik van uw recht van uitweg. openbare weg openbare weg [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

332 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Erfdienstbaarheid  Algemene kenmerken * onroerend zakelijk recht (alleen op erven) * bijkomstig (kan niet afzonderlijk verkocht/gehypothekeerd) * eeuwigdurend (bestaat even lang als het heersend erf) * kosten van onderhoud ten laste van gebruikers van het heersend erf [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

333 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Erfdienstbaarheid  Ontstaan van erfdienstbaarheden 1. door natuurlijke ligging worden in de wet omschreven bv.: aflopend water van hoger gelegen erf 2. door een wettelijke bepaling  erfdienstbaarheden van openbaar nut  noodzakelijk voor openbare dienstverlening bv.: elektriciteitsbedeling, telefoonlijnen  alleen een lijdend, geen heersend erf  overheid is geen vergoeding verschuldigd  erfdienstbaarheden van privaat nut  meestal i.v.m. vereisten van nabuurschap bv.: verbod uitzichten, recht van uitweg [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

334 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Erfdienstbaarheid 3. door een rechtshandeling bv.: overeenkomst (publiciteitsvereiste voor tegenstelbaarheid aan derden – registers hypotheekbewaarder) bv.: testament 4. door verjaring - gedurende 30 jaar een last uitoefenen - enkel bij zichtbare en voortdurende erfdienst- baarheden [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

335 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Erfdienstbaarheid 5. door bestemming van de huisvader  bij zichtbare en voortdurende erfdienstbaarheden  bij splitsing van een onroerend goed dat voorheen aan één eigenaar toebehoorde : * 1 eigenaar van 2 erven creëert een erfdienst- baarheid ten nadele van het ene erf en ten voordele van het andere erf * wanneer de eigendom van de 2 erven aan 2 verschillende personen komt te behoren, moeten deze de erfdienstbaarheid respecteren  maar een uitdrukkelijke tegenstrijdige bepaling in de overeenkomst kan de vestiging uitsluiten [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

336 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Erfdienstbaarheid  Einde van erfdienstbaarheden 1. onbruikbaarheid 2. vermenging 3. verjaring 4. afschaffing [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

337 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Recht van opstal  recht om op andermans grond gebouwen of beplantingen te bezitten = uitzondering op het recht van natrekking eigenaar van de grond wordt geacht eigenaar te zijn van alles wat zich op die grond bevindt  maximum 50 jaar (hernieuwbaar)  bij overeenkomst, testament of verjaring (30 jaar)  einde : voorziene duur, verjaring, vermenging, ... [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

338 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Recht van opstal  de opstalhouder kan over zijn recht beschikken  beplantingen/gebouwen die bij einde blijven, moeten vergoed door grondeigenaar (actuele waarde)  praktisch belang bij oprichting van appartementsgebouwen * zonder recht van opstal worden alle mede-eigenaars van de grond auto- matisch mede-eigenaar van alle appartementen * m.a.w. het recht van opstal maakt privatieve eigendom van elk appartement mogelijk [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

339 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Erfpacht  zakelijk recht dat bij overeenkomst, testament of verjaring gevestigd wordt voor zeer lange duur (27-99 jaar), waarbij de erfpachter, tegen betaling van een jaarlijkse cijns, voor de duur van de erfpacht het volle genot heeft van een stuk grond, zonder er eigenaar van te zijn einde : contractuele termijn,verjaring,vermenging,...  huur = vorderingsrecht erfpacht = zakelijk recht (kan verkocht, etc.) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

340 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.2. Zelfstandige zakelijke rechten Erfpacht  de erfpachter oefent alle rechten uit van de eigenaar (& betaalt de grondbelasting) maar de erfpachter heeft geen beschikkingsrecht over de grond zelf, wel over alle mogelijke rechten op die grond bv. erfdienstbaarheid, vruchtgebruik [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

341 © 2005 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.3. Intellectuele rechten  intellectuele rechten slaan per definitie uitsluitend op een intellectuele creatie, een idee, een schepping van de geest, los van de materiële verwerkelijking van dit idee (deze rechten slaan niet op het tastbare lichamelijk goed)  de intellectuele rechten zijn : 1. het auteursrecht 2. het octrooi 3. het merkenrecht 4. het recht op tekeningen en modellen en 5. het kwekersrecht © 2005 [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

342 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.3. Intellectuele rechten  intellectuele rechten beschermen tegen namaak of overname van de beschermde creatie die wordt beschermd in de toepassing ervan, in de commer- cialiseerbaarheid bv. investeringen die leiden tot een uitvinding moeten gerecupereerd kunnen worden (normaal via doorberekening in de kostprijs van de toepassing)  intellectuele rechten zijn overdraagbaar (zij kunnen verkocht, vererfd) en kunnen in licentie gegeven worden [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

343 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.3. Intellectuele rechten 1. Auteursrecht  recht op elke intellectuele of artistieke schepping met een zekere originaliteit  alleen de auteur heeft recht op reproductie op welke wijze ook (of kan de toestemming ervoor geven)  eindigt 70 jaar na overlijden auteur  geen formaliteiten [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

344 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.3. Intellectuele rechten 2. Octrooi  uitsluitend en tijdelijk recht van exploitatie op een uitvinding (of technische verbetering) die nieuw is, op uitvinderwerkzaamheid berust en die vatbaar voor toepassing op het gebied van nijverheid  moet worden aangevraagd bij het ministerie  toegekend voor 20 jaar [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

345 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.3. Intellectuele rechten 3. Merkenrecht  recht op benamingen, tekeningen, vormen en andere uiterlijke kenmerken die handelswaren of hun verpakkingen van elkaar onderscheiden  geldt pas na deponering bij het Benelux- merkenbureau in Den Haag  geldt voor 10 jaar (onbeperkt hernieuwbaar)  het merk moet nieuw zijn, niet samenvallen met de natuurlijke vorm van het product of met de benaming ervan in het gewone taal- gebruik [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

346 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.3. Intellectuele rechten 4. Tekeningen en modellen  bescherming van het nieuwe uiterlijk van een product met een gebruiksfunctie  geldt pas na inschrijving van het depot (Benelux- of internationaal depot)  geldt voor 5 jaar kan 4 opeenvolgende keren vernieuwd (max. 25 jaar) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

347 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden
3.3. Intellectuele rechten 5. Kwekersrecht  bescherming van de productie voor handels- doeleinden van een nieuw ras in land-, tuin of bosbouw en veeteelt  moet worden aangevraagd bij het ministerie  geldt 15 à 25 jaar (duur bepaald bij K.B., volgens de soort) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

348 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden 3.4. Zekerheden
 “zekerheid” = de juridische mogelijkheid die de schuldeiser toelaat zich te beschermen tegen de insolventie van zijn schuldenaar vermogen = onvoldoende om alle schuld te voldoen  de meeste zekerheden bieden een voorrang  essentieel voor kredietverlening  twee basiscategorieën : persoonlijke zakelijke zekerheden door een derde met goed(eren) van de schuldenaar zijn vermogen worden bestemd voor het voldoen van zijn schuld [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

349 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden 3.4. Zekerheden
Zakelijke zekerheden  zakelijke zekerheden verbreken de gelijkheid van de schuldeisers (evenredigheid, ongeacht de datum van de schuldvordering) door wettelijke redenen van voorrang  onderscheid binnen de zakelijke zekerheden :  zakelijke zekerheidsrechten * hypotheek en pand : zakelijke rechten met een onzelfstandig karakter (kan bij overeenkomst)  voorrechten * berusten uitsluitend op een wettelijke regel  uitzondering omwille van de bijzondere aard van de schuldvordering [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

350 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden 3.4. Zekerheden
Zakelijke zekerheden roerende goederen onroerende goederen pand hypotheek voorrecht op voorrecht op (alle of bepaalde) een onroerend goed roerende goederen algemeen voorrecht op alle goederen  schema’s [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

351 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden 3.4. Zekerheden
Zakelijke zekerheden schema’s pand hypotheek voorrecht ontstaat door  wet X X  contract X X  testament X [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

352 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden 3.4. Zekerheden
Zakelijke zekerheden A. Hypotheek - zakelijke zekerheid op een specifiek onroerend goed gevestigd bij overeenkomst (authentieke notariële akte), bij wet (bv. te nemen t.v.v. niet-ontvoogde minderjarige t.a.v. voogd – bv. t.v.v. de Staat i.v.m. inkomstenbelastingen) of bij testament  bestaand onroerend goed  gebouw in oprichting of op plan  onroerende zakelijke rechten - schuldenaar behoudt beschikkings- en genotsrecht maar mag de waarde niet verminderen (bv. verhuur voor maximum 9 jaar) [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

353 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden 3.4. Zekerheden
Zakelijke zekerheden - publiciteit ▪ hypotheek is pas tegenstelbaar aan derden na inschrijving op het hypotheekkantoor geldt 30 jaar (hernieuwbaar) ▪ bij meerdere hypotheken op 1 goed : voorrang volgens datum van inschrijving ▪ inschrijving wordt beëindigd door doorhaling - hypotheken zijn ondeelbaar : zij wegen op de totaliteit van het goed, zolang de schuld niet geheel is afbetaald [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

354 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden 3.4. Zekerheden
Zakelijke zekerheden B. Pand  gevestigd bij overeenkomst  afgifte van een roerend goed tot zekerheid van een schuld  ondeelbaar (zelfs indien gedeeltelijke teruggave kan)  pandhouder mag enkel bewaren (niet gebruiken)  geïnde vruchten moeten verrekend worden  voor het behoud/verkoop van het pand, moet de onbetaalde pandhouder toelating vragen aan de rechter [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

355 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden 3.4. Zekerheden
Zakelijke zekerheden  bijzondere pandovereenkomsten : 1.  gewoon handelspand vergelijkbaar met burgerlijk pand 2.  inpandgeving van schuldvorderingen 3.  inpandgeving van een handelszaak - volledige handelsfonds - het pand wordt niet afgegeven - ingeschreven op hypotheekkantoor 1 en 2 enkel t.v.v. banken of erkende krediet- instellingen [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

356 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden 3.4. Zekerheden
Zakelijke zekerheden C. Voorrechten  door de wet, wegens de aard van de schuldvordering aan een schuldeiser toegekend voorrecht om bij voor- rang boven andere schuldeisers betaald te worden  wettelijke bepalingen omschrijven (1) welke schuld- eiser (2) voor welke schuld bevoorrecht is en (3) op welk deel van het vermogen van de schuldenaar  publiciteitsvereiste voor voorrecht op onroerend goed  geen volgrecht voor voorrecht op roerend goed uitz.: indien de wetgever publiciteit voorschrijft bv. onbetaalde verkoper van nijverheidsmachines [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

357 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden 3.4. Zekerheden
Zakelijke zekerheden  soorten voorrechten 1. Algemene voorrechten op onroerende en roerende goederen = op alle goederen enkel het voorrecht voor de gerechtkosten gemaakt tot behoud van de goederen van de schuldenaar 2. Algemene voorrechten op roerende goederen = op alle roerende goederen bv. : (in volgorde) begrafeniskosten, medische kosten laatste ziekte, loon werknemers, ... [ K.U. Brussel - inleiding tot het recht ] [ K.U. Brussel - Inleiding tot het recht ]

358 Deel III – Burgerlijk recht 3. Goederen en zekerheden 3.4. Zekerheden
Zakelijke zekerheden 3. Bijzondere voorrechten op roerende goederen = op bepaalde roerende goederen bv. huurgelden  op inboedel woning bv. kosten tot behoud  op de zaak 4. Bijzondere voorrechten op onroerende goederen = op bepaalde onr