De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Marktonderzoek Steekproef RV - 1/03/2011 1 Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraan.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Marktonderzoek Steekproef RV - 1/03/2011 1 Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraan."— Transcript van de presentatie:

1 Marktonderzoek Steekproef RV - 1/03/ Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraan

2 RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 2 Onderzoekvraag Steekproef Beslissing

3 Kernidee achter Steekproef “De markt” is groot – om dat markt te meten, moet je alles meten – In praktijk niet te doen: teveel werk, teveel tijd, teveel geld Statistiek: – Bij meten merkt men altijd ergens een punt waarboven het resultaat van de meting niet meer of nog nauwelijks verandert – Als men dat punt kent, kan men zich heel wat “overbodig” meetwerk vermijden MAAR moet men er wel rekening mee houden dat “vanaf hier niet of nauwelijks veranderen” betekent dat het resultaat van de meting tot aan het “keerpunt” nooit 100% juist is. – Het “keerpunt” ligt dichter bij de start van de meting naarmate wat men meet naar samenstelling meer gelijkt op de samenstelling van het volledige metingcontingent. RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 3

4 RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 4 Opties Opties  meel  1€/ 10 kg voorwaarde: 95% zuiver graan  natuurgraan  1€ / 100 kg voorwaarde: 75% zuiver graan  veevoer  1€/ 1000 kgindien -75% zuiver

5 RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 5

6 Steekproefgrootte Afhankelijk van – Homogeniteit van de populatie – Hoe exact het meetresultaat moet zijn – Waar en hoe men de steekproef wilt nemen Boorden, hoeken, gespreide stalen, … Zode, “op zicht”, testoogst, …. – Hoeveel meettijd men heeft – … RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 6

7 Steekproef in de praktijk 1.Populatie definiëren – Populatie definiëren naar omvang en samenstelling – Controle / correctie definitie populatie 2.Steekproefkader – Lijst met alle relevante elementen van de populatie in licht onderzoekvraag – Controle /correctie van steekproefkader 3.Selectie van steekproefelementen – Kenmerken: representatief – precies – efficiënt – Controle / bijsturing van “in/uit”- steekproeffout RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 7

8 Populatie Context: steekproefonderzoek Definitie: de volledige verzameling van ALLE objecten / elementen waarover het onderzoek iets moet zeggen. Doel definitie: eigenschappen van een verzameling in kaart brengen – Wat verzamelt is = objecten/elementen definitie, herkenbaarheid, homogeniteit/varianten,.. – De hele verzameling = populatie grootte, locatie, variabiliteit/seizoenaliteit,..

9 Steekproefkader Context: steekproefonderzoek Definitie: een oplijsten van de mogelijkheden om uit de gegeven populatie een steekproef te trekken waarin alle “soorten” elementen van de populatie vertegenwoordigd zijn. Doel kadering: afbakenen van manieren om steekproeven te “trekken”. RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 9

10 Selectie steekproef Context: steekproefonderzoek Definitie: selecteren van het voor dit onderzoek “beste” alternatief voor het effectieve “trekken” van de steekproef. Doel selectie: – Praktisch haalbaar in het kader van het onderzoek – Inhoudelijk relevant in licht onderzoekvraag – Statistisch geschikt voor bruikbare extrapolatie met gevraagde graad van nauwkeurigheid RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro

11 Steekproefselectie: in praktijk (1) De “pure” en compleet “volgens de boekjes”: – toevallige steekproef/ random sample Kernidee – “Lotto”: ieder element heeft evenveel kans op gekozen te worden, dus men bevraagd zoals respondenten zich aandienen. Voordeel: – Eenvoudig, duidelijk, statistisch perfect “volgens de boekjes” Nadeel: – Vertekenende “voorselectie” door locatie, tijd, …. RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 11

12 Steekproefselectie: in praktijk (1-2) De “verbeterde pure”: – systematische steekproef/ systematic sample Kernidee – Aantal voorselectie-vertekeningen uitsluiten door eerst op computer uit adressenlijst “toevallig” te selecteren en die mensen dan te gaan opzoeken. Voordeel: – Eenvoudig, duidelijk, niet veel extra kosten, mogelijk in bijna alle omstandigheden (lijsten genoeg) Nadeel: – Respondenten zijn niet altijd beschikbaar, willen niet altijd, “vinden” kost tijd, … RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 12

13 Steekproefselectie: in praktijk (1-3) De “verbeterde pure”: – gestratificeerde steekproef/ stratified sample Definitie: Stratum (ook: klasse) = deel van populatie met gezamenlijk kenmerk (vb. M/V) Kernidee – Verdeel de populatie in strata - Zorg dat ELK relevant stratum proportioneel correct in steekproef zit. Voordeel: – Verhogen van sampling precisie door “gestuurd toeval” Nadeel: – Wat zijn “relevant” strata? (nadeel of discussie?) RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 13

14 Stel nationaal onderzoek in Belgie Populatie België (let op: oude cijfers!!!) – Vlaams gewest – Waals gewest – Brussels gewest – Totaal Proportioneel zal het aandeel van deze drie bevolkingsgroepen in de steekproef als volgt zijn: – Vlaams gewest 57,36% – Waals gewest 32,59% – Brussels gewest 10,04% RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 14

15 Steekproefselectie: in praktijk (1-4) De “verbeterde pure”: – cluster steekproef/ cluster sample Definitie: Cluster = groep, “tros”, elementen die iets met mekaar gemeen hebben, “samen ergens aan vast hangen” Kernidee – Kies een representatief “micro-cosmos” en beperk uw onderzoek daartoe. Voordeel: – Sterke reductie van steekproefkosten  hogere efficiëntie Nadeel: – Wat zijn “relevant” clusters? (nadeel of discussie?) RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 15

16 Stel nationaal onderzoek hogeschoolstudenten Mogelijkheid – ALLE hogescholen en dan steekproef met representatieve groepen uit elk studiejaar of studierichting  stratificatie – Een hogeschool kiezen en daar representatieve steekproef (repr. naar jaar en richting en..) ondervragen  cluster RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 16

17 Vergelijking strata - cluster GestratificeerdCluster Subgroepen enkele, iedere groep met veel leden vele, iedere groep met enkele leden Internhomogeenheterogeen Externheterogeenhomogeen Steekproef enkele elementen uit iedere subgroep subgroep in zijn geheel Voordeelnauwkeurigergoedkoper RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 17

18 Steekproefselectie: in praktijk (1-5) De “verbeterde pure”: – getrapte steekproef/ sample Definitie: “getrapt” = combinatie van twee of meer manieren om een steekproef te trekken Kernidee – Door combinatie een evenwicht vinden tussen precisie, doenbaarheid, timing en kosten Voordeel: – Voordelen max. proberen te houden, nadelen proberen te minimaliseren Nadeel: – De grens tussen “puur toeval” en “complexiteit die manipulatie/vertekening camoufleert” is dun RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 18

19 Onderzoek in gebruik GSM voorbeeld 1: – de populatie wordt opgedeeld in clusters (vb. steden) – enkele clusters worden uit de populatie aselect (toevallig, systematisch) geselecteerd – uit elke cluster wordt aselect (toevallig, systematisch) een aantal leden gekozen (vb. kopers op parking supermarkt X, straatinterview,..) voorbeeld 2: – men verdeelt de populatie in strata (-15, 16-25, , 41 – 60, 61+) – uit elke strata trekt men een aselecte steekproef (10 -15’ers, …) – alle leden van de geselecteerde subpopulatie worden ondervraagd RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 19

20 Steekproefselectie: in praktijk (2) Praktijk- & actiegericht – “niet-probabilistische steekproef” Kernidee – “Eerste de beste”: buiten een labo is elke steekproef vertekend/fout. Dus: beperkt de moeite van selectie en beschouw het MO-resultaat als wat het is: een indicatieve meting. Voordeel: – Gemakkelijk, snel, duidelijk, “bewust fout” Nadeel: – Verleiding tot “statistische” rapportering en extrapolatie is groot – rapporten/grafieken vaak “misleidend” RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 20

21 Quick & durty’s Diegenen die meedoen, worden bevraagd Diegenen die niet meedoen, niet RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 21

22 Steekproefselectie: in praktijk (2-1) De “verbeterde gemakkelijke”: – beoordelingsteekproef/ judgment sample Definitie: oordeel = gebaseerd op ervaring, “horen zeggen”, aanvoelen,.. Kernidee – Ervaring leert vaak dat bij vb. een bepaalde stad of regio voor een onderzoekonderwerp bijna altijd representatief is voor ganse populatie Voordeel: – Eenvoudig, duidelijk, niet veel extra kosten Nadeel: – SFP: men krijgt wat men denkt te krijgen, men maakt op deze manier zijn eigen “waarheid” RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 22

23 “ons” panel Routine onderzoeken – Tevredenheid – Smaaktesten – Winkeltesten – ….. RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 23

24 Steekproefselectie: in praktijk (2-2) De “verbeterde gemakkelijke”: – Quota steekproef/ quota sample Definitie: Quota = toegewezen hoeveelheden. Kernidee – “gemakkelijke” versie van stratificatie: men kiest op basis van “oordeel” relevante strata, kijkt naar hun vertegenwoordiging in de populatie en geeft onderzoekers vervolgens per stratum quota voor bevraging (type: 20 mannen van 35) via “eerste beste” Voordeel: – Eenvoudig, duidelijk, niet veel extra kosten, verfijning op “beoordeling” Nadeel: potentieel bedrieglijk – Lijkt statistisch correcter maar blijft zelfde statistische fout houden DUS rapport is nog altijd enkel maar indicatief RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 24

25 Steekproefselectie: in praktijk (2-3) De “verbeterde gemakkelijke”: – sneeuwbalsteekproef/ snowball sample Definitie: Sneeuwbal = 1 e positie maakt volgende “logisch” Kernidee – Respondenten met zeer specifieke eigenschap zijn moeilijk (duur) te vinden  zoek er een en vraag of die een volgende kent – herhaal tot aan onderzoekquota. Voordeel: – Kosteneffectieve oplossing voor anders bijna niet te bevragen populaties Nadeel: – Per definitie vertekend: “vrienden van vrienden” zijn bijna per definitie een “vertekende steekproef”  SFP of grote afwijkingen tussen opeenvolgende onderzoeken waardoor geen historiek mogelijk RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 25

26 Steekproefselectie: in praktijk (2-4) De “verbeterde gemakkelijke”: – routesteekproef/ route sample Definitie: route = “op mijn weg” Kernidee – Stuur enquêteurs op vooraf uitgedachte routes die kansen op bepaalde vertekeningen beperken en/of “toeval” vergroten Voordeel: – Eenvoudig, duidelijk, niet veel extra kosten Nadeel: – Routes kunnen kans op toeval vergroten maar niet uitsluiten – Routes maken opening voor andere, vaak menselijke vertekeningen – Routes zijn vorm van “beoordeling” RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 26

27 Overzicht trekkingsmethodes in vaktaal RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 27

28 Controle representativiteit steekproef Uitgangspunt: 1.Representativiteit = worden alle criteria die IK aan de steekproef stelde in voldoende mate door de steekproef gehaald? 2.Criteria die IK stelde: In labo-onderzoeken is het aantal beperkt en relatief eenvoudig maar ook daar weet men niet 100% zeker dat men wel op het juiste let bij de meting. In “meetopdrachten” zijn de criteria doorgaans gemakkelijk vast te leggen maar niet noodzakelijk 100% sluitend In commercieel onderzoek zijn “meetbare” criteria vaak niet de enige verklarende criteria 3.Gevolg: “ingebakken” steekproeffout RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 28

29 χ ² - chi-kwadraat – chi square representativiteitcontrole LET OP MET OPZOEKINGEN OP INTERNET – “χ ²” staat in statistiek voor minstens 6 min of meer verschillende testen – Indien gebruikt in context van marktonderzoek, wordt gewezen naar iets wat de statistici en andere geleerden “Pearson’s χ ²” noemen. De χ ²-test gaat over distributie (verdeling) van variabelen in een populatie en dus over de kans dat je een of meer “abnormale elementen” trekt voor je steekproef χ ²  je berekent de formule en zoekt dan in een tabel op hoeveel kans op “abnormale meting” je in je onderzoek hebt. RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 29

30 χ ² : wat meet het EXACT De χ ²-test meet de waarschijnlijkheid van een onderzoekhypothese – Je bedenkt vooraf wat je verwacht te vinden – Je noteert wat je gevonden hebt – χ ² is een manier om te “meten” in hoeverre wat je gevonden hebt echt iets over de populatie zegt dan wel het gevolg van puur toeval is – Het resultaat is “het is x % waarschijnlijk dat je onderzoekresultaat - bij herhaalde metingen op deze manier - hetzelfde zal blijven en dus de werkelijkheid reflecteert”. x = betrouwbaarheid – De betrouwbaarheid verbonden aan een χ ²-score wordt beïnvloed door het aantal variabelen in je steekproef die de “vrijheid van veranderen” hebben (= degrees of freedom = de dingen die je kan “mis hebben”) RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 30

31 χ ² : de formule RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 31 De formule: χ ² = ( )² + ( )² + (33-30)² op “vrijheid” 3 = = 1,

32 χ ² : de tabel RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 32

33 Representativiteitscorrectie SteekproefKoopt welKoopt niettotaal < 18 jaar  Totaal = 29%= 71% 100% RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 33 Voorbeeld Marktonderzoek  wat met resultaat? Geloven? Niet geloven?

34 χ ² Totale populatieSteekproef “normaal” Steekproef “echt” Verschil < % % % > % totaal RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 34 χ ² = ,12 = 142,2 op vrijheid 4  minder dan 1% betrouwbaar  resultaat weggooien ????

35 Optie: recuperatie van werk SteekproefAntwoord jaAntwoord neen echtHad moeten zijn Geme- ten % in MO Op “echt” gewicht Geme- ten % in MO Op “echt” gewicht < %5460% %1867% %2175% %1578%53 totaal correctie32 %68 % oorspronkelijk29%71% RV - 1/03/2011 Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraan MO intro - 35

36 Steekproefselectie: in praktijk (3) Marktonderzoek staat en valt bij de steekproeftrekking Overwegingen bij die trekkingen – Populatie-eigenheden – Potentiële “trekkingsproblemen” – Mogelijke inhoudelijke problemen – Potentiële problemen vraagstelling – Potentiële bronnen van vertekening – Potentiële administratieve problemen RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 36

37 1. Populatie-eigenheden Kan de populatie in kaart gebracht worden? – Bevolking  telefoonboek, kieslijsten, …. – Daklozen  niet geregistreerd dus zelf zoeken Is de populatie alfabeet? Zijn er taalproblemen? – Let op: dialect is vb. ook een “taal” in deze context – Kunnen vragenlijsten in nodige talen gemaakt worden? Is er “vertaling” mogelijk? Waar? Zal de populatie willen meewerken aan het MO? Zijn er geografische of andere bereik-beperkingen? RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 37

38 2. Steekproef Welke informatie hebben we? – Adres? Mail? GSM? – Up to date? Kunnen we de respondenten vinden? – Zijn ze mobiel, statisch, alleen beschikbaar op bepaalde tijden,..? Wie is de respondent (concept MAN in verkopen) ? – VVA? Inkoper? Gebruiker? Agentschap? Kunnen we alle respondenten bereiken? – Adreswijziging, naamverandering, …. Gaat respons problemen geven? – Niet willen antwoorden, niet thuis, fake antwoorden, te laat antwoorden, …. RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 38

39 3. Benodigde vragen Welk soort vragen gaan gesteld worden? – Open, toe, persoonlijk, …. Hoe complex gaan de vragen zijn? – Vragen in vele delen, eenvoudige vragen, … Moeten er screeningvragen gesteld worden? – Vragen die enkel mogen beantwoord worden indien repondent aantal “goede” antwoorden gaf Ligt de vraagvolgorde vast of beginnen we verkennend en passen we van daar aan? Hoe lang/repetitief zijn de vragen? Hoe lang zijn de antwoordschalen? RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 39

40 4. inhoud Mag men veronderstellen dat de respondenten iets weten over het onderzoekonderwerp? – Vb. niet iedereen in een gezin weet hoeveel geld per week gespendeerd wordt aan voeding – Vb. iemand die de krant niet leest, kent mogelijk niet de namen van diverse BV’s Moet de respondent om te kunnen antwoorden, dingen gaan opzoeken in zijn archief? – Vb. hoeveel geld uitgegeven vorige maand? – Vb. hoeveel getelefoneerd/ge-smst naar vrienden vs bedrag naar familie? – En: hoe gemakkelijk/ongemakkelijk gaan respondenten zijn als ze u moeten laten wachten terwijl zij dingen opzoeken? RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 40

41 5. BIAS (vertekeningen) Kunnen sociaal wenselijke antwoorden vermeden worden? – Mensen willen zich niet belachelijk maken en toegeven dat ze iets niet weten – Sommige dingen willen mensen niet geweten hebben (willen ze zelf ook niet weten) …. Hoe erg kan de interviewer dingen vertekenen? – Half luisteren, fout weergeven, veronderstellen,.. Zijn valse respondenten een potentieel probleem? – Der Feind hört mit – secretaresse antwoord voor baas -.. RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 41

42 6. Administratieve overwegingen Wat kost het? Kunnen/willen we dat betalen? – Kost werken – Kost kwaliteit Hebben we de nodige faciliteiten of kunnen we er aan geraken? Hebben we de nodige tijd om op het antwoord te wachten? Hebben we mensen (of kunnen we mensen krijgen) met de nodige deskundigheid en ervaring? RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 42

43 Conclusie: “tradeoffs” Elk onderzoek is een afwegen van voor- en nadelen in het licht van een specifieke onderzoekvraag. “Afwegen” is per definitie een individueel oordeel. – 2 experts kunnen dus perfect een totaal verschillend onderzoekvoorstel maken zonder dat 1 van beide “slecht” of de ander “beter” is. Een onderzoek is altijd slecht als het – Niet doet wat het moet doen binnen de afgesproken grenzen – Dingen doet die sociaal en/of deontologisch en/of naar het gevoel van de betrokkenen “niet kunnen”. RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 43

44 Steekproefgrootte: berekening Het handboek – De theorie: – De praktijk – een calculator – NL variant: – Belgische variant: zelfde maar andere lay-out Voor de puristen – Wiskundeweb: – Leuven: RV - 1/03/2011Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraanMO intro - 44

45 De sites RV - 1/03/201145Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraan


Download ppt "Marktonderzoek Steekproef RV - 1/03/2011 1 Brontekst: Tony Bastijns + bibliografie achteraan."

Verwante presentaties


Ads door Google