De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Een onderzoeksplan schrijven Schriftelijke communicatieve vaardigheden voor TCW (241206) © WMW /CW/ Technische Communicatie 2002.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Een onderzoeksplan schrijven Schriftelijke communicatieve vaardigheden voor TCW (241206) © WMW /CW/ Technische Communicatie 2002."— Transcript van de presentatie:

1 Een onderzoeksplan schrijven Schriftelijke communicatieve vaardigheden voor TCW (241206) © WMW /CW/ Technische Communicatie 2002

2 2 Doel Drie vragen beantwoorden: Wat is de structuur van het tekstgenre “onderzoeksplan” ? Wat is de ratio achter die structuur? Wat is de rol van literatuur in een onderzoeksplan?

3 3 Inhoud van dit college Wetenschap als “Discourse community” Het doel van een onderzoeksplan Onderzoeksvragen De onderdelen van een onderzoeksplan Opdracht 3 + 4

4 4 Wetenschap als “Discourse community” “Niet opgeschreven” = “niet gedaan”. Wat is bekend? (Kennisdomein / discipline) Wat is er (dus) nog niet (voldoende) bekend? (hiaat) Onderzoek Onderzoeksverslag

5 5 Wat schrijf je wanneer op? Wat is bekend? (Kennisdomein / discipline) Wat is er (dus) nog niet (voldoende) bekend? (hiaat) Onderzoek (Empirisch / observatie) Literatuur-(onderzoeks)- rapport Onderzoeksplan Onderzoeksrapport

6 6 Het doel van een onderzoeksplan Tekstsoort waarin wordt beargumenteerd dat een bepaald onderzoek de moeite waard is uitvoerbaar is de investering waard is

7 7 Onderzoeksvragen in soorten Beschrijvingsvragen –wat is X? welke kenmerken heeft X? Verklaringsvragen –waarom is er X? –wat is het verband tussen X en Y? Evaluatievragen –wat is waarde van X?

8 8 Eisen aan een onderzoeksvraag Praktische eisen –niet te ruim geformuleerd –duidelijk –geen onbewezen vooronderstellingen –geen ja/nee- vraag Wetenschappelijke eisen –de vraag moet nog niet beantwoord zijn –het antwoord moet van belang zijn –de vraag moet te operationaliseren zijn –de vraag moet het onderzoeken waard zijn.

9 9 Oefening 1: kwaliteit van een onderzoeksvraag vaststellen Beoordeel de volgende Onderzoeksvragen op grond van wetenschappelijke en praktische eisen. Waarom zijn mannen slechtere chauffeurs dan vrouwen? Waarom hebben zo weinig Nederlanders gestemd tijdens de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen?

10 10 Hoofdvraag en deelvragen Een (te) ruim geformuleerde hoofdvraag kan bijna altijd worden uitgesplitst in deelvragen. Deelvragen kunnen op zich als hoofdvraag behandeld worden (inperking van het onderzoek).

11 11 Voorbeeld In hoeverre heeft woordcodering in stroomdiagrammen effect op de lezerstaak? –Woordcodering: gecodeerd ongecodeerd –Effect: gebruikersfouten; snelheid; retentie Onafhankelijke variabele Afhankelijke variabelen

12 12 In hoeverre heeft woordcodering in stroomdiagrammen effect op de lezerstaak? –In hoeverre maken gebruikers van gecodeerde stroomdiagrammen minder fouten dan de gebruikers van ongecodeerde stroomdiagrammen? –In hoeverre werken gecodeerde stroomdiagrammen sneller dan ongecodeerde stroomdiagrammen? –In hoeverre heeft woordcodering invloed op de retentie van stroomdiagrammen?

13 13 Onderzoeksplan (structuur) Inleiding Aanleiding (theoretisch kader; praktisch / theoretisch) Hoofdvraag –deelvragen Operationalisering –wat, hoe, waaraan / aan wie? Belang Inleiding Kern Slot

14 14 Inleiding Opening:belangstelling wekken Slotalinea: vooruitblik

15 15 Aanleiding Theoretisch kader Theoretische aanleiding Praktische aanleiding

16 16 Theoretisch kader stand van zaken in de wetenschap (rondom onderzoek in kwestie) afgeleide voorspellingen

17 17 Theoretische aanleiding hoofdvraag nog niet eerder onderzocht hoofdvraag eerder onderzocht, maar niet goed tegenstrijdige opvattingen onder wetenschappers

18 18 Praktische aanleiding organisatie X heeft een probleem

19 19 Aanleiding en hoofdvraag Theoretische en/of praktische aanleiding staat niet los van de hoofdvraag. Lexicalisering van deze relatie in de tekst: Op basis van bovenstaande overwegingen kom ik tot de volgende hoofdvraag.

20 20 Voorbeeld aanleiding/hoofdvraag “[...] Wel blijkt uit onderzoek van onder andere Hartley (1985) dat “headings” de retentie van prozateksten bevordert. Daarnaast is duidelijkheid geboden omtrent de vraag of codering van stroomdiagrammen invloed heeft op de effectiviteit en efficiëntie. Het doel van het uit te voeren experiment is dan ook om na te gaan welke effecten woordcodering in stroomdiagrammen nu wel en niet heeft. Daartoe worden drie onderzoeksvragen gesteld [cursivering van mij GB.]: 1. ………… 2. …………. 3……….. [….]” (Gringhuis en Schilperoord, 1990) Zie bijlage 2 syllabus.

21 21 Hoofdvraag en operationalisering Wat?begrippen definiëren geen woordenboekdefinities! Hoe?methode Waaraan / aan wie? steekproef te betalen? representatief? ethisch verantwoord?

22 22 Wat? In hoeverre heeft woordcodering in stroomdiagrammen effect op de lezerstaak? –maken van fouten (goedscore in uitvoeren casussen) –snelheid van werken (tijdscore in uitvoeren casussen ) –retentie na lezing (tijd nodig om beslissingscriteria uit stroomdiagram te herinneren)

23 23 Hoe? In hoeverre heeft woordcodering in stroomdiagrammen effect op de lezerstaak? –stroomdiagram construeren –twee versies stroomdiagram (onafhankelijke variabele: ge- versus ongecodeerd) –zes casussen –proefpersonen laten werken met de casussen in drie sessies –etc. etc. etc. (zie Gringhuis en Schilperoord, 1990)

24 24 Waaraan? In hoeverre heeft woordcodering in stroomdiagrammen effect op de lezerstaak? –50 proefpersonen –studenten hogeschool en universiteit –tussen 19 en 25 jaar

25 25 Belang (slotparagraaf) beargumenteer kernachtig het belang van het onderzoek (praktisch / theoretisch) zorg voor een toegevoegde waarde t.o.v. de paragraaf over de aanleiding herhaal de hoofdvraag (facultatief) –een aparte slotparagraaf is niet nodig

26 26 Onderzoeksplan (structuur) Inleiding Aanleiding (theoretisch kader; praktisch / theoretisch) Hoofdvraag –deelvragen Operationalisering –wat, hoe, waaraan / aan wie? Belang Inleiding Kern Slot

27 27 Ratio achter de tekst(structuur) relatie tussen eisen en tekstonderdelen (Eis) Onderzoeksvraag is relevant –Belang van de vraag (Eis) Onderzoeksvraag is nog niet beantwoord –Aanleiding, theoretisch kader: literatuur! (Eis, aan onderzoek) Repliceerbaar –Operationalisering / Methode beschrijven (Eis, aan onderzoek) Controleerbaar –Literatuurverwijzingen (tekstconventie)

28 28 Relatie literatuur en onderzoeksplan Vooral (zeker) in de aanleiding tot de hoofdvraag: Theoretisch kader. In het methodedeel (afhankelijk van onderzoek, maar vooral bij replicatie- onderzoek) In de operationalisering (meetbaar maken van begrippen)

29 29 Opdracht 3 en 4 Geen ontwerpplan gericht op een organisatie, maar een onderzoeksplan. Dus gericht op kennis genereren, niet op kennis toepassen. Op basis van: Schellens Klaassen en De Vries (2000). Communicatiekundig ontwerpen.


Download ppt "Een onderzoeksplan schrijven Schriftelijke communicatieve vaardigheden voor TCW (241206) © WMW /CW/ Technische Communicatie 2002."

Verwante presentaties


Ads door Google