De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

20 april 2010 Gastles Docent: meneer Dobbe De Arbeidsmarkt.

Verwante presentaties


Presentatie over: "20 april 2010 Gastles Docent: meneer Dobbe De Arbeidsmarkt."— Transcript van de presentatie:

1 20 april 2010 Gastles Docent: meneer Dobbe De Arbeidsmarkt

2 Programma Bespreken huiswerk Vervolg uitleg §21.3 De werkgelegenheid Veranderingen in de werkgelegenheid Verborgen werkgelegenheid Zelfstandige werktijd

3 Bespreken huiswerk Korte herhaling van enkele kernbegrippen Verzamelen van vragen en problemen Doornemen van het huiswerk (opg t/m 21.19)

4 21.16 Welk deel van de beroepsbevolking was niet in loondienst, maar oefende een zelfstandig beroep uit? OnderwerpenTotaal bevolking (15 tot 65 jaar) BeroepsbevolkingWerkzame beroepsbevolking ArbeidspositiePositie in de werkkring Niet beroepsbevolking BeroepsbevolkingWerkzame beroepsbevolking Werkloze beroepsbevolking ZelfstandigenTotaal werknemersWerknemers vaste arbeidsrelatie Werknemers flexibele arbeidsrelatie GeslachtPeriodenx Mannen en vrouwen e kwartaal Mannen e kwartaal Vrouwen e kwartaal © Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag/Heerlen Participatiegraad (%) x 100% = 12,3% Op basis van x 100% = 12,3% Op basis van 4 e kwartaal Beroepsbevolking; geslacht en leeftijd Gewijzigd op 26 maart Verschijningsfrequentie: per kwartaal.

5 a. Bepaal de groei van het uitzendwerk in de periode (geschat) = 210 (miljoen arbeidsuren) 1995 (geschat) = 250 (miljoen arbeidsuren) Groei = (nieuw-oud)/oud x 100% => (250 – 210) / 210 x 100% = 19,0% b. Bepaal de groei van het uitzendwerk in de periode (geschat) = 250 (miljoen arbeidsuren) 1999 (tekst) = 383 (miljoen arbeidsuren) Groei = (nieuw-oud)/oud x 100% => (283 – 250) / 250 x 100% = 53,2% c. Hoeveel personen vonden in 1999 via uitzendbureaus werk? 1999 (totaal) = 383 (miljoen arbeidsuren) Gemiddelde aantal uren = 27 uur per week = 27 x 52 = uur per jaar / = personen Uitzendkracht

6 a. Beredeneer waarom arbeid een ‘afgeleide vraag’ wordt genoemd. De vraag naar arbeid is afhankelijk van de vraag naar goederen en diensten (effectieve vraag) Er is een positief verband: een stijging van de vraag naar goederen en diensten leidt tot een stijging van de productie van goederen en diensten en daardoor tot een stijging van de vraag naar arbeid. b. Zal grotere effectieve vraag in alle gevallen tot toename van de werkgelegenheid leiden? Nee, er zijn 2 gevallen waarbij een grotere effectieve vraag niet leidt tot meer werkgelegenheid: 1) Er is sprake van maximale productie > De productiecapaciteit is 100% bezet. 2) Gelijktijdige stijging van de arbeidsproductiviteit > Productie kan met huidige personeel. c. Op welke manieren kan de overheid de effectieve vraag beïnvloeden? 1) Direct, via haar eigen uitgaven (zelf vraag uitoefenen) 2) Indirect, via wet- en regelgeving of via publieke voorlichting 3) Indirect, door vergroting van de koopkracht van consumenten: a. loon- en inkomstenbelastingtarieven verlagen zodat consumenten meer te besteden hebben b. kostprijsverhogende belastingen (BTW, accijns) verlagen zodat prijzen in de winkel dalen Vraag naar arbeid

7 a. Bereken de gemiddelde arbeidsproductiviteit per arbeidsjaar Productie = stuks Personeel = 3 x x 0,5 = 4 arbeidsjaren Arbeidsproductiviteit per arbeidsjaar = / 4 = producten b. Bereken de loonkosten in het betreffende jaar 4 arbeidsjaren die ieder € per jaar kosten = 4 x = € c. Bereken de loonkosten per eenheid product Loonkosten = € Productie = stuks Loonkosten per eenheid = / = € 1, Arbeidsproductiviteit

8 Vervolg §21.3 Veranderingen in de werkgelegenheid Invloeden Productiebedrijf Overloon B.V. 1.Effectieve vraag: “Gaspedaal van de economie” Bepalend voor de bezettingsgraad van ondernemingen. 2.Loonkosten per eenheid product: “Stuur van de economie” Verhouding tussen arbeidskosten en productiviteit Belangrijke invloed op de winst van ondernemingen Natuurlijk streven naar laagst mogelijke loonkosten pp. 3.Onderlinge verdeling van arbeidstijd: Afspraken over de verhouding tussen werkzaamheden en beschikbare arbeidsplaatsen (1 x 100% of 2 x 50%) 4.Bedrijfstijd De openingstijden van een onderneming zijn mede bepalend voor de capaciteit van de onderneming

9 Vervolg §21.3 Veranderingen in de werkgelegenheid “Gaspedaal van de economie” Totale stilstand Volledige bezetting productiecapaciteit Overbezetting productiecapaciteit (>100%) De effectieve vraag stimuleert het aanbod van goederen en diensten (productie) Deze productie stimuleert op haar beurt de werkgelegenheid (afgeleide vraag) %

10 Bussiness News “…wil op deze manier de arbeidskosten verlagen en de arbeidsproductiviteit verhogen.” Bussiness News “…wil op deze manier de arbeidskosten verlagen en de arbeidsproductiviteit verhogen.” Vervolg §21.3 Veranderingen in de werkgelegenheid “Stuur van de economie” Een van de belangrijke aandachtspunten van ondernemingen is de arbeidsproductiviteit. Het gaat hierbij om de afweging tussen de kosten van arbeid tegenover de opbrengst.

11 De arbeidskosten van een onderneming zijn afhankelijk van 2 factoren: 1) Prijs van arbeid (loon) 2) Hoogte van belastingen en sociale premies Berekening van de loonkosten: Nettoloon Belastingen en sociale premies (werknemersdeel) + Brutoloon Sociale premies (werkgeversdeel) + Loonkosten werkgever Vervolg §21.3 Veranderingen in de werkgelegenheid “Arbeidskosten” WIG Verschil tussen wat de werkgever betaald en wat de werknemer ontvangt

12 De arbeidsproductiviteit is de productie per werknemer per tijdseenheid. Vervolg §21.3 Veranderingen in de werkgelegenheid “Arbeidsproductiviteit”

13 Bedrijven en overheid streven naar lage loonkosten per eenheid. Om dit te bereiken kunnen ze de volgende instrumenten gebruiken: 1. Verlagen van de prijs van arbeid (netto lonen) 2. Verlagen van belastingdruk door overheid (wig) 3. Vergroten van de arbeidsproductiviteit, door: a. Medewerkers harder te laten werken b. Werkzaamheden efficiënter te organiseren c. Medewerkers slimmer te laten werken (opleiden) d. Kapitaalgoederen het werk van mensen te laten doen (substitutie) Te hoge loonkosten per eenheid hebben een nadelig effect op de winst. Als er te weinig winst overblijft zullen activiteiten worden afgebouwd of stilgelegd. Dit heeft vanzelfsprekend tot gevolg dat de werkgelegenheid daalt. Vervolg §21.3 Veranderingen in de werkgelegenheid “Arbeidsproductiviteit - instrumenten”

14 Vervolg §21.3 Veranderingen in de werkgelegenheid “Arbeidstijd en bedrijfstijd”

15 Dit onderdeel zal ik niet klassikaal behandelen. Zelf doornemen als onderdeel van het huiswerk. (we komen hier volgende les op terug) §21.3 Verborgen werkgelegenheid

16 Lees §21.3 nog eens zorgvuldig door Controleer of je alles hebt begrepen Maak de resterende opgaven van §21.3 Klaar? Maak een goede samenvatting van de lesstof Test je kennis met behulp van de toets Vragen? Overleg eerst zachtjes met je naaste buurman of buurvrouw Steek je vinger op om mijn hulp in te roepen. Opdrachten zelfstandige werktijd

17 Deze diapresentatie is terug te vinden op Bedankt voor jullie aandacht


Download ppt "20 april 2010 Gastles Docent: meneer Dobbe De Arbeidsmarkt."

Verwante presentaties


Ads door Google