De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Welkom Voorganger:ds. R. van Wijnen Organist:br.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Welkom Voorganger:ds. R. van Wijnen Organist:br."— Transcript van de presentatie:

1 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Welkom Voorganger:ds. R. van Wijnen Organist:br. J. Nugteren Beamist:br. D.D. Rouwhorst Opmerkingen kunt u melden bij de leden van het BeamTeam: Derk Rouwhorst, Dennis Smit, Oebele Spriensma en Pieter Wiltjer. De Bijbelteksten in deze presentatie zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004, tenzij anders vermeld. Mededelingen of aankondigingen op de beamer? Voor vrijdag uur mailen naar:

2 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8

3 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Gezang 175b Votum en zegengroet On-zehulpisindenaamvandeHE-RE, diehe-melenaar-dege-maaktheeft.A-men.

4 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8

5 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Psalm 71: 2, 3, 4 2Wees mij een rots tot mijn bescherming, zodat ik altijd weer bij U kan schuilen, HEER. Want U, mijn God, U bent mijn vesting, U zult in al mijn vrezen mijn rots en redder wezen.

6 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Psalm 71: 2, 3, 4 3Bevrijd mij van de goddelozen, o God, red door uw kracht mij uit der bozen macht. Verlos mij van die trouwelozen. Zie, hoe ik vol vertrouwen op U mijn hoop blijf bouwen.

7 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Psalm 71: 2, 3, 4 4Want U bent mijn verwachting, HERE. Vanaf de moederschoot bent U mijn steun in nood. U geldt mijn lof, U zal ik eren, U, die mijn hele leven mijn helper bent gebleven.

8 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8

9 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Psalm 71: 8, 9, 10 8Ik hoop op U en zal U loven, uw recht van dag tot dag vermelden met ontzag. Uw heil gaat elk begrip te boven. Ik kan die grote schatten niet tellen of bevatten.

10 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Psalm 71: 8, 9, 10 9Uw grote daden zal ik prijzen. HEER, uw gerechtigheid verkondig ik altijd. U wilde mij steeds onderwijzen. Van jongsaf mocht ik leren uw wonderen te eren.

11 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Psalm 71: 8, 9, 10 10Blijf in mijn laatste levensjaren mij steunen als voorheen. Heer, laat mij niet alleen. Ik meld, als U mij nog wilt sparen, aan komende geslachten uw werk, uw grote krachten.

12 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8

13 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Lezen Genesis 48: Toen viel Israëls oog op Jozefs zonen, en hij vroeg: ‘Wie zijn dat?’ 9 Jozef antwoordde zijn vader: ‘Dat zijn mijn zonen, die God mij hier gegeven heeft.’ ‘Laat ze toch dichterbij komen,’ zei Israël, ‘dan zal ik hen zegenen.’ 10 Doordat Israël al oud was, waren zijn ogen dof geworden, hij kon niet goed meer zien. Toen Jozef zijn zonen dichter naar hem toe had gebracht, kuste en omhelsde Israël hen. 11 ‘Ik had niet gedacht dat ik jou ooit nog zou terugzien,’ zei hij tegen Jozef, ‘maar God heeft mij zelfs je nakomelingen laten zien.’

14 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Lezen Genesis 48: Jozef liet zijn zonen, die tegen Israëls knieën stonden, wat opzij gaan en boog zich diep voor hem neer. 13 Daarna bracht hij hen beiden weer dicht bij zijn vader. Aan zijn rechterhand had hij Efraïm, die hij links van Israël plaatste, en aan zijn linkerhand had hij Manasse, die hij rechts van hem plaatste. 14 Maar Israël kruiste zijn handen: zijn rechterhand legde hij op het hoofd van Efraïm, hoewel die de jongste was, en zijn linkerhand legde hij op het hoofd van Manasse, hoewel die de oudste was.

15 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Lezen Genesis 48: Hij zegende Jozef met deze woorden: ‘De God naar wiens wil mijn voorouders Abraham en Isaak zich richtten, de God die mijn leven lang mijn herder is geweest, 16 de engel die mij heeft bevrijd van alle onheil, hij geve deze jongens zijn zegen. Moge mijn naam door hen voortleven, en ook die van mijn voorouders Abraham en Isaak, en mogen zij zich over de hele aarde uitbreiden.’

16 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8

17 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Lezen Genesis 49 1 Daarop liet Jakob al zijn zonen bij zich roepen en zei: ‘Kom allemaal hier, dan zal ik jullie vertellen hoe het je in de toekomst zal vergaan. 2 Kom hier en luister, zonen van Jakob, luister naar Israël, je vader.

18 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Lezen Genesis 49 3 Ruben, mijn oudste zoon ben jij, de eerste vrucht van mijn manlijke kracht, in fierheid en macht de voornaamste. 4 Onstuimig ben jij als het water – nee, jij zult niet de voornaamste zijn, want jij hebt je vaders bed beslapen, je vaders legerstee ontwijd. Hij heeft mijn bed beslapen!

19 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Lezen Genesis 49 5 Simeon en Levi zijn altijd samen, zij beramen niets dan geweld. 6 Ik wil niet deelnemen aan hun beraad, op hun bijeenkomsten wil ik niet zijn. In woede ontstoken doden zij mannen, moedwillig verlammen ze stieren. 7 Vervloekt zij hun grimmige woede, vervloekt hun ontembare razernij. Ik zal hen verstrooien over Jakobs volk, hen over Israël verspreiden.

20 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Lezen Genesis 49 8 Juda, jou zullen je broers bejubelen, voor jou buigt de vijand de nek, voor jou zullen mijn zonen zich buigen. 9 Sterk als een jonge leeuw ben jij, je verovert je prooi, mijn zoon, en keert naar je leger terug. Juda gaat liggen als een leeuw, vol majesteit vlijt hij zich neer – wie zou hem durven wekken?

21 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Lezen Genesis In Juda’s handen zal de scepter blijven, tussen zijn voeten de heersersstaf, totdat hij komt die er recht op heeft, die alle volken zullen dienen. 11 Aan een wijnstok bindt hij zijn ezel, aan een wingerd het jong van zijn ezelin, in wijn wast hij zijn gewaad, in druivenbloed zijn bovenkleed. 12 Zijn ogen fonkelen door de wijn, zijn tanden zijn wit van de melk.

22 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Lezen Genesis Zebulon, aan de zee zal hij wonen, aan zijn strand de schepen ontvangen. Zijn gebied strekt zich uit tot aan Sidon. 14 Issachar is een sterke ezel, liggend tussen de manden. 15 Hij zag hoe weldadig de rust was en hoe bekoorlijk het land; er werd hem zwaar werk opgelegd, hij boog zich en droeg zijn last.

23 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Lezen Genesis Dan, hij handhaaft het recht van zijn stam als elk van de stammen van Israël. 17 Dan, hij is een slang op de weg, een adder op het pad; hij bijt het paard in de hielen, de berijder komt ten val. 18 Op uw hulp hoop ik, HEER! 19 Gad, een roversbende belaagt hem, maar hij achtervolgt zijn belagers.

24 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Lezen Genesis Aser, rijk aan de fijnste spijzen, voedsel voor koningen brengt hij voort. 21 Naftali, een hinde in vrijheid, die prachtige kalveren werpt. 22 Een vruchtbare wijnstok is Jozef, een vruchtbare plant bij een bron, met ranken die reiken tot over de muur. 23 De boogschutters, zij haatten hem, zij tergden hem en schoten.

25 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Lezen Genesis Maar zijn boog bleef gespannen, zijn armen en handen soepel, door de hulp van de Machtige, de Machtige van Jakob, door de nabijheid van de Herder, de Rots van Israël, 25 door de God van je vader, de Ontzagwekkende. Hij moge je helpen, hij moge je zegenen met zegeningen van de hemel daar boven en van de oervloed in de diepte, met zegeningen van borsten en moederschoot.

26 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Lezen Genesis De zegen van je vader is rijker dan de zegen van de eeuwige bergen, de kostelijke rijkdom van de eeuwige heuvels. Moge die zegen op Jozef rusten, de uitverkorene onder zijn broers. 27 Benjamin, een verscheurende wolf; ’s morgens verslindt hij zijn prooi, ’s avonds verdeelt hij de buit.’

27 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Lezen Genesis Dit waren alle stammen van Israël, twaalf in getal, en met deze woorden gaf hun vader elk van hen een eigen zegen. 29 Toen gaf Jakob zijn zonen de volgende opdracht: ‘Als ik straks met mijn voorouders verenigd word, begraaf me dan bij hen in de grot op het land van de Hethiet Efron, 30 in de grot op de akker in Machpela, dicht bij Mamre, in Kanaän, de akker die Abraham van Efron heeft gekocht omdat hij daar een eigen graf wilde hebben.

28 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Lezen Genesis Daar zijn Abraham en zijn vrouw Sara begraven, daar zijn Isaak en Rebekka begraven, en daar heb ik Lea begraven. 32 Het stuk land waarop die grot ligt, is van de Hethieten gekocht.’ 33 Na zijn zonen deze opdracht te hebben gegeven trok Jakob zijn voeten weer op het bed. Toen blies hij de laatste adem uit en werd hij verenigd met zijn voorouders.

29 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8

30 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Gezang 170: 1-4 1Vaste rots van mijn behoud, als de zonde mij benauwt, laat mij steunen op uw trouw, laat mij rusten in uw schauw, waar het bloed, door U gestort, mij de bron des levens wordt. 2Jezus, niet mijn eigen kracht, niet het werk, door mij volbracht, niet het offer, dat ik breng, niet de tranen, die ik pleng, schoon ik ganse nachten ween, kunnen redden, Gij alleen.

31 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Gezang 170: 1-4 3Zie, ik breng voor mijn behoud, U geen wierook, mirr' of goud; moede kom ik, arm en naakt, tot de God, die zalig maakt, die de arme kleedt en voedt, die de zondaar leven doet! 4Eenmaal, als de stonde slaat, dat dit lichaam sterven gaat, als mijn ziel uit d'aardse woon opklimt tot des rechters troon, - Rots der eeuwen, in uw schoot berg mijn ziele voor de dood.

32 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8

33 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Tekst Genesis 49: Op uw hulp hoop ik, HEER!

34 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8

35 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Preek Even ontspannen Jakob op zijn sterfbed “Op uw heil wacht ik, o HERE.” (Genesis 49: 18, NBG-vertaling 1951) Uitzien naar Jezus, de grote Verwach- ting van Israël

36 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Preek Jakob op zijn sterfbed ziet uit naar de grote verlossing 1.Vertrouwen op zichzelf heeft hij afgeleerd 2.Hij heeft iets door te geven!

37 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Preek 1.Vertrouwen op zichzelf heeft hij afgeleerd Een aangrijpend moment Jakob wordt Israël genoemd Alleen door God zul je het winnen, Jakob

38 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Preek 1.Vertrouwen op zichzelf heeft hij afgeleerd Door schade en schande wijs geworden Mijn eigen kinderen hebben mij weer bedrogen. Dit is nu de grote troost: naar U zie ik uit! Hij is niet vol van zichzelf; eer aan de HEER!

39 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Preek 2.Jakob heeft iets door te geven! Daar staan die 12 zonen rond het bed van hun oude vader. Van zijn profetische woorden zou je bang worden! Maar Jakob laat zich niet neerdrukken: “op uw heil wacht ik, o HERE”. Troost voor hen allemaal.

40 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Preek 2.Jakob heeft iets door te geven! Verbaasd dat de kerk nog bestaat! Dit was het beste om aan zijn zonen mee te geven. Hebreën 11: let op het geloof van Jakob Jakob gaf, tóen al (3700 jaar geleden), die bazuinstoot (al was het maar een zucht)

41 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Preek Kijk uit boven het menselijke in de kerk We leren dat het goed is om adempauze te nemen. Ik blijf de HEER verwachten…

42 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8

43 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Psalm 130: 3, 4 3Ik blijf de HEER verwachten / en hopen op zijn woord. Ik wacht in al mijn klachten / op Hem, tot Hij mij hoort. Mijn ziel, vervuld van zorgen, / wacht sterker op de Heer, dan wachters op de morgen - / de morgen, o wanneer!

44 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Psalm 130: 3, 4 4Hoopt op de HEER, gij vromen. / Is Israël in nood, er zal verlossing komen, / Gods goedheid is zeer groot. Hij hoort naar uw gebeden, / blijft Israël nabij. Van ongerechtigheden / maakt Hij zijn volk weer vrij.

45 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8

46 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Collecte Kantoorkosten / kerkblad & Rente en Aflossing

47 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8

48 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Psalm 90: 1, 8 1Gij zijt geweest, o Heer, en Gij zult wezen de zekerheid van allen die U vrezen. Geslachten gaan, geslachten zullen komen: wij zijn in uw ontferming opgenomen. Wij mogen bouwen op de vaste grond van uw beloften en van uw verbond.

49 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Psalm 90: 1, 8 8Laat, Heer, uw volk uw daden zien en leven en laat uw glans hun kinderen omgeven. Zie op ons neer met vriendelijke ogen. O God, bescherm ons in ons onvermogen. Bevestig wat de hand heeft opgevat, het werk van onze hand, bevestig dat.

50 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8

51 Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Gezang 182d Amen A-men,a-men,a-men.


Download ppt "Liturgie Ps.71: 2, 3, 4 Ps.71: 8, 9, 10 Lz.Gen. 48: 8- 16; Gen. 49 Gz.170 T.Gen. 49: 18 Ps.130: 3, 4 Ps.90: 1, 8 Welkom Voorganger:ds. R. van Wijnen Organist:br."

Verwante presentaties


Ads door Google