De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Dramatiek Algemene inleiding. Wat is theater? Definitie (1) Schouwburg (2) Het toneelspelen (3) Aanstellerij “Het spelen van een voorstelling” Dramatiek.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Dramatiek Algemene inleiding. Wat is theater? Definitie (1) Schouwburg (2) Het toneelspelen (3) Aanstellerij “Het spelen van een voorstelling” Dramatiek."— Transcript van de presentatie:

1 Dramatiek Algemene inleiding

2 Wat is theater? Definitie (1) Schouwburg (2) Het toneelspelen (3) Aanstellerij “Het spelen van een voorstelling” Dramatiek als kunstvorm

3 Verschillende vormen Ballet Cabaret Komedie Mime Moderne dans Musical Opera Toneel Tragedie Zang …

4 Theater vs. andere literatuurvormen (1) Driehoek van Petersen

5 Theater vs. andere literatuurvormen (2) Een dramatekst wordt niet in de eerste plaats geschreven om gelezen te worden, tekst is geen eindproduct MAAR Dramatekst dient om te worden opgevoerd. Voor de toeschouwer het geheel kan beleven en interpreteren, doen een hele rij actoren dat eerst. Het is hun interpretatie die je bekijkt. Theater is vaak heel vluchtig, omdat je maar één opvoering ziet en je achteraf geen ‘tastbare’ herinnering hebt.

6 Waarom is er theater? Wat is het nut van theater? Vergelijk de volgende uitspraken over het toneel. Tot welke van de onderstaande categorieën zou je de vier uitspraken kunnen rekenen? (a) Het theater moet de toeschouwer een kritische houding bijbrengen t.a.v. de maatschappij waarin hij leeft. (b) Het theater moet de werkelijkheid laten zien zoals ze is. (c) Het theater moet de verdrukte energie van de mens losmaken en hem bevrijden van maatschappelijke taboes.

7 “Het theater is de plaats van onthulling, het is een activiteit die te situeren is op de uiterste grensgebieden van het leven, daar waar waanzin, koorts, hysterie, delirium, hallucinatie, het laatste bolwerk van het leven vormen.” (Uit: Tadeusz Kantor, Het circus van de dood, 1991)

8 “Wees ook niet tam, maar laat u leiden door uw eigen oordeel. Stem het gebaar af op het woord en het woord op het gebaar, waarbij u er speciaal op moet letten, nooit de grenzen der natuurlijkheid te overschrijden. Want alle overdrijving gaat tegen het wezen van de toneelkunst in, waarvan het doel van de aanvang tot nu was en is, de natuur als het ware een spiegel voor te houden.” (Uit: William Shakespeare, Hamlet, 1602)

9 “Het theater kan slechts opnieuw zichzelf worden, dat wil zeggen een middel om waarlijke illusies tot stand te brengen, door de toeschouwer de waarachtige neerslag van dromen te verschaffen waarbij zijn neiging tot misdaad, zijn erotische obsessies, zijn woestheid, zijn spookbeelden, en zijn utopisch gevoel voor het leven en de dingen, zelfs zijn kannibalisme losbarsten, niet op een verondersteld en illusoir niveau, maar innerlijk.” (Uit: Antonin Artaud, Het theater van de wreedheid, 1938)

10 “Hiermee is bereikt dat de toeschouwer in het theater een nieuwe houding krijgt. Hij wordt ook in het theater ontvangen als de grote veranderaar die kan ingrijpen in de natuurlijke en maatschappelijke processen, iemand die de wereld niet meer alleen maar accepteert zoals hij is, maar haar de baas wordt. Het theater probeert hem niet dronken te maken, hem van illusies te voorzien, hem de wereld te doen vergeten, hem zijn lot te verzoenen. Het theater stelt hem voortaan de wereld voor ogen om in te grijpen.” (Uit: Bertolt Brecht, Over de nieuwe acteertechniek, 1941)

11 Wie is theater? De theatermakers Het publiek De overheid

12 De theatermakers (1) Stel een schema op van het productieproces van een toneelvoorstelling Het productieproces van een toneelvoorstelling AuteurDramaturgLay-out DrukkerijPublic RelationsZaalpersoneel PubliekVoorstellingRegisseur Acteur (x2)ToneelmeesterBelichter DecorontwerperProductieleiderAtelier (x3) MachinistKostuumontwerperRekwisiteur (x2) ElektricienGeluidsregisseurStudio Kleedster/Grime

13 De theatermakers (2) Schema van het productieproces van een toneelvoorstelling (Zie bordschema: E. Van Aerschot & H. Meert (2003). Theater, handboek voor toneelmakers en toeschouwers. Garant.)

14 De theatermakers (3) Theatergezelschap Acteurs Regisseur Dramaturg Scenograaf

15 Het publiek Theater doet beroep op de fantasie van mensen, op het verbeeldingsvermogen van toeschouwers. Theater is polyinterpretabel

16 De overheid De overheid speelt een grote rol, omdat overheden subsidies verschaffen aan gezelschappen. Zonder die subsidies zouden vele theatergezelschappen niet overleven. Omwille van subsidies ontstaan regelmatig discussies Naar welke gezelschappen mogen subsidies gaan? Is theater niet te ‘elitair’ om zoveel subsidies te krijgen? …

17 Hoe kunnen we theater begrijpen? Kies een fragment uit het handboek en voer het op naar eigen interpretatie. Als je voldoende tijd en middelen had, wat zou dan anders zijn geweest aan je opvoering? HB p. 305: Groenten uit Balen (Walter van den Broeck) HB p. 310: Mijn Blackie (Arne Sierens) HB p. 128: Wat kost het ijzer (Bertolt Brecht) HB p. 171: Wachten op Godot (Samuel Beckett) HB p. 100: Het gezin Van Paemel (Cyriel Buysse) HB p. 168: De les (Eugène Ionesco) HB p. 176: Mister Buffo (Dario Flo)

18 Bespreking Waren de opvoeringen Gelijkend/Verschillend Verstaanbaar Absurd/Logisch Goed gebracht … ?

19 Toneeltekst interpreteren (1) Wat heb je in het algemeen nodig om een toneelstuk of toneeltekst te begrijpen? Achtergrond/context van het gezelschap Achtergrond/context van de auteur Achtergrond/context van het stuk zelf Cultuur Tijdsgeest Politieke situatie Religieuze insteek Economische situatie …

20 Toneeltekst interpreteren (2) Achtergrond van de kunstvorm Stijl Traditie … Genre of stijl van het stuk zelf Komisch Satirisch Tragisch …

21 Tekentaal (1) Tekentaal is een hulpmiddel voor het begrijpen en interpreteren van een theateropvoering. Probeer een lijst te maken met de mogelijke ‘tekens’ of elementen die theatermakers gebruiken om een betekenis over te brengen.

22 Tekentaal (2) VISUEELAUDITIEF 1. Acteur - kostumering, grime, maskers, haartooi - mimiek/expressie - gestiek - fysionomie 1. Acteur - muziek - geluiden - paraverbaal - verbaal 2. Acteur vs. scène - ruimtegestiek - proxemiek/nabijheid 2. Scène - muziek - geluiden 3. Scène - belichting - projecties, gebruik van multimedia - rekwisieten/benodigdheden - decor - ruimte

23 Tekentaal (3) Niet ieder stuk maakt gebruik van alle tekens en ook niet alle tekens zijn telkens belangrijk of significant. Wanneer jullie een stuk bespreken, bespreek je enkel wat opvalt of interessant kan zijn voor de interpretatie van het stuk.

24 Achtergrond HB p : “Hoe dramatische teksten te analyseren”


Download ppt "Dramatiek Algemene inleiding. Wat is theater? Definitie (1) Schouwburg (2) Het toneelspelen (3) Aanstellerij “Het spelen van een voorstelling” Dramatiek."

Verwante presentaties


Ads door Google