De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

HPV Vaccinatie Feiten en Fabels

Verwante presentaties


Presentatie over: "HPV Vaccinatie Feiten en Fabels"— Transcript van de presentatie:

1 HPV Vaccinatie Feiten en Fabels
April/Maart 2009 Erik Boss, gynaecoloog

2 Opzet van deze avond Baarmoederhals (kanker)
Humaan Papillomavirus (HPV) Het uitstrijkje HPV Vaccinatie en Rijksvaccinatie programma Plaspauze Vragen en discussie

3 Waarom?? Veel wetenschappelijke feiten onbekend bij grote publiek
Veel onjuiste fabels in omloop (kettingbrieven, internet) Natuurlijk eigen beslissing nemen…….. maar wel na adequate informatie

4 Discussie over de inhoud niet de vorm

5 Anatomie baarmoederhals
1. baarmoederlichaam 2. baarmoederhals 3. vagina

6 Anatomie baarmoederhals

7 Baarmoederhalskanker

8 Wereldwijd

9 Nederlandse situatie: 700 nieuwe patienten per jaar
200 overlijden

10 Niet erfelijk!! Risico verhogende co-factoren (roken)
Oorzaak BHK Niet erfelijk!! Risico verhogende co-factoren (roken)

11 Virusinfectie met Humaan Papilloma Virus (HPV)
Oorzaak BHK Virusinfectie met Humaan Papilloma Virus (HPV) Dr. Zur Hausen Nobelprijs 2008

12 HPV virus 100 typen HPV-virus (nummer) Zeer besmettelijk
Meestal onschuldig 15 types kunnen kanker veroorzaken 2 belangrijkste high-risk typen HPV-16 en HPV-18

13 HPV virus Veelvoorkomend virus
80% van de vrouwen loopt HPV op in haar leven HPV zit op huid en slijmvlies Ook bij sexueel contact zonder penetratie

14 HPV bescherming Condooms verlagen kans op besmetting (niet 100%)
Huid-op-huid contact voldoende

15 Gevolg HPV infectie Meestal zonder klachten
Lichaam ruimt virus meestal zelf op Bij persisteren virus kans op afwijkingen Voorstadia van of baarmoederhalskanker

16

17 SAMENVATTEND Baarmoederhalskanker is een zeldzame uitkomst van een veel voorkomende infectie met een virus (HPV-16/18) Een persisterende infectie met HPV is een noodzakelijke stap in de ontwikkeling van baarmoederhalskanker Geen baarmoederhalskanker zonder HPV

18 SAMENVATTEND Baarmoederhalskanker is een zeldzame uitkomst van een veel voorkomende infectie met een virus (HPV-16/18) Een persisterende infectie met HPV is een noodzakelijke stap in de ontwikkeling van baarmoederhalskanker Geen baarmoederhalskanker zonder HPV

19 SAMENVATTEND Baarmoederhalskanker is een zeldzame uitkomst van een veel voorkomende infectie met een virus (HPV-16/18) Een persisterende infectie met HPV is een noodzakelijke stap in de ontwikkeling van baarmoederhalskanker Geen baarmoederhalskanker zonder HPV

20 Opsporing Baarmoederhalskanker
“Uitstrijkje” Doel: Vroegtijdige opsporing van afwijkende cellen/ voorstadia

21 Het uitstrijkje

22

23 Pap 0 K Pap 1 O Pap 2 P Pap 3 A Pap 4 C Pap 5 B
Uitslag uitstrijk Dr. Papanicolaou Pap 0 K Pap 1 O Pap 2 P Pap 3 A Pap 4 C Pap 5 B

24 Bevolkingsonderzoek 750.000 uitnodigingen
30-60 jaar, iedere 5 jaar oproep 65% coverage grote regionale verschillen onderzoek naar self-sampling

25 Samenvatting uitstrijkje
Afwijkende cellen baarmoederhals zijn in de meeste gevallen op te sporen met een eenvoudig uitstrijkje Door behandeling van afwijkende cellen kan baarmoederhalskanker worden voorkomen Belangrijk deel te nemen aan bevolkingsonderzoek Een foute uitslag van een uitstrijk betekent meestal foute cellen maar bijna nooit kanker!! Een uitstrijkje is vroege opsporing van afwijkingen maar behandelt niet de oorzaak van de afwijking namelijk de HPV virusinfectie

26 Samenvatting uitstrijkje
Afwijkende cellen baarmoederhals zijn in de meeste gevallen op te sporen met een eenvoudig uitstrijkje Door behandeling van afwijkende cellen kan baarmoederhalskanker worden voorkomen Belangrijk deel te nemen aan bevolkingsonderzoek Een foute uitslag van een uitstrijk betekent meestal foute cellen maar bijna nooit kanker!! Een uitstrijkje is vroege opsporing van afwijkingen maar behandelt niet de oorzaak van de afwijking namelijk de HPV virusinfectie

27 Samenvatting uitstrijkje
Afwijkende cellen baarmoederhals zijn in de meeste gevallen op te sporen met een eenvoudig uitstrijkje Door behandeling van afwijkende cellen kan baarmoederhalskanker worden voorkomen Belangrijk deel te nemen aan bevolkingsonderzoek Een foute uitslag van een uitstrijk betekent meestal foute cellen maar bijna nooit kanker!! Een uitstrijkje is vroege opsporing van afwijkingen maar behandelt niet de oorzaak van de afwijking namelijk de HPV virusinfectie

28 Samenvatting uitstrijkje
Afwijkende cellen baarmoederhals zijn in de meeste gevallen op te sporen met een eenvoudig uitstrijkje Door behandeling van afwijkende cellen kan baarmoederhalskanker worden voorkomen Belangrijk deel te nemen aan bevolkingsonderzoek Een foute uitslag van een uitstrijk betekent meestal foute cellen maar bijna nooit kanker!! Een uitstrijkje is vroege opsporing van afwijkingen maar behandelt niet de oorzaak van de afwijking namelijk de HPV virusinfectie

29 Samenvatting uitstrijkje
Afwijkende cellen baarmoederhals zijn in de meeste gevallen op te sporen met een eenvoudig uitstrijkje Door behandeling van afwijkende cellen kan baarmoederhalskanker worden voorkomen Belangrijk deel te nemen aan bevolkingsonderzoek Een foute uitslag van een uitstrijk betekent meestal foute cellen maar bijna nooit kanker!! Een uitstrijkje is vroege opsporing van afwijkingen maar behandelt niet de oorzaak van de afwijking namelijk de HPV virusinfectie

30 HPV en Vaccinatie tegen baarmoederhalskanker

31 Uitdagingen voor het afweersysteem
Allergenen Bacteriën Schimmels Virussen Afweersysteem staat continu bloot aan ziekteverwekkers. Het immuunsysteem beschermt ons tegen deze bedreigingen door: De toegang van micro-organismen tot het lichaam te beperken Identificeren van potentieel schadelijke organismen Vernietigen van schadelijke pathogenen Vernietigen van geïnfecteerde cellen Voorkomen van de ontwikkeling van kankercellen. Naast actie zorgt het immuunsysteem ook voor geheugen, waardoor ziekteverwekkers na een doorgemaakte infectie sneller kunnen worden aangepakt We zullen ons nu concentreren op de vaccinatie tegen virussen. Parasieten Gisten

32 Langdurige bescherming
Hoe werkt vaccinatie Vaccin Hulpstof Deeltjes die op virus lijken Langdurige bescherming Afweerrespons Vaccins bestaan uit deeltjes die op het virus lijken met een hulpstof om het afweersysteem te stimuleren Afweerrespons zonder ziek te worden Afweersysteem is voorbereid op een infectie Bij infectie wordt virus snel aangepakt In deze figuur is te zien hoe een vaccin de infectie door een virus nabootst en zodoende een afweerrespons oproept die beschermt en geheugen vormt. Na vaccinatie ligt het accent op de vorming van antilichamen die aan het virus kunnen binden en zodoende kunnen voorkomen dat het virus nieuwe cellen kan binnendringen om deze te infecteren. Voor het antigeen is in deze dia gekozen voor de beschrijving ‘deeltjes die op het virus lijken’ omdat deze het meest de praktijk benadert. Door het toevoegen van hulpstoffen kan het afweersysteem geholpen worden bij de respons op het vaccin, zodat er meer antilichamen gevormd worden om tot een langere beschermingsduur te komen, of dat minder antigeen nodig is voor dezelfde afweerreactie. Eigenlijk is het vaccin dus niet het middel dat tegen ziekte beschermt, dat is het eigen immuunsysteem dat getraind is door het vaccin. Het immuunsysteem wordt dagelijks getraind door alle ziekteverwekkers waar het mee in contact komt.

33 Rijksvaccinatieprogramma
BMR vaccinaties Per gemeente, cohort 2002, eerste vaccinatie zuigelingen (14 mnd) Sinds 1957 Deelname is kosteloos > 95% deelname Vaccinaties: Consultatiebureau: 0 – 4 jaar GGD: 4 en 9 jaar Per 2009: uitbreiding vaccinatie baarmoederhals-kanker Het Rijksvaccinatie programma is sinds 1957 opgezet bij de bestrijding van infectieziekten. De voorwaarde is dat deelname aan het programma kosteloos is. De kosten voor dit programma worden vanuit de AWBZ gefinancierd. In Nederland is er een hoge dekkingsgraad van het vaccinatieprogramma. Als voorbeeld staat hier een kaart van Nederland afgebeeld met de dekkingsgraad van de BMR-vaccinaties. Bij de donkergekleurde gebieden is de opkomst het laagst. Dit gebied wordt ook wel aangeduid met Bible-belt. Vaccinaties worden gecombineerd met zuigelingenzorg aangeboden via de consultatiebureaus. Hier worden de vaccins uit het RVP aangeboden. Als een consument het kind wil laten inenten tegen andere ziekten dan in het RVP, dan moet deze door de huisarts gezet worden. Op latere leeftijd wordt de zorg verleend door GGD’s. Niet alle vaccins vallen binnen het RVP. Reizigersvaccins worden gezet door vaccinatiecentra of GGD’s die reizigersadvisering tot hun taak hebben gemaakt. Enkele huisartsen verlenen deze service ook. Binnen aanvullende pakketten wordt de reizigersadvisering vaak gedeeltelijk en soms geheel vergoed. Voor vaccins die niet binnen het RVP of reizigerssegment vallen kan een consument zich richten tot de huisarts. Informatie over de vaccinatie mogelijkheden is meestal niet publiekelijk beschikbaar doordat dit onder reclame voor receptgeneesmiddelen valt. De huisarts speelt hier een belangrijke taak in de voorlichting over de mogelijkheden. Bron: LVE

34 In het vaccin: alleen lege virusmantels
Virus in HPV Vaccin HPV virus In het vaccin: alleen lege virusmantels Geen DNA In eerdere dia’s (over vaccinatie) hebben we gezien dat voor vaccinatie deeltjes gebruikt worden waar je niet ziek van kunt worden, maar die wel op het virus lijken. In het geval van vaccinatie tegen baarmoederhalskanker is het omhulsel van het virus (de virusmantel) nagemaakt. Deze mantel lijkt sterk op het virus, maar bevat niet de eigenschappen van het virus bijvoorbeeld om cellen binnen te dringen, of zich te kunnen delen, of om ziekte te veroorzaken. Doordat het lege bolletje zoveel op het virus lijkt, werken de antistoffen die het lichaam vormt na vaccinatie ook tegen het virus. Voor het publiek is het belangrijk om uit te leggen dat de lege mantel die voor vaccinatie gebruikt wordt niet de eigenschappen van het virus heeft, en dus geen ziekte kan veroorzaken. Achtergrondinformatie De lege virusmantels (VLP’s) worden niet geproduceerd met behulp van kippeneieren. Studies bij dieren hebben aangetoond dat de werkzaamheid van L1-VLP-vaccins grotendeels tot stand wordt gebracht door de ontwikkeling van een humorale immuunrespons. De WHO geeft aan dat neutraliserende antilichamen de basis vormen voor de bescherming tegen infecties en dat beide vaccins zorgen voor de inductie van antilichamen bij nagenoeg alle gevaccineerden. [WHO. Human papillomavirus and HPV vaccines: technical information for policy-makers and health professionals hpvvaccines_techinfo/ (Gezien nov 08)] DNA

35 Afweerreactie na vaccinatie
Antistoffen gericht tegen virusmantel HPV Antistoffen binden aan virus Voorkomen dat het virus de cellen kan binnen dringen Vaccinatie voorkómt dus: nieuwe infectie of herinfectie Afweerreactie na vaccinatie veel hoger dan na een infectie Na vaccinatie wordt er een afweerreactie gevormd tegen de buitenkant van de virustypes die in het vaccin zitten. De antilichamen (of antistoffen) komen vanuit het bloed op de plaats van infectie (transsudatie) en binden daar aan het virus voordat deze de cellen kan infecteren. Als het virus eenmaal in de cel zit, dan kunnen antilichamen niet meer aan het virus binden. Vaccinatie kan dus nieuwe infecties of herinfecties voorkomen, maar doet niets met bestaande infecties, deze moeten door het afweersysteem zelf worden opgeruimd. [Hildesheim A et al.JAMA 2007;298(7):743-53] De kans dat zowel HPV 16 als 18 tegelijkertijd al bij iemand aanwezig zijn, ligt onder de 1% blijkt uit een grote Amsterdamse studie (POBASCAM). Bekend is dat na een doorgemaakte infectie de afweerreactie niet groot genoeg is om te beschermen tegen nieuwe infecties. Na vaccinatie lukt dit wel doordat de afweerreactie na vaccinatie veel hoger dan na natuurlijke infectie Achtergrondinformatie Vaccinatie levert een hogere immuunrespons doordat: a. het antigen wordt via bloed gepresenteerd wordt aan het afweersysteem b. hulpstoffen aan het vaccin zijn toegevoegd om de afweerreactie gericht te stimuleren.

36 Vaccinatie tegen baarmoederhalskanker
Hoge effectiviteit tegen infecties met hoog risicotypes HPV 16 en 18 Deze types zijn samen verantwoordelijk voor ± 70% van baarmoederhalskanker ± 50% van matig tot ernstig afwijkende uitstrijkjes Korte samenvatting van wat vaccinatie precies betekent. HPV 16 en 18 zijn samen verantwoordelijk voor 70% van de baarmoederhalskanker. Met 50% van de voorstadia wordt bedoeld: de matig ernstige tot ernstige afwijkingen die, als deze ontdekt worden, door de gynaecoloog uit voorzorg worden verwijderd. Voor Nederland betekent dit dat het huidige aantal verwijzingen van / jaar teruggebracht wordt naar verwijzingen per jaar. Het aantal ingrepen zal naar verwachting met zo'n gevallen afnemen. Bij laaggradige afwijkingen spelen ook de laagrisico types, of andere oorzaken een rol bij het ontstaan van afwijkingen. Deze afwijkingen worden meestal niet behandeld vanwege de grote kans op herstel. NB. Doordat HPV 16 en 18 wel verantwoordelijk zijn voor de meerderheid van de gevallen van baarmoederhalskanker maar niet voor alle baarmoederhalskanker is het belangrijk om toch uitstrijkjes te blijven laten maken. Achtergrondinformatie De Werkgroep Oncologische Gynaecologie (WOG) zegt hierover: Na HPV 16/18 vaccinatie is er op termijn een 50% reductie van CIN 2/3 laesies te verwachten. Voor Nederland betekent dit dat het huidige aantal verwijzingen van / jaar teruggebracht wordt naar verwijzingen per jaar. Het aantal ingrepen aan de cervix voor een CIN 2/3 laesie, en de gevolgen daarvan zal naar verwachting met een zo'n afnemen. Dit aspect van gezondheidswinst als bijkomend effect van vaccinatie dient meegenomen te worden in het uiteindelijke advies. Bron: NVOG Standpunt Preventieve HPV-vaccinatie versie 1.0: Voor percentages (70%, 50% en 25%) bij de laesies, zie: dia in de achtergrondinformatie: Incidentie HPV-types per CIN-stadium.

37 Bescherming door vaccinatie
Bewezen effectief bij vrouwen tot en met 25 jaar: Tegen langdurige infectie Tegen afwijkingen Studies naar effectiviteit bij vrouwen ouder dan 25 jaar lopen nog. Afweerreactie wel aangetoond. Beschermingsduur Lange termijnstudie: momenteel tot 6,4 jaar na vaccinatie Gezondheidsraad gaat uit van minimaal 10 jaar De meeste meisjes en vrouwen maken hun eerste infectie met het virus door na hun eerste seksuele activiteit. Vaccinatie is daarom als eerste in deze groep van 15 tot en met 25 jaar gemeten. Vaccinatie bleek effectief in het voorkomen van langdurige infecties en het ontstaan van afwijkingen [1]. De veiligheid en de afweerreactie op vaccinatie zijn wel bestudeerd in grotere leeftijdsgroepen, namelijk bij meisjes en vrouwen in de leeftijd van 10 tot en met 55 jaar. In alle leeftijdsgroepen werd vaccinatie in het algemeen goed verdragen en de afweerreactie was in alle groepen ver boven het niveau na een natuurlijke infectie [2]. Hoe lang vaccinatie beschermt is nog niet helemaal duidelijk. De langstlopende studie met een van de vaccins loopt nu 6,4 jaar [3] en deze wordt nog vervolgd tot 9,5 jaar. De Gezondheidsraad gaat uit van een minimale werkingsduur van 10 jaar [4]. Achtergrondinformatie De noodzaak voor een boosterdosering na vaccinatie is voor beide vaccins op dit moment nog onduidelijk, aangezien beide vaccins op het einde van hun studies nog 100% bescherming hadden laten zien tegen de afwijkingen die door de HPV-types uit het vaccin veroorzaakt kunnen worden. [1] Harper DM.Therapy.2008;5(3):313–324. [2] Registratietekst Cervarix. Zie [3] Harper DM.Gynecologic Oncology.2008;109:158 (abstr) + Registratietekst [2] [4] Gezondheidsraad. Advies Vaccinatie tegen baarmoederhalskanker.April2008. (http://www.gr.nl/pdf.php?ID=1700&p=1, dec 08)

38 Wie vaccineren ? Vaccineren beschermt alleen tegen nieuwe infecties
Daardoor meest ideale tijdstip: voor begin van seksuele activiteit, voor eerste contact met (high risk) HPV Echter vrouwen van alle leeftijden blijven risico lopen op een nieuwe infectie Daardoor kan vaccinatie zinvol zijn voor vrouwen na het begin van seksuele activiteit Doordat vaccineren werkt tegen nieuwe infecties en nieuwe infecties pas na het eerste seksuele contact kunnen worden opgelopen, is het het meest ideaal om te vaccineren voor het begin van de seksuele activiteit. Echter ook na deze leeftijd kan vaccinatie op individuele basis nog zinvol zijn. Infecties met HPV kunnen op iedere leeftijd plaatsvinden en na een doorgemaakte infectie wordt er geen immuniteit opgebouwd die beschermt tegen een herinfectie. Hierdoor blijft een vrouw kans lopen om opnieuw geïnfecteerd te worden. [Viscidi et al. Cancer Epidemiol Biomarker & Prev : ] Hoe groot dit risico is, zal op individueel niveau moeten worden bepaald aan de hand van individuele factoren, zoals nieuwe relaties, nieuwe partners of wisselende contacten van een van beide partners. Studies naar de bescherming van vaccinatie bij vrouwen boven de 26 jaar lopen op dit moment nog. Achtergrondinformatie De werkgroep oncologische gynaecologie zegt hierover: Er is nog weinig bekend over het effect van vaccinatie bij vrouwen nadat ze (mogelijk) al zijn blootgesteld aan HPV. Lopende studies moeten hierover uitsluitsel geven. Uit eerder genoemde cohort studies bij jarigen is bekend dat in deze leeftijdsgroep >70% nog HPV negatief is [Wright TC et al. Vaccine.2006;chapter 14,S3: ]. Van de groep met een doorgemaakte infectie heeft slechts 1 % een dubbelinfectie met type 16 en 18, en heeft geen baat bij vaccinatie. Van de vrouwen met een actieve infectie op het moment van vaccineren, 5% van het totaal, heeft <40% een HPV 16 of 18 infectie, waarvan 1/3 seronegatief is en 2/3 seropositief. Bovendien heeft 4-5% een al bestaande dysplasie. Deze laatste, evenals de seropositieven zullen waarschijnlijk geen baat hebben bij het preventieve vaccin. De overgrote meerderheid van deze leeftijdsgroep lijkt dus nog baat te hebben bij vaccineren. Bron: NVOG Standpunt Preventieve HPV-vaccinatie versie 1.0: N.B. Preliminaire data (nog niet significant) geven aan dat vaccinatie van seropositieve vrouwen mogelijk wel beschermt tegen toekomstige infecties. [Harper DM.Therapy.2008;5(3):313–324]

39 BIJWERKINGEN Bijwerkingen over het algemeen:
vergelijkbaar met andere vaccins van voorbijgaande aard Bijwerkingen kunnen zijn: Op plaats van injectie: roodheid, gevoeligheid, zwelling Verder: hoofdpijn, spierpijn, en koorts Gemelde bijwerkingen na vaccinatie = door vaccinatie De bijwerkingen van vaccinatie tegen baarmoederhalskanker zijn over het algemeen vergelijkbaar met die van andere vaccins. Dat wil zeggen op de plaats van injectie roodheid, zwelling en pijn en meer algehele bijwerkingen zoals hoofdpijn, spierpijn of koorts door activering van het immuunsysteem. Een volledig overzicht van de bijwerkingen is in de registratieteksten via de emea-website te vinden. [Zie Ook langetermijneffecten worden gevolgd in studies. Tot op heden zijn hier nog geen significante verschillen ten opzichte van de controlegroep gevonden. [Verstraeten T et al.Vaccine.2008 Oct 7. [Epub ahead of print]] Bijwerkingen die optreden na een vaccinatie hoeven niet altijd het gevolg van vaccinatie te zijn. Vooral in de media worden bijwerkingen snel in verband gebracht met vaccinatie. Terwijl er geen oorzakelijk verband hoeft te zijn worden mensen hierdoor toch ongerust. Achtergrondinformatie voor de arts In de media worden soms snel verbanden gelegd tussen bijwerkingen en vaccinatie. Bij diverse vaccins heeft dit in het verleden geleid tot het ter discussie komen van het nut van vaccinatie c.q. het gevaar dat vaccinatie met zich mee zou brengen. Resulterend in een afname van de vaccinatiegraad. Deze discussie wordt mede versterkt door het succes van vaccinatie, waardoor belangrijke ziektes waartegen gevaccineerd wordt, uit het dagelijks beeld verdwijnen. Een temporaal verband tussen vaccinatie en bijwerking is echter nog geen causaal verband. Hierdoor kunnen wel misverstanden ontstaan [Siegrist CA et al.Ped Inf Dis J.2007;26(11): ]. Alle opvallende bijwerkingen die optreden moeten worden gemeld aan Lareb, en worden zo op nationaal niveau gevolgd. Daarnaast houden de registratieautoriteiten, zoals de EMEA de melding van nieuwe bijwerkingen binnen Europa scherp in de gaten. Indien een bijwerking tenminste als mogelijk gerelateerd aan de vaccinatie kan worden beschouwd, dan wordt deze in de registratietekst opgenomen.

40 Gezondheidsraad rapport maart 2008 (www.gr.nl)
Potentieel te behalen gezondheidswinst Effectieve bescherming tegen persisterende HPV infectie en voorstadia van BHK Aannemelijke bescherming tegen BHK Bijwerkingenprofiel geen reden tot ongerustheid Vaccinatie binnen RVP dient urgent volksgezondheidszorgbelang Raad adviseert vaccinatie tegen HPV op te nemen voor meisjes 12 jr, catch-up 13t/m16 jaar

41 HET ADVIES

42 Opname vaccinatie baarmoederhalskanker in Rijksvaccinatieprogramma
Voor wie? Standaard voor 12-jarige meisjes: start september 2009 Inhaalvaccinatie voor meisjes van 13 tot en met 16 jaar in de eerste helft van 2009 De minister heeft aangegeven het advies van de Gezondheidsraad op te volgen en vaccinatie beschikbaar te willen maken voor meisjes van 12 tot en met 16 jaar. Het Nederlands Vaccin Instituut (NVI) heeft de opdracht gekregen het vaccin in te kopen. Na een openbare aanbesteding is in november de keuze voor het GSK-vaccin Cervarix definitief geworden. Het vaccinatieprogramma ziet er als volgt uit: Tussen Maart en april worden alle meisjes opgeroepen die tussen 1 januari 1993 en 31 december 1996 geboren zijn. Dit is de zogenaamde inhaalgroep ook wel catch-up genoemd. Per september worden alle meisjes die op of na 1 januari 1997 en voor 1 september 1997 geboren zijn opgeroepen. Meisjes die na 1 september 1997 geboren zijn, worden opgeroepen op het moment dat ze 12 jaar worden. De vaccinatie wordt uitgevoerd door de GGD. De Gezondheidsraad gaf als advies: Voor oudere meisjes en jonge vrouwen zou vergoeding van de vaccinatie via het Geneesmiddelenvergoedingssysteem te overwegen zijn. Dat betekent dan vaccinatie buiten het RVP om, maar wel vergoed binnen het systeem van onze gezondheidszorg. 42

43 RVP HPV vaccinatie sinds 2009 onderdeel RVP
Zelfde landelijke programma als prikken tegen rode hond en mazelen Via overheid, dus geen eigen kosten Niet verplicht

44 Om te onthouden Vaccinatie beschermt tegen 2 HPV typen (HPV 16-18)
70% BHK wordt door deze typen veroorzaakt Vaccinatie beschermt niet tegen andere SOA’s (chlamydia, HIV, hepatitis B) Veilig vrijen blijft dus belangrijk Deelname aan bevolkingsonderzoek (uitstijkjes) blijft belangrijk

45 Dank voor de aandacht!!

46 PAUZE

47 EXTRA dia’s voor discussie

48

49 !! MAAR Geen onderzoek effectiviteit vaccinatie doelgroep dus indirect verkregen bewijs Onduidelijkheid over evt boost Type-replacement onduidelijk Zeldzame bijwerkingen lange termijn Vaccinatiegraad onduidelijk Vrijbrief onveilige seks Hoge kosten Geen vervanging van BVO

50

51 Vaccinatieschema voor de HPV-inenting Inenting bestaat uit 3 prikken
Maand 1 Maand 2 Maand 3 Prik 1 Maart* Prik 2 April* Prik 3 September* * Maanden zijn voorbeelden

52 Waarom drie prikken? Na 1 prik maakt je lichaam nog te weinig afweerstoffen Elke volgende prik zorgt voor meer afweer Na 3 prikken is er pas een goede bescherming tegen baarmoederhalskanker

53 Doelgroep voor deze inenting
Alle meisjes die geboren zijn in 1997 of daarna Alle meisjes die geboren zijn in 1993, 1994, 1995 of 1996 Alle meisjes krijgen een persoonlijke uitnodiging

54 Inenting en jongens Jongens krijgen geen baarmoederhalskanker
Bescherming tegen deze ziekte is niet nodig Jongens kunnen wel het virus doorgeven Er is nog te weinig onderzoek gedaan om te weten of inenting voor jongens zinvol is (bijvoorbeeld om viruscirculatie te stoppen)

55 FABEL: in andere landen zijn meisjes doodgegaan door de vaccinatie
FEIT: door HPV-inenting zijn geen meisjes overleden Meisjes overlijden wel aan bepaalde ziekte of aandoening Dit kan gebeuren na HPV-vaccinatie Maar dat betekent niet door HPV-vaccinatie

56 FABEL: je kunt verlamd raken door het vaccin
FEIT: meisjes niet ernstig ziek geworden door de prikken Meisjes kunnen wel een bepaalde ziekte of aandoening krijgen Dit kan gebeuren na HPV-vaccinatie Uit onderzoek blijkt dat dit niet door de vaccinatie komt

57 FABEL: het vaccin bevat een stof die in rattengif zit
FEIT: het vaccin bevat die stof niet Het gaat om de stof natriumboraat Deze stof zit in veel producten; ook in rattengif en kakkerlakkengif Stof zit niet in het vaccin waar nu mee ingeënt wordt In ander HPV-vaccin zit superkleine hoeveelheid van deze stof maar dit is niet schadelijk voor mensen

58 FABEL: vaccin bevat levensgevaarlijke giftige stoffen van insecten
FEIT: vaccin bevat geen insectencellen Vaccin gemaakt van viruseiwit met behulp van gekweekte insectencellen Viruseiwit is schoongemaakt en gescheiden van cellen


Download ppt "HPV Vaccinatie Feiten en Fabels"

Verwante presentaties


Ads door Google